woensdag 31 december 2008

Balans van 2008

De laatste dag van 2008. Mooi moment om terug te blikken. (En dit is mijn 250ste bericht. Kan ook worden beschouwd als een mooie gelegenheid, natuurlijk.)
Binnenkort is er wel weer voldoende aanleiding om vooruit te kijken.

Het afgelopen jaar is er genoeg te doen geweest in het onderwijs. Maar om nou te zeggen, dat in het Nederlandse (beroeps-)onderwijs 'de grote doorbraak' is bereikt, ik ben bang dat dat niet het geval is. Dijsselbloem zette de overheid te kijk met het rapport waarin duidelijk werd gemaakt dat er grote fouten waren gemaakt. De belangrijkste aanbevelingen (overheid: wat, instellingen: hoe, meer zeggenschap voor de docent, meer evidence based vernieuwen) leken op zich niet verkeerd maar ook de commissie liet zelf wat steken vallen.
De vergrijzing is nog niet opgelost, ondanks een forse injectie van ministerie Plasterk in de salarissen, waar vervolgens nog flink over gesteggeld werd. Zelf heb ik daar niet zoveel aandacht aan besteed.
En dan is er nog het probleem van de uitval ofwel, ongediplomeerde uitstroom. Plasterk juicht over de behaalde resultaten maar wordt teruggefloten door het CPB, die op getallen uitkomt waaruit blijkt, dat er nog helemaal geen sprake is van een vermindering. Wel even opletten: het gaat hier om de effectiviteit van in 2006 afgesloten convenanten, niet om het totaal van de schooluitval. Daarvoor is er ook veel cijfermateriaal beschikbaar op www.voortijdigschoolverlaten.nl.
En dan de toepassing van ICT in het onderwijs. In een presentatie in september ging ik samen met Joke Snippe (Hogeschool INHolland) en Ricardo Winter (ROC van Amsterdam) hier op in. Duidelijk is in elk geval, dat we er met de toepassing van ICT in het onderwijs nog niet zijn, al wordt 2008 nu al het jaar van de digitalisering genoemd. Misschien toch meer geduld hebben!
En wat de invoering van het competentiegericht onderwijs (in het MBO) betreft? Veel wisselende geluiden. Hoe hoger in de boom, hoe positiever de geluiden. Veel zorgen op de werkvloer. Een aardige samenvatting komt terug in een brief van de staatsecretaris waarin ze ingaat op vragen van de SP.

Is er helemaal geen kentering te zien? Een paar dingen zijn bereikt, nou ja verbetered, nou ja, veranderd...

  • Er is een advies onderwijstijd (in het VO, wat de uitwerking is naar het MBO?) waarin wordt gepleit voor 1000 klokuren ipv 1040 uren en een week minder vakantie voor docenten. Docenten en vakbonden zijn niet blij met dat laatste: 'de werkdruk komt niet door de lange vakantie'. Nee, maar dat je de werkdruk er voor een deel wel mee kunt oplossen.
  • Er wordt (meer) aandacht besteed aan 'evidence based' onderwijs, onder andere door de oprichting van TIER.
  • Het jaar 2008 kan worden aangemerkt als het jaar waarin de maximale omvang van onderwijsinstellingen zo ongeveer is bereikt. De aandacht voor mega-instellingen en fusies bereikt ineens een kookpunt. Er wordt gesproken over een fusietoets en in afwachting daarvan worden instellingen gevraagd geen fusies meer aan te gaan.
  • Plasterk haalt ook de vroege schoolkeuze weer van stal. Nog lang geen kentering, natuurlijk, maar wie weet komt er op de langere termijn iets van de grond.

Ik realiseer me, dat hiermee nog lang geen uitputtend overzicht, laat staan een balans over 2008 is weergegeven. Maar ja, de oliebollen vragen ook om aandacht.

zondag 28 december 2008

De Generatie Y komt er aan ... of nog even niet?

In een artikel in Onderwijsinnovatie worden de resultaten beschreven van een onderzoekspilot bij Hogeschool INHolland waarbij tweedejaars studenten Management opdrachten kregen waarbij ze Web 2.0 tools moesten gebruiken om te communiceren.
De opdrachten waren gebaseerd op het uitgangspunt dat de huidige generatie studenten ('generatie Y')goed overweg kan met internet en allerlei communicatietools. Vooraf werd dat bij de studenten getoetst. De opdrachten hadden betrekking op het verwerven van een stageplaats waarbij oud-studenten en bedrijven moesten worden geinterviewd. Daarnaast moest een persoonlijk internet 'presence' gemaakt worden, waarin een YouTube-filmpje voorkwam. Vooraf werden enkele workshops gegeven, onder andere over het werken met Sharepoint (de intranetomgeving van INHolland).

De resultaten vielen tegen. Op zich waren de studenten vooraf 'redelijk vertrouwd met de communicatieve mogelijkheden van internet, al was er wel sprake van behoorlijke niveauverschillen tussen de studenten'. Het artikel noemt een aantal ervaringen:

  • werken met Sharepoint bleek voor veel studenten lastig
  • slechts weinig studenten leverden de opdrachten binnen de gestelde periode van 8 weken in
  • resultaten van interviews werden over het algemeen in tekst weergegeven
  • studenten waren redelijk tevreden over elkaars prestaties met betrekking tot de interviews, docenten vonden dat er meer uit te halen was geweest
  • het maken van een webpresence was nieuw voor de meeste studenten en werd bovendien als lastig ervaren
  • er werd weinig op de presentatie gereflecteerd ondanks een een geintegreerd studieloopbaantraject
  • de webpresence leek meestal op een gewoon cv, het feit dat een webpresence aan andere eisen moet voldoen dan een 'gewoon cv' was voor de studenten een nieuwe leerervaring
  • veel video's waren van slechte kwaliteit

Over het algemeen blijkt een deel van de studenten een betere kijk te hebben gekregen op de toekomstige stage, de grootste meerwaarde zat in het inzicht op de webpresence.

Alles bij elkaar nog geen resultaat wat de 'belofte van de Einsteingeneratie' waarmaakt. De resultaten kunnen echter op verschillende manieren worden uitgelegd. Fervente tegenstanders van het gebruik van ICT in het onderwijs zullen hier 'het zoveelste bewijs' in zien dat ICT (en het nieuwe leren) allemaal flauwekul is. Ik zie iets anders: Studenten kennen de mogelijkheden wel maar zijn nog nog niet (vanzelf) in staat die mogelijkheden goed uit te buiten in onderwijssituaties. En in hoeverre zijn scholen zelf al zodanig vertrouwd met de web 2.0 mogelijkheden dat goede opdrachten kunnen worden samengesteld en een goede ondersteuning geboden kan worden? Resultaten als deze zijn naar mijn idee meer terug te voeren op didactiek en de motivatie van studenten er tijd in te steken. De auteurs gaven zelf al aan, dat de ambities van het rpoject wel wat hoog waren. Een pilot als dit levert in elk geval wel waardevolle informatie op over wat wel en wat (nog) niet mogelijk is.

De auteurs trekken zelf de conclusie, dat het enerzijds nog wel meevalt met die 'Generatie Y', maar geven anderzijds aan dat de ontwikkelingen razendsnel gaan en dat scholen er maar beter op voorbereid kunnen zijn.
Dat blijkt ook wel uit het bericht dat een onderzoek in de VS uitwijst dat 90% van de studenten wifi als een noodzakelijke voorziening te beschouwen:

In a survey released today by the Wi-Fi Alliance and Wakefield Research, nine out of 10 college students in the United States say Wi-Fi access is as essential to education as classrooms and computers, and nearly three in five say they wouldn't go to a college that doesn't have free Wi-Fi. What's more, fully 79 percent said that without Wi-Fi access, college would be a lot harder.

vrijdag 26 december 2008

Beter leren met een betere kennis van het brein

In mijn bericht over het Slimme Onbewuste vroeg ik het me al af: op welke manier kan de huidige kennis over het brein toegepast worden in het onderwijs? In het decembernummer van Onderwijsinnovatie een artikel met daarin een aantal aanbevelingen over de manier waarop kennis over het brein kan worden toegepast in het onderwijs.

Het artikel beschrijft de ervaringen van Mark Tigchelaar, zelf dyslectisch, die dankzij allerlei geheugentechnieken en methoden als snellezen, mindmappen en timemanagement de studieduur van een cursus van 40 uur per week kon terugbrengen tot 8 uur per week! Hij gaat dus uit van technieken die gebruik maken van kennis over het brein.
Het BCL Instituut (Breincentraal Leren Instituut) gaat uit van de invalshoek van het maakbare en vooral, het plastische brein. De wetenschap dat neurale netwerken kunnen ontstaan of worden versterkt door bepaalde werkvormen heeft geleid tot zes leerprincipes die kunnen worden toegepast in het realiseren van gunstige leeromstandigheden:

  1. Emotie maakt neurale netwerken sterker doordat bepaalde neurotransmitters vrijkomen
  2. Herhalen en oefenen van vaardigheden versterkt de neurale netwerken
  3. Creatie in plaats van consumptie, zelf ontdekken werkt veel beter omdat hersenen er op ingericht zijn zelf informatie te ordenen en betekenisvolle patronen te maken
  4. Focus op context en uitkomst, met name door te visualiseren omdat dat de spiegelneuronen in de hersenen activeert
  5. Maak leren zintuiglijk rijk omdat dan verschillende netwerken worden gecombineerde en versterkt
  6. Bouw voort op het bestaande omdat het brein juist werkt op basis van betekenissen, ervaringen en associaties

Klinkt allemaal erg bekend. Praktijkgericht, contextrijk, cretief leren, constructivisme. Maar hier wordt wel de link gelegd naar een wetenschappelijke onderbouwing op basis van de nieuwste inzichten in de werking van het brein. Met daarnaast een aantal concrete aanknopingspunten in de vorm van aanbevelingen onderwijssituaties op een bepaalde manier in te richten en begeleiding op een bepaalde manier vorm te geven. Het BCL geeft daar trainingen voor.

dinsdag 23 december 2008

Cijfertjes en 'wishful thinking'

Ik ben geen fan van Aleid Truijens (columniste van de Volkskrant). Vaak worden in haar columns karikaturen gemaakt, aannames als feiten gepresenteerd, kleine dingen opgeblazen. Maar soms schrijft ze dingen, die me uit het hart gegrepen zijn (helaas is de column van vandaag (nog) niet online in te zien zonder inloggen).

Truijens schreef over de ranglijst van scholen, die door Trouw jaarlijks worden gepubliceerd. Trouw geeft in een toelichting aan:

...dat de Schoolprestaties een prikkel is voor scholen in het voortgezet onderwijs om hun aanpak kritisch onder de loep te blijven houden. Zo draagt de publicatie van de cijfers bij aan betere onderwijsprestaties...

Wishful thinking! Scholen zullen de lijst aangrijpen om maatregelen te treffen om een hoge score te verwerven. Als de score is beaseerd op weinig zittenblijvers en een hoog gemiddeld eindexamencijfer, dan is selectie een veel makkelijker middel om dat te bereiken dan het verbeteren van het onderwijs! Dus krijgen leerlingen die dreigen doubleren een verwijzing naar een lager niveau. Daarmee bereikt Trouw met de lijst juist een averechts effect van wat beoogd wordt!
Truijens breekt een lans voor scholen die genoegen nemen met een lager gemiddelde eindexamencijfer en meer zittenblijvers maar wel meer leerlingen er doorheen slepen om ze zo een diploma op een hoger niveau te kunnen geven.

Overigens wel aardig, dat in dezelfde Volksrant een artikel stond waarin aangegeven, dat ook de minister zich rijk rekent met cijfertjes over een afname van schooluitval! Het CPB toont dat op basis van de Basisregistratie OnderwijsNummer (BRON) aan. Daar gaat het om wat hardere cijfers dan de cijfers, waar het ministerie zich op baseert: zelf aangeleverd door betrokken scholen...

"Een substantiële verandering in de cijfers wijst bijna altijd op een andere manier van tellen, en zelden op effect van beleid"

...aldus de Algemene Rekenkamer. Nog een mooi voorbeeld van wishful thinking op basis van het interpreteren van cijfertjes...

zondag 21 december 2008

Onderwijs in de Economische Agenda

In 2005 organiseerde de Volkskrant (in samenwerking met de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling en het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken) de Sociale Agenda. Er werden 39 vraagstukken geformuleerd, die op allerlei manier werden beschreven, bediscussieerd en besproken. Uiteindelijk leidde dat tot het boek '30 plannen voor een beter Nederland', waarin ook het onderwijs aan bod kwam.

Inmiddels is de Volkskrant gestart met een nieuwe agenda. In een artikel wordt ingegaan op 'vragen die om een antwoord schreeuwen'. Het gaat om de Economisch Agenda dit keer, waarbij zes kernvragen zijn geformuleerd en waar iedereen mee kan praten over de vraagstukken. Ook ditmaal ontbreekt het onderwijs niet:

Hoe krijgen we de schooluitval in het beroepsonderwijs naar nul?
De economische schade die de samenleving zichzelf toebrengt door hoge schooluitval toe te staan is enorm. Hoe voorkomen we dat er een hele generatie verloren gaat?

Enerzijds is het vanzelfsprekend dat dit onderwerp op deze agenda staat. De economisch impact van het probleem is enorm. Van andere kant wordt er weinig recht gedaan aan het feit dat er natuurlijk al een hele hoop gebeurt. Zie bijvoorbeeld de website van het Ministerie van OCW op dit gebied: www.voortijdigschoolverlaten.nl. En ook de Volkskrant heeft de vraag eerder in de 'Etalage van goede ideeën' ook al gesteld.

De meeste problemen moet je bij de oorzaak aanpakken. Dat heeft er toe geleid dat het Ministerie het onderzoeksbureau Oberon heeft gevraagd categorieën van schoolverlaters in kaart te brengen. Het is immers typisch dat  de ene jongere wel en de andere niet uit valt onder vergelijkbare omstandigheden. Inzicht in het type jongere kan helpen bij het tijdig signaleren van problemen. De resultaten van dit onderzoek zijn te vinden op de website. Daarin ook een aantal aanbevelingen, die naar mijn zin nog veel te wollig zijn:

1.       Tijdig signaleren. Versterking van het signalerend vermogen binnen het onderwijs, de zorgstructuur en de overgang tussen onderwijssectoren;

2.       Aandacht voor de “geruislozen”. Jongeren met problemen die ze internaliseren geven geen overlast, maar kunnen gemakkelijk uit het onderwijs “verdwijnen”;

3.       Meer aandacht voor de behoefte aan hechting en gekend worden van jongeren. Dit begint binnen het reguliere onderwijs, maar geldt ook voor de zorg en de opvangstructuren.

Natuurlijk, als je gevraagd wordt schoolverlaters te typeren dan is dat niet hetzelfde als het formuleren van oplossingen voor dat schooluitval. Het risico is alleen dat op basis van dit soort zeer algemene uitspraken allerlei deeloplossingen worden bedacht.

Naar mijn idee speelt er meer. Maatschapelijke ontwikkelingen als individualisering, informalisering, intensivering (zie de vijf i's in Trends, dilemma's en beleid van het SCP, p 22-25) zijn mede bepalend voor de de manier waarop leerlingen in het onderwijs staan, het onderwijs moet concurreren met vrije tijd en ouders die niet meer vanzelfsprekend op een lijn staan met de school maar eerder opkomen voor hun kind. Ook het doel van een hoger aandeel van leerlingen en studenten in het hoger onderwijs (de Lissabon-doelstelling) maakt het natuurlijk niet makkelijker. En het onderwijs is in al die jaren niet echt meegegroeid.

Overigens zijn er meer die er over nadenken, zoals de club 'Zapgeneratie'.

zaterdag 20 december 2008

Impact

Heb je als blogger nou invloed op wat er in de wereld gebeurd? Ik heb daar zo mijn eigen (bescheiden) ideeën over. Het is meer de massa die in staat is dingen te veranderen.
Deze week kreeg ik onderstaande reactie van Tom Kronenberg. Daaruit blijkt dan maar weer, dat ik daadwerkelijk invloed heb gehad, al is het maar als doorgeefluik van wat informatie.

Beste Jef, Op je blog las ik dit bericht (noot: over Overheid 2.0) ergens in Oktober. Ik vond het wel een leuke uitdaging en heb mijn idee aan de speciale NING toegevoegd. Om een lang verhaal kort te maken. Ik zit nu met € 25.000,- te bedenken hoe ik van Hulpbijditformulier.nl een succes ga maken. Bedankt dat je dit bericht plaatste, blijf dat soort dingen vooral doen! Groet, Tom Kronenburg

Tom, van harte gefeliciteerd! Geef een seintje als het idee gerealiseerd is, dan maak ik er hier wel weer reclame voor!

zondag 14 december 2008

Het slimme onbewuste

Slimmeonbewuste Een hele tijd geleden heb ik in de wachtkamer bij de tandarts een artikel gelezen (ik dacht in Quest) over de manier waarop mensen kiezen. Ik vond het toen heel frappant, dat in bepaalde situaties (bijvoorbeeld een belangrijke aankoop) mensen beter af konden gaan op hun onbewuste dan op gedegen nadenkwerk. Een kwestie van informatie in je opnemen en er 'een nachtje over slapen'. Dat was heel wat voor een rationele twijfelaar als ik, die zelfs in de supermarkt af en toe moeite heeft om te kiezen tussen een pot pindakaas of sandwichspread!

Vorige week hebben we thuis nieuwe boekenkasten gekregen (overigens een aankoop waarbij we behoorlijk zijn afgegaan op ons gevoel, zeg maar, ons 'onbewuste', wat onmiddellijk tot uitdrukking kwam in het feit dat we behoorlijk over het budget zijn heengegaan). Bij het overhevelen van boeken van de oude naar de nieuwe kasten kwam ik ineens een boekje tegen dat ik vorig jaar eens heb gekregen maar dat in een vergeethoekje was terechtgekomen: "Het slimme onbewuste" van Ap Dijksterhuis.

Heel leesbaar en vooral erg boeiend. In eerste instantie wordt duidelijk mensen altijd het idee hebben gehad dat het bewustzijn veel belangrijker was dan het onbewuste. Descartes ging er zelfs van uit dat er helemaal geen onbewuste was. Dat is lang zo gebleven. Aan de hand van een aantal thema's gaat Dijksterhuis verder in op de werking van zowel het bewustzijn als het onbewuste.

Hij beschrijft het onbewust waarnemen (je neemt veel meer waar dan je zelf denkt) en gaat daarbij onder andere in op het subliminaal waarnemen (waarnemingen waarvan je je zelfs helemaal niet bewust kunt worden omdat de prikkels te snel zijn om je er bewust van te kunnen worden, bijvoorbeeld door tijdens een film heel snel bepaalde begrippen te presenteren). Het werkt wel, maar Dijksterhuis rekent aan de hand van een aantal voorbeelden af met mensen die denken dat op die manier hele volksstammen kunnen worden gemanipuleerd.
Ook het nemen van onbewuste beslissingen (het Quest-verhaal) wordt hier nog eens uitgebreid beschreven met tal van interessante onderzoeken. Daarbij laat hij aan de hand van onderzoeksresultaten zien, dat de hersenen al activiteit vertonen ruim voordat iemand zich bewust wordt van het besluit om een handeling te verrichten.
De manier waarop creativiteit vanuit het onbewuste onstaat en kan worden gestimuleerd, komt aan bod evenals onbewust handelen, waar met name imitatiegedrag uit de doeken wordt gedaan.

Dijksterhuis werkt toe naar een conclusie: het bewuste is niet meer dan een resultante van alles wat er zich in het veel complexere, snellere en capabelere onbewuste afspeelt. In feite zou je zonder het bewustzijn door het leven kunnen. Of het leven dan nog leuk is, is maar de vraag.

Het boek is uit, nu blijven er nog wat vragen over. Op de eerste plaats: wat kunnen we er in het onderwijs mee? Gebruik maken van deze kennis om leren en leerprestaties te verbeteren? Lijkt me voor de hand liggen, maar daar is toch nog wat meer studie voor nodig.
Maar ook een meer filosofische vraag: als we zonder bewustzijn zouden kunnen, als er helemaal geen functionele meerwaarde kan worden aangetoond voor het organisme, wat is dan het evolutionaire voordeel, dat er aan bewustzijn is verbonden? Misschien in de kerstvakantie toch nog eens wat andere boeken uit die nieuwe boekenkast halen, bijvoorbeeld 'Een schitterend ongeluk' van Wim Kayzer.