Posts tonen met het label social media. Alle posts tonen
Posts tonen met het label social media. Alle posts tonen

donderdag 15 november 2012

Hack de onderwijsdagen


Een hele groep mensen zit te wachten op Jaap Walhout om wijs te Googlen, blijkt de sessie vervallen te zijn. Karin Winters draait er haar hand niet voor om en hackt de sessie. Even een presentatie van SlideShare afhalen en hup, een prima presentatie over social media in het onderwijs!

In een sneltreinvaart komt een groot aantal toepassingen en aansprekende voorbeelden voorbij. Een aantal dingen moet ik nog nader bekijken, dat was ter plekke niet mogelijk...

  • Op Facebook is op de site 'socialmediainhetmbo' heel veel materiaal te vinden. Het aardige van het gebruik van Facebook in het onderwijs is dat je niet persé 'vriend' hieft te zijn van je leerlingen of studenten om met ze te kunnen werken.
  • Weblogs kunnen worden gebruikt om verslagen te maken over BPV, het geven van feedback, over ervaringen. Het kan een etalage zijn van resultaten of leerproducten en een blog is natuurlijk ook geschikt om kennis te delen.
    Het is uitermate simpel om een blog aan te maken in Blogger. Studenten vinden het bloggen niet altijd makkelijk, vinden het ook ouderwets. In verband met de bewaarplicht (examendossier)is het wel verstandig een pdf-export te maken.
    Het is ook leuk om eens te kijken bij blogs van studenten. Zo is Vera Camilla bekend geworden van haar blog, er is een Meidenblog en natuurlijk is er bij de Edubloggers ook heel wat te halen.
  • Social media kunnen veel betekenen voor mini-ondernemingen. Vaak blijven de speciaal gemaakte websites echter in de lucht nadat het project is gestopt. Er kan niets meer gekocht worden, het verhaal is niet meer actueel. Dat is jammer. Scholen waar die mini-ondernemingen worden georganiseerd, zouden zo'n onderneming moet (laten) voortzetten, de site uit de lucht halen of een verzameling sites aanleggen als historisch archief.
  • Karin liet nog allerlei voorbeelden voorbijkomen: Pinterest om foto's of afbeeldingen te verzamelen en te presenteren, PbWorks om een wiki te maken. Samen wiki's maken is erg leuk maar begint een beetje 'uit' te raken. Het is ook niet zo gebruiksvriendelijk maar biedt veel mogelijkheden om samenwerkend leren te stimuleren.
  • Ze gaf ook allerlei voorbeelden van het gebruik van video's in het onderwijs: van instructie, gefilmde praktijksituaties voor reflectie, tot producties van leerlingen zelf.
  • LinkedIn kwam uiteraard nog voorbij
  • Ook nog een aardige voor webconferentie of webinars: Anymeeting. Waarom moeilijk (of duur) doen als het makkelijk (en gratis) kan?
  • Als laatste werd het gebruik van badges genoemd. Bij bepaalde toepassingen kun je badges verdienen zoals je vroeger een sticker of stempel in je schrift kon verdienen. FourSquare en Facebook werken er mee. Dat kan in het onderwijs natuurlijk ook. Gebruik badges bij leerprestaties in plaats van een beoordeling. Een badge staat dan voor iets dat je weer of kunt. Badges sparen wordt dan een sport. In feite hebben we het dan over gamification.
Zo zie je maar. Je kunt nog zo'n goed programma in elkaar draaien. De leukste dingen gebeuren vanuit onverwachte situaties en spontane acties. 10 punten voor Karin Winters - of nee, een mooie badge!

woensdag 10 oktober 2012

Is er leven na de dood?

Ik ben bang van wel...

De aanleiding voor deze vraag was eenvoudig: ik ben aan het opruimen en aan het (re)organiseren.
Ik heb alles bij elkaar een erg groot aantal accounts en daarmee samenhangende wachtwoorden. Tijd om eens wat te gaan snoeien. Per slot van rekening hoop na mijn verscheiden nog lang voort te leven in de nagedachtenis van veel mensen, maar moet er aan mijn digitale leven maar snel een eind komen als het zover is. Dat betekent wel dat mijn nabestaanden in elk geval over mijn inloggegevens moeten kunnen beschikken.

Ik ben dus op zoek gegaan naar een mogelijkheid om mijn wachtwoorden ergens op te slaan. Ik heb verschillende oplossingen gevonden, waaronder KeePass en LastPass.
KeePass is een programmaatje, dat je gewoon op vanaf een USB-stick kunt draaien en dat alle wachtwoorden  versleuteld in een digitaal bestandje opslaat.
LastPass gaat wat verder. Daar kun je plug-ins voor installeren, die je vragen of je het wachtwoord wilt opslaan en die ook desgewenst je automatisch aanmelden, mits je de kluis met het hoofdwachtwoord hebt geactiveerd.
Voor beide applicaties is een app beschikbaar op de iPad.

Ik heb eerst LastPass gebruikt maar vond de USB-stick oplossing van KeePass toch ook wel aardig. Punt is echter, dat KeePass wachtwoorden niet automatisch opslaat. Je moet dus steeds inloggen, je gegevens (nogmaals)  invoeren en weer afsluiten. Als je dan wilt weten wat je ook alweer voor wachtwoord gebruikte voor je Twitter- of LinkedIn-account na de laatste keer dat je dat  wachtwoord gewijzigd had (omdat je dat nieuwe wachtwoord  alweer vergeten was nadat je onlangs een nieuw wachtwoord had ingevoerd omdat je het voorgaande alweer vergeten was...) moet je je USB-stick erbij halen, het hoofdwachtwoord invoeren en het wachtwoord opzoeken.
Nee, dan werkt LastPass een stuk makkelijker.

Bij het doorwerken van mijn wachtwoordenlijst kwam ik ook mijn vorige web-log nog tegen. Dat drama is nu ongeveer een jaar geleden, ik zou mijn oude onderwijsvanovermorgen.web-log onderhand wel op kunnen ruimen.

Opnieuw ingelogd (ik zou mijn wachtwoord niet meer weten, LastPass wist het nog wel...) en eens gekeken hoe ik er van af kon komen.
Dat lijkt keurig geregeld. Ergens onder de instellingen staat er iets van site verwijderen. Dan moet je nog  aanvinken, dat je het zeker weet, op een knop drukken en dan wachten op een e-mailtje met een link, dat  de site daadwerkelijk verwijdert. Na een hele tijd wachten op een e-mailtje (ook de spambox gecontroleerd) het nog maar eens geprobeerd. Ik wacht nog steeds op de mailtjes...

Ik ben eens gaan googlen op 'account verwijderen'. Dat leidde me naar de 'Accountkiller'. De naam is wat duisterder dan de inhoud, van bijna 500 sites is slechts weergegeven hoe je van een account kunt afkomen. Ik ben onaangenaam verrast door het feit, dat er nogal wat sites zijn waarbij het niet mogelijk is om van een account af te komen. Namen als Skype, WordPress maar ook AH prijken op de zwarte lijst. Er is ook een grijze lijst, waarbij je een mail moet sturen om van je account af te komen, of waarbij het alleen maar kan als een gerelateerd hoofd-account wordt opgeruimd. Denk aan Picasa en Blogger!

Kortom, er is nog een digitaal leven na de dood...

donderdag 5 januari 2012

Mijn persoonlijke score in de top 100 is negatief

We schrijven inmiddels 2012. Via LinkedIn kwam ik op de C4LPT-blog van Jane Hart. Daar wordt de 2011 Top 100 Tools for learning gepresenteerd. Ruim 500 mensen hebben meegewerkt door aan te geven welke tools zij gebruiken. Dat heeft geleid tot de nieuwe top 100. In een presentatie op slideshare worden de tools toegelicht.
Jane heeft er heel wat moeite voor gedaan om de lijst op allerlei verschillende manieren te presenteren. Er zijn  overzichten van binnenkomers, afvallers en verschuivingen binnen de lijst. Ook wordt de top gepresenteerd naar het type tool. Verder is er nog een overzicht van de lijst in de afgelopen 5 jaar.

Uit de lijst blijkt maar weer eens duidelijk dat ik niet zo van het uitzoeken van de nieuwigheidjes ben. Mijn top 10 van tools die ik redelijk veel gebruik (in willekeurige volgorde):

  • Evernote (+6 naar #17)
  • Freemind (-15, van de lijst)
  • iGoogle (-30 naar #74)
  • Blogger (+2 naar #12)
  • Google Reader (-9 naar #16)
  • Google Docs (#3)
  • Outlook (+26 naar #69)
  • Gmail (+11 naar #20)
  • Firefox (-71, van de lijst)
  • Chrome (-1 naar #45)
Dat levert me een score op van -89.
Vooruit, ik maak er een top 11 van: iPad & apps: (+56, nieuw op #44), dan kom ik nog maar op -33...

Ik moet nog veel leren...

maandag 19 december 2011

'The dark side of social media'

Op FrankWatching.com een aankondiging van een nieuw trendrapport over social media. Ging het de vorige keer nog over 'We the Web', in het nieuwe trendrapport komen de negatieve effecten aan bod.: the dark side of social media.
Sander Duivestijn en Jaap Bloem gaan in op negatieve kanten van social media:
"...de verslaving aan social media op mobiele devices, en alle hypes, hopes, hints, hazards etcetera die we dagelijks delen, lijken zo erg de spuigaten uit te lopen, dat er op zijn minst sprake is van een onverant-woord tijdsbeslag. Daardoor wordt een juiste en heldere focus op wat er echt toe doet onmogelijk en krijgt het instinct helemaal de overhand. De volgende tien gitzwarte gevolgen van sociale media doen overal de ronde. We worden dom, asociaal, verblind en zelfs ziek. Ons geheugen takelt af en we vallen ten prooi aan manipulatie, monitoring, terreur en sensatiezucht. Privacy bestaat niet meer. Stuk voor stuk zijn dit beperkingen en afwijkingen: van tunnelvisie en gebrek aan eigenheid tot aan ziekte toe."
Zo, daar kun je het mee doen! Nu eens geen jubelverhaal over wat ons allemaal voor moois te wachten staat! Realistisch? Misschien wat overtrokken, maar dat geldt natuurlijk ook voor die jubelverhalen. Ik houdt wel van wat stellingname.

Ik realiseer me mijn eigen zoektocht naar de balans tussen de voor- en nadelen van social media en alles wat er bij hoort. Waar ik me gisteren nog een beetje geërgerd had aan de beetje kortzichtige tegenargumenten bij de discussie over ICT bij de Avond van het Onderwijs, kan ik me nu weer vinden in (enkele) van de negatieve effecten van social media of het gebruik van ICT.
Ooit ben ik gestopt met Twitter omdat ik niets zag in het gebabbel dat voortdurend voorbij kwam. Ook ben ik opnieuw begonnen maar gebruik ik het maar heel beperkt. Ik zie namelijk wel het voordeel van een uitgebreid twitternetwerk om nieuwe blogs en dergelijke aan te kondigen. Of ga ik hiermee een aantal volgers verliezen? ;-)

In een aantal berichten heb ik aandacht besteed aan het Google geheugen en Het Ondiepe (the Shallows) van Nicholas Carr waar met zorg naar de ontwikkeling van het gebruik van het internet op de hersenen wordt gekeken. Wim Veen liet zich daar tijdens Competent City wat laatdunkend (zie laatste alinea van dit bericht) over uit.
Kortom: social media bieden heel veel mogelijkheden voor heel veel dingen maar hebben ontegenzeggelijk een aantal van de nadelen die hierboven worden aangegeven. Dat vraagt om een verstandig gebruik, wellicht een nieuw hoofdstuk aan het thema Mediawijsheid. Hoe dan ook, het trendrapport zal de nodige discussie met zich meebrengen. Veel relativerende opmerkingen van de voorstanders, een 'zie je wel'-effect bij de tegenstanders (zie het antwoord van de Besturenraad op het bericht van Willem Karssenberg over hun modelprotocol social media). Het zou natuurlijk jammer zijn als de voordelen ondergesneeuwd raken in een dergelijke discussie. Het ontkennen van die problemen is naar mijn idee geen optie.

woensdag 7 december 2011

Socialicious - social media event bij de HAN


Soms gaan er blijkbaar wat dingen verkeerd met uitnodigingen. Ik kreeg een uitnodiging van de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) voor een pre-conference rondom Social Media. Ik bleek echter in een masterclass terecht gekomen te zijn met een paar docenten uit het HBO. Soms kun je gewoon geluk hebben  omdat er iets mis gaat.

Deny Smeets (directeur van de Informatie en Communicatie Academie van de HAN) laat in een kort bestek zien wat er veranderd is in ICT.
  • Eigenljk is er in de I inhoudelijk niet zo veel veranderd. Het gaat nog steeds om het schrijven, lezen, veranderen en verwijderen van records. Zowel het aantal records maar ook het aantal bewerkingen zijn echter exponentieel toegenomen. 
  • In de T  gaat het om de wet van Moore, steeds meer schakelingen op een processor, steeds snellere processoren, meer processoren. Ook hier een exponentiële groei. 
  • In de C gaat het om steeds meer verbindingen. Op de eerste plaats mensen die met elkaar verbonden zijn en via allerlei kanalen communiceren. Meer en meer apparaten worden verbonden met het internet en communiceren mee. Of het nu gaat om een koelkast die melk besteld, een auto die de garage laat weten dat er iets mis is of een product met een rfid-chip 'die bij de kassa laat weten: ík ben gekocht'.
Vermenigvuldig die drie exponentiële factoren met elkaar dan zal duidelijk zijn dat het gaat om een enorme groei van ICT.
De masterclass gaat over een onderdeel: het gebruik van social media. Lon Safko, Shaji Mathew en René Bakker geven hun visie op wat er gebeurt, maar vooral wat mogelijk is met social media.

Lon Safko (auteur van de Social Media Bible) ondersteunt veel bedrijven bij het gebruik van social media in hun marketing. Wat hij daar vooral mist is strategie. Met een een facebookaccount en wat getwitter kom je er nu eenmaal niet. Het gaat er om, dat je goed kijkt naar wat je wilt bereiken en de tools daarop afstemt.
Er is een enorme lijst aan tools is beschikbaar. Hij gaat vooral uit van wat hij noemt de 'Trinity': blogging, microblogging, social networks.
Er volgt een gepassioneerd verhaal dat duidelijk vanuit de Amerikaanse cultuur (competitie, geld verdienen) is vormgegeven. Maar een aantal dingen is wel interessant:
  • Bij twitter gaat het er vooral om belangrijke sleutelfiguren te volgen (bijvoorbeeld politici) zodat je onmiddellijk weet wat er besloten wordt over wat jou aangaat. Op die zelfde manier zouden studenten professoren gaan volgen zodat ze uiteindelijk bij de meest interessante professor zullen gaan studeren (lijkt me hier niet of nauwelijks van toepassing).. 
  • Hij haalt een uitspraak aan van een auteur van 100 jaar geleden (Mark Twain?): "als ik het meer tijd gehad was het korter geworden". Het kost meer tijd om de essentie van een verhaal compact weer te geven. Dat is eigenlijk een belangrijke kracht van Twitter (als je het loze geklets even buiten beschouwing laat). Safko verzamelt uitspraken bij bijvoorbeeld presentaties of uit artikelen en slaat die op in een database. Geheel geautomatiseerd laat hij een paar keer per dag een tweet uitgaan. Dat vergroot zijn zichtbaarheid op het net enorm.
  • Zet een Google Alert op tweets die kernwoorden bevatten die voor jouw business van belang zijn. Door daar slim op in te spelen (retweeten, reageren) kun je daar veel uithalen.  
  • Het is lastig om in contact te komen met mensen die je niet kent. Bij een afspraak met een nieuwe relatie moet er eerst aan de relatie worden gewerkt. Een praatje over het weer of de kinderen. LinkedIn is een zakelijk network dat veel achtergrondinformatie biedt die je kan helpen. Niet alleen om iemand te bereiken via een gemeenschappelijke kennis, het biedt ook de mogelijkheid om over iets te beginnen dan het weer of je kinderen bij een ontmoeting. LinkedIn biedt de mogelijkheid om te kijken naar overeenkomsten. Dat kan een zakelijk voordel bieden, omdat een gemeenschappelijkheid ook vertrouwen geeft. Het biedt mogelijkheden om door te dringen tot de top die anders wordt afgeschermd door secretaresses en zo. 
  • Second life komt nog een keer voorbij. Ik dacht dat dat al een beetje een gepasseerd station was, maar Safko is nog steeds erg enthousiast. Het is makkelijk om in een 'vertrouwde omgeving'  contact te leggen met potentiële klanten. Ik kan me er iets bij voorstellen.
    Volgens Safko is het geven van een college geven via Second Life heel makkelijk. Ik verwacht echter niet dat dat nog veel vanuit onderwijsinstellingen gebeurt. 
  • Safko laat nog een leuk gebruik van social media zien: een directeur van een blenderfabriek is een rubriek op YouTube gestart: Will it blend? Bijzonder effectief voor de verkoop van blenders...
Shaji Mathew, Lead Strategist at WebSickle Social Media Consulting social media meer vanuit een oorsters gezichtspunt: Er is een overdaad aan social media en dat maakt het moeilijk om daar een keus uit te maken. Het is beter om een stap terug te doen en vooral te kijken naar wat sleutelfiguren doen in plaats van zelf van alles uit te proberen.
Het probeert social media in een zeker perspectief te plaatsen:  Radio ontstond vooral vanuit het idee van  een geluidsweergave van theater in de vorm van hoorspelen. Televisie was in eerste instantie bedoeld als weergavemedium voor theater met een heel statisch beeld van wat zich op een podium afspeelde. Inmiddels hebben die media een enorme revolutie doorgemaakt. Social media bevinden zich nog in het stadium van een hoorspel...
Een paar elementen uit zijn (toch wel wat moeilijk te volgen) presentatie:

  • Het gaat er niet om wie je bent, het gaat er om wat anderen vinden wie je bent.
  • Social media hebben ook een grote impact op het onderwijs. Net zoals patiënten soms meer weten over hun ziekte dan de dokter, zo kunnen studenten meer weten dan de docent. Daar zul je mee om moeten gaan, daar moet je gebruik van maken.
    Aandachts daarbij is wel, dat studenten vaak niet uit de brei van informatie kunnen komen. Docenten moeten daar juist richting geven, studenten kritisch leren denken.
  • China lanceert eigen tools om grip te houden op de samenleving
  • In India helpen social media de urbanisatie omdat het helpt de mensen die naar de steden trekken in contact te blijven met de achterblijvers.
  • In de één-kindpolitiek helpen social media tegen de eenzaamheid van die kinderen omdat het hen een sociaal netwerk biedt.  

René Bakker, lector Netwerked Applications bij de HAN gaat meer in op social media in Europa. Hij laat een hoop statistieken passeren die terug te vinden zijn bij onder andere Eurostat en European Communication Monitor.

Hij constateert dat het gebuik van social media in bedrijven achterblijft. Als het al gebruikt wordt ('volg ons op Twitter') ontbreken richtlijnen voor het gebruik en wordt de communicatie van stakerholders niet gevolgd. Ook zijn er zelden trainingprogramma's voor social media en wordt het effect van social media activiteiten niet gemeten. Het incident waarbij een politiecommissaris werd ontslagen na een verkeerde tweet hangt samen met het ontbreken van een richtlijn over het gebruik van sm.

In relatie tot het onderwijs haalt Bakker Chickering aan met zijn 'Good practices in undergraduate education'

  • Encourage student faculty contact
  • Encourage cooperation among stusents
  • Encourage active learning
  • Gives promt feedback
  • Emphasizes time on task
  • Communicates high expectations
  • Respects diverse talents and ways of learning

De eerste vier hebben een duidelijke relatie met social media.

Het Socialicious-event was bedoeld als een voorbereiding op het NIOC-congres van 2013.

woensdag 23 november 2011

Open masterclass: breng leven in een leercommunity

Eerder schreef ik al over het fenomeen van de Open Masterclasses van de OpenU. Eén masterclass die ik graag gevolgd had, vond plaats op een tijdstip, dat ik niet kon: Hoe breng je leven in een online community? Maar ja, online is online en dus plaats- en tijdonafhankelijk. Op een moment dat ik voor mijn werk bezig was met het onderwerp kon ik mooi teruggrijpen op de opnamen van die masterclass.

Rob Koper en Jan van Bruggen gaan in op het thema Leernetwerken. Over dit onderwerp is in oktober ook een boek gepubliceerd door de OU.
Er zijn veel Communities of Practice: dat zijn communities met een gemeenschappelijk doel. De communities zijn georganiseerd via het internet. Samen leren kan ook zo'n doel zijn: leernetwerken. Voor het ondersteunen van die communities zijn er enorm veel tools beschikbaar. Bekend zijn blogs of discussiefora. Maar daarmee heb je nog geen community. Een community moet je zien als een sociaal netwerk. Daarvoor is het nodig dat mensen een bepaalde verbondenheid moeten voelen met die communitie.

Een leernetwerk is meer dan een klas: daar zitten leerlingen bij elkaar op één plaats, dat is een sociale groep maar nog geen leernetwerk. Naar de opvatting van van Bruggen is een leernetwerk:
Een online sociaal netwerk dat is ingericht voor informeel leren.
Hoe breng ik leven in een online community?
Er is afstemming nodig tussen individuen in een groep, de activiteiten die zij verrichten, de toiols die ze gebruiken en de context waarin dat gebeurt.

Volgens het model van Wenger  is er sprake van verschillende orientaties van een leernetwerk, zoals overleg, gesprekken, projecten, inhouden, toegang tot expertise, relaties, individuele deelname, bevorderen van communities, context steunen. Er zijn enorm veel tools, die die verschillende orientaties kunnen ondersteunen. Maar er is meer nodig.

Een leernetwerk doorloopt een aantal fasen waarin bepaalde activiteiten worden uitgevoerd, deels als groep, deels individueel. Er is sprake van zekere fase-overgangen, waar het in de praktijk vaak mis gaat. Daar moet je heel alert op zijn.
Het model van Stahl biedt daarvoor handreikingen.Het model bestaat uit twee domeinen, die met elkaar verbonden zijn: opbouw van gemeenschappelijke (groeps-)kennis en het opbouwen van individuele kennis. Tussen die twee domeinen zijn er relaties. Van Bruggen geeft een voorbeeld.

Een hobbyist schrijft iets over zijn hobby in een clubblaadje. Als het op een bepaald moment fout loopt omdat de muis het niet meer doet, ontstaat er een probleem. Voor het oplossen van dat probleem doorloopt de hobbyist een aantal stappen in een leercyclus. Er gebeurt immers iets, dat je niet had verwacht, dat niet past in het (impleciete) manier waarop hij 'de wereld kent en begrijpt'. Dat probleem krijgt op een bepaald moment de aandacht. Als het probleem wordt opgelost, ontstaat er een leercyclus, er wordt iets toegevoegd aan de kennis. 
Het probleem kan worden aangemeld op een forum. Het moet dan wel expliciet gemaakt worden. Als het eenmaal is aangemeld, is het de vraag wat er mee gaat gebeuren. Als er al snel een reactie komt, is de kans groot dat het wordt opgelost, als er niet binnen enkele uren een reactie is gekomen zakt de vraag weg in de vergetelheid. Het is ook zoiets als je in het water valt. Je moet niet 'help' roepen, je moet iemand adresseren: 'Hè jij daar, gooi eens een touw'. Als je in een forum iemand kunt aanspreken is de kans veel groter dat het vraagstuk wordt opgepakt.
Het is belangrijk, dat er in het forum iemand is, die de vraag toewijst aan een deskundige. Dat is een overgang in het leernetwerk. Vervolgens zal de groep er mee aan de slag moeten gaan. Ook dat is een overgang die niet vanzelfsprekend is. In dat proces moeten er een gedeeld begrip zijn van het probleem, daarna kan er groepskennis worden opgebouwd. Het is belangrijk, dat er sprake is van vertrouwen. Dat vertrouwen kan worden opgebouwd door bijvoorbeeld gebruik te maken van profielen.
In de laatste fase wordt een product opgeleverd (curtural artefact). In feite is dat het externaliseren (expliciet maken) van de groepskennis. Ook dat is weer een faseovergang.
(Model van Stahl, Bron: OU)
De groepskennis kan worden uitgewerkt tot bijvoorbeeld een FAQ. Maar je kunt er ook voor kiezen omdat niet te doen, omdat dan het groepsproces wordt bevorderd.


Hoe zorg je nu voor leven in de community? Van Bruggen geeft een aantal voorbeelden.
  • Articulatie: tools kunnen helpen om een bijdrage aan een forum te categoriseren en daardoor te articuleren. Is het een opinie? Is het om kennis op te bouwen? Daaronder kun je weer subcategorieën onderscheiden. Hier kan een tool dus helpen bij de discussies in een leernetwerk. Gevaar is wel, dat de discussie wordt overgestructureerd.
  • De omvang is belangrijk. Een community heeft een zekere kritische ondergrens van pakweg 50 tot 100 mensen om effectief te kunnen zijn en blijven. 
  • Dan is er nog de 90-9-1 regel: 90% bestaat uit lurkers, 9% doen wel wat, 1% is echt actief. Hoe krijg je een groter aantal actieve mensen. Dan moet er een zeker sociaal verband, een gemeenschappelijk doel zijn. De groep is verantwoordelijk voor het eindresultaat maar de individuen hebben daarin een eigen verantwoordelijkheid.
    In een heel actieve community zijn er voldoende antwoorden te vinden, zonder dat je daar zelf aan hoeft bij te dragen.
  • Zeker in het begin van een community heeft een moderator een belangrijke rol om vragen te kunnen koppelen aan zekere experts. Ook om niet-passende bijdragen te redigeren of te verwijderen. In een later stadium zou dat minder nodig moeten zijn.Een groepsblog kan ook een modererende rol krijgen.
  • Tooling is belangrijk. Niet een grote hoeveelheid van tools maar een beperkt aantal waarmee belangrijke aspecten in het leernetwerk vormgegeven kunnen worden (articulatie, profilering, moderatie). Wiki's kunnen ook belangrijk zijn om gemeenschappelijke kennis te maken.
  • Een leernetwerk heeft zekere gedragsregels. Maar een gedragscode is een emergente eigenschap van de community: het ontstaat geleidelijk.
Tijdens de masterclasses kwamen ook vragen binnen waarop antwoord gegeven werd:
  • Waarom werken veel communities niet die bijvoorbeeld op BlackBoard rondom cursussen worden ingericht? Simpel, mensen kennen elkaar en ontmoeten elkaar. Waarom dan moeilijk doen met zo'n forum? Hier is er geen meerwaarde.    
  • Vaak wordt Yammer gebruikt als tool. Wat je daarbij veel ziet, is dat de fragen die worden gesteld over de persoonlijke projecten. Er wordt niet echt kennis opgebouwd. 
  • LinkedIn zelf is geen community. Maar LinkedIn biedt wel een platform voor groepen. De tooling is wel erg beperkt om te spreken van leernetwerken. 
  • Kan Facebook of Hyves worden gebruikt voor leernetwerken met studenten. Studenten hebben vooral het gevoel, dat die tools van henzelf zijn, daar moet een school niet komen.


Belangrijkste conclusie om meer leven in een community te krijgen: structureer activiteiten, ga er niet vanuit dat het vanzelf gaat!

Meer informatie is te vinden op portal van de ou. Ook dat zijn leernetwerken!

dinsdag 18 oktober 2011

Nieuwe media, kans voor dienstverlening en interactie

Een hele mondvol voor deze publicatie van KING en de werkgroep Antwoord© in samenwerking met een aantal partijen (waaronder M&I/Partners en HowAboutYou) over de kansen die er liggen voor gemeentes als zij nieuwe media slim in weten te zetten.

Het boekje gaat in op de samenleving, die verandert als gevolg van nieuwe media. In de introductie wordt dat met een verhaaltje gedemonstreerd. Daarin wordt Bert Burger gevolgd, nadat hij van zijn gemeente een bericht heeft gehad, dat zijn rijbewijs kan worden opgehaald. Via een app 'Nooit meer in de rij' weet hij wanneer hij het beste naar het gemeentehuis kan gaan. Bij het gemeentehuis kan hij met behulp van een QR-code door middel van augmented reality de verschillende ontwikkelingsplannen voor een nieuw gemeentehuis kan zien. Hij kan stemmen op het plan dat zijn voorkeur heeft. Zijn rijbewijs betaalt hij met de betaalfunctie van zijn mobieltje.
Het boek gaat in op de veranderende verhouding tussen de gemeentelijke overheid en de burgers en de manier waarop zij dichter bij elkaar kunnen komen doordat de overheid beter in staat is naar de individuele burger te luisteren en burgers meer weten over en betrokken worden bij de plannen van die overheid.

In een eenvoudig model worddt een matrix geschets met vier vlakken met op de ene as het denken van vandaag en van morgen en op de andere as het doen van vandaag en morgen.

  • Denken en doen van vandaag:
    Accent ligt op de basis op orde
  • Denken van vandaag en doen van morgen
    Veranderen binnen bestaande kaders, optimalisatie van de huidige processen (iPads ipv documenten voor de gemeenteraad)
  • Denken van morgen en doen van vandaag
    Voorlopers de ruimte geven om nieuwe dingen uit te proberen
  • Denken en doen van morgen
    De transitie van gemeente naar gemeenschap, van burger naar gelegenheidscoalitie, van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie.
Sociale netwerken kunnen in een dergelijk traject drempelverlagend werken. Het boekje gaat vervolgens in afzonderlijke hoofdstukken in op mobiele technologie (wat kun je allemaal met mbobile devices en apps?), open data (toegang tot allerlei informatiesystemen waarvan burgers gebruik kunnen maken: 'nooit meer in de rij' is zo'n app die gebruik maakt van de gegevens in het klantinformatiesysteem van de gemeente) en cloudcomputing.
Bestuurders wordt opgeroepen het denken van vandaag los te laten en ruimte te geven aan de ontwikkelingen.

Leuk boek, aanrader. Vooral om over na te denken wat je hiermee kunt in het onderwijs. Nu worden er al boeken volgeschreven over het gebruik van allerlei social media in het onderwijs, om het leerproces te faciliteren. Prima, vooral doen, ga zo door! 
Maar wat nu, als je je medewerkers en studenten eens mee laat denken over het onderwijsbeleid? Over de organisatie van de school? Waarom zou je ouders of bedrijven er niet bij betrekken? Volgens mij liggen hier heel veel kansen om bestuurders en medewerkers dichter bij elkaar te brengen, elkaar te versterken! Impliciet neem je wat drempels weg voor het gebruik van ICT en doe je tegelijkertijd aan professionalisering! Ik zou er graag eens over door willen denken met wie daar voor in is...


donderdag 15 september 2011

saMBO~ICT conferentie (2) Social media in de klas

Hannelore Engels (@hanneloreengels) is een gepassioneerd docent die allerlei mogelijkheden van social media in het onderwijs onderzoekt en uitprobeert. Tijdens haar presentatie op de saMBO~ICT conferentie werd dat ook meteen in de praktijk toegepast, zoals het hoort: geen voorstelrondje, google maar even op je buurman of -vrouw. 
Daarna ging ze verder en vroeg ze aan het publiek om een definitie van social media op internet te zoeken. Dat leverde (uiteraard) verschillende definities op. Vervolgens ging de discussie even over de 'juiste' (lees: meest passende) definitie. Naar mijn idee was dat niet de essentie van de opdracht. Het liet meteen zien dat er van een begrip verschillende definities bestaan wat natuurlijk iets zegt over de betrouwbaarheid van internet als bron.
Eigenlijk is het in dit geval niet zo interessant dat het begrip van social media niet zo makkelijk in één betekenis te vangen is. Het is dan ook een hele verzameling van voorzieningen.
Over het gebruik van social media door studenten is wel het een en ander te zeggen. Zo kijken studenten toch wat makkelijker aan tegen de veronderstelde gevaren. Zij hebben de huiver niet die docenten vaak wat meer hebben. Veel docenten denken dat social media belangrijk zijn omdat studenten die 'altijd willen gebruiken'. In de praktijk blijkt, dat social media, die in  onderwijs worden gebruikt niet door studenten buiten de les worden gebruikt. 
De leerpiramide laat zien wat de effectiviteit is van bepaalde manieren van leren. Wat dat betreft zijn studenten van nu niet anders dan studenten van 20 jaar geleden, ze ervaren de wereld op hen heen alleen op een andere manier!
Social media moeten helpen om zoveel mogelijk de leereffecten aan de basis van de piramide te realiseren.

Hannelore gaf een lijstje van redenen om social media toe te passen: 
  • Sluit aan bij de belevingswereld,
  • Past bij de competenties van de 21ste eeuw
  • Laagdrempelig
  • Persoonlijk
  • Sociale verbondenheid
  • Informeel/zelf georganiseerd leren
Op dit punt kwam er wat commentaar uit het publiek, waaruit wat scepsis doorklonk. Naar mijn idee ook wel terecht. Ik vind dat de vraag 'waarom social media' eigenlijk geen goede vraag is, het benadert het vraagstuk van de verkeerde kant. Het moet gaan over een onderwijskundige inrichting, over het bereiken van gewenste leereffecten. En dan komt de vraag om de hoek kijken, hoe je dat kunt bereiken en wat vooral social media daar aan kunnen bijdragen. 

Er kwamen wat voorbeelden voorbij. Op zich goede voorbeelden van het gebruik van social media alleen gingen de meeste niet over het gebruik in het onderwijs.
Enkele aardige voorbeelden waren het gebruik van instructables.com voor een event van het Cingel College waarbij deelnemers aan dat event onder meer de mogelijkheid hadden om het event te becommentariëren. Het bleek een groot succes. Verder werd het voorbeeld gegeven van het gebruik van Yammer. Hierbij bleek met name dat het in de klas wel werd gebruikt maar studenten buiten de klas snel weer naar de eigen kanalen als sms en facebook grepen.
Vanuit het publiek werd nog een voorbeeld gegeven: bijles wiskunde via MSN op de dag voor het examen.

Hannelore sloot af met een prachtig filmpje...

vrijdag 24 juni 2011

Social Media Maturity Model (S3M) maar dan voor onderwijs

Je kunt verrast worden door je eigen organisatie. Ineens kom je op een weblog een vermelding tegen van een nieuw model dat nota bene door je eigen collega’s is gemaakt. Nou ja, je kunt nou eenmaal niet overal bij zijn.
Het model is geen ‘rocket science’ maar geeft een mooi overzicht van de inzet van social media voor organisaties. Het beschrijft in een aantal fasen op welke manier en in hoeverre social media zijn ingebed in de organisatie. Zowel fasen als fase overgangen worden in het model getypeerd, zoals hiernaast is te zien.
Het kan aan mijn achtergrond liggen, maar wanneer ik zoiets tegenkom, probeer ik meteen de toepasbaarheid voor het onderwijs te toetsen. Daarbij moet je wel onderscheid maken tussen het gebruik van social media door een onderwijsinstelling in diens communicatie met de omgeving en de toepassing in het onderwijs zelf.
Om met het eerste te beginnen: De meeste onderwijsinstellingen doen ‘wel iets’ met social media. Je wordt door menig zichzelf respecterende onderwijsinstelling wel uitgenodigd: ‘volg ons op Twitter, Facebook, LinkedIn’. Je kunt zeggen dat die instellingen tussen de fasen Experimenteel en Functioneel inzitten. In beide lijstjes staan wel kenmerken genoemd die te herkennen zijn in deze onderwijsinstellingen. De transformatiefase ben ik nog bij geen enkele onderwijsinstelling tegen gekomen. Het model lijkt dus in elk geval toepasbaar te zijn voor onderwijsinstellingen als organisatie.
Naar mijn idee zou er wel wat aan het model gesleuteld moeten worden om het ook voor het onderwijs zelf toepasbaar te kunnen maken, zeker naarmate je hoger (verder?) komt in het model. Daarbij moet je je voor ogen houden dat het doel van de toepassing van social media in het onderwijs natuurlijk anders is dan het doel van social media in het ‘normale’ gebruik door een (al dan niet onderwijs-)organisatie. Bij 'normaal gebruik' gaat het vooral om communicatie naar en met klanten, in eerste instantie vanuit een marketinggedachte, later meer gericht op het ontwikkelproces van producten (co-creatie).
Hier een poging om het S3M model toepasbaar te maken voor het onderwijsproces zelf. Het wordt dan een S3MO-model:
Ad Hoc
  • Sommige medewerkers gebruiken social media, gewoon voor zichzelf
  • Er is geen beleid of plan om social media in te zetten in het onderwijs
Experimenteel
  • Individuele docenten gebruiken social media als communicatiemedium met hun studenten, met name buiten de lessen om
  • Er is behoefte aan uitwisseling van ‘good practices’ en afspraken over het gebruik van social media
  • Gebruik van social media door leerlingen onderling over de inhoud van lessen wordt nog niet gemonitord
Functioneel
  • Alle docenten van een opleiding zetten social media doelgericht in om het onderwijs interactiever te maken
  • Grenzen tussen vakken vervagen door gemeenschappelijk gebruik van social media
  • Social media worden ook ingezet in de communicatie tussen leerlingen of klas met een extern netwerk of experts in de buitenwereld
  • Samenwerking in projecten tussen leerlingen van verschillende scholen vindt plaats met inzet van social media
  • De opleiding heeft een duidelijke visie uitgewerkt hoe social media het onderwijs kunnen verrijken
  • Communicatie tussen leerlingen over bepaalde onderwerpen kunnen worden gemonitord (mits leerlingen dat willen en ze de berichten en dergelijke zelf metadateren met afgesproken hashtags) 
Transformatie
  • Een opleiding is niet meer strikt gebonden aan een bepaalde school, de inhoud is vormgegeven over instellingen heen met gebruikmaking van social media
  • Er worden nieuwe leervormen ontwikkeld op basis van de toepassing van social media
  • Leren gebeurt op basis van co-creatie met andere leerlingen en over opleidingen heen.
  • Nieuwe opleidingen worden vormgegeven door middel van co-creatie tussen verschillende instellingen
  • Inzet van social media in onderwijs is verankerd in de visie en het beleid van de onderwijsinstelling
Op deze manier een vertaalslag maken van een model naar een onderwijsvariant is natuurlijk een koud kunstje (dat lukt in een tijdsbestek van een klein uur in de trein tussen Utrecht en Eindhoven). Er zal best nog wel wat op aan te merken en bij te schaven zijn (bij deze ben je daartoe uitgenodigd!).
Het verder uitwerken van de consequenties van de verschillende niveaus zal echter wat meer tijd kosten, sterker nog, dat zal me in mijn eentje niet lukken.
Naarmate je verder komt in het model gaan immers hele elementaire vragen spelen: als een opleiding over scholen heen gaat, bij wie is die student dan ingeschreven? Wie betaalt de ontwikkeling van opleidingen die over instellingen heen gaan? Daarmee wordt tegelijkertijd een hele fundamentele vraag gesteld: moet je wel het hoogste niveau nastreven? En dat nog los van het feit, dat in de afgelopen tien of twintig jaar de ontwikkelingen op ICT-gebied nog niet tot drastische aanpassingen van het onderwijs hebben geleid...

zondag 8 mei 2011

Internet: Is 'meer' gelijk aan 'beter'?

In een van mijn vorige blogs ging al in op het effect van internetgebruik op de hersenen (Nicholas Carr). Ik zei al, het boek heeft me aan het denken gezet. Ik heb een paar van die gedachten op een rijtje gezet rondom de vraag of er sprake is (of zou moeten zijn?) van een zeker optimum aan wat technologische ontwikkelingen de mens(heid) te bieden hebben.
Dat is me nogal een uitspraak die ik wat nader moet uitleggen en relativeren. Iedereen kent het verschijnsel van een optimumkromme: het effect als een proces door twee (of meer) tegengestelde factoren wordt beïnvloed (denk aan de invloed van de temperatuur op de werking van een enzym: bij een hogere temperartuur werkt het enzym steeds sneller, vanaf een bepaalde temperatuur wordt het enzym echter ook afgebroken wat weer vertragend werkt op het verloop van het proces).
De mogelijkheden van internet nemen almaar verder toe. Van een enorm aanbod van informatie (web1.0), via een interactief internet (web2.0, social media) en een semantisch web (combineren van bronnen) naar het 'internet der dingen'.
Van nature ben ik heel optimistisch over allerlei mogelijkheden, zie ik vooral de kansen en wat minder naar de bedreigingen. Met name als het gaat over privacy heb ik lang gedacht (en velen met mij): 'ik heb toch niets te verbergen."
Dat valt tegen. Zo blijkt het mogelijk te zijn om uit de opslag van telecomgegevens je doen en laten te reconstrueren, zoals Malte Spitz, een Duits politicus aantoonde. Het hangt er vanaf wie over die gegevens kan beschikken en wat die er mee gaat doen. En een goed privacy-reglement is niet voldoende, zoals de hack bij Sony al aantoonde.
Een paar jaar geleden waarschuwde Vincent Icke in een interview bij de Wereld draait door voor het Elektronisch Patientendossier (EPD), eigenlijk meer tegen het aan elkaar knopen van allerlei gegevensbanken die het mogelijk maken om allerlei dingen te weten te komen over mensen. Wat kan er nu op tegen zijn om medische gegevens beschikbaar te stellen op de plek waar ze nodig zijn zodat artsen tijdig geïnformeerd zijn over allerlei relevente medische gegevens van een patiënt? Maar ja, als die gegevens nu ook beschikbaar zijn voor een zorgverzekeraar?
Maar het gaat meer dan privacy.
Social media zijn leuk, hebben zelfs een emergent effect doordat ze bijvoorbeeld leiden tot communities, 'wisdom of the crowd' mogelijk maken, de markt een stuk transparanter maken enzovoorts. Maar ook dat heeft een aantal keerzijden. Privacy is er ééntje van (Google, Facebook), verslaving is er ook eentje. En in het verlengde ligt de marketing op de loer. Wat bedrijven al niet kunnen opmaken uit wat mensen op internet zetten ('I like this').
En we staan pas aan het begin. Het 'Internet der Dingen' (Internet of Things, IoT) is in aantocht. Elk apparaat een eigen internetverbinding, een eigen IP-adres en een heel klein beetje ingebouwde 'intelligentie'. De koelkast die boodschappen besteld, je schoenen die 's avonds, als je op de bank ploft, nog even een signaaltje geven dat je je dagelijkse portie beweging nog niet hebt gehad, een chip onder je huid om af te rekenen. Voor een belangrijk deel gebaseerd op de techniek van de RFID-chips (hier een goede technology scout van Kennisnet). Daar zitten ongelooflijk veel mogelijkheden in. Maar of ik op die waarschuwende schoenen zit te wachten, in het algemeen, op die dingen die allerlei verantwoordelijkheden van mij gaan overnemen en daarmee enorme afhankelijkheid creëren?
Natuurlijk, je bent er zelf bij, je kunt zelf kiezen of je meetwittert, een account neemt op Facebook of LinkedIn, een mobieltje aanschaft ... of niet? Formeel: ja, dat heb je zelf in de hand. Maar wees nou eerlijk. Een mobieltje is inmiddels veel meer dan een ding waarmee je draadloos kunt bellen. Een mobieltje betekent bereikbaarheid, connectiviteit, bijblijven, een verlengstuk van jezelf. Als iedereen er eentje heeft, kun je vanzelf niet meer zonder, al is het alleen maar om er straks geen draadtelefoons meer te krijgen zijn...  Op die manier gaan ontwikkelingen door, als een emergent proces, waar je uiteindelijk in meegezogen wordt. En dus afhankelijk en steeds afhankelijker wordt.
Heb ik een oplossing? Een verzoek? Nee, eigenlijk niet. Ik sta er bij en ik kijk er naar, denk er over na, doe met sommige dingen wel en met sommige dingen niet mee, benieuwd naar waar het het toe leidt.

donderdag 17 maart 2011

Ideeënboek Social media in het onderwijs

Het is al even geleden (nou ja, toch minstens een paar weken!) dat Erno Mijland zijn Ideeënboek Sociale media in het onderwijs presenteerde. Ik loop waarschijnlijk met deze blog ver achter de vele anderen die er al melding van maakten. Het zij zo.
In elk geval heeft het boek wat mij betreft een Droste effect in het kwadraat. Niet alleen is het Ideeënboek zelf het resultaat van een briljant idee, het boek over social media is gemaakt met behulp van social media! Er staan werkelijk prima ideeën in, simpel, uitvoerbaar, en met een heldere opzet. Ik heb op die manier ook kennis kunnen maken met een aantal nieuwe mogelijkheden als Scribblar en Screencast-o-matic. Glogster of Pbworks. Ook ideeën om in Evernote een soort naslagwerkje te maken biedt weer nieuwe toepassingsmogelijkheden voor bekende tools.

Maar nu het vervolg. Hoe zorg je er nu voor dat het idee daadwerkelijk een bijdrage levert aan beter onderwijs? Het zijn immers de mensen, die dit soort dingen allang doen, die weer wat meer ideeën krijgen en nog wat meer gaan doen. Daar is niets verkeerd aan maar het gaat ook om de docenten die het nog niet doen!
Komt er nu ook eens een slimme onderwijsmanager op het idee de workshop van Erwin te herhalen binnen één of enkele teams. Niet in een eenmalige opzet, leuk voor een teamactiviteitenmiddag of een studiedag, maar met een structurele opzet. Met een delicious-teamaccount of een Evernotedatabase om nieuwe ideeën te verzamelen. En natuurlijk een teamblog om ervaringen vast te leggen, met elkaar te delen en als team te reflecteren op de resultaten die dit Leren2.0 bij leerlingen teweegbrengt.
Natuurlijk is het makkelijk om een workshop te organiseren en wat tools op deze manier in te richten. Het gaat echter ook om de onderliggende visie: wat moet het werken met social media gaan opleveren? En hoe meet je dat? Hoe stuur je daarop? Misschien had Erno dit al bedacht en zit een dergelijke workshop ook al lang in zijn aanbod. Zo niet, dan is dit misschien een idee voor de tweede editie?