donderdag 18 oktober 2007

Jantje met de nieuwe hamer

Wat me de laatste tijd overkomt, weet ik niet maar het lijkt dat het steeds drukker wordt. Dus van bloggen komt momenteel niet zoveel. ROC-i, een cursus architectuur, werken aan een simulatie voor Flexibel Leren, een subsidieaanvraag bij het HPBO voor een groot project Onderwijslogistiek, een dagdeel voor op de werkvloer met vanalles wat dat met zich meebrengt. En overal is wel iets over te schrijven. En dan zijn er nog boeken te lezen, weblogs te volgen, een studiereis voor te bereiden. Dat kost alles bij elkaar af en toe wat extra uren. Maar het komt allemaal wel weer goed!

Vandaag hebben we met één groep de laatste cursusdag Architectuur gehad. Met de hele groep de praktijk ingedoken, in die zin dat we gewerkt hebben aan de contouren van een referentiearchitectuur voor de MBO-sector. Binnenkort komt er een omgeving bij Kennisnet beschikbaar waar die architectuur kan worden opgezet en bekeken. Die kan dan de basis vormen voor een community van mensen die zich in de MBO-sector met die architectuur bezig houden.
De achtergrondinformatie, de discussies, het heeft me weer een hoop nieuwe inzichten gegeven. Dan bekruipt me af en toe het valkuilgevoel van 'Jantje met de nieuwe hamer voor wie alles een spijker is!'. Met architectuur kun je wel veel, maar zeker niet alles oplossen.

Met architectuur breng je samenhang, reduceer je de complexiteit. Als je dan naar het huidige politieke toneel kijkt: weer een politieke partij erbij. Weer minder samenhang, weer wat complexer. Trots op Nederland? Met Rita Verdonk? Een contradictio In terminis.

vrijdag 12 oktober 2007

Koppelingen

Informatie moet aan een aantal eisen voldoen. Het moet tijdig zijn (een weerbericht uit de krant van een paar dagen geleden is niet echt zinvol meer), betrouwbaar (als een student zijn eigen proefwerk heeft nagekeken en zegt dat hij een 8 heeft), eenduidig (als iemand is aangekomen, wordt dan bedoeld dat hij is gearriveerd of dat hij ruzie heeft met de weegschaal?), accuraat (honderdduizend komma twee), enzovoorts.
Dat stelt eisen aan de informatievoorziening. Zo moet elk gegeven op één plek worden vastgelegd en onderhouden, wil je niet dat onbevoegden de kans hebben om gegevens aan te passen, moeten er goede afspraken worden gemaakt over wat er bedoeld wordt met een bepaald brokje informatie (een 'gegevenswoordenboek').

Afgelopen week heb ik door toeval met verschillende mensen gesproken over koppelingen. Er zijn discussies gevoerd over het Elektronisch Leerdossier (de overdracht van gegevens van de ene onderwijsinstelling naar de andere), BRON (Basisregistratie Onderwijsnummer, overdracht van studentgegevens naar de IB-groep) en een lokaal project in de regio Eindhoven, het RTO (Real Time Overdracht, niet veel internetinformatie te vinden).
Binnen het ELD wordt momenteel gewerkt aan een Proof of Concept, een project waarbij gegevens van een lerende van de ene school wordt overgedragen aan een centrale database, na aanmelding kan de school waar de lerende is aangemeld de gegevens ophalen. Klinkt simpel.

Het RTO project is opgezet om zorgleerlingen die van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs gaan, te kunnen monitoren. Doordat alle basisscholen hun gegevens aanleveren aan een centrale database waar vervolgens scholen voor VO gegevens uit kunnen halen als de desbetreffende leerling bij hen wordt aangemeld. De database levert dan inzicht in wat er met die zorgleerlingen gebeurt.
Het idee is nu om een vergelijkbaar systeem op te zetten tussen VO en MBO. VO-scholen melden hun schoolverlaters aan in het systeem, het MBO meldt eveneens aan het systeem wie er zijn aangemeld en aangenomen. Daarmee wordt binnen het systeem zichtbaar welke leerlingen blijkbaar niet op een MBO terechtkomen. Dan kan er vroegtijdig worden ingegrepen door een leerplichtambtenaar of het RMC (Regionaal Meld- en Coördinatiepunt, bedoeld voor schoolverlaters zonder diploma op minimaal MBO-niveau 2 of HAVO). En als er eenmaal zo´n schakelpunt is, kun je natuurlijk nog veel meer dingen doen. Klinkt leuk.

In de discussies die ik de afgelopen weken gevoerd heb over deze koppelingen blijkt dat het allemaal zo simpel nog niet is. Er spelen tal van zaken:

  • Wie is eigenaar van de gegevens in het schakelpunt? De lerende? De aanleverende school? de ontvangende school? De eigenaar van het schakelpunt? De lerende wellicht. Die (of diens wettelijke vertegenwoordigers) wordt dan ook om toestemming gevraagd.
    Nou, laten we de vraag anders stellen, wie is er verantwoordelijk voor die gegevens? Als de ontvangende school gegevens uit het schakelpunt haalt, die om wat voor reden dan ook niet blijken te kloppen, moet je het zoeken bij de toeleverende school. Maar hoe weet je als ontvanger, dat die gegevens niet correct zijn? Een deel van de gegevens komt overeen met wat er in BRON staat. Kan een koppeling tussen het schakelpunt en BRON dan een (deel van de) oplossing zijn? 'Niet doen', roepen deskundigen, 'de scholen zijn zelf al gekoppeld met BRON, dat kan ruis opleveren als dezelfde gegevens later nog een keer worden gecontroleerd met de gegevens in BRON (waar immers wijzigingen in opgetreden kunnen zijn)'.
  • Gegevens die je wilt doorgeven, zul je dan ook wel moeten registreren. Dat betekent dus veel werk voor participerende scholen. Niet alleen de eigen administratiesystemen moeten in staat zijn de gegevens te registreren en door te sturen, ook moeten er procedures zijn waarmee de registratie van gegevens is geregeld. En die procedures moeten ook worden nageleefd, dus gecontroleerd.
    Veel scholen zijn op dit moment nog niet in staat hun administratie aan te passen aan het verwerken van de noodzakelijke gegevens. Dan ontstaat dus ook het kip-ei probleem: als er te weinig scholen zijn die mee doen gaat het niet werken, als het niet gaat werken denken scholen nog wel een keertje na voordat ze een aanpassing van hun administratieve organisatie gaan aanpakken.
  • Privacy is ook nog zo´n punt.

En zo zijn er nog best wat dingen te bedenken. Helemaal niet zo simpel dus. En ik dacht nog wel, dat ICT was bedoeld om zaken simpeler te maken...

dinsdag 9 oktober 2007

Taalvaardigheid

Met vette letters stond het vanmorgen in de krant: Mbo-scholier faalt door slecht lezen. Het Bureau ICE heeft een onderzoek gedaan naar de taalvaardigheid van MBO-studenten en komt met schrikbarende cijfers. Karen Heij, directeur van ICE, geeft nog wat aanvullende informatie over het onderzoek en de resultaten in een apart interview. Het taalniveau wordt uitgedrukt in een aantal niveaus zoals die zijn opgesteld in het kader van het Common European Framework, het CEF, zoals hier uitgewerkt door de Rijksuniversiteit Groningen.
In het interview wordt ook de vraag gesteld of het nou een heel wezenlijk probleem is. Als je dan een paar bladzijdes verder weer een artikel tegenkomt 'Armen dupe door lastige taal' dan lijkt me het probleem wel duidelijk.

Toch maakt zo'n artikel me altijd nieuwsgierig. Het roept bij mij althans een aantal vragen op. Neem nou het onderzoek. Als, laten we zeggen, een sigarettenfabrikant een onderzoek publiceert waarin de schadelijkheid van roken wordt betwijfeld, gaan er bij veel mensen de nekharen overeind staan. Als een bureau als ICE, die zelf allerlei zaken rondom taalontwikkeling en toetsing, zoals de TOA, aan de man brengt, een taalonderzoek publiceert... Begrijp me niet verkeerd: ik neem het signaal bijzonder serieus en wil dan ook graag meedenken over oplossingen, maar een beetje een kritische blik is nooit verkeerd, natuurlijk.
Blijkbaar heeft het 'Freakonomics'-virus me een beetje aangetast: er komen nu nog veel meer vragen bovendrijven. Wat is nou de werkelijke oorzaak achter het probleem? Dat is immers van belang om tot goede oplossingen te komen. Het artikel suggereert, dat

'...vooral in de Randstad de achterstanden heel groot zijn. Daaruit is af te leiden dat het grote aandeel van kinderen uit etnische minderheden het gemiddelde taalniveau drukt'

Dat zou ik getalsmatig wel wat beter onderbouwd willen zien (misschien is dat wel gebeurd, maar dat lees ik nergens). Er is natuurlijk nog veel meer gebeurd. Wat is de relatie met nieuwe lesmethoden? Met de onderwijsvernieuwingen? Met de (eveneens afnemende) kwaliteit van de leerkrachten?

(Overigens, ook hier weer niets nieuws onder de zon. Al enige tijd geleden heeft CINOP in opdracht van de Inspectie een onderzoek uitgevoerd dat een rapport heeft opgeleverd 'Nederlands in het MBO'. De Inspectie gaf naar aanleiding daarvan al aan, dat er reden is tot zorg.)

Voor wie er meer van wil weten, van 11 tot en met 14 oktober wordt de 6e editie van de Plain Language Conference gehouden in de Beurs van Berlage in Amsterdam.

donderdag 4 oktober 2007

Informatie architectuur

Informatiearchitectuur is een middel om je organisatie flexibeler, beter beheersbaar, transparanter, enzovoorts te maken. Nu blijken er in de praktijk veel verschillende definities van architectuur te zijn. Dat maakt het lastig om daar op een eenduidige manier over te spreken. (Het is eigenlijk wel een typisch fenomeen, want als er iets is dat architectuur moet bewerkstelligen is wel een eenduidige manier om over bepaalde zaken te spreken. Dat schreeuwt toch om een heldere definitie.)
Tijdens de cursus Informatiearchitectuur, zoals georganiseerd door ROC-i-partners en momenteel door ABIO wordt verzorgd, passeert een hele reeks omschrijvingen de revue. Een hele hoop van die omschrijvingen bieden (mij althans) maar heel weinig aanknopingspunten:

  • Architectuur is de beperking van de ontwerpvrijheid
  • Information architecture is inherent, practical or theoretical knowledge having to do with the presentation of written, spoken, graphical or other information.
  • Het structurele ontwerp van gedeelde informatieomgevingen
  • Een groeiende praktijkgmeenschap, zich concentrerend op het verspreiden van ontwerpprincipes en architectuur voor het digitale landchap
  • De fundamentele organisatie van een systeem, belichaamd door zijn componenten en hun relaties met elkaar en de omgeving en de principes die zijn ontwerp en evolutie leiden

Nou, dat schiet niet echt op. Een paar omschrijvingen zijn al wat helderder.

  • Architectuur is een coherente, consistente verzameling principes, verbijzonderd naar uitgangspunten, regels, richtlijnen, en standaarden die beschrijft hoe een onderneming, de informatievoorziening, applicaties en de infrastructuur zijn vormgegeven en zich voordoen in het gebruik
  • Een architectuur is een representatie van een werkelijkheid (systeem) en stelt eisen aan dat systeem. Het moet laten zien binnen welke eisen en randvoorwaarden ontwerpbeslissingen genomen kunnen worden

Maar nog steeds zitten er in die omschrijvingen elementen die het geheel niet helder maken. Ook de wikipediaomschrijving maakt me niet gelukkig.
Dan zit er niets anders op dan een eigen, ROC-i werkdefinitie informatiearchitectuur te maken. Zo’n definitie moet natuurlijk aan een aantal voorwaarden voldoen. Eén van die voorwaarden is, dat ook bestuurders het gevoel krijgen dat ze er iets mee kunnen. Daar gaat-ie:

Architectuur is een representatie van de werkelijkheid in de vorm van een verzameling samenhangende uitspraken (uitgangspunten, regels, richtlijnen, modellen en standaarden) waarmee de ontwerpruimte wordt aangegeven voor het (door)ontwikkelen van de organisatie en diens informatievoorziening.

Een architectuur is iets, dat net als missie, visie en strategie specifiek bij een organisatie hoort. Dat moet dus door de organisatie zelf opgepakt en ontwikkeld worden. (Dat is overigens nog iets anders dan dat elke medewerker de architectuur tussen de oren moet hebben zitten!)
Vanuit de invalshoek van een samenwerkingsverband als ROC-i-partners is het dan zaak om veel meer uit te gaan van de overeenkomsten tussen alle organisaties. Dan ga je geen complete architectuur uitwerken, die door instellingen kan worden overgenomen, dan ga je werken aan een referentiearchitectuur. Vanuit de vorige definitie zou je ook hier een werkdefinitie voor kunnen formuleren:

Een referentiearchitectuur is een representatie van een gemeenschappelijke, virtuele werkelijkheid in de vorm van een optionele verzameling samenhangende uitspraken (uitgangspunten, regels, richtlijnen, modellen en standaarden) waarmee een mogelijke ontwerpruimte wordt aangegeven voor het (door)ontwikkelen van een organisatie en diens informatievoorziening.

Hiermee wordt een aantal inperkingen ten aanzien van de definite van ‘architectuur’ gegeven:

  • Gemeenschappelijke, virtuele werkelijkheid:
    Het gaat om datgene wat de verschillende instellingen bindt, en niet wat hen onderscheidt, het gaat bovendien niet om een bestaande werkelijkheid, dat maakt het virtueel.
  • Optionele verzameling uitspraken
    Instellingen kunnen zelf kiezen wat ze wel en wat ze niet uit de referentiearchitectuur gebruiken
  • Een mogelijke ontwerpruimte
    Afhankelijk van de keuze voor de uitspraken die worden overgenomen kunnen de consequenties voor de ontwerpruimte inzichtelijk worden gemaakt.

En zoals het een werkdefinitie betaamt: er moet nog aan gewerkt worden. Dus, eenieder, die zich geroepen voelt om bovenstaande beschrijving van commentaar of aanpassingen te voorzien, wees welkom.

(NB: ik heb niet de pretentie hier een nieuwe wiki te starten, ik voel me echter niet de specialist die de officiële wiki wel eens even zal aanpassen.)

dinsdag 2 oktober 2007

LinkedIn (II)

LinkedinKijk, dat is nou e-leren en netwerken tegelijk. Je vertelt wat over je ervaringen met LinkedIn, meteen krijg je wat tips over het gebruik van groepen op de site. Inmiddels een groep "ROC-i-Partners" aangemaakt. De eerste mensen al een uitnodiging gestuurd, eerst even wat in een klein clubje uitproberen. Als je (als ROC-i lid!) mee wilt doen om wat dingen uit te proberen moet je dat even laten weten, dan krijg je ook een uitnodiging tot de groep.
Ik had aangegeven dat je je expertise kunt aangeven onder ' specialities'. Terecht komt dan de vraag: 'waar zit dat?' Dat kun je zelf instellen bij je 'Public Profile'. Kies voor 'My Profile' en dan 'Edit my Public Profile' .

Linkin2_1 

zondag 30 september 2007

LinkedIn

Een hele tijd terug alweer kreeg ik een uitnodiging van ik-weet-al-niet-meer-wie om deel uit te maken van diens netwerk op LinkedIn.
LinkedIn is een website als zovelen waarin je een profiel kunt aanmaken van je beroep, je opleiding, je ervaring, noem maar op. Vervolgens kun je personen uitnodigen om deel uit te gaan maken van je netwerk. Je kunt personen opzoeken, die je kent, krijgt een overzicht van contacten die hij en jij gezamenlijk hebben, etcetera. En eerlijk is eerlijk, het werkt een beetje verslavend. Steeds als je weer iemand tegenkomt die je kent, kun je een uitnodiging versturen. Is zo'n uitnoding eenmaal geaccepteerd kun je bij dat nieuwe contact ook weer kijken wie hij of zij kent en vervolgens bekende namen opzoeken om die ook weer een uitnodiging te sturen. Gewoon eens kijken hoe ver ik kom.   Profile_1 

Vanuit de website krijg je allerlei tips hoe je je netwerk verder kunt uitbreiden en hoe je je profiel verder kunt opwaarderen: "Adding your picture will bring you to 85%".

Nou had ik een speciale reden om LinkedIn eens te nader bekijken. Bij ROC-i-Partners hebben we het er al een tijdje over of we een expertnetwerk in het leven kunnen roepen. Het idee is goed, alleen, hoe onderhoud je zo'n netwerk? Ik had het idee dat je vooral zelf niet moet gaan maken wat er al lang is. Dus LinkedIn ingedoken met de vraag: is dit bruikbaar als platform voor een ROC-i netwerk?
In elk geval moet het dan aan een aantal voorwaarden voldoen: je moet kunnen zoeken binnen de club van ROC-i, je moet bepaalde expertisegebieden kunnen terugvinden, je moet personen, direct kunnen benaderen, je moet vragen kunnen stellen en beantwoorden. Nou, dat kan allemaal.
Vermeld bij 'Company' de naam "ROC-i-Partners" en geef bij je "Specialties" je expertise domein(en) op. Vervolgens kun je bij Advanced search op die criteria zoeken.

Natuurlijk, het is niet helemaal dekkend. Ik zou graag een groep mensen een mailtje willen sturen, er zijn mensen die het domein ROC-i-Partners graag zouden willen afschermen van de buitenwereld (we zitten natuurlijk niet op allerlei spam te wachten van leveranciers), enzovoorts.
Toch, het proberen waard. Eens kijken, of we dit daadwerkelijk handjes en voetjes kunnen geven. Welke ROC-i-partner begint alvast met het invullen van zijn/haar gegevens?

zaterdag 29 september 2007

En waar ging het nou ook alweer om?

Waar ging het nou ook alweer om in het onderwijs? Verwerven van kennis en vaardigheden, ontwikkelen van competenties, toch? Daarom wilden we toch af van dat oude eindtermenonderwijs? De zesjescultuur?
Onderwijs, dat is bouwen aan je eigen gereedschap, je toekomst, geluk. En laat het ook vooral leuk zijn om er mee bezig te zijn.
Dus dat papiertje met wat getallen of wat tekst, dat is eigenlijk niet zo belangrijk, dat is niet veel meer dan een stukje bewijslast. De ceremonie eromheen is eigenlijk ook maar saai, dus, nou ja.

Cimg0909_1 Wat maakt dan toch dat het krijgen van zo'n papiertje, een diploma, zo ervaren wordt als een groots moment, een mijlpaal, zo'n ultiem moment van 'yes' (met tachtig uitroeptekens)? En dan vooral als je het zelf niet hebt behaald maar één van je kinderen. Misschien, omdat het ook een beetje een diploma is voor je eigen ouderschap ? Voor de moeite die je hebt gedaan om hem (vroeger) te stimuleren en te motiveren. Een beetje compensatie voor de frustratie rondom dat jaartje doubleren. Ach wat, het is gewoon heerlijk om dat gevoel van trots op je eigen kind even te kunnen vatten in een moment, even te kunnen vastpakken in de vorm van een papiertje.

Kerel, proficiat! Op naar de Master...