zaterdag 24 september 2011

Het ondiepe, wat het internet doet met onze hersenen

(Oorspronkelijk item op web-log)
Het boek van Nicholas Carr heeft me aan het denken gezet. In het kort gezegd beschrijft Carr de consequenties van veelvuldig internetgebruik op de hersenen. En wat hij beschrijft, maakt me niet vrolijk.
Hersenen zijn plastisch, zenuwbanen passen zich aan aan de taken die ze te verwerken krijgen. De manier waarop het internet in elkaar zit maakt, dat bepaalde taken van informatieverwerving en -verwerking oppervlakkiger verlopen, dat kennis minder makkelijk wordt opgebouwd, dat leervaardigheden afnemen. We worden er dus dommer van! Niet alleen als individuen maar gezien de schaal waarop het gebeurt ook als mensheid. Aldus Carr.
Er is meer informatie voorhanden maar dat maakt ook dat die oppervlakkiger wordt opgenomen. Het internet is een gigantische informatiebron. Hyperlinks maken het mogelijk om niet alleen maar lineair door teksten of zelfs hele informatiebronnen te gaan maar er steeds stukjes uit te pikken en weer verder te springen naar het volgende stukje. Mensen vinden het steeds moeilijker om zich te concentreren op langere teksten.

Gereedschap is in feite een verlengstuk van het lichaam. Elk stuk gereedschap zorgt voor betere prestaties maar dat is niet gratis. Met elk stuk gereedschap verdwijnt of verkleint ook een bepaald vermogen. Of het nu gaat om een notitieblok als verlengstuk van je geheugen, een landkaart om je te oriënteren, een machine om meer kracht te kunnen zetten. De moderne technologie neemt een mens heel veel uit handen. In een aantal voorbeelden schetst Carr hoe dat ten koste gaat van creativiteit en kennis.
Zo beschrijft het in een aantal hoofdstukken allerlei thema's, die verband houden met zijn stelling. Carr gaat uitgebreid in op allerlei ontwikkelingen die verband houden met zijn waarneming. De ontwikkeling van het schrift en wat het lezen met de ontwikkeling van hersenen heeft gedaan. De invloed van de boekdrukkunst, het ontstaan van het internet. Hij beschrijft de plasticiteit van de hersenen en de manier waarop die beïnvloed wordt door het internet. Hoe bedrijven als Google inspelen op de nieuwe manier van informatieverwerving, het in feite in stand houden en versterken!

Het boek heb ik gelezen op mijn iPad. Eigenlijk had ik (in eerste instantie) niet zo'n last van dat verlies aan concentratie. Totdat ik me realiseerde dat het me elke keer weer moeite kostte om er toe te zetten weer een stukje te lezen. Het schrijven van dit stukje heeft me ook veel moeite gekost. Het bleek, dat ik me veel van de zaken die ik had gelezen, maar moeilijk kon herinneren. Elke keer dat ik nog eens door het boek bladerde om een bepaald stukje terug te vinden, merkte ik dat ik hele stukken weer las alsof het de eerste keer was…Dus geen internet meer in het onderwijs? Nog los van het feit dat veel van de ontwikkelingen zich niet zomaar laten sturen, valt er ook wel wat te relativeren. Carr gaat vooral uit van hyperteksten en webpagina's met allerlei kleurrijke, grafische symbolen en plaatjes, die de aandacht afleiden. Lang niet alle applicaties en educatieve programma's zitten op die manier in elkaar. Met wat Carr aandraagt kan ook rekening gehouden worden bij het ontwerp van (educatieve) programma's. Niettemin maakt Carr duidelijk dat er een keerzijde zit aan de informatietechnologie

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reacties zijn welkom