zaterdag 3 november 2007

Het ELD werkt!

In de afgelopen maanden heeft de organisatie van het Elektronisch Leer Dossier (ELD) informatiebijeenkomsten gehouden in het land. Daar waren kritische geluiden te horen over allerlei aspecten van het ELD, met name met betrekking tot het ´HOE´ (Het 'WAT' regelt de inhoud van het ELD, de standaard over welke gegevens worden overgedragen, het 'HOE' gaat over de overdracht zelf). Op 1 november j.l. werd de jaarlijkse ELD-conferentie gehouden in de Rode Hoed in Amsterdam. Ik was nieuwsgierig naar de stand van zaken met betrekking tot het 'Proof of Concept', de test waarin zou worden aangetoond dat het ELD echt werkt.

Lieneke Jongeling, voorzitter van de Stuurgroep ELD, gaf het ELD weer met een voor de hand liggende maar wel mooie metafoor: een brug. Bij mij ontstond het beeld van een onderwijssysteem van allemaal losliggende eilanden met daarbij een plaatje van jongeren die klaarstaan om naar het volgende eiland te zwemmen naast een brug in aanbouw.
In een forumdiscussie met een aantal spelers uit de onderwijsketen werden de voordelen van een (volledig geïmplementeerd en werkend!) ELD nog eens uit de doeken gedaan.

Daar kwam de kern van het hele verhaal naar mijn idee toch net te weinig aan bod: Het ELD gaat over de overdracht van gegevens tussen instellingen, over de metaforische brug. De echte kern zit hem echter niet in de brug zelf. De kern zit ergens anders, die zit voor een beperkt deel in het bruggenhoofd op de eilanden (de administratieve systemen) maar vooral in de toevoerwegen vanuit alle delen van het eiland naar die brug toe: het primair proces en de begeleiding én daarnaast een goede registratie van de resultaten daarvan. Als er geen goede begeleiding is, als de resultaten van die begeleiding niet goed worden geregistreerd, dan heb je niets aan een mooi administratiesysteem en al helemaal niets aan de overdracht van gegevens. Eenzelfde probleem zit aan de andere kant. Natuurlijk is het mooi als je gegevens binnenkrijgt. Als er bij de intake verder niets mee gebeurt of als de mensen, die er iets mee moeten doen, er niet voor zijn opgeleid, dan heeft het nog steeds geen zin.
De zwakke schakel zit dus in de kwaliteit van het onderwijs en de registratie van gegevens (wat overigens door de organisatie wel wordt herkend en erkend). Het ELD wordt pas echt zinvol, als dat binnen de scholen op orde is.
Nou houd ik ervan de dingen eens om te draaien: gebruik het ELD nou juist als een stimulans om te werken aan de verbetering van de kwaliteit van de begeleiding en de registratie: met een ELD kunnen die verbeteringen leiden tot een zichtbaar effect.

Gerard van der Hoorn gaf als projectleider van de 'Proof of Concept' een presentatie en demonstratie van de werking van het ELD.

De bedoeling was dat gegevens uit de schooladministratie van de ene school met één druk op de knop konden worden overgedragen aan het schakelpunt een database die de gegevens kon opvangen, bewaren en doorsluizen. Met wederom één druk op de knop zouden de gegevens dan weer kunnen worden opgehaald door de volgende school. Een aantal softwareleveranciers had de eigen applicatie aangepast en aangesloten op het schakelpunt.

Toen werd er live 'op de knoppen gedrukt'. En verdomd, je zag de gegevens bijna letterlijk van de ene kant van de zaal naar de andere flitsen. Hartstikke mooi, ik was echt onder de indruk! Het ELD werkt dus echt, nou ja, technisch dan.

Tijdens de pauze heb ik wat interessante discussies gevoerd. Daar werden in korte tijd veel kritische noten gekraakt. Over beveiliging, privacy, over de gegevens die daadwerkelijk werden overgedragen, de overlap met BRON, over wielen die opnieuw werden uitgevonden, over de onduidelijkheid van de standaard, zelfs over het 'geldverkwistende' filmpje. Voor één van de softwareleveranciers gaf dat alles nog voldoende bedenkingen om het aanpassen van de software nog even af te houden. Als ik eerlijk ben, klinkt het allemaal toch als 'ja maar...', als beren op de weg, op alleen maar terugkijken wat er niet goed is gegaan of nog niet is gerealiseerd.

Kom op, jongens! Natuurlijk is het allemaal niet klaar, wordt het onderwijs zelf met dit resultaat er nog niet beter op. Maar met het ELD wordt wel een aantal cruciale randvoorwaarden gerealiseerd om het onderwijs en de begeleiding daadwerkelijk te kunnen verbeteren! En dan kom je terecht bij de plek waar het allemaal gebeurt, bij de mensen, die het moeten doen! Maar daar gaat het volgende verhaaltje over...

donderdag 1 november 2007

Aan alles komt een einde...

Ook voor deze innovatieadviseur blijkt de wereld groter zijn dan de onderwijswereld. Inmiddels is duidelijk dat ik op 1 januari aanstaande de overstap ga maken naar een adviesbureau waar ik me als senioradviseur zal gaan bezig houden met onder andere (hoe kan het ook anders) onderwijs en ICT.
(Omdat ik het met het bedrijf verder nog geen afspraken heb gemaakt over het bloggen laat ik de naam hier nog maar even achterwege, ingewijden weten het inmiddels).

Dat betekent natuurlijk voor mij persoonlijk een hele hoop. Laat ik er niet omheen draaien, als een 'omhooggevallen' docent heb ik buiten het onderwijs nog best een hoop te leren. Maar dat maakt het juist zo spannend. Het doet me in elk geval denken aan het boekje van Peter Vonk: "Neem nooit competente mensen aan (...) ". Natuurlijk, die hebben niks te leren, hebben dus geen uitdaging.

Het betekent ook afscheid nemen. Als ik me bedenk met hoeveel mensen ik de afgelopen jaren kennis heb gemaakt, gesproken en gewerkt heb, gemopperd heb op de grote boze buitenwereld, maar ook plezier heb gehad, en vooral: van geleerd heb. Dat moeten er toch zeker een paar honderd zijn geweest. Een beetje weemoed voel ik dan ook wel.
Maar van de andere kant, de wereld is klein en plat. We komen elkaar ongetwijfeld weer tegen. En daarnaast komen er ook weer een hele hoop nieuwe mensen bij!

Wat het betekent voor mijn weblog? Wie zal het zeggen. Het is leuk om te doen maar moet wel relevant zijn. Zolang ik kan blijf ik de onderwijsontwikkelingen volgen en becommentariëren. En wie weet zet ik er eentje naast: 'adviseurvoorovermorgen'. In elk geval in die hoek ook eens wat rss'jes gaan zoeken...

Zesjescultuur is voorbij!

De_zes_is_uit_99511cHad ik het in het laatste bericht nog over de zesjescultuur in het onderwijs, staat nu alweer in de krant, dat de zesjescultuur alweer voorbij is! Ron Welter van de Radboud Universiteit in Nijmegen heeft naar aanleiding van een uitspraak van Balkenende ('we moeten de mentaliteit van middelmatigheid achter ons laten') eens onderzocht hoe het zit me die zesjescultuur. Het blijkt dat van het aantal behaalde voldoendes het aantal van de zessen de afgelopen jaren sterk is gedaald!
Kijk, dat vind ik nou leuk. Niet zozeer, dat we (ze!) blijkbaar 'de mentaliteit van middelmatigheid' een beetje aan het verlaten zijn, maar dat iemand de handschoen oppakt als er weer eens een uitspraak de ruimte in wordt geslingerd.
Bij mij ontstaan wel onmddellijk weer een hoop extra vragen die me net zo interessant lijken om uit te zoeken. In dit geval niet zozeer dat het gebeurt maar vooral waarom het gebeurt. Is er een correlatie te leggen naar de prestatiebeurs? De invoering van het BAMA-systeem, studiepunten? Zouden we bij ons op het roc niet eens kunnen kijken in hoeverre dit ook bij ons speelt? En zo nog wat van die dingen.

Laten we niet te hard van stapel lopen. Nog vrij recent werd in een Europees onderzoek aangegeven dat tweederde van de Nederlandse studenten niet zoveel moeite deed om meer dan een zes te halen. Het maakt hier immers niet uit of je een zes of negen haalt, je krijgt toch toch evenveel studiepunten. Ik vond er wat over op de weblog van Qabouter.

Je kunt natuurlijk ook erg streng zijn. In 1999 werd het Marnixcollege in Ede door de inspectie op de vingers getikt omdat leerlingen daar met een zesjes- en zeventjesrapport bleven zitten in Havo-2 (bron: betaald artikel op de Volkskrantwebsite).

zondag 28 oktober 2007

Kenniseconomie en onderwijs

In het oktobernummer van Natuurwetenschap en Technologie (NWT) stond een artikel van Dick Thoenes over de kenniseconomie (helaas niet volledig online beschikbaar). Thoenes, vooral bekend van zijn kritiek op het klimaatdebat, geeft in dit artikel aan, dat de kenniseconomie de afgelopen jaren systematisch is afgebroken. Daar hebben verschillende factoren een rol in gespeeld: de verguizing van de wetenschap (vooral chemie) vanaf eind jaren 60 (volgens de media en de publieke opinie was de wetenschap de oorzaak van allerlei problemen waaronder de milieuvervuiling) met als gevolg dat steeds minder mensen een wetenschappelijke of technisch studie gingen volgen. Ook de tendens van de 'zesjescultuur' waarin uitblinken een negatieve klank kreeg ('je hoefde nergens veel verstand van te hebben, als je er maar over kon meepraten, daarmee kon je zelfs minister worden, zie je nu'). Verder hebben de schaalvergroting in het onderwijs en de achteruitgang van de kwaliteit daarvan in zijn ogen een rol gespeeld. Tevens krijgen de op winst beluste aandeelhouders er van langs. Die verkopen juist de bedrijfsonderdelen waar hoogwaardige toepassingen worden bedacht.
Natuurlijk wordt bij de 'oplossingen' het terugdraaien van de schaalvergrotingen en herstructureringen in het onderwijs genoemd en krijgt Beter Onderwijs Nederland een hart onder de riem gestoken.

Ik laat de strekking van het artikel even voor wat het is. Het heeft me wel aan het denken gezet over de 'kenniseconomie' of 'kennismaatschappij' of 'informatiemaatschappij' in relatie tot het onderwijs .
Even de kreten op een rij, te beginnen bij de 'Informatiemaatschappij': De Nederlandse Wikipedia kent het begrip niet. Vreemd, als je bedenkt dat Google zo'n 286.000 hits geeft. De EU heeft er in elk geval wel een hele website over. De Engelstalige versie kent het begrip 'Information society' wel maar erkent ondanks de uitgebreide omschrijving dat het begrip vaag is (' ... characterize the information society as one in which people do immaterial labour.') en dat er ook nog wel enkele problemen aan kleven:

"...problem with the idea of the information society is that there is no easily agreed upon definition of the term, which can not only include art, texts, blueprints and scientific theories, but also lies, football results, trivia, random letters, mistakes and so on. Information is not necessarily productive or useful. It can even be harmful."

'One problem with this model is that it ignores the material and essentially industrial basis of the society ...it does point to a problem for workers, namely how many creative people does this society need to function? For example, it may be that you only need a few star performers, rather than a plethora of non-celebrities, as the work of those performers can be easily distributed, forcing all secondary players to the bottom of the market.'

Kortom: een algemene beschikbaarheid van informatie betekent nog niet dat al de informatie zinvol is en bovendien is het nog maar de vraag hoeveel mensen er nu werkelijk creatief moeten zijn om een kennissamenleving daadwerkelijk draaiend te houden?

Wikipedia kent de term 'kennismaatschappij' ook al niet. De term wordt alleen genoemd in een artikeltje over de Bologna-verklaring van de EU over het Hoger Onderwijs.

Over kenniseconomie zegt Wikipedia:

Kenniseconomie is een vrij abstract begrip uit de economie waarmee wordt bedoeld dat een significant deel van de economische groei voortkomt uit (technische) kennis. Het is een economie waarin de productiefactor 'kennis' een steeds belangrijkere plaats in neemt ten opzichte van arbeid, natuur en kapitaal (de drie traditionele productiefactoren). Dit past binnen de algemene verschuiving van arbeid in de landbouw, naar industrie naar diensten.

Kennis wordt dus steeds belangrijker in producten. Bij elke verbetering van een product wordt in feite kennis toegevoegd waarmee de waarde van dat product stijgt. Sommige producten bestaan in feite alleen maar uit kennis (een computerprogramma, bijvoorbeeld).

En dan het onderwijs. Bij veel onderwijsvernieuwingsplannen wordt de kennismaatschappij als gegeven én als uitgangspunt genoemd. Zo moet de uitval sterk worden verminderd (al heb je geen kennismaatschappij-reden nodig om dat te willen). Ook moet de doorstroming naar hogere niveaus en hoger onderwijs worden bevorderd. Daar zit natuurlijk een vreemde gedachtekronkel achter. Er zijn twee manieren om (veel) meer studenten te laten doorstromen naar het hoger onderwijs: het gemiddelde IQ flink laten stijgen of het niveau van het (hoger) onderwijs laten dalen. Thoenes gaf al aan, dat we juist de uitblinkers nodig hebben. Dan kan dit laatste dus niet de oplossing zijn!

Zou het werkelijk mogelijk zijn mensen slimmer te te maken? Zeker is, dat de hoeveelheid beschikbare informatie explosief is gegroeid. Een gemiddelde scholier krijgt momenteel in zijn schoolloopbaan al even veel kennis over zich uitgestort als een 17de eeuwse wetenschapper gedurende zijn hele leven. Blijkbaar zijn we wel in staat meer kennis te verwerven en een plek te geven. Biedt een student daarbij allerlei informatieverwerkende hulpmiddelen (inclusief slimmere vormen van onderwijs, zie ook Coen Free), dan zou je toch verwachten dat we in staat zouden moeten zijn er meer uit te halen? Ook het beeld, dat ontstaat rond de Einstein-generatie lijkt wat dat betreft mogelijkheden te bieden.

Waar lopen we momenteel dan tegenaan? We zijn nog druk op zoek naar de meest optimale onderwijsvormen én naar de manier waarop we dat moeten organiseren. Terug naar het traditionele onderwijs (wat immers gerelateerd was aan het industriële tijdperk), lijkt me niet het antwoord. Er speelt natuurlijk nog veel meer. Het tijdperk waarin mensen met een minimale inspanning het maximale willen bereiken (het Idols-effect) versterkt natuurlijk de zesjescultuur. Om iets te berieken, zul je keihard moeten knokken! Wat we nodig hebben, zijn de uitblinkers, de knokkers, de mensen die er voor willen gaan. Wat we ook veranderen aan het onderwijs, het stimuleren van de studenten om het uiterste uit zichzelf te halen, is een bittere noodzaak. Dan denk ik ook nog even terug aan de oudersgesprekken in 'de Aarde is plat' (de één na laatste alinea).

zaterdag 20 oktober 2007

Basisbeurs afschaffen vereist creativiteit

Je kunt je voorstellen dat ik als vader van vier kinderen, waarvan er twee vallen onder de categorie 'uitwonende student' en nog twee te gaan, me betrokken voel bij de berichtgeving rondom het al dan niet afschaffen van de basisbeurs. Ik heb me deze week dan ook behoorlijk geërgerd aan de politiek.
Afschaffen van de basisbeurs, kan het nog onzinniger?

Kort gezegd: ja dat kan. De kortzichtigheid waarmee jan en alleman op basis van een gerucht over Plasterk valt, is van een bedroevend hoog kaliber. Als het vervallen van de basisbeurs één van de opties is waarmee hij de lerarensalarissen kan verhogen, laat dat dan eens even tot je doordringen, tel even tot tien, denk na en bekijk wat voor mogelijke alternatieven er zijn. Het sociale leenstelsel, dat de PvdA voorstaat, is helemaal zo slecht nog niet. Je leent je beurs en betaalt die lening naar draagkracht terug. Er zou ook zoiets ingevoerd kunnen worden als een academiscusbelasting. Het CPB heeft die dingen al eens op een rijtje gezet en doorgerekend. Het feit dat het bij voorbaat al wordt afgewezen, is gebaseerd op aannames (beperking van de toegankelijkheid van het hoger onderwijs) en partijpolitiek (wat zullen de kiezers er van denken?). Het is in elk geval desastreus voor het bedenken van creatieve oplossingen. Want als je in die kringen eenmaal hebt geroepen dat het niet kan, is het bijna politieke zelfmoord om daarop terug te komen. En het is nou juist die creativiteit die we in het onderwijs (of zelfs de hele samenleving) nodig hebben om tot oplossingen te komen.

vrijdag 19 oktober 2007

Weer voor de klas (4)

De "wet van de afnemende meeropbrengst" zegt, dat er op een bepaald moment een zekere verzadiging optreedt als je ergens meer van toevoegt. Als je vaker op de werkvloer komt treedt er ook een zekere gewenning op met betrekking tot de waarnemingen die je doet. Het tekort aan computers wordt niet opgeheven als je vaker komt, lessen worden niet anders gegeven, gesprekken niet anders gevoerd. Kortom, de nieuwigheid gaat er een beetje af.
Niet, dat er niets meer te leren valt. Ik zou graag nog een keertje op de praktijkvloer willen kijken en misschien nog een keer mee op stagebezoek. Daarnaast zou ik ook raag aan slag willen met het uitproberen van wat nieuwe zaken, het gebruik van computers, bijvoorbeeld.

Maar ook door schade en schande wat wijzer geworden, in een dergelijke situatie zul je als innovatieadviseur goed moeten nadenken over wat je gaat doen met de inzichten, die je hebt verworven. Vanuit je enthousiasme plompverloren wat tips rondstrooien blijkt niet de juiste benadering. Dat is pleisters plakken en komt wellicht ook nog betweterig over ook. Sterker nog, om sommige adviezen heeft niemand gevraagd, dat is een oplossing voor een probleem dat men helemaal niet zo ervaart. Ok, weer wat geleerd.

Als ik op de afgelopen weken terugkijk op mijn praktijkervaringen, dan komt er toch een beter beeld bovendrijven van wat het betekent om onderwijs te innoveren. Dat in de praktijk blijkt dat de idealen in dat mooie visiestuk vaak wat groter zijn dan de mogelijkheden die er zijn met het gebouw, de beschikbare tijd, de nieuwe werkvormen, de mogelijkheden van de techniek. Het is juist die praktijk, die laat zien dat je problemen krijgt als er meer studenten komen, dan waar je op had gerekend, zeker als sommige studenten ook nog wat extra tijd nodig blijken te hebben. Ook zie je, dat een nieuwe manier van werken, waarbij grotere groepen door meerdere docenten worden begeleid, ook met zich meebrengt, dat niet meer duidelijk is wie nou die of die les aan die of die groep heeft gegeven. Wordt een presentieregistratie zonder de juiste hulpmiddelen ineens een stuk lastiger. En natuurlijk is het frustrerend voor veel mensen als de praktijk zoveel weerbarstiger blijkt.
Het is een leerproces voor de hele organisatie met die frustratie als leergeld. Ik begrijp de kritiek van een club als Beter Onderwijs van de ene kant nu wel een stuk beter. Niet in de zin dat we weer terug moeten naar het oude. Maar wel in de zin, dat we zorgvuldiger, integraler moeten kijken naar het ontwerpproces, de randvoorwaarden en het uiteindelijke veranderingstraject. En natuurlijk naar de docenten. Die extra 7,5% voor de komende jaren is in elk geval dik verdiend.

donderdag 18 oktober 2007

Nieuwe CAO

De MBOraad heeft met de vakbonden een nieuwe CAO bereikt. Flink wat geld er bij en een nieuwe werkverdeling waar de mensen op de werkvloer zelf iets over te zeggen heben. In de wandelgangen wordt er gesproken over 'een verhoging' van de contacttijd van 823 naar 1200 uur. Zie bijvoorbeeld het artikel van Harm Beertema in de Volkskrant van vandaag.
Niet alleen wordt daar de PvdA er volstrekt willekeurig bijgehaald: "de scheidend en nieuwe voorzitter van de MBO-raad zijn PvdA'ers". Natuurlijk, vandaar dat deze wijziging van de contacttijd in de CAO staat. Waar Harm in zijn enthousiasme, zoals zoveel rechtlijnige denkers, volstrekt aan voorbij gaat, is dat het hierbij nou juist gaat om een betere verdeling van de werkdruk. Met 823 klokuren per jaar contacttijd + ongeveer 50% voor- en nazorg zit je gauw op pakweg 1200 uur, die direct gerelateerd zijn aan onderwijs en begeleiding. Voorbereiding, correctiewerk, administratie, ontwikkelen van lesmateriaal, al dat soort dingen. In de praktijk blijkt dat te werken als een harnas. Mensen, die graag wat meer uren zouden willen draaien, mogen dat niet. Graag zou je de mogelijkheid hebben om mensen wat meer in te zetten op de dingen waar ze goed in zijn, maar met de strikte benadering van de voor- en nazorgtijd is dat heel lastig. Het verhogen van de conttacttijd is dus niet bedoeld om mensen standaard veel meer uren te laten draaien, zoals wordt beweerd ('lukt alleen als de vakantie wordt afgeschaft') maar om flexibeler om te kunnen gaan met het inzetten van het personeel. En ze daar bovendien wat meer zeggenschap over te geven.

Zo'n artikel maakt me altijd weer nieuwsgierig naar de auteur. Even Googlen maakt veel duidelijk.