Posts tonen met het label onderwijskwaliteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderwijskwaliteit. Alle posts tonen

maandag 2 december 2013

LeerKRACHT voor excellent onderwijs

Mijn kinderen zijn het huis al uit, maar ik kan me nog een ouderavond herinneren waarbij de juf de avond voor alle ouders aftrapte met: "Ik ben de leerkracht van jullie kind. Eigenlijk vind ik het woord 'leerkracht' een erg lelijk woord". Zo, de toon was gezet. Ik zei, dat ik toch wat anders over dacht: "Je bent letterlijk de kracht die kinderen laat leren. Prachtig toch?"

De afgelopen jaren staat de kwaliteit van docenten heftig in de belangstelling. Je leest in elk geval overal dat de kwaliteit van het onderwijs valt of staat met de kwaliteit van docenten. Ook de McKinsey-rapporten, waar ik onlangs over schreef, geven dat aan.

De stichting LeerKRACHT wil inspelen op de ambitie om ook als Nederland te excelleren op onderwijsgebied. Daarbij geven ze aan dat "het Nederlandse onderwijs beter is dan we denken maar niet zo goed als we zouden willen". In elk geval blijft het Nederlandse onderwijs al jarenlang op hetzelfde niveau hangen, ondanks alle vernieuwingen en innovaties.
LeerKRACHT gelooft met het McKinsey-rapport in de hand, dat het mogelijk is om het onderwijs te verbeteren door docenten zelf een rol te geven in hun eigen professionalisering. De kern van de aanpak is in wezen heel simpel: het gaat om een serie interventies waarin vier processen centraal staan:
  1. Lesobservaties om docenten van elkaar te laten leren en elkaar feedback te geven (‘peer review’)
  2. Gezamenlijke voorbereiding van lessen. Docenten wisselen ervaringen uit en helpen elkaar lessen beter te maken.
  3. Effectieve, korte teammeetings, waarin docenten en schoolleiders leerlingresultaten bespreken en verbeteracties afspreken.
  4. Schoolleiders die sterk aanwezig zijn op de werkvloer en in de les. Schoolleiders die 20% tot 40% van hun tijd aan docenten en de verbetering van onderwijskwaliteit besteden.
In deze aanpak gaat het niet om een groots plan en vage vergezichten. Onder het motto 'elke dag een beetje beter' werken docenten en schoolleiders samen aan een andere cultuur op basis van een aantal uitgangspunten.



De aanpak is op 16 pilotscholen uitgeprobeerd. De bedoeling is, dat de aanpak de komende jaren verder wordt uitgerold op veel meer scholen.

PS: In een recente blog van Frank van Hout geeft hij een reactie op het boek 'Het Alternatief' onder de titel 'Het alternatief bestaat niet, maar een alternatief is hard nodig'. Misschien is dit een goede stap in die richting?  

vrijdag 29 november 2013

Hoe maak je een goed onderwijssysteem?

Begin 2013 kwam Coen Free, de voormalig voorzitter van het CvB van het Koning Willem I College met een schotschrift over het onderwijs: 'His Masters Voice'. Daarin hield hij een pleidooi voor een nieuw onderwijsbestel. Meestal wordt in dergelijke pleidooien Finland aangehaald als het voorbeeld van een goed onderwijssysteem. Dat levert nog wel wat vragen op.
Zou het werken als je dat één op één zou kopiëren naar Nederland? Wij hebben immers een andere cultuur en traditie. Hoe moet je dat eigenlijk aanpakken, een nieuw onderwijsbestel?

In 2007 kwam McKinsey met het rapport "How the World’s Best-Performing School Systems Come Out on Top". Het rapport stelt, dat ondanks alle investeringen en innovaties in het onderwijs het rendement nauwelijks is toegenomen. Dat leidt tot de vraag wat eigenlijk de kernindicatoren zijn van een goed onderwijssysteem.
De kernconclusie van dat rapport kwam neer op drie elementen:
  • Getting the right people to become teachers;
  • Developing them into effective instructors; and
  • Ensuring the system is available to deliver the best possible instruction for every child.
Dit werd uitgewerkt naar een aantal factoren:

Het rapport beschrijft een aantal schoolsystemen van landen of regio's met goede onderwijsresultaten. Singapore, Canada, Finland zijn beende voorbeelden van landen die consequent hoog scoren op intenationale prestatierankings zoals PISA.

Recent kwam een vervolg uit op dat rapport: "How the World’s Most Improved School Systems Keep Getting Better". Dat rapport beschrijft de factoren die er toe leiden dat een onderwijssysteem steeds beter wordt: van matig naar redelijk, van redelijk naar goed, van goed naar heel goed en van heel goed naar excellent. In het rapport worden 20 onderwijssystemen onderzocht, waarin in de afgelopen jaren een sterke verbetering is gerealiseerd. Het onderzoek richtte zich onder meer op de interventies die zijn ondernomen, afhankelijk van de fase waarin een systeem zich bevindt. Een globaal overzicht van die interventies:

  • Van matig naar redelijk
    In dit stadium gaat veel aandacht naar de basisvaardigheden als rekenen en taal in het curriculum, ondersteuning van leraren, een basiskwaliteitssysteem waar alle scholen aan moeten voldoen.
  • Van redelijk naar goed
    Meten van prestaties, verantwoordelijkheden beleggen bij docenten en scholen en verder zorgen voor een goede financiering, organisatiestructuur en pedagogische modellen.
  • Van goed naar heel goed
    Waardering van het beroep van docent en schoolleider. Dit vergt goede opleidingen en carrièrepaden om status aan het beroep te kunnen verlenen, vergelijkbaar met arts of advocaat. 
  • Van heel goed naar excellent
    Hier gaat het om het verleggen van de sturing van de verbetering van het systeem naar de scholen. Hier gaat het om kwaliteitsverbeteringen door een andere cultuur in scholen: peer-based learning voor docenten zodat ze ervaringen uitwisselen en samenwerken. Het systeem ondersteunt innovatie en experimenten.

Over de fasen heen is te zien dat het accent verschuift van een centrale aansturing naar een sturing op school niveau en een verantwoordelijkheid bij professionele docenten.

Naast de min of meer fase gebonden factoren is er sprake van interventies die over alle fasen heen gaan maar wel verschillen per fase. Het gaat om interventies als aandacht voor een vernieuwing van het curriculum, de beloningsstructuur voor docenten, professionalisering van docenten en schoolleiders, examinering, registratiesystemen en ruimte voor innovatie en experimenten in beleid en wetgeving.

Nederland was niet opgenomen in het lijstje, ondanks al onze hervormingen en investeringen zijn we er blijkbaar niet in geslaagd een duidelijke meerwaarde te realiseren. Sterker nog, we zijn niet voor niets met een inhaalslag taal en rekenen bezig.
Wat voor initiatieven zijn mogelijk om ook het Nederlandse onderwijs daadwerkelijk een stap vooruit te helpen? Daar komen we nog op terug...

vrijdag 4 mei 2012

De staat van het onderwijs

De Onderwijsinspectie beschrijft 'de staat van het onderwijs' in het nieuwe jaarverslag over 2010/2011. Dat gebeurt in een fraai vormgegeven, lijvig rapport met een afzonderlijke samenvatting. Er is zelfs een speciale themawebsite voor samengesteld.

Een paar kernpunten over de staat van ons onderwijs:
We doen het vergeleken met andere landen nog helemaal niet zo slecht al kan en moet het beter. Immers, stilstand is achteruitgang. Eén van de constateringen is, dat het opleidingsniveau al een hele tijd toeneemt. Er is een duidelijke verschuiving in de richting van hogere opleidingsvormen. Dat is mooi, ook in het licht van de globalisering en de kenniseconomie. Ik vind echter geen verklaring voor die stijging. Worden we met zijn allen steeds slimmer? Zijn de onderwijsmethoden verbeterd (en dat in het licht van de huidige discussie over de kwaliteit van het onderwijs). Of is er (ook) sprake van een zekere devaluatie van het hele onderwijsbestel?
Een andere constatering in het rapport gaat over de kwaliteit van docenten. De 'meesten' (orde van grootte: 75%) beschikken over de basiskwaliteiten om les te geven, een 'aanzienlijk deel' (orde van grootte: 50-75%) mist echter complexe vaardigheden, die bijvoorbeeld nodig zijn om meer maatwerk te leveren. Hier is dus nog heel wat te doen. En dan te bedenken dat de kwaliteit van het onderwijs eigenlijk bepaald wordt door de kwaliteit van de docenten!
De Inspectie constateert ook dat er meer maatwerk nodig is om met name kwetsbare leerlingen goed te kunnen bedienen. Het MBO is met tweederde nog het verst daarin. Heeft maatwerk leveren echter niet te maken met het 'hoe'? Oftewel, is het aan de Inspectie om daar een oordeel over te geven?
Er zijn nog veel meer onderwerpen die in het rapport en de samenvatting worden behandeld. Als je gek bent op cijfers, is het zeker de moeite waard er eens in te duiken!

Toch even iets over de vormgeving: daar hebben wat bureautjes zich duidelijk op mogen uitleven. Fraai vormgegeven grafieken en schema's op basis van allerlei gearrangeerde foto's. (Het doet me een beetje denken aan infographics) Het mag wat kosten, blijkbaar. En dat is niet de enige zwakte van de vormgeving. Soms zijn de grafieken juist door die creatieve weergave gewoon niet duidelijk. Daarnaast doet het speelse een beetje afbreuk aan het serieuze imago van de Onderwijsinspectie. Wellicht is dat heel bewust gebeurt, vanuit een poging een wat luchtiger imago te creëren. Dat is wel gelukt maar of dat ten goede komt aan de inhoud?