Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen

vrijdag 17 april 2015

Tablets in de klas, is dat nu goed of niet?

Ik ben geen Metrolezer. Die korte berichtjes zonder duiding en achtergronden die boeien me niet zo. Tot ik deze week een kop zag: Tablets in de klas maken verwachtingen niet waar. Daar heb ik eerder over geschreven en me er ook dingen bij afgevraagd.
Als je wat verder rondneust, kom je verschillende berichten tegen over datzelfde onderwerp. Nieuws.nl komt met een vergelijkbaar bericht over de Steve Jobs scholen al lijkt de inhoud toch minder negatief te zijn dan de kop doet vermoeden. En dat de inspectie kritisch is, heeft meer te maken met het feit dat leerlingen ook thuis mogen blijven.
Kennisnet houdt een pleidooi voor de tablets in een artikel over Zin en onzin over tablets op school. Die kop komt niet terug in het artikel, het gaat eigenlijk alleen over de zin van tablets, mits je het op de goede manier inzet.
Nog een aardige, ook uit de Metro, gaat over het Handschrift in een digitaal tijdperk. Het Platform Handschriftontwikkeling luidt de noodklok omdat jonge kinderen steeds minder schrijven. Dat zou de ontwikkeling kunnen belemmeren. Nu kun je van alles denken over zo'n platform, maar de argumenten snijden wel hout! Dat Maurice de Hond dat afdoet als een soort 'romantisch nostalgie' maakt mij dan best wel nijdig!

'Use it or lose it' is een adagium uit de neurologie dat aangeeft dat hersenen zich vormen naar het gebruik. Leren betekent dat er bepaalde paden in de hersenen worden aangelegd die breder of weer smaller worden al naargelang er meer of minder gebruik van gemaakt wordt. Leren gebeurt vaak in bepaalde fasen. Spreken, talen, een muziekinstrument bespelen, allemaal zaken die je beter leert als je jong bent.
De impact van dat aanleggen van die paden is breder dan alleen het geleerde. Zo hebben kinderen die meer gekropen, gelopen en gerekend hebben een beter ruimtelijk inzicht en kunnen beter rekenen. Natuurlijk kunnen tablets een verbetering van het onderwijs betekenen. Daar wordt veel onderzoek naar gedaan. Het is inmiddels veel duidelijker onder welke omstandigheden welke aanpak  meerwaarde oplevert. Wat echter niet onderzocht wordt is het effect van wat er niet meer geleerd wordt, zoals in dit geval het gebonden handschrift. Nicholas Carr besteed in zijn boek 'the Shallowsveel aandacht aan wat je aan vaardigheden kwijtraakt als je je voortdurend laat ondersteunen door allerlei hulpmiddelen zoals tablets en allerlei tools. 
Maurice, wees een vent en onderzoek dat nou eens echt in plaats van die ongenuanceerde en vooral ongefundeerde uitspraken op basis van een nostalgisch toekomstbeeld...

zondag 14 december 2014

Wordt de privacy in het onderwijs goed beschermd?

Laat ik voorop stellen dat ik niet alle feiten ken en ook geen privacy expert ben. Vanuit die relatieve lekenstatus concludeer ik echter toch wel dat er sprake is van een negatieve hype rondom de privacy van leerlingen en studenten in het onderwijs.

In april komt Price Waterhouse Cooper (PWC) met een nulmeting over hoe het gesteld is met de privacy van leerlingen in het PO en VO. Enkele conclusies in de samenvatting:

  • De scholen in het onderzoek passen de Wet Bescherming Persoonsgegevens en hun beleidsmaatregelen toe op basis van “gezond verstand”
  • De markt voor Leerlingvolgsystemen en Digitale Leermiddelen is in handen van een klein aantal leveranciers. De scholen hebben niet voldoende gewicht om tegenwicht aan leveranciers te bieden en eisen te stellen t.a.v. privacy en beveiliging. Zij accepteren de door de leveranciers gestelde voorwaarden.
  • De leveranciers van Leerlingvolgsystemen en Digitale Leermiddelen verwerken gegevens over bijvoorbeeld leerlingen en docenten. Het is onduidelijk hoe deze gegevens gebruikt worden, met welke partijen deze gegevens worden gedeeld en hoe deze gegevens adequaat worden beschermd. De beschikbare documentatie zoals privacystatements laten hiertoe ruimte. Er kan worden gesteld dat er een commercieel belang is om breder gebruik te maken van data.

Wat ik er niet in lees: leveranciers gaan aan de haal met de gegevens van leerlingen en verdienen daar geld aan.

RTL-nieuws besteedt er -overigens een paar maanden later- aandacht aan. Dat levert allerlei protesten op, zoals op die site staat te lezen. Kern van het verhaal is dat scholen gedwongen zijn om gegevens door te spelen omdat die kinderen anders niet met het materiaal kunnen werken.

Met name Basispoort van een aantal educatieve uitgevers moet het ontgelden. Basispoort is een dienst waarmee leerlingen met één toegangscode bij het lesmateriaal kunnen dat de uitgevers digitaal aanbieden.

Er is zeker ruimte voor verbetering. Met name het feit, dat er geen toestemming wordt gevraagd aan de ouders om de gegevens te delen met uitgevers is een belangrijk aandachtspunt. De uitgevers geven aan, dat toestemming vragen aan individuele ouders lastig is. De school heeft immers besloten om gebruik te maken van het lesmateriaal. Wanneer individuele ouders bezwaar maken, wordt dat lastig. De uitgevers stellen dan ook dat toestemming niet nodig is omdat het gaat om een gerechtvaardigd belang: het onderwijs aan de leerling. Dit kan wel wat sterker.
Ze zijn bezig om te bekijken hoe een en ander beter aangepakt kan worden, bijvoorbeeld door te werken met een pseudoniem van de leerling. Daar moet technisch best iets op te bedenken zijn zodat de gegevens in het systeem bij de uitgevers geanonimiseerd zijn.

Natuurlijk mag een Siebe Sietsma of een Aleid Truiens moord en brand schreeuwen. (Siebe mag dan zijn huiswerk wel overdoen. Als hij beweert dat de uitgevers een en ander hadden moeten melden bij het College bescherming Persoonsgegevens, heeft hij duidelijk niet gekeken naar het Vrijstellingsbesluit bij de Wet Bescherming Persoonsgegevens).

Als we nu met zijn allen stellen, dat wat hier gebeurt absoluut niet door de beugel kan, hebben we natuurlijk wel een flinke klont boter op het hoofd. Dan gaan we terug naar bord en krijt en schaffen we alle computers en tablets in het onderwijs af. nou ja, in elk geval internet. Dan moeten we ook alle leerlingadministratiesystemen afschaffen en weer terug gaan naar een papieren administratie want ook Parnassys, Magister en SOM registreren leerlinggevens zonder toestemming van de ouders.

Misschien kunnen we beter met allen constateren, dat ict veel mogelijkheden biedt, dat de ontwikkelingen sneller gaan dan we met zijn allen kunnen bijbenen en dat we serieus aandacht moeten besteden aan het aanpakken van deze problemen, die daaruit voortkomen. Maar achter de negatieve hype aanlopen betekent niets anders dan dat we het kind met het badwater weggooien. Dan gaan we weer naar de tijd dat kinderen thuis van alles doen met computer en tablet en op school komen om te zien hoe het vroeger was...


woensdag 31 oktober 2012

Het onderwijs in het regeerakkoord 2012

De digitale inkt van het Regeerakkoord 2012 is nog 'nat' maar nu het beschikbaar is, ben ik nogal nieuwsgierig wat 'Den Haag' voor het onderwijs in petto heeft. In de inleiding staat:

"We investeren extra in onderwijs en stellen hogere kwaliteitseisen aan leraren en schoolleiders. Ook dat is solide en sociaal."
En in het onderwijshoofdstuk:
"Het belang dat wij hechten aan goed onderwijs, wordt onderstreept door het feit dat wij onderwijs buiten de bezuinigingen hebben weten te houden en er in deze crisistijd zelfs in investeren." 

Als je de doorrekening van het CPB bekijkt, staat er echt, dat er zo'n 900 miljoen wordt geïnvesteerd in het onderwijs (zie blz 33). Dat is een hele hoop geld. 200 miljoen voor het afschaffen van de langstudeerboete, 700 miljoen als 'intensivering'. Daarvan is overigens 250 miljoen voor het MBO bestemd.
Al wordt die berg geld enigszins gerelativeerd als aan de besparingenkant staat dat er de komende jaren 1 miljard op het onderwijs wordt bezuinigd. Ook dat staat in de doorrekening (zie blz 28). Solide en sociaal...

Als je vervolgens kijkt, wie de rekening betalen: afschaffing van de gratis schoolboeken, een korting op het hoger onderwijs, minder opleidingen in het MBO, sociaal leenstelsel en de OV-kaart van studenten wordt omgezet in een kortingskaart, er wordt niet meer geïnvesteerd in innovatie van het groen onderwijs en ook de investeringen in onderwijsvernieuwingen vervalt, kenniscentra worden samengevoegd.

Een aantal maatregelen lijkt toch wel interessant:

  • Er wordt veel gedaan aan professionalisering van docenten en schoolleiders.
  •  'Er worden afspraken gemaakt met de onderwijssector over onder andere 'het zo effectief mogelijk benutten van kostbare onderwijstijd'. Daarbij wordt 'de huidige wettelijke onderwijstijdnorm gemoderniseerd'. Dat zou goed nieuws kunnen betekenen voor de mogelijkheid om (meer) afstandsleren in te zetten. (Daarover binnenkort meer). Hoewel het ook zou  kunnen betekenen, dat er nog wat harder gecontroleerd wordt op het halen van de norm, blijven we voorlopig optimistisch. 
  • Het Lerarenregister wordt (vergelijkbaar met de Wet BIG in de Zorgsector) van 2017 verplicht gesteld. Dat gaat consequenties hebben voor het HR-beleid. Slecht presterende leraren moeten makkelijker kunnen worden ontslagen. 
  • Jet Bussemaker mag met een stofkam door het onderwijs om allerlei administratieve verplichtingen en voorschriften uit het onderwijs te kammen. Dat hebben we al vaker gehoord en blijkbaar nog niet veel opgeleverd, zodat het nog een keertje moet gebeuren. Maar toch...
  • 'Focus op vakmanschap' gaat door maar met een wat realistischer tijdpad. 
  • Minder opleidingen en uitstroomprofielen in het MBO en HBO is ook al een oude wens. Kleine opleidingen worden afgebouwd. Ik ben benieuwd of dat bedoeld is voor heel specialistische opleidingen als instrumentmaker of goudsmid of dat er een minimumnorm komt waaronder opleidingen binnen een roc of aoc niet meer aangeboden kunnen worden. 
  • Er komt een Techniekpact tussen onderwijs en bedrijfsleven. 
  • Er wordt stevig bezuinigd op de Kenniscentra, als die al niet helemaal opgaan in de Stichting Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (het voormalige COLO). 
  • De gratis schoolboeken verdwijnen weer. 
  • Maar het onderwijs komt ook op andere plekken in het regeerakkoord terug. Er komt zoiets als TBO, 'onder toezichtstelling van het onderwijs', vergelijkbaar met TBS dus. Benieuwd, wie dat mag gaan uitvoeren. 
Er worden bruggen gebouwd, met name tussen bezuinigingen en investeringen...

donderdag 15 december 2011

Bring your own device - de zoektocht van Niek

In de regel schrijf ik niet over de opdrachten die ik bij klanten uitvoer. Soms komt het echter goed uit dat ik er over schrijf en dan maak ik graag van de gelegenheid gebruik.
Twee weken geleden ben ik (naar aanleiding van een eerder bericht) benaderd door Kennisnet of ik er iets voelde mee te werken aan enkele blogberichten over Bring Your Own Device (BYOD) in het onderwijs. Nu vind ik mijn werk erg leuk, maar soms is het nog leuker. In een opdracht als dit ga je in gesprek met allerlei mensen, ga eens kijken op locatie en leer je ontzettend veel in een heel korte tijd. Samen met Erwin Bomas van Kennisnet ben ik aan de slag gegaan.

We hebben gekozen voor een vorm waarin we achtergrondinformatie koppelen aan de zoektocht van Niek, een schoolleider die geconfronteerd wordt met een situatie waarin een verbod op mobieltjes ineens niet zo vanzelfsprekend meer is. Het eerste bericht staat nu online: van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam.
We willen in een paar berichten aandacht besteden aan de visie, randvoorwaarden en de ontwikkelingen. Het is vooral bedoel om informatie op een rijtje te zetten die mensen aan het denken zet en wat handreikingen geeft. Wat we beslist niet willen is een kant en klare oplossing presenteren: die is er gewoon niet. Daarom nodigen we ook iedereen uit om te reageren, voorbeelden te geven waarin dingen werken en vooral ook, wat je niet moet doen!

Toen ik er mee aan de slag ging, was ik van plan om de berichten (met toestemming van Kennisnet, net zo netjes om het even te vragen) hier ook te plaatsen. Ik bedacht me vervolgens, dat dat weinig zin heeft. Maar de zoektocht van Niek heeft ook veel parallellen met de zoektocht die wij ook doormaken. Een paar leermomenten:

  • Veel voorbeelden van gebruik van BYOD heeft te maken met het gebruik van door de school aangeschafte iPads of zo. Dat is natuurlijk niet echt BYOD. We nemen dat maar mee omdat dat waarschijnlijk ook een overgangssituatie is. Uiteindelijk zullen de meeste leerlingen een apparaat hebben waarmee het onderwijs goed te ondersteunen is.
    We hebben vervolgens geprobeerd een 2x2-matrix te maken. Links zet je dan: Door school geregeld en daarboven BYOD, maar wat zet je nu onderaan? Geen visie, wel visie? Dat leek eerst aantrekkelijk, maar op een bepaald moment realiseerden we ons dat het expliciet verbieden van mobieltjes en dergelijke, best uit een duidelijke visie kan voortkomen.
    We hebben nog wat andere aspecten geprobeerd als 'reactief' en 'proactief', of 'uitgaan van belemmeringen' en 'uitgaan van kansen', maar daarmee kregen we de matrix niet goed gevuld. We hebben het vervolgens maar losgelaten. Als iemand een idee heeft?
  • Bring your own device lijkt heel nieuw. Maar de trend is al eerder in gang gezet (en dan bedoel ik niet het feit dat mensen koffieapparaten meebrengen naar school om de automatenkoffie te ontlopen). Het begon al met de komst van thuiscomputers en zeker toen er allerlei pc-privé projecten kwamen. In feite 'use your own device'. Door allerlei ontwikkelingen zijn die apparaten steeds kleiner en mobieler geworden en kon men ze mee gaan nemen. Niets nieuws onder de zon, dus.
  • Misschien nog even iets over protocollen rond internet- en mobieltjesgebruik. Ik zie en lees veel berichten van mensen, die er op zijn minst wat bedenkingen hebben bij de vorm. Bijvoorbeeld Karin Winters, die weer verwijst naar (een prima bericht van) Willem Karssenberg en Wilfred Rubens. Ook Frank van Hout geeft zijn beeld bij een protocol.
    Naar mijn idee is de essentie dat een dergelijk protocol niet moet zijn bedoeld als een inperking van de mogelijkheden maar vooral als een bewustwording van bepaalde risico's. Zeg maar: een hulpmiddel om mensen mediawijs te maken. Volgens mij past dat prima bij wat al die anderen daar over gezegd en geschreven hebben... 
Er is nog een hoop meer te vertellen, daar kom ik samen met Niek later nog wel op terug...

woensdag 30 november 2011

Onderwijs verliest het vertrouwen in de politiek

DUO-onderwijsonderzoek (niet te verwarren met een afdeling van DUO, de Dienst Uitvoering Onderwijs) heeft een onderzoek uitgevoerd naar de mate waarin leraren en directeuren van het basis - en voortgezet onderwijs vertrouwen hebben in regering, Minister en Staatssecretaris van Onderwijs en politieke partijen.



Eén ding is zeker: als het onderwijs het voor het zeggen had, zou er een politieke aardverschuiving plaatsvinden.  Het onderzoek is voor het eerst uitgevoerd in 2010, toen het kabinet Rutte net was aangetreden. Het tweede onderzoek dateert van september 2011, toen het kabinet het eerste jaar volgemaakt had.

Vrijwel zonder uitzondering is het vertrouwen in de regering, de minister en straatssecretaris voor Onderwijs fors gedaald. In 2010 had nog ongeveer 75% vertrouwen in de Minister van Onderwijs, dan wel gaf men haar het voordeel van de twijfel. Die score is gezakt tot ongeveer 40%. Op de stelling "dit kabinet helpt het basis/voortgezet onderwijs vooruit" is de score dramatisch gedaald.

Waar 50% in 2010 nog aangaf het niet met die stelling eens te zijn, is dat in 2011 opgelopen tot 75%. In het onderwijs zou men dit kabinet dus graag zien vertrekken. Helaas, waar men vorig jaar nog dacht dat het kabinet waarschijnlijk de rit niet zou uitzitten, is men inmiddels gaan inzien dat dat er toch wat beter (voor het kabinet) dan wel slechter (voor het onderwijs) uitziet.

Er is ook geïnformeerd naar het vertrouwen in de plannen van de politieke partijen. In het basisonderwijs scoren VVD en PVV verreweg het minst, de beste plannen voor het basisonderwijs komen van D66, PvdA en Groen Links. In het voortgezet onderwijs zijn de verschillen nog wat groter. Ook hier scoren VVD en PVV slecht, D66 steekt met kop en schouders boven de rest uit. SP, PvdA en Groen Links hebben nog een beetje krediet.

Hoe zou de Tweede Kamer er uit zien? Eerst het basisonderwijs...

Vervolgens het voortgezet onderwijs:

Leuk, goed dat we dit weten, toch?

Ik heb het onderzoek met veel belangstelling (en een beetje leedvermaak) gelezen. Toen ik het uithad, kwamen de echte vragen. Wat kunnen we hiermee? Wat is het verhaal achter de cijfers? Dat is in het onderzoek niet terug te vinden. Wie heeft eigenlijk de opdracht gegeven voor dat onderzoek? Ook dat is nergens terug te vinden. Wat maakt nu, dat men zo weinig vertrouwen heeft in de politiek? Daar kun je wel van alles bij bedenken, maar is dat wel zo? Dat is immers niet onderzocht. Wat dat betreft: leuk verhaal, maar erg dun en weinig toepasbaar. Eigenlijk een beetje zonde.

Dan toch maar zelf op een klein onderzoekje uitgegaan. Neem nu het succes van D66. Een hoge waardering van de D66-onderwijsplannen, resulterend in een hoge score bij de virtuele verkiezingen. Eens even kijken wat D66 dan te bieden heeft. Een klein citaat:
Bij D66 staat onderwijs op één. D66 investeert structureel €2,5 miljard extra in het onderwijs. Goed onderwijs is de basis voor de zelfontplooiing van ieder individu en voor de toekomstige welvaart en het welzijn van Nederland. D66 wil, juist in deze economisch moeilijke tijden, investeren in onderwijs en kennis, omdat dit de beste belegging is voor de toekomst. Investeren in het salaris, de opleiding en de arbeidsvoorwaarden van docenten, in voor- en vroegschoolse educatie, in vermindering van schooluitval en in kennis en innovatie. Zodat ieder individu de kans krijgt het beste uit zichzelf te halen. Een leven lang.
Dat klinkt goed, daar trek je duidelijk kiezers mee. In grote lijnen: ok. Ik zou wel wat concreets terug willen zien voor die salarisverbeteringen.
Maar toch, dit is wel weer weinig cijfers achter het verhaal. 2,5 miljard, onderwijs op één. Meer cijfers zijn er niet (nou ja 66 in D66). Laat men zich daardoor niet een beetje lijmen? Ik heb dan ook een donkergroen vermoeden dat de uitwerking van deze plannen ook wel eens wat deceptie in een politieke barometer zou kunnen laten zien...

dinsdag 15 november 2011

De grote uittocht

Het is alweer anderhalf jaar geleden dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken (en nog wat andere partijen) een rapport presenteerden over 'de grote uittocht'. Wat staat de overheid in brede zin (dus inclusief de zorg en het onderwijs) de komende jaren te wachten op het gebied van de arbeidsmarkt?

Van de 1 miljoen mensen, die in 2010 bij de overheid werkten, zal 70% daar in 2020 niet meer werken. In die periode gaan er ongeveer 275.000 mensen met pensioen. Voor de rest zullen mensen om andere redenen vertrekken.
Er staat een foutje in het plaatje, bij de middelste rij gaat het waarschijnlijk om 2015.

Door de vergrijzing zal het moeilijk zijn om op een krappe arbeidsmarkt voldoende personeel te vinden. Dat niet alleen, de vergrijzing vereist juist een toenemend aantal mensen in de zorg. Juist door de krappe arbeidsmarkt zullen mensen eerder geneigd zijn een baan elders te nemen waardoor het effect van de vergrijzing wordt versterkt.

In het rapport wordt een aantal arbeidsmarkt gerelateerde trends genoemd:
  • De bevolking verandert van leeftijd en samenstelling
    We worden ouder, er komen minder jongeren en en ondanks immigratie neemt de beroepsbevolking af.
  • De arbeidsmarkt wordt flexibeler maar ook krapper
    Er is vooral behoefte aan hoogopgeleiden, mensen wisselen vaker van baan, de participatie stijgt. Er is eerder sprake van werkzekerheid dan van baanzekerheid
  • Krappe overheidsfinanciën
    Vergrijzing en de economische crisis eisen hun tol
  • Het werkende individu wil combineren
    Werknemers worden flexibeler, willen werk en thuis (zorg) combineren, employability is belangrijk
  • Organisaties veranderen
    Invloed van technologie op productiviteit, organisatiegrenzen vervagen, maar ook de verhouding privaat-publiek staat ter discussie. Wat als de markt goedkoper en beter onderwijs kan verzorgen?
  • Burgers zijn minder tevreden
    Burgers zijn als belastingbetaler, kiezer, onderdaan en klant kritisch op wat ze krijgen 
Naast deze trends zijn er enkele fundamentele onzekerheden die een rol spelen. De eerste onzekerheid is het economisch klimaat, de tweede onzekerheid heeft betrekking op hoe de burger aankijkt tegen de overheid, op solidariteit. Deze onzekerheden zijn in een viertal scenario's weergegeven waarbij 'groei' en 'stagnatie' op de ene as en 'zelf' en 'samen' op de andere as zijn uitgezet.
Elke kwadrant kent zijn eigen uitdagingen en aanpak.

De overheid heeft op basis van de trends en de mogelijke scenario's in elk geval een aantal uitdagingen:
  1. Wat je als overheid doet, doe je goed
  2. Inzet op sociale innovatie
  3. Vergroten van professionele ruimte en statusherstel van professionals
  4. Talenten van professionals beter benutten
  5. Verder verhogen van arbeidsdeelname
  6. Investeren in loopbaan en gezondheid
  7. Beter combineren van werk en privé
  8. Marktconforme loonontwikkeling
  9. Bevorderen van mobiliteit zowel binnen als buiten de overheid
Natuurlijk is het rapport gericht op de overheid, zowel in de rol van werkgever als in de rol van bestuur. Dat neemt niet weg, dat onderwijsinstellingen de komende jaren te maken krijgen met een grote uitdaging. Vergrijzing betekent zoveel meer dan dat een aantal oudere collega's gaan vertrekken. Het gaat niet alleen om het invullen van vrijkomende uren. Met hen vertrekt ook veel kennis en ervaring en verdwijnen relatienetwerken. Toenemende werkdruk voor diegenen die achterblijven zal er voor zorgen dat het imago van het docentschap verder onder druk komt te staan met als consequentie dat nog minder mensen voor het onderwijs kiezen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel die met krappe budgetten niet te doorbreken zal zijn.

Hoog tijd om eens door te denken over de mogelijkheden die er zijn om met minder geld en mensen toch kwalitatief goed onderwijs te blijven leveren! Dat vraagt om creativiteit en innovatie!

zondag 25 september 2011

Liever het eigen dan het Google-geheugen

Joshua Foer is een Amerikaans wetenschapsjournalist die in 2006 the USA Memory Test won nadat hij een jaar eerder zijn geheugen was gaan trainen. Hij schreef er sindadien verschillende boeken over waaronder recent het Geheugenpaleis. Op 28 oktober houdt Four de van der Leeuw-lezing in Groningen onder de titel: 'Onderwijs: Internet of geheugen?'.
Het zal niet verrassend zijn hoer daar over denkt. In een recent artikel in de Volkskrant zegt hij:
'In de laatste eeuw is het idee van stampen, van feiten leren, bijna een vies woord geworden in het onderwijs. Het argument is: we vergeten die feiten toch, waarom zou je ze dan leren? Maar leerlingen vergeten die feiten vanwege de manier waarop het onderwijs is ingericht. Een van de best bewezen principes van de cognitieve wetenschap is spaced learning. Als je wilt dat mensen informatie onthouden, moet je die informatie geven, een tijdje met rust laten, ernaar terugkeren, weer een tijdje met rust laten, enzovoorts. In het onderwijs zie je juist het tegenovergestelde: we proppen informatie in één blok, we blokken voor een examen, en de volgende dag wordt gezegd: oké, je hoeft het niet meer te weten. Tweederde van de Amerikaanse 17-jarigen kan niet bij benadering zeggen wanneer de Amerikaanse Burgeroorlog werd uitgevochten. Dat komt niet omdat het ze nooit verteld is'.
Op de vraag of we terug moeten naar het traditionele onderwijs in plaats van het bevorderen van creativiteit, sociaal gedrag en zelfwerkzaamheid zegt hij vervolgens:
'Dat is een heel oud debat. Als puntje bij paaltje komt, wil je toch dat leerlingen een zekere basiskennis hebben. Het is prachtig om iets te leren door een toneelstuk op te voeren, maar je kunt niet om de tafels van vermenigvuldiging heen. Maar natuurlijk is het ook goed als leren leuk en stimulerend is. We hoeven echt niet terug naar de drill and kill-methoden van vroeger.'
Feitenkennis is belangrijk als de basis voor de algehele, toepasbare kennis. Het is niet voldoende als je weet waar iets is opgeslagen (zie : het Googlegeheugen), dan heb je het niet paraat. Het is juist de parate kennis, die je nodig hebt om nieuwe kennis een plek te geven (constructivisme). Creativiteit bestaat voor een belangrijk deel natuurlijk uit het op verrassende, nieuwe manieren met elkaar te combineren van verschillende feiten.
Foer ziet ook het gevaar voor een het devalueren van het geheugen omdat het toch op internet is opgeslagen. In die zin onderschrijft hij de zorgen die Nicholas Carr beschrijft in zijn boek 'Het ondiepe'.

Ik ben in elk geval benieuwd naar de van der Leeuw-lezing dit jaar.

Actueel oud nieuws

Er is momenteel veel te doen over laptops in het onderwijs, mobile learning, BYOD, enzovoorts. Er lopen discussies op LinkedIn, er wordt van alles georganiseerd, er worden handreikingen gegeven en presentaties aan gewijd.
Vorige week werd tijdens de saMBO~ICT conferentie met enig leedvermaak tijdens een pauze iets verteld over een nieuwsbericht dat scholen in Amerika massaal bezig waren om die laptops weer uit het onderwijs te krijgen. Dat is natuurlijk 'hot news'. Ik ben dus op zoek gegaan naar dat nieuwsbericht. Ik vond het betreffende nieuwsbericht al betrekkelijk snel.

Maar wacht eens even. In het bericht worden voorbeelden van 2007 aangehaald. En toen werd er al over geblogd o.a. Annet Smith.

Ook wordt Mark Warschauer aangehaald. Warschauer is vooral een criticus van het One Laptop Per Child (OLPC) programma waarmee Nicholas Negroponte de armoede in de armste landen wilde aanpakken. Warschauer vindt dat investeringen in scholen, docenten en dergelijke meer zouden opleveren. Het ontbreken van laptops is nou eenmaal niet de zwakste schakel in die landen.
Het onderzoek dat in het artikel wordt aangehaald (Learning with Laptops: A Multi-Method Case Study) laat inderdaad zien dat in het eerste jaar na invoering laptop leerlingen minder scoorden. Maar het onderzoek toonde ook aan dat die leerlingen die achterstand daarna weer snel inhaalden! Worden hier selectief wat conclusies aangehaald?

Mooi voorbeeld van hoe je oud nieuws weer actueel kunt maken...

zaterdag 24 september 2011

Het ondiepe, wat het internet doet met onze hersenen

(Oorspronkelijk item op web-log)
Het boek van Nicholas Carr heeft me aan het denken gezet. In het kort gezegd beschrijft Carr de consequenties van veelvuldig internetgebruik op de hersenen. En wat hij beschrijft, maakt me niet vrolijk.
Hersenen zijn plastisch, zenuwbanen passen zich aan aan de taken die ze te verwerken krijgen. De manier waarop het internet in elkaar zit maakt, dat bepaalde taken van informatieverwerving en -verwerking oppervlakkiger verlopen, dat kennis minder makkelijk wordt opgebouwd, dat leervaardigheden afnemen. We worden er dus dommer van! Niet alleen als individuen maar gezien de schaal waarop het gebeurt ook als mensheid. Aldus Carr.
Er is meer informatie voorhanden maar dat maakt ook dat die oppervlakkiger wordt opgenomen. Het internet is een gigantische informatiebron. Hyperlinks maken het mogelijk om niet alleen maar lineair door teksten of zelfs hele informatiebronnen te gaan maar er steeds stukjes uit te pikken en weer verder te springen naar het volgende stukje. Mensen vinden het steeds moeilijker om zich te concentreren op langere teksten.

Gereedschap is in feite een verlengstuk van het lichaam. Elk stuk gereedschap zorgt voor betere prestaties maar dat is niet gratis. Met elk stuk gereedschap verdwijnt of verkleint ook een bepaald vermogen. Of het nu gaat om een notitieblok als verlengstuk van je geheugen, een landkaart om je te oriënteren, een machine om meer kracht te kunnen zetten. De moderne technologie neemt een mens heel veel uit handen. In een aantal voorbeelden schetst Carr hoe dat ten koste gaat van creativiteit en kennis.
Zo beschrijft het in een aantal hoofdstukken allerlei thema's, die verband houden met zijn stelling. Carr gaat uitgebreid in op allerlei ontwikkelingen die verband houden met zijn waarneming. De ontwikkeling van het schrift en wat het lezen met de ontwikkeling van hersenen heeft gedaan. De invloed van de boekdrukkunst, het ontstaan van het internet. Hij beschrijft de plasticiteit van de hersenen en de manier waarop die beïnvloed wordt door het internet. Hoe bedrijven als Google inspelen op de nieuwe manier van informatieverwerving, het in feite in stand houden en versterken!

Het boek heb ik gelezen op mijn iPad. Eigenlijk had ik (in eerste instantie) niet zo'n last van dat verlies aan concentratie. Totdat ik me realiseerde dat het me elke keer weer moeite kostte om er toe te zetten weer een stukje te lezen. Het schrijven van dit stukje heeft me ook veel moeite gekost. Het bleek, dat ik me veel van de zaken die ik had gelezen, maar moeilijk kon herinneren. Elke keer dat ik nog eens door het boek bladerde om een bepaald stukje terug te vinden, merkte ik dat ik hele stukken weer las alsof het de eerste keer was…Dus geen internet meer in het onderwijs? Nog los van het feit dat veel van de ontwikkelingen zich niet zomaar laten sturen, valt er ook wel wat te relativeren. Carr gaat vooral uit van hyperteksten en webpagina's met allerlei kleurrijke, grafische symbolen en plaatjes, die de aandacht afleiden. Lang niet alle applicaties en educatieve programma's zitten op die manier in elkaar. Met wat Carr aandraagt kan ook rekening gehouden worden bij het ontwerp van (educatieve) programma's. Niettemin maakt Carr duidelijk dat er een keerzijde zit aan de informatietechnologie

donderdag 16 juni 2011

Bij innoveren komt nogal wat kijken

Ik werd getriggerd door een uitgebreid bericht van Annet Smith over het initiatief om een digitale leerlijn op te zetten rondom digitale vaardigheden voor docenten. Omdat docenten steeds minder naar cursussen komen over de toepassing van ICT in het onderwijs hebben Annet en collega Bernadet Sprenkeling een leerlijn opgezet op basis van de Kennisbasis ICT binnen de omgeving van Wikiwijs. Prima initiatief die inmiddels al support heeft opgeleverd van Kennisnet en andere roc´s.
Een en ander past prima in de opzet van Vier-in-balans Plus van Kennisnet, namelijk in het onderdeel 'deskundigheid': docenten zullen moeten beschikken over een zekere hoeveelheid kennis en vaardigheden om ICT succesvol toe te passen in het onderwijs.
Bij het lezen van het stuk overkwam me weer wat me vaker overkomt als ik zoiets lees of als ik er met mensen over praat: er verschijnen een heel hoop vraagtekentjes in mijn hoofd. Allerlei vragen over dingen waarover niet geschreven of gesproken wordt. Misschien een deformatie die bij mijn vak hoort of misschien is het gewoon mijn nieuwsgierige inslag.
Hieronder een aantal vragen, om Annet en Bernadette te helpen bij het verder uitbouwen van het initiatief (Noot: het is helemaal niet gezegd, dat er geen aandacht is (geweest) voor die vragen, ze komen alleen bij me op bij het lezen van het stuk...)
  1. Is er een business case gemaakt?
    Het opzetten van een dergelijke leerlijn vergt een zekere investering. Op welke manier betaalt die investering zich terug? De volgende vraag is daar een uitvloeisel van:
  2. Wat levert het initiatief op?
    Misschien lijkt dit een domme vraag (het gaat immers om deskundigheid van docenten) maar het gaat me namelijk niet op het resultaat (de output) in de zin van die docentendeskundigheid maar om de toepassing van ICT in het onderwijs (de outcome). Hoe ga je meten of het initiatief daadwerkelijk bijdraagt aan een toename van het gebruik van ICT in het onderwijs?
  3. Hoe wordt er gestuurd op het beoogde resultaat?
    Ervaringen uit het verleden hebben allang duidelijk gemaakt dat een aanbodgerichte aanpak niet werkt. Met een aanbod aan tips & trucs zal na verloop van tijd duidelijk worden dat de doelgroep er weinig gebruik van zal maken. Dus hoe wordt er voor gezorgd, dat docenten het idee krijgen dat de digitale leerlijn een oplossing is voor hun probleem? Hier spelen tal van zaken als communicatie (is er ook een communicatieplan?) en inbedding in de organisatie (wordt straks het gebruik van de leerlijn geëvalueerd in functioneringsgesprekken?)
  4. Hoe wordt de kwaliteit van de onderdelen van de leerlijn bewaakt?
    Aan welke criteria moet een onderwerp in de leerlijn voldoen? Is een knoppencursus voldoende? Of moet er ook een opdracht zijn die de docent moet uitvoeren? Moet het onderwerp ook didactische elementen bevatten (wanneer wel en vooral wanneer geen Powerpoint gebruiken, bijvoorbeeld)?
    Wordt de kwaliteit bewaakt door middel van een workflow? Wie bewaakt die workflow?  
  5. Wanneer is het project klaar?
    Annet en Bernadet nemen een initiatief dat uiteindelijk opgepikt moet worden, door bepaalde mensen opgepakt wordt en tot hun dagelijkse werkzaamheden gaat behoren. Annet en Bernadet gaan dan weer aan de slag met een volgend initiatief. Wat ligt er dan en hoe is dat georganiseerd? Wie is vanaf dat moment eigenaar van de digitale leerlijn en wat zijn dan de bijbehorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden? 
  6. Hoe worden de leervragen van de docenten bepaald?
    Is er ook ondersteuning voor die docenten bij het expliciteren van hun leervraag? (Je gaat ook voor complexere klachten niet naar de dokter met het verzoek voor een doosje pillen, je vertelt over je klachten en dan stelt de dokter op basis van zijn deskundigheid de diagnose en komt hij tot een behandelingsmethode, hoe ga je om met de complexere leervragen?) 
Er zijn nog veel meer vragen te stellen. Als je door je oogharen naar de vragen kijkt, worden de contouren van een projectmatige aanpak zichtbaar. Nu zullen Annet en Bernadet ongetwijfeld een uitgewerkt projectplan hebben waarin als het goed is (een groot deel van) bovenstaande zaken uitgewerkt zijn. Anders helpen bovenstaande vragen wellicht bij een volgende versie van het plan.

dinsdag 1 februari 2011

Passend onderwijs?

Recent heeft de Minister van Onderwijs een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over Passend Onderwijs. Eerlijk is eerlijk, het is niet zo mijn onderwerp. (Wie er meer over wil meten kant terecht op de website www.passendonderwijs.nl.) De reden dat ik er op kom heeft te maken met een discussie die ik had over verschillende redenen om onderwijs te flexibiliseren. Uit de discussie kwam naar voren dat er eigenlijk vooral sprake moet zijn van een noodzaak. De invoering van de referentiekaders taal een rekenen, bijvoorbeeld. Natuurlijk zijn er nog veel andere noodzaken te noemen, maar daar gaat het even niet om. Het beleid rondom Passend Onderwijs zou ook snel zo'n noodzaak kunnen blijken te zijn.
Het komt er kortweg op neer dat leerlingen met een grote zorgbehoefte weer terecht moeten kunnen in het gewone onderwijs. Ik heb de brief aan de Tweede Kamer eens doorgelezen (niet echt bestudeerd, het is per slot van rekening mijn onderwerp niet zo). In eerste instantie klinkt het allemaal heel logisch. Er werd in het verleden een regeling getroffen voor leerlingen met een zorgbehoefte met de veronderstelling dat het aantal zich wel zou stabiliseren. Welnee, de regeling was zo goed doordacht en uitgevoerd dat het aantal indicaties met 65% steeg. En dus moet het roer om en moeten de leerlingen weer terug naar het gewone onderwijs. Als je brief leest, lijkt het allemaal heel logisch. Het systeem kraakt in zijn voegen, leerlingen worden ten onrechte gestigmatiseerd, dat moet beter kunnen.
Maar als je dan wat doordenkt, beginnen er wat nekharen te kriebelen. Om eens paar dingen te noemen:
  • Veel scholen voor speciaal onderwijs voldoen niet, hebben het predikaat zwak of erger, ondanks het feit dat daar de specialisten zitten als het gaat om deze leerlingen. Dus sturen we de leerlingen weer naar het gewone onderwijs waarvan bekend is dat de docenten niet zijn toegerust om die zorg te verlenen.
    "Verder laat de kwaliteit van het (speciaal) onderwijs voor kinderen die meer dan gemiddelde aandacht behoeven te wensen over. Van de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs staat bijna 30 procent onder verscherpt toezicht. De helft van de leraren in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs lukt het niet om het onderwijs goed af te stemmen op verschillen tussen leerlingen, omdat zij hiervoor onvoldoende zijn toegerust."Het probleem wordt onderkend maar gewoon bij de bestuurders op het bordje gemikt, want die zijn toch overal verantwoordelijk voor.
  • Hadden we het er Dijsselbloem indertijd niet over dat allerlei maatschappelijke problemen niet over de schutting van de scholen mochten worden gegooid? Nu gaat het niet zozeer om een nieuw maatschappelijk probleem maar om de verschuiving van een probleem van het speciaal onderwijs naar het reguliere onderwijs, maar toch. Voorbeeld:
    Scholen in het primair en voortgezet onderwijs hebben in het nieuwe stelsel een zorgplicht. Dit betekent dat wanneer ouders hun kind op een bepaalde school aanmelden, deze school de taak heeft dit kind een zo goed mogelijke plek in het onderwijs te bieden, tenzij dit een onevenredige belasting vormt voor de school.
    Dat laatste is natuurlijk een hele gerustelling, vooral omdat het zo SMART is geformuleerd.
  • De Minister uit haar zorg over de sterke toename van het aantal zorgleerlingen. Er wordt gesteld dat dat komt omdat de bestaande regeling daartoe uitnodigt. Ik kan er me vanalles bij voorstellen. Maar is dit nou goed onderzocht? Of zijn in het verleden veel zorgleerlingen onderbelicht gebleven omdat er geen geld was om ze goed te testen en te plaatsen? Ik heb wel zo'n vermoeden, dat het eerste het geval is, maar een evidence based onderbouwing vind ik in het stuk niet terug. Dat wordt anders wel van het onderwijs vereist...
  • Gelukkig is er een implementatieplan. Maar veel meer dan wat wetswijzigingen en het over de schutting gooien bij wat instanties als DUO en de Inspectie heeft dat plan niet om het lijf.
  • Een bezuiniging van 300 miljoen die wordt uitgelegd als een verhoging van 200 miljoen ten opzichte van het oorspronkelijke budget...
  • Wat me vooral irriteert aan dit type beleidstaal is het vooraf inboeken van allerlei resultaten als vanzelfsprekendheden:
    • "... Dit zorgt ervoor dat kinderen met een zorgbehoefte op efficiëntere wijze een zo goed mogelijk passend onderwijsaanbod krijgen, minder leerlingen thuis hoeven te zitten, en leraren meer merken van de middelen die beschikbaar zijn voor leerlingenzorg."
    • "De samenwerkingsverbanden zijn daarmee groter dan nu het geval is voor de WSNS-systematiek. Dit maakt de samenwerkingsverbanden slagvaardiger en zorgt ervoor dat ouders niet van het ene naar het andere samenwerkingsverband worden gestuurd."
    • "Scholen hebben verder een prikkel tot zo min mogelijk bureaucratie binnen samenwerkingsverbanden doordat scholen zelf de kosten dragen van meer bureaucratie. Wanneer het samenwerkingsverband niet uitkomt met de gebudgetteerde middelen, zullen zij uit hun reguliere bekostiging moeten putten."
    • "Een heldere verdeling van verantwoordelijkheden voorkomt dat zorgleerlingen worden doorgeschoven, wat nu nog vaak gebeurt. Daarmee biedt dit een oplossing voor de steeds verdergaande labeling en doorverwijzing van kinderen en het grote aantal kinderen dat jaarlijks een periode thuis zit."
    • Enzovoorts
Ik denk dat er veel reden is voor zorg. Voor de leerlingen, die extra zorg nodig hebben, voor de scholen die het op hun bordje krijgen, voor de docenten die het voor hun kiezen krijgen. Kunnen we niets bedenken als "Passend Onderwijsbeleid"?