Posts tonen met het label ROC-i-Partners. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ROC-i-Partners. Alle posts tonen

vrijdag 28 december 2007

Grassroots (2)

Naar aanleiding van mijn reactie op de noodkreet van Annet met betrekking tot de Grassroots reageerde Karin Winters (zij heeft er op haar blog ook al het een en ander over geschreven).

De regeling is vorig jaar al redelijk uitgekleed door de ROC's de helft mee te laten betalen. De kracht van Grassroots zit 'em in het kleinschalige en makkelijke indienen van projecten. Ook het delen van de Grassroots met elkaar en gebruik maken van elkaars projecten is niet iets wat in ROC land gebruikelijk is. De Grassroots coaches zijn ongeveer 2x per jaar bij elkaar en juist de landelijke coordinatie maakt dat Grassroots coaches het blijven doen. Liefdewerk oud papier, maar ons (kleine) clubje blijft er elke keer voor gaan. Het dode paard principe is ons ook wel duidelijk, dat ligt echter niet bij de coaches en deelnemende docenten maar bij de grootschaligheid en ingewikkelde organisaties die ROC's inmiddels zijn.
Om de organisatie van het project bij de ambassadeurs neer te leggen is te makkelijk, niet alle coaches zijn ambassadeur en niet alle ROC's met ambassadeurs zijn Grassroot deelnemers.
We weten dat veel docenten in ROC's niet echt heel digitaal vaardig zijn en juist stimuleren van ICT toepassingen in het onderwijs met deze kleine projecten maakt dat ikzelf er nog steeds voor ga om collega's te wijzen op Grassroots. Een groot kennisnet project web 2.0 kan 20.000 euro genereren wat is dan dat kleine beetje geld voor Grassroots?
Wordt vast vervolgd....

Natuurlijk heb ik makkelijk praten, zo aan de zijlijn. Laat ik voorop stellen dat ik het enthousiasme van Annet en Karin enorm waardeer en begrijp, waarom ze een noodkreet laten horen. Maar toch...

Eigenlijk kan ik alleen maar herhalen wat ik eerder schreef: als je er in gelooft, ga er voor en maak je niet afhankelijk van een regeling! Een regeling is per definitie iets tijdelijks. Als het een succes is, moet het concept op een gegeven moment op eigen voeten kunnen staan. Als het niet werkt (op deze manier), moet je er mee stoppen.
Maak je ook niet afhankelijk van een landelijk coördinator. Het is natuurlijk onzin, dat je die nodig hebt om 2x per jaar een bijeenkomst te organiseren, dat kun je zelf ook. En nodig nou juist de Kennisnet-ambassadeurs uit. Organiseer samen met Kennisnet eens een creatieve sessie met als uitgangspunt, dat je niet de beschikking hebt over (meer) geld en een landelijk coördinator. Moet je eens zien, wat voor ideeën een dergelijke bijeenkomst kan opleveren. Wellicht de basis voor een Grassroots 'nieuwe stijl'.

donderdag 13 december 2007

Referentie-architectuur

Tijdens de laatste Algemene Ledenvergadering van ROC-i-partners werden de leden gevraagd mee te denken over de prioritering van de activiteiten uit het Jaarplan 2008. Dit keer werd dat niet gedaan door een een of andere score toe te kennen aan een lijstje van activiteiten maar door iedereen te vragen bij alle plannen en ideeën een drietal concrete mijlpalen te benoemen die volgend jaar op de Algemene Ledenvergadering gepresenteerd zouden moeten worden.
Er werd een hele lijst met onderwerpen genoemd. Eentje, die een paar keer terug kwam, had betrekking op het realiseren van een referentie-architectuur voor de MBO-sector. Over architecturen heb ik vaker iets geschreven, de laatste keer heb ik geprobeerd een definitie te formuleren.

Nu zijn er bij ROC-i verschillende werkgroepen actief. Dat gebeurt heel organisch. Als er een idee is voor een werkgroep worden er mensen gevraagd. Als er voldoende belangstelling voor het thema is, komen er vanzelf mensen op af. Als het thema niet (meer) interessant is, verdwijnt zo'n werkgroep vanzelf weer van het podium. Dat is ook de manier van werken van een 'community of practice'.

Op die manier is ook de werkgroep Architectuur tot stand gekomen. Het heeft even geduurd voor die wat voeten aan de grond kreeg. Toen de werkgroep in het afgelopen jaar een scholing rond architectuur organiseerde (overigens met een bijdrage van Kennisnet en ROC-i zelf) bleek het thema een hot item te zijn. Niet alleen deden zo´n kleine 50 mensen van ruim 20 instellingen mee met die cursus, ook was er volop belangstelling om te participeren in de werkgroep (die inmiddels alweer twee nieuwe leden heeft) én in het organiseren van een bredere kenniskring rond het thema.

Tijdens het werkoverleg van afgelopen week van de werkgroep zijn enkele knopen doorgehakt. De portal rondom architectuur wordt (ook hier weer met ondersteuning van Kennisnet) definitief in een nieuw jasje gegoten. Daarnaast wordt een aparte wiki-omgeving opgezet waar leden van de kenniskring samen kunnen werken aan principes en modellen.
Het is de bedoeling dat dat allemaal wordt gepresenteerd en uitgeprobeerd op een terugkomdag voor alle cursisten. Tijdens de ROC-i Thema-conferentie van januari zal alvast een voorproefje gegeven worden.
Als dit echt gaat werken (en gezien het enthousiasme van de werkgroep en een hoop mensen er omheen zal dat wel niet zo'n probleem zijn) kan op de volgende Algemene Ledenvergadering een (waarschijnlijk nog globale) referentie-architectuur gepresenteerd worden.
Als dit nou werkelijk gaat lukken, laat ROC-i toch eigenlijk zien wat de kracht van samenwerken kan opleveren. Ik mag dat wel!

Ik zal het missen...

dinsdag 2 oktober 2007

LinkedIn (II)

LinkedinKijk, dat is nou e-leren en netwerken tegelijk. Je vertelt wat over je ervaringen met LinkedIn, meteen krijg je wat tips over het gebruik van groepen op de site. Inmiddels een groep "ROC-i-Partners" aangemaakt. De eerste mensen al een uitnodiging gestuurd, eerst even wat in een klein clubje uitproberen. Als je (als ROC-i lid!) mee wilt doen om wat dingen uit te proberen moet je dat even laten weten, dan krijg je ook een uitnodiging tot de groep.
Ik had aangegeven dat je je expertise kunt aangeven onder ' specialities'. Terecht komt dan de vraag: 'waar zit dat?' Dat kun je zelf instellen bij je 'Public Profile'. Kies voor 'My Profile' en dan 'Edit my Public Profile' .

Linkin2_1 

zondag 30 september 2007

LinkedIn

Een hele tijd terug alweer kreeg ik een uitnodiging van ik-weet-al-niet-meer-wie om deel uit te maken van diens netwerk op LinkedIn.
LinkedIn is een website als zovelen waarin je een profiel kunt aanmaken van je beroep, je opleiding, je ervaring, noem maar op. Vervolgens kun je personen uitnodigen om deel uit te gaan maken van je netwerk. Je kunt personen opzoeken, die je kent, krijgt een overzicht van contacten die hij en jij gezamenlijk hebben, etcetera. En eerlijk is eerlijk, het werkt een beetje verslavend. Steeds als je weer iemand tegenkomt die je kent, kun je een uitnodiging versturen. Is zo'n uitnoding eenmaal geaccepteerd kun je bij dat nieuwe contact ook weer kijken wie hij of zij kent en vervolgens bekende namen opzoeken om die ook weer een uitnodiging te sturen. Gewoon eens kijken hoe ver ik kom.   Profile_1 

Vanuit de website krijg je allerlei tips hoe je je netwerk verder kunt uitbreiden en hoe je je profiel verder kunt opwaarderen: "Adding your picture will bring you to 85%".

Nou had ik een speciale reden om LinkedIn eens te nader bekijken. Bij ROC-i-Partners hebben we het er al een tijdje over of we een expertnetwerk in het leven kunnen roepen. Het idee is goed, alleen, hoe onderhoud je zo'n netwerk? Ik had het idee dat je vooral zelf niet moet gaan maken wat er al lang is. Dus LinkedIn ingedoken met de vraag: is dit bruikbaar als platform voor een ROC-i netwerk?
In elk geval moet het dan aan een aantal voorwaarden voldoen: je moet kunnen zoeken binnen de club van ROC-i, je moet bepaalde expertisegebieden kunnen terugvinden, je moet personen, direct kunnen benaderen, je moet vragen kunnen stellen en beantwoorden. Nou, dat kan allemaal.
Vermeld bij 'Company' de naam "ROC-i-Partners" en geef bij je "Specialties" je expertise domein(en) op. Vervolgens kun je bij Advanced search op die criteria zoeken.

Natuurlijk, het is niet helemaal dekkend. Ik zou graag een groep mensen een mailtje willen sturen, er zijn mensen die het domein ROC-i-Partners graag zouden willen afschermen van de buitenwereld (we zitten natuurlijk niet op allerlei spam te wachten van leveranciers), enzovoorts.
Toch, het proberen waard. Eens kijken, of we dit daadwerkelijk handjes en voetjes kunnen geven. Welke ROC-i-partner begint alvast met het invullen van zijn/haar gegevens?

vrijdag 21 september 2007

Themaconferentie ROC-i

De 16e themaconferentie van ROC-i-Partners werd in de prachtige nieuwbouwlocatie van ROC Aventus in Apeldoorn gehouden. De presentaties zijn er nog niet maar zullen hier online worden gezet (al vind ik persoonlijk de nieuwsrubriek van de website van ROC-i niet de beste locatie om ze te plaatsen, gewoon onder themaconferentie zou beter zijn).

Het is een enorm gebouw, direct naast het centraal station. Vreemd genoeg is er op de website van Aventus zelf niets over te vinden, geen foto's, geen nieuwsbericht. Helaas. Wellicht nog wat impressies bij de trendmatcher Willem (nog niet bij het 'ter perse' gaan van dit artikel). In elk geval bij Wilfred Rubens.
In elk geval dringt de omvang van het gebouw tot je door bij de binnenkomst, een enorme lange laan met aan weerszijde allerlei winkels, bedrijvigheden of praktijkruimtes. Mooi transparant zodat je goed kunt zien wat er zich allemaal afspeelt. Loopbruggetjes verbinden afdelingen aan weerszijden van het gebouw, van waaruit je allerlei mooie doorkijkjes krijgt. Heel inspirerend.

De keynote van Anthony Bravo uit Groot Brittannië sloot prachtig bij het thema aan: hoe realiseer je een nieuwbouwproject met visie. Anthony bleek een prima verteller te zijn die zijn visie op onderwijs prima vertaald kreeg in de consequenties voor het schoolgebouw van Crossway Academy. Door met name ook de leerlingen te betrekken bij het geheel kon hij bewerkstelligen dat zij er zich ook verantwoordelijk voor voelden. Zijn benadering van, zeg maar 'discipline' doet je enerzijds bijna verlangen naar het 'onderwijsparadijs' van Crossways. Anderszijds vraag ik me af of die stijl van authoriteit in onze onderwijscultuur zou passen, nog geaccepteerd zou worden.

Omdat ik al het een en ander over Trajectplanner had gehoord was ik blij eens een presentatie te kunnen bijwonen. Ik had niet echt het gevoel dat de applicatie de belofte van 'de software die uw onderwijs stroomlijnt' waarmaakt. Wellicht kwam dat ook door de presentatievorm, waarbij de achterliggende visie en concepten niet uit de verf kwamen. In elk geval biedt het pakket allerlei mogelijkheden die passen bij een deelnemervolgsysteem (een 'deelnemer-volg-jezelf-systeem', alsdus de presentator). In elk geval koppelingen met het administratieve systeem en bijvoorbeeld een elo (als ging dat nog niet met een single sign on), en zo gauw Colo er klaar mee is, ook naar de kwalificatiedossiers. Ook een aantal belangrijke functionaliteiten als een agenda met daarin het rooster, een presentieregistratie (ook voor de registratie van 850 klokuren), een portfolio, BPV-begeleiding, mogelijkheden om in te schrijven voor keuzevakken. Een docent kon snel overzicht krijgen over de stand van zaken van een student.
Ik heb een beetje een dubbel gevoel. Het is nog niet allemaal wat je er van zou verwachten, ze willen wellicht teveel dus dat betekent veel klikwerk voor je ergens bent. Erg talig, dus niet zo intuïtief voor bepaalde groepen studenten. Van de andere kant zie ik binnen mijn eigen organisatie de worsteling met een aantal van deze thema's. Wellicht toch maar eens een adviesje gaan schrijven om dit pakket aan een ander onderzoek te (laten) onderwerpen...

Zelf nog een presentatie mogen geven over Flexibel Leren. Maar daar is nog veel meer over te vertellen, dat doen we wel weer in een apart berichtje.

Als ik nu terugkijk op de hele dag, was het eigenlijk wel een prima dag. Veel mensen gesproken, discussies gevoerd, nieuwe dingen gezien en geleerd, inspiratie opgedaan. Wat wil je nog meer. Toch bekruipt me het gevoel dat de inhoud van de presentaties (althans die ik gezien heb) wat aan de magere kant waren. Ik heb het van meer mensen gehoord. Taak voor de Programmacommissie om de volgende themaconferentie bij Westerschelde extra sprankelend te maken!

woensdag 9 mei 2007

TENCompetence

Het is alweer een paar weken terug dat ik een presentatie bijwoonde van Marlies Bitter van de OU over het TENCompetenceproject. Het was overigens niet de eerste keer dat ik er van hoorde. De keynote spreker van EduExchange 2005, Rob Koper, gaf toen ook een presentatie over dit project (voor wie het nog een keertje wil zien, hier staat de presentatie op video met dank aan de SURFnet-videotheek).

TencompetenceTENCompetence (The European Network for Lifelong Competence Development) is een door de EU gesubsidieerd project om een infrastructuur te realiseren voor een Leven Lang Leren. De infrastructuur zal gebaseerd zijn op Open Source en vrij te gebruiken voor individuen, groepen en organisaties. De bedoeling is dat portfoliosystemen en electronische leeromgevingen kunnen inhaken op de infrastructuur. Alles bij elkaar zijn er naast de technische uitdagingen ook andere problemen te overwinnen.

  1. Mensen leren van formele en informele bronnen (formeel onderwijs, lezen, kennisuitwisseling, raadplegen van experts, internet, enzovoorts)
    Hoe weet je nu welke formele en informele bronnen (leermaterialen) beschikbaar zijn om een competentie te behalen?
  2. Stel we kunnen een lijst met alle beschikbare formele en informele leermaterialen creëren.
    Hoe weet je welke leermaterialen het beste passen bij jouw doelen, eerder verworven competenties, voorkeuren etc?
  3. Leren van veel verschillende formele en informele bronnen leidt tot het probleem dat we onvoldoende bewijs hebben voor onze verworven competenties.
    Hoe beoordelen we competenties die in formele en informele settings behaald zijn?

Het zijn natuurlijk bekende vragen waar we als onderwijsinstelling ook al mee worstelen.
PcmBinnen het project wordt echter ook gewerkt aan een Persoonlijke Competentie Manager, een tool waarmee het voor een individuele gebruiker mogelijk moet zijn om aan de eigen competenties te werken. 

Niet iedereen is overtuigd van de haalbaarheid van het project, zoals blijkt uit een verslag van een SURF communitydag alweer een jaar geleden.

Toch zijn het naar mijn idee dit soort ontwikkelingen die inhoud geven aan de Kennismaatschappij. In elk geval de ontwikkelingen goed in de gaten houden!

zaterdag 21 april 2007

Referentiearchitectuur (2)

Er zijn op dit moment nogal wat partijen die zich bezig houden met architecturen in de MBO-sector. In mijn vorige bericht noemde ik er al twee: Project Flexibel Leren en Werkgroep Referentiearchitectuur. Projecten als de Educatieve Contentketen of e-Portfolio doen ook al architectuur. Kennisnet heeft een nieuwe afdeling Standaarden & Architectuur met een daaraan gekoppeld Forum MBO Standaarden & Architectuur, waarin vertegenwoordigers van MBO-instellingen, uitgevers, branche-organisaties samen met Kennisnet nadenken over trends en ontwikkelingen op dit terrein.Afbeelding1

Om te voorkomen dat er tussen al die clubs een grote overlap gaat bestaan is er een soort werkverdeling afgesproken.  Het forum heeft een strategische functie, trendwatcher, zeg maar. De projecten leveren innovaties op. De werkgroep Referentiearchitectuur heeft een beetje de rol van 'informatiemanager', de bewaker van de architecturen. Kennisnet ondersteunt het geheel in faciliterende en uitvoerende zin.

Afbeelding2Eigenlijk is het de bedoeling dat er een Community of Practice gaat ontstaan rondom dit thema. Er is een speciale website in de maak waar de principes en modellen van de referentiearchitectuur komen te staan. Binnenkort wordt die voor een wat groter publiek opengesteld en kunnen vertegenwoordigers van instellingen meepraten over de architectuur.  Er komt een mogelijkheid om nieuwe principes in te voeren, voorstellen te doen over aanpassingen. Ook komt er en discussieforum om met elkaar van gedachten te wisselen.

Op dit moment wordt er ook een meerdaags scholingstraject Informatiearchitectuur voorbereid die in het najaar gaat lopen. Wat we daarbij in elk geval gaan proberen is het gebruik van de referentiearchitectuur als basis van of casus in het scholingstraject.
Voor de liefhebbers: nog even geduld...

(Hebben collegabloggers dat nu ook? Je wilt een verhaal vertellen en begint met een inleiding. Voor je het weet is de inleiding een verhaal op zichzelf en besluit je om maar een nieuw bericht te gebruiken voor het oorspronkelijk bedoelde verhaal...)

donderdag 19 april 2007

Referentiearchitectuur (1)

Het valt me op dat veel mensen wat glazig beginnen te kijken als je het hebt over architectuur. Informatie-architectuur dan wel te verstaan. Het roept blijkbaar een beeld op van stoffigheid, bureaucratische pietluttigheid, abstractheid, noem maar op.
Als je dan aan een project werkt waarin een architectuur als product moet worden opgeleverd, heb je wat missiewerk te verrichten. Althans, zo is onze ervaring.

Nou ja, als je de omschrijving bekijkt, kun je je voorstellen, dat niet iedereen daar gloeiende oortjes van krijgt. En met een verkeerde uitleg kom je er ook niet, zoals bijvoorbeeld bij Peter van Dijck (die beschrijft geen informatie-architect maar een metadateerder). Er zijn veel sites en verwijzingen te vinden (zie bijvoorbeeld bij ABIO of op de Informatie architectuur website), ik ga er dus zelf niet zo diep op in al wil ik je deze van Daan Rijsenbrij en deze van Michael van de Wetering (Kennisnet) op EduExchange 2006 niet onthouden.

Het was juist Rijsenbrij die een presentatie gaf waarbij ik enerzijds het gevoel kreeg van 'is dit alles?' maar tegelijkertijd een sensatie had van 'dit is een heel krachtig iets'.
Eigenlijk heel simpel (in eigen woorden): Uit de missie en visie van je organisatie haal je een aantal uitgangspunten (voorbeeld: het leertraject van een deelnemer staat centraal).
Die uitgangspunten vertaal je in kernachtige uitspraken die concreet weergeven wat je wilt: de principes (voorbeeld: 'elke deelnemer krijgt een op zijn of haar ambities en mogelijkheden toegesneden leerarrangement' of 'een deelnemer kan op elk gewenst moment in een opleiding instromen'). Deze principes geven weer hoe de uitgangspunten worden geconcretiseerd.
Die principes hebben natuurlijk bepaalde consequenties. Je kunt niet volstaan met dat soort dingen te roepen en er verder niets mee te doen. Principes moeten dan ook beschouwd worden als kaders op basis waarvan de organisatie en de processen worden ingericht.

Nu werken de projectgroep Flexibel Leren en de werkgroep Referentiearchitectuur van ROC-i-Partners samen aan een referentiearchitectuur van een flexibele onderwijsorganisatie op een manier van 'haasje-over'. Zo levert Flexibel Leren een visiedocument aan over een flexibele onderwijsorganisatie, de werkgroep werkt dat uit in een aantal principes die vervolgens in het project worden meegenomen. Vanuit het project worden dan weer vragen gesteld over de relatie tussen de principes en het primaire proces van een onderwijsorganisatie, die dan weer op het bordje van de werkgroep komen, enzovoorts.

Inmiddels is er een aantal concept principes gedefinieerd:

  • Opleidingstrajecten worden gebaseerd op EVC (elders verworven competenties)
  • Medewerkers moeten continue in staat worden gesteld te werken aan hun professionalisering.
  • De lerende moet op elk moment kunnen beschikken over de relevante begeleiding, leermiddelen en faciliteiten plaats- en tijdsonafhankelijk.
  • De organisatie is te allen tijde in staat om verantwoording af te leggen over resultaten en inzet van middelen aan interne en externe stakeholders.
  • De instelling werkt aan een langdurige relatie met de lerende, een leven lang leren faciliteren.
  • Instellingen gaan strategische partnerships met het bedrijfsleven in de regio aan (praktijkomgevingen, uitwisseling, docentstages, opleidingenaanbod&vormgeving).
  • De school is naast de plek voor je opleiding ook een ontmoetingsplek waar de deelnemer onderdeel vormt van een sociaal netwerk (het gaat om meer dan leren alleen).
  • Opleidingen of aanpassingen daarop worden in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven vorm gegeven.
  • Een lerende kan op elk gewenst moment starten met het scholingstraject van zijn of haar keuze.

Deze principes zijn in een workshop van de werkgroep Referentiearchitectuur afgezet tegen het primaire onderwijsproces: van intake tot nazorg, daarnaast ontwikkeling, begeleiding en planning & organisatie. Dat heeft een hele hoop inzichten opgeleverd. Over de principes, over de processen, over flexibiliteit. Maar daar moet de projectgroep Flexibel Leren zich over gaan buigen.
Wordt dus vervolgd!

zondag 28 januari 2007

Standaardiseren in het onderwijs

Ik heb elders ook al een keer geroepen: Standaardiseren in het onderwijs, dat is als vloeken in de kerk. Toch is standaardiseren een randvoorwaarde om te kunnen flexibiliseren. Als de stopcontacten niet waren gestandaardiseerd waren we niet zo flexibel met onze apparaten, als de rails niet waren gestandaardiseerd zouden we bij elke grensovergang moeten overstappen.
Standaarden maken het in het onderwijs dus ook mogelijk om flexibel onderwijs te realiseren. ROC-i-Partners is een samenwerkingsverband van roc's, aoc's en andere onderwijsorganisaties in de MBO-sector die allerlei doelen nastreven. Het ondersteunen en uitwerken van allerlei standaarden is er eentje van. Nou ja, eentje? De Educatieve Contentketen, waarin de metadateringsstandaard is opgenomen, de e-Portfolio standaard, de werkgroep 'Stekkers', allemaal initiatieven waarin ROC-i-Partners een prominente rol in speelt.

Als vertegenwoordiger van ROC-i-Partners maak ik inmiddels ook deel uit van de Adviesraad ELDvo (Electronisch Leerdossier Voortgezet Onderwijs). De adviesraad adviseert de Stuurgroep ELDvo over de ontwikkelingen en de koers. Het kostte flink wat inlezen en een aantal gesprekken (waarvoor dank aan Marten Ris) maar inmiddels heb ik een goede indruk van het hele project. Even een paar essenties:

  1. Het project richt zich op het ontwikkelen van een standaard voor het uitwisselen van gegevens tussen scholen in het kader van de doorlopende leerlijnen (oorspronkelijk bedoeld voor de overdracht tussen vo-scholen, vandaar de toevoeging 'vo', inmiddels worden meer schakelpunten onder de loep genomen). De standaard omvat vooral de beschrijving van de velden waarin de gegevens kunnen worden opgenomen die moeten worden overgedragen.
  2. Het leerdossier zelf omvat de informatie over de leerling zelf. De inhoud is ook van de leerling (of diens ouders), er is dan ook toestemming vereist om die informatie over te dragen naar een andere school.
  3. Het leerdossier is niet hetzelfde als een portfolio. In essentie is het portfolio van de leerling, hij is daar zelf verantwoordelijk voor. Het leerdossier is ook 'van' de leerling maar de school is er verantwoordelijk voor.
  4. Bij de overdracht is het erg moeilijk tal van verbindingen te leggen van x scholen, waar de leerlingen vandaan komen naar y scholen waar al die leerlingen naar toe gaan. Er wordt dan ook gewerkt aan een schakelpunt waar de leerdossiers worden verzameld en op basis van een bepaald bericht door de ontvangende school kan worden opgehaald. Dat bericht bevat het onderwijsnummer van de leerling (in de regel het burgerservicenummer).
    Leuke anekdote: niet-bekostigde onderwijsinstellingen mogen voor dit soort doeleinden geen gebruik maken van het onderwijsnummer. Dat moet nog worden opgelost.
  5. De grote bottleneck van het project is natuurlijk de administratie op de scholen. Het afspreken van een standaard is leuk, maar dan zal er eerst een leerdossier samengesteld moeten kunnen worden op basis van de standaard. Die gegevens komen uit de administratieve systemen. Die moeten daarvoor ingericht zijn (dat is niet zo'n punt, daarmee wordt inmiddels overlegd), maar met name de onderliggende administratie moet op orde zijn. En daar ontbreekt het op menig school nog aan.

Momenteel wordt een communicatieplan uitgewerkt waarmee scholen van de voordelen moeten worden overtuigd. Laat dit dan één van die communicatiemedia zijn: in het belang van goede doorlopende leerlijnen is het toepassen van de standaard essentieel. De standaard is de stekker die het de leerling mogelijk maakt om (administratief althans) overal makkelijk aansluiting te vinden! Dat er in de eigen administratie orde op zaken moet worden gesteld kan alleen worden opgevat als een bijkomend voordeel!