vrijdag 4 mei 2012

De staat van het onderwijs

De Onderwijsinspectie beschrijft 'de staat van het onderwijs' in het nieuwe jaarverslag over 2010/2011. Dat gebeurt in een fraai vormgegeven, lijvig rapport met een afzonderlijke samenvatting. Er is zelfs een speciale themawebsite voor samengesteld.

Een paar kernpunten over de staat van ons onderwijs:
We doen het vergeleken met andere landen nog helemaal niet zo slecht al kan en moet het beter. Immers, stilstand is achteruitgang. Eén van de constateringen is, dat het opleidingsniveau al een hele tijd toeneemt. Er is een duidelijke verschuiving in de richting van hogere opleidingsvormen. Dat is mooi, ook in het licht van de globalisering en de kenniseconomie. Ik vind echter geen verklaring voor die stijging. Worden we met zijn allen steeds slimmer? Zijn de onderwijsmethoden verbeterd (en dat in het licht van de huidige discussie over de kwaliteit van het onderwijs). Of is er (ook) sprake van een zekere devaluatie van het hele onderwijsbestel?
Een andere constatering in het rapport gaat over de kwaliteit van docenten. De 'meesten' (orde van grootte: 75%) beschikken over de basiskwaliteiten om les te geven, een 'aanzienlijk deel' (orde van grootte: 50-75%) mist echter complexe vaardigheden, die bijvoorbeeld nodig zijn om meer maatwerk te leveren. Hier is dus nog heel wat te doen. En dan te bedenken dat de kwaliteit van het onderwijs eigenlijk bepaald wordt door de kwaliteit van de docenten!
De Inspectie constateert ook dat er meer maatwerk nodig is om met name kwetsbare leerlingen goed te kunnen bedienen. Het MBO is met tweederde nog het verst daarin. Heeft maatwerk leveren echter niet te maken met het 'hoe'? Oftewel, is het aan de Inspectie om daar een oordeel over te geven?
Er zijn nog veel meer onderwerpen die in het rapport en de samenvatting worden behandeld. Als je gek bent op cijfers, is het zeker de moeite waard er eens in te duiken!

Toch even iets over de vormgeving: daar hebben wat bureautjes zich duidelijk op mogen uitleven. Fraai vormgegeven grafieken en schema's op basis van allerlei gearrangeerde foto's. (Het doet me een beetje denken aan infographics) Het mag wat kosten, blijkbaar. En dat is niet de enige zwakte van de vormgeving. Soms zijn de grafieken juist door die creatieve weergave gewoon niet duidelijk. Daarnaast doet het speelse een beetje afbreuk aan het serieuze imago van de Onderwijsinspectie. Wellicht is dat heel bewust gebeurt, vanuit een poging een wat luchtiger imago te creëren. Dat is wel gelukt maar of dat ten goede komt aan de inhoud?


maandag 9 april 2012

Machten van 10

In 1985 startte het toenmalige wetenschappelijke tijdschrift 'Natuur en Techniek' (nu: Natuurwetenschap en techniek, NWT) de Wetenschappelijke Bibliotheek, een reeks van 100 boeken over uiteenlopende wetenschappelijke onderwerpen. Het eerste boek was een boek over 'de machten van 10'. Een fascinerend boek dat opende met de leegte van het universum. Elk volgend hoofdstuk zoomde een factor tien in op het heelal, de wereld, het organisme, het atoom, enzovoorts. Ik weet nog dat ik het een fascinerend boek vond, als was het alleen maar omdat het enerzijds uitdrukking gaf aan de eindeloosheid van het heelal, en anderzijds liet zien hoe het allerkleinste is opgebouwd.

Met een computer kun je natuurlijk heel wat meer dan ruim 25 jaar geleden. Inmiddels zijn er sites verschenen, die precies doen wat het boek bijna dertig jaar geleden ook al deed, alleen gebeurt dat nu interactief.
De eerste site waar ik op gewezen werd, was scaleoftheuniverse.com/. Met behulp van een flash-animatie kun je inzoomen en uitzoomen om op die manier verschillende objecten in verhouding tot elkaar te kunnen zien. Beetje 'platte plaatjes' maar och, het laat het fenomeen mooi zien.

Later kreeg ik een nog veel mooiere site van Cary en Michael Huang te zien, die hetzelfde doet maar gewoon mooier is uitgewerkt: niet alleen kun je in- en uitzoomen, ook de objecten zijn aanklikbaar en geven dan extra informatie. Rechtsonder is de schaal in meters in machten van 10 weergegeven.

Natuurlijk, het zijn alleen informatiebronnen. Nu komt het aan op de creativiteit van een docent om van deze pareltjes van informatiebronnen pareltjes van educatief gebruik te maken!

zondag 1 april 2012

Steve Jobs school: mooie visie, dun plan.

Maurice de Hond heeft samen met een aantal andere mensen het initiatief gestart om te komen tot 'Steve Jobs scholen' onder de naam o4nt (Onderwijs voor een nieuwe tijd). Kinderen op deze school krijgen allemaal een iPad en mogen voor een belangrijk deel zelf bepalen wanneer en hoe ze wat leren. In het Manifest worden de ideeën en uitgangspunten uitgelegd. Met een video wordt een en ander nog eens uitgelegd.

Het verbaast me niet van Maurice de Hond. Hij was het die enkele jaren geleden al met de uitspraak kwam dat kinderen van nature leren omgaan met allerlei technologiën en apparaten om vervolgens naar school te gaan 'om te leren hoe het vroeger was'.

Het lijkt een mooie blik op de toekomst, allemaal kinderen die geconcentreerd en gemotiveerd in eigen tempo en leerstijl bouwen aan hun persoonlijke talenten. Een school die werkt aan de '21 century skills', wie wil dat nou niet?
Maar eerlijk gezegd, ik vind het allemaal erg dun en een zelfs beetje achterhaald. Het concept doet denken aan Iederwijs, in de tien jaar dat dat bestaat toch niet bepaald een succes te noemen. Verder is het toch wel een beetje vreemd dat een onderwijsconcept wordt opgezet rondom een tool, een tablet-pc en dan nog wel specifiek de iPad. Drie jaar geleden bestond die nog niet eens, wie weet waar we over drie of vijf jaar staan.
Ook de initiatiefnemers erkennen dat veel dingen ook al terugkomen bij andere scholen:
Wij realiseren ons dat diverse elementen van onze aanpak ook bij andere schooltypen plaatsvinden. Wij realiseren ons ook, dat in steeds grotere mate technologie de scholen binnenkomt. Wij denken echter dat een belangrijk deel van onze vernieuwingen alleen plaats kan vinden binnen een volledig nieuw op te zetten school. Die nieuwe school is dusdanig opgezet dat snel gereageerd kan worden op veranderingen in de toekomst. De ervaringen van deze nieuwe school kunnen gebruikt worden door bestaande scholen bij hun veranderingsprocessen.
De waarneming klopt, er zijn al veel scholen die met iPads aan de slag zijn gegaan, er zijn ook al scholen die 50 weken per jaar open zijn. Een heldere onderbouwing waarom daar weer nieuwe scholen voor nodig zijn, ontbreekt. Nee, dan zou ik eerder kiezen om aan te sluiten bij concepten die verder uitgewerkt en uitgedacht zijn zoals de Sterrenschool.
Kortom, er is wat meer nodig dan een toekomstvisie, zoals Steve Jobs dat ook heeft laten zien!

donderdag 29 maart 2012

Gek op gaten,

'Gek op gaten' is de titel van een boek van Jos Burgers. In een masterclass ging hij nader in op de vraag wat een klant echt wil.

De aanleiding van het boek was een gesprek met een leverancier van 'verspanende gereedschappen'. Wat hij vooral verkocht waren boren, in alle soorten en maten. In een discussie ging het er om, of die klant nu blij wordt van boren of juist van gaten. De rest van zijn verhaal ging vooral over het verschil of je nu boren of gaten moest verkopen.
Burgers stelt, dat je als bedrijf een heldere keuze moet maken, je moet onderscheiden van de rest. Hij schetst dat aan de hand van een weiland met koeien. Een koe die alleen staat heeft de neiging om zich naar de  rest van de kudde te bewegen, 'want daar zal het wel goed zijn'. Maar dat betekent dat hij geen echte keuze maakt en tussen de andere koeien ' in de shit' staat. Beter is om een eigen plek te houden, daar is het gras groen en ligt er geen shit. Je eigen plek in het weiland is je etalage.

Als je als bedrijf een duidelijke keuze maakt ben je herkenbaar voor je klanten. Bij AH weet je vrijwel zeker welke producten je er kunt vinden en dat het product, dat je zoekt er hoogstwaarschijnlijk ook is. En natuurlijk, service. Voor dat alles betaal  je natuurlijk wel iets meer. Bij de Aldi zijn de producten op zich wel goed, als ze er tenminste zijn. Verder weet je zeker dat er geen service is maar wel dat het goedkoop is. Beide formules hebben hun eigen fans.
Een foute benadering is 'strategisch kuddegedrag', doen wat iedereen doet en dus niet onderscheidend zijn. Een Edah is minder goedkoop én minder goed en staat dus tussen de andere koeien bijna onherkenbaar 'in de shit'. Het gaat er om dat je je uniek presenteert. Keuzen maken betekent helderheid naar de klant. Dat brengt geloofwaardigheid maar ook dat je beter wordt in jouw ding! Dat maakt ook dat mond op mondreclame beter werkt: je hebt een duidelijk verhaal.
Tijdens het verhaal passeren er allerlei voorbeelden. Schilders die zich aanbieden om bovenverdiepingen te schilderen omdat mensen het beneden best zelf kunnen doen. Zo zijn er ook schilders die zonder muziek schilderen. Gat in de markt. Je moet dus durven kiezen!
Bedrijven die niet kiezen,vinden het lastig om dingen los te laten, die hebben pas echt kiespijn...

Een praktijkcase is Cordaid. Bij Cordaid heeft een intern keuzetraject er toe geleid dat ze zich minder algemeen richten op het ondersteunen van gezondheidszorg in ontwikkelingslanden. Ze richten zich nu vooral op moeders. Daarmee komen ook thema's als kinderen, gezondheid, economische ontwikkelingen en dat soort zaken aan bod, alleen herkenbaar gemaakt aan de hand van een helder thema.  Daarmee creëren ze een 'gat' naast alle andere goede-doelenorganisaties.
Cordaid zoekt onder andere bedrijfssponsors. Bedrijven willen best meedoen aan goede doelen omdat klanten dat belangrijk vinden. Dat heeft er inmiddels toe geleid dat er een actie komt waarbij warme bakkers een 'mamabrood' gaan verkopen. Dat levert voor de bakkers weer een 'gat': een goed gevoel bij de klanten en een onderscheidend vernogen naar supermarktbakkers.

In het tweede deel van het verhaal gaat Burgers nader in op wat ik maar even noem 'klantenbinding'. Nadenken over gaten in plaats van over boren betekent, dat je je echt verdiept in wat de klant wil.
Een mooi voorbeeld is Zappos, een bedrijf dat oorspronkelijk schoenen verkocht. Dat doen nog steeds maar vanuit een andere filosofie. Nu 'helpen ze mensen en leveren af en toe ook schoenen'. Dat betekent, dat mensen altijd gehoor vinden, het daarom daarom een vertrouwd bedrijf vinden en er dus terug komen. Daarnaast laten ze andere mensen vooral weten hoe tevreden ze zijn. Iemand, die na het onverwacht overlijden van haar moeder een paar onlangs bezorgde dozen schenen vond, mocht die ondanks een ruim verstreken termijn toch terugsturen. Vervolgens stuurt het bedrijf een condoleancebloemetje. Zo krijg je nieuwe fans.
Een restaurant in Amsterdam geeft mensen, die niet gereserveerd hebben, een drankje aan de bar en regelt vervolgens een plekje in een ander restaurant in de buurt. Die klanten komen geheid weer terug en vertellen dat verhaal ook nog rond!
En natuurlijk kost dat allemaal geld, maar veel minder dan wat een beetje bedrijf in reclame stopt!

Burgers gaat verder in wat dat betekent voor je gedrag in het contact met de klant. Hij heeft daarbij als stelregel: Begin niet over de boren als je de behoefte aan gaten van de klant niet kent. Door juist niet in te gaan op de 'boorvragen' van de klant komt het gatenverhaal vanzelf aan bod. Mensen voelen zich dan veel beter begrepen, worden fan van je bedrijf.

Hij licht de wet van Snuf even toe.
Snuf is zijn hond. Wat er ook gebeurt, die hond is altijd blij als je thuiskomt, ook als je twee uur te laat bent en niet hebt gebeld. Dat kun je van je eigen partner niet altijd zeggen! Als je dan nagaat wie er het meest geknuffeld wordt: Snuf. Kortom, de wet van Snuf zegt, dat je terugkrijgt terug wat je zelf geeft.

Als je bij willekeurig welke vraag of reactie van een klant begrip toont, krijg je ook altijd begrip terug. Dat vertaalt hij in een ABC:
Aandacht geven, begrip tonen, complimenten geven.
Dat vertaalt zich in een aantal aandachtspunten voor de ruimte die je je medewerkers biedt om daadwerkelijk aandacht en begrip te tonen en complimenten te geven aan de klant.
  1. Omgaan met regels. Er zijn altijd regels en er zijn omstandigheden om daar van af te wijken. Medewerkers moeten ruimte hebben om daar verstandig mee om te gaan 
  2. Bevoegdheden. Het zijn vooral de medewerkers die contact hebben met de klanten. Je moet dan ook zorgen dat die bevoegdheden hebben om zelf initiatief te nemen. Zo is er een verzekeringsmaatschappij, die de callcentrummedewerkers €1000 ruimte geeft om kleine problemen bij klanten op te lossen. Dat blijkt vele malen goedkoper dan alles formeel af te handelen en levert bijzonder tevreden klanten op.
  3. Laat je beter maken. Accepteer kritiek. 
  4. Zeg nooit nee, zeg 'nee, maar' dan wordt het eigenlijk een ja.
    'Nee, dat product kunnen we nu niet leveren, wat we wel kunnen doen ...'
Burgers is een makkelijk verteller met veel voorbeelden en anekdotes en een prettige, droge humor. Tegelijkertijd zet hij je ook aan het denken over wat er werkelijk toe doet bij de manier waarop je omgaat met je klanten. 
Het boekje moet ik nog lezen. In elk geval geeft het me ook stof tot nadenken over de manier waarop je in het onderwijs dingen beter, makkelijker, leuker kunt maken. Daar moe ik nog een keer op terug komen. 

vrijdag 23 maart 2012

CVI-conferentie, epiloog: een nieuwe wind door het MBO?

Het zit er weer op, de 'ik weet niet hoeveelste' CVI-conferentie voor Onderwijsvernieuwing: Samen naar de Top. Het is altijd een intensief maar bijzonder leerzaam en leuk gebeuren.

Ik vind het altijd interessant om achteraf een beetje 'door mijn oogharen' terug te kijken naar de conferentie. Wat viel op? Wat zijn de trends? Wat dat betreft kan ik niet anders dan constateren dat er een nieuwe wind begint te waaien door het MBO.

De onderwijssector wordt al een tijd geplaagd door allerlei negatieve berichten. Deels terecht, grotendeels onterecht. Elk incident leidt tot een kramp. Die komt voort uit een redenering, dat het óf niet goed geregeld is en er dus meer regels nodig zijn die vervolgens weer moeten worden gecontroleerd, óf dat bestaande regels niet goed genoeg gecontroleerd wordt wat ook weer leidt tot meer controle. Het is bijna ondoenlijk om aan al die regels te kunnen voldoen nog los van het feit dat het controle- en verantwoordingsapparaat veel energie kost die aan het onderwijs wordt onttrokken.

Wat me vooral intrigeert is een  nieuwe benadering van het organiseren van onderwijs. Minder vanuit en behoefte aan control, vanuit het willen 'regelen' van zaken maar juist meer vanuit het zelforganiserend vermogen van de basiselementen van een onderwijsinstelling: de teams. Dat vraagt om een andere visie op onderwijs organiseren, andere veranderingstrajecten, andere sturingsmodellen. Dat bleek al uit de keynote van Alex Peltekian, uit verschillende andere presentaties maar ook met name uit de verdiepingssessie Route 66.
Er is behoefte aan een nieuwe wind, er lijkt nu momentum te ontstaan. Mooi! Benieuwd of deze ontwikkeling zich doorzet naar de Managementconferentie volgend jaar!

donderdag 22 maart 2012

Route 66: veranderen met visie en lef.


(Dit verhaal is ook gepubliceerd op de CVI-blog)

Mark Vlasblom van ROC Flevoland (& ROC van Amsterdam) organiseerde een verdiepingssessie 'Route 66'. Het is een verandertraject dat door een aantal directeuren waaronder Mark nu anderhalf jaar geleden is ingezet om nu eens te veranderen vanuit een heel ander perspectief dan vanuit een 'noodzaak om te bezuinigen' of een 'van buitenaf opgelegde verandering'. De naam Route 66 is gebaseerd op het feit dat betrokken directeuren allemaal geboren waren in 1966.
(Persoonlijke noot: Wellicht zou een andere invulling van de metafoor kunnen zijn dat Route 66 van de ene kant naar de andere kant (van het oosten naar het westen - of andersom natuurlijk) van de USA loopt.)

Na afloop van een aantal eerste brainstorms heeft de groep een presentatie gegeven aan de Raad van Bestuur in de vorm van een aantal beelden met muziek die die beelden ondersteunde. Kern van het verhaal was het neerleggen van de verantwoordelijkheid op de plek waar die thuishoorde: bij de 'cellen' waar het onderwijs wordt verzorgd (de teams). Sturen op basis van vertrouwen vanuit een grote mate van zelforganisatie.

Vanuit die behoefte is een verandertraject in gang gezet dat is gebaseerd op het boek Theory U van Otto Scharmer. Kort gezegd komt die theorie er op neer dat we nou eens niet meteen bij elk probleem onmiddellijk een oplossing moeten bedenken maar eens de tijd moeten nemen en via een aantal stappen in een omweg (in een u-bocht) naar veel meer structurele oplossingen moeten kijken.
In de verschillende stappen, die je als team (of groep betrokkenen) doorloopt gaat het om het echt luisteren naar elkaar zonder meteen te oordelen ('voice of judgement') of  te redeneren vanuit de beren op de weg ('voice of cynism'). Onder in de U-bocht gaat het om het leren omgaan met de eigen angsten ('voice of fear'). Dat vereist veel vertrouwen en geborgenheid in een groep. Pas dan kan er toegewerkt worden naar structurele oplossingen. Ook daar gaat het vooral om het onderling vertrouwen. Oplossingen moeten ook niet worden gezocht in grootschalige oplossingen. Mark vergeleek het met een bloemkool: 'als je een roosje van een bloemkool afhaalt, heb je nog steeds dezelfde vorm als van een hele bloemkool'.

Vervolgens gaf Mark veel voorbeelden en verhalen over de weg die zij sindsdien hebben gevolgd. Zij hebben zich laten inspireren door andere, excellente bedrijven, op zoek naar hun succes. Kernpunten, die daaruit gehaald werden, waren onder meer: 'geen concessies wat betreft het werken met alleen goede mensen', 'persoonlijk aandacht voor wat mensen echt bezighoudt' en 'stimuleren van persoonlijke ontwikkeling'. Het klinkt eigenlijk vreemd om met een team een paar uur te gaan zingen of juist dansen. Maar daaruit blijkt dan enorm veel energie te ontstaan waarmee een groep vooruit kan.

In de laatste drie kwartier werd de groep gevraagd om op basis van een heel eenvoudige techniek met elkaar in gesprek te gaan. Het ging hierbij om de techniek van de 'talking stick', de manier waarop Indianen met elkaar in debat gingen. Iemand, die wil spreken, neemt de talking stick, een voorwerp met een grote symbolische waarde. Het voorwerp vraagt om respect, dat betekent ook dat wat je wilt zeggen, de moeite waard moet zijn. Dat net alleen, uit respect voor de ander, herhaal je eerst de essentie van wat de vorige spreker net heeft gezegd. Dat kan alleen als je echt goed luistert.
Het duurde een hele tijd, voordat iemand genoeg moed had verzameld de 'talking stick' op te pakken en iets met de groep te delen. Soms was het minuten lang stil, vooral aan het begin. Later kwamen steeds meer mensen er toe hun bewondering, hun intenties of hun twijfels uit te spreken. Naar iedereen werd geluisterd.

Het vereist visie én lef om op deze manier veranderingen te willen en durven aanpakken. Het is een inspirerend verhaal dat om verdieping en verbreding vraagt. Voor mij geeft het verhaal stof tot nadenken, om zeker nog eens bij stil te staan.

zondag 18 maart 2012

Voorbereiden op een conferentie, hoe doe je dat?


(Ook geplaatst op de CVI-blog)

Voorbereiden op een conferentie?
Als je het druk hebt: dan doe je dat helemaal niet of op het laatste moment! En dan maakt het nog verschil of je als presentator gaat of gewoon als bezoeker.

Twee presentaties
Dit keer geef ik twee presentaties. De eerste (ronde 3, 15:40 in Papendal 11) is een presentatie samen met Jan Kees Meindersma van Kennisnet over de 'Beelden op Flexibel Onderwijs', het Kennisnetboekje waarin ik samen met een aantal andere auteurs verschillende aspecten van flexibel onderwijs in kaart heb gebracht. Dat wordt een open presentatie met bevindingen uit het boekje en een aantal stellingen.

De tweede presentatie (ronde 4, 17:00 in CIOS 2.10) gaat over het flexibiliseren bij het Hoornbeeck College. Samen met Jan Pleizier van het Hoornbeeck College en David Dekker van Educus hebben we het verhaal al eerder over het voetlicht gebracht. Nu een en ander bij het Hoornbeeck live is gegaan willen we het in de praktijk laten zien. Dat wordt nog spannend, morgen wordt een kopie van de productieomgeving gemaakt waarin woensdag laten zien hoe enkele fictieve studenten en loopbaanbegeleiders het keuzetraject doormaken.
Als er uit dat project iets duidelijk is geworden dan is het wel dat een onderwijscatalogus veel mogelijk maakt maar tegelijkertijd een moeilijk grijpbaar concept is.

Bloggen 
Al een paar jaar op rij ben ik één van de conferentiebloggers. Dat is ontzettend leuk om te doen maar schept ook verplichtingen. Veel presentatie bezoeken en tussendoor dingen uitwerken. Daar staat tegenover dat ik ook bij een presentatie binnen mag die eigenlijk al vol zit. En verder een eigen 'blog-o-sphere', een ruimte waar we ons als blogger even kunnen onttrekken aan de hectiek van de conferentie om in alle rust te 'werken'.

En verder...
Een conferentie als dit is altijd erg leuk om te doen,al is het maar omdat je weer eens kunt bijpraten met een hele hoop mensen. Wat dat betreft is mijn balboekje alweer aardig gevuld! En verder laat ik me verrassen, zelfs met waar ik slaap woensdagnacht. Ik kan me niet meer herinneren of ik nu een hotel hebt geboekt of niet. Een dezer dagen eens opzoeken of ik dat wel gedaan heb...