Posts tonen met het label Foer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Foer. Alle posts tonen

dinsdag 8 november 2011

Het geheugenpaleis

Dat kon natuurlijk niet uitblijven. Nadat ik al eerder aandacht besteedde aan Joshua Foer wilde ik zijn boek, het Geheugenpaleis ook wel eens lezen. Dat bleek nauwelijks een opgave. Lekker vlot geschreven en een boeiend verhaal.
Foer beschrijft hoe hij er toe komt om te gaan trainen voor het Amerikaans geheugen-kampioenschap en dat als nieuwkomer ook nog wint!
Het begint allemaal als hij op zoek gaat naar de slimste mens ter wereld. Die blijkt niet zo makkelijk te googlen als bijvoorbeeld de sterkste man ter wereld. Hij vindt wel iemand die zeer getalenteerd is in het memoriseren van allerlei zaken. Ben Pridmore was in staat om in 32 seconden de volgorde van een set speelkaarten van buiten te leren.
Foer vroeg zich af, of je een beter journalist, student of partner, kortom een beter mens kunt worden als je alles beter kunt onthouden. Hij bezoekt in 2005 de Amerikaanse geheugenkampioenschappen om dat uit te zoeken en maakt kennis met een aantal van de deelnemers. Daar ontdekt hij, dat die deelnemers geen 'savants' waren maar gewone mensen, die door middel van enkele trucs en heel veel oefenen in staat waren tot allerlei geheugenprestaties. Hij laat zich overhalen om ook te gaan trainen om het jaar daarop mee te doen met de geheugenkampioenschappen.

zondag 30 oktober 2011

Epidemie van geheugenverlies

Joshua Foer gaat in de 'van der Leeuwlezing' in op de epidemie van geheugenverlies dat met de boekdrukkunst is ontstaan.
Ik wil u vragen mee te doen aan een kort experiment in zelfonderzoek. Denkt u eens terug aan de colleges uit uw eerste studiejaar. Hoeveel van de kennis die u toen is bijgebracht, kunt u zich nog herinneren? Of denk eens aan een boek dat u vorig jaar hebt gelezen. Wat kunt u zich daar nog van herinneren? Hoeveel zult u zich er over een jaar nog van herinneren? En over tien jaar?
Vóór mensen konden lezen moest alles, wat moest worden overgedragen, ook worden onthouden. De menselijke cultuur kon zich alleen ontwikkelen dankzij het geheugen. Met de komst van het schrift en boeken werd een extern geheugen geïntroduceerd. In eerste instantie had dat nog niet zo veel effect: toen er nog niet veel boeken waren, wist men dat men een bepaald boek hoogstwaarschijnlijk maar één keer beschikbaar had en moest de inhoud worden gememoriseerd.Met de komst van de boekdrukkunst werd extern geheugen enorm uitgebreid en hoefde niet alles meer onthouden worden.
Larry 'Google' Page heeft als visioen dat het mogelijk zal worden om onze hersenen aan te sluiten op het internet en het denken over een vraag al voldoende zal zijn om een antwoord te krijgen. (Leuk thema voor een science fiction boek.)

In het onderwijs is het memoriseren grotendeels vervangen door ervaringsleren. Eerdere onderwijssystemen waren veel meer gericht op het kunnen onthouden van allerlei feiten. Dat gebeurde niet alleen vanwege de kennis zelf maar ook omdat men er van uit ging dat daardoor het vermogen om dingen van buiten te leren werd versterkt. Eigenlijk een onderdeel van het verborgen curriculum.
Foer stelt, dat het leren van nu vooral is gericht op het het verwerven van voldoende korte termijn kennis om een examen te halen. Daarna mag alles weer vergeten worden.
Hier valt wel wat op af te dingen. Niettemin zien we in het onderwijs dat het belang van feitenkennis en het vermogen om zaken te memoriseren behoorlijk is verwaterd. Tegelijkertijd vermoed ik, dat meer aandacht voor het vermogen om dingen van buiten leren een positief effect op de kwaliteit van het onderwijs zou kunnen hebben.

Er zijn veel parallellen te trekken tussen Joshua Foer en Nicholas Carr. Beiden waarschuwen voor negatieve effecten van het internet op de hersenen. Waar Carr een relatie legt tussen internet en het afnemende vermogen om geconcentreerd te lezen en je daarbij in te leven in de tekst, gaat Foer nog een flinke stap verder. Hij ziet lezen (en met name het bestaan van toegankelijke informatiebronnen) als een aantasting van het vermogen tot herinneren. Foer heeft het daarbij over het 'verwoestende effect' op het geheugen.
Hoewel ik erg geïntrigeerd ben door zijn benadering van het geheugen en me ook nog wel iets kan voorstellen bij (de consequenties van)  het afnemende vermogen om te memoriseren, vind ik de omschrijving 'verwoestend' toch wel overtrokken.
Eens kijken hoe ik er over denk na het lezen van het Geheugenpaleis.

woensdag 26 oktober 2011

Geheugentraining in het onderwijs?

Geachte heer van den Hurk, 
Donderdag a.s. interview ik voor Nieuwsuur Joshua Foer. Wij zouden graag willen weten of wij met u zouden kunnen praten ho het op dit moment gesteld is met geheugentraining/stimulering in het onderwijs? Zou u dat willen? Daarnaast zoeken wij nog een school die hier al mee experimenteert. Zou u mij daar mee verder kunnen helpen?
Ik dank u vriendelijk bij voorbaat.

Ik krijg zomaar een mailtje van Nieuwsuur naar aanleiding van een eerder bericht. Al ben ik dan nogal geïnteresseerd in het onderwerp, dat maakt me nog geen expert.

Maar de vraag intrigeert me. Kan geheugentraining iets bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs? Zijn er scholen die iets aan geheugentraining of braintraining doen? Daar horen nog wel wat vragen bij. Is het zinvol om specifiek aandacht te besteden aan geheugentraining of moet dat in een breder perspectief worden geplaatst?

In eerste instantie lijkt het een actueel onderwijs als je de discussie over competentiegericht vs traditioneel onderwijs in ogenschouw neemt. CGO zou ten koste gaan van de kennis. Inmiddels is duidelijk dat CGO niet zonder een gezonde kennisbasis kan, kennisgericht onderwijs staat weer volop in de belangstelling.
Als we met zijn allen kennis beschouwen als een belangrijke factor, moet er dan meer aandacht komen voor geheugentraining? Ja en nee. Wanneer geheugentraining er uit gelicht wordt als dé manier om de kennisbasis te versterken dan is het simpelweg: nee. Als onderdeel van een breed palet aan mogelijkheden om leren te stimuleren en te verbeteren: dan wel. Naast geheugentraining kun je denken aan allerlei andere technieken als mindmappen, snellezen, creatief denken, timemanagement, enzovoorts, om de kwaliteit van het leren te verbeteren.

Zijn er scholen, die dat toepassen? Eerlijk gezegd, ik weet het niet. Coen Free gaat uit van meervoudige intelligenties en stimuleert het onderwijs op het Koning Willem I College daar gebruik van maakt. Maar dat is niet hetzelfde als geheugentraining.
Een korte zoektocht op Google levert in elk geval geen resultaat op. Het enige dat ik tegenkwam was Slimme Rik op Kennisnet. Geen idee of daar veel gebruik van wordt gemaakt.

De vraag van Nieuwsuur heeft me in elk geval wat nieuwsgieriger gemaakt naar het verhaal van Joshua Foer aanstaande vrijdag.

maandag 3 oktober 2011

Competent City (3) Wim Veen

Wim Veen is al een hele tijd bekend in het MBO en heeft in het verleden vaker gesproken op conferenties.

Hij start zijn verhaal met Sugata Mitra: the hole in the wall. Kern van dat verhaal is, dat studenten heel goed in staat zijn om heel veel zelf te leren mits ze vrije tijd hebben en als ze het leuk vinden.
Mitra heeft experimenten uitgevoerd in India waar hij op een beschermde plek een computer neerzette. Binnen de korste keren hadden de kinderen zichzelf van alles en nog wat geleerd. Hij heeft de experimenten herhaald in Engeland. Daaruit bleek, dat leerlingen van 9 in staat zijn om in groepjes van 4 in 20 minuten een examen voor 16-jarigen te maken, als ze in staat zijn om de buitenwereld er bij te betrekken.Dat is wel wat anders dan dat studenten op een bepaald moment moeten laten zien over een bepaalde dosis kennis te beschikken die ze daarna voor een groot deel weer mogen vergeten. Bedenk daarbij, dat veel beroeps- en academische opleidingen voor de helft zijn verouderd op het moment dat de studenten afstuderen.

Veen geeft een praktijkvoorbeeld. Philips maakt momenteel een omwenteling mee van verkoper van lampen naar lichtadviseur. De mensen die dat moeten verkopen, hebben dat nooit zelf geleerd. Die moeten dat dan in de praktjk leren. Dat gebeurt op basis van SOLE: self organised learning environments

Veen geeft aan, dat ICT een rol beschouwd moet worden als een transformator van leer- en werkprocessen. Het is meer dan een middel, het verandert de manier van leren en werken.
Breinonderzoek laat zien dat we vooral leren door te imiteren. Spiegelneuronen spelen daarbij een belangrijke rol. Technologie maakt anders leren mogelijk. Daarbij is het een illusie om uit te gaan van 'leermanagementsystemen'. Systemen managen het leren immers niet. Meestal worden systemen als Blackboard en dergelijke slechts gebruikt als documentbeheersysteem voor presentaties en andere documentjes van docenten. Het is daarom van belang om uit te gaan van persoonlijke leeromgevingen  (ple's).

Veen geeft allerlei voorbeelden waarbij technologie mensen individueel ondersteunt bij het opzoeken van informatie of het samenstellen van producten. Augmented reality is zo'n voorbeeld, maar het gaat zelfs tot MyMuesli aan toe. Stel zelf je muesli samen, al betaal je daar dan wel voor.
Op dezelfde manier zou het onderwijs moeten worden gepersonificeerd. Hij spreekt dan van c-learning (costumized learning) in plaats van e-learning, al vraagt hij zich terecht af of zo'n letter ervoor iets toevoegt (we hebben het toch ook niet over b-learning als we boeken gebruiken?).

In feite gaat hem om een paradigmaverandering.
  • Ik kies mijn tools
  • Ik kies mijn persoonlijke netwerk
  • Ik kies mijn content
  • Ik ontwerp mijn eigen leeromgeving
Persoonlijke leeromgevingen ondersteunen kennisdeling in plaats van informatiedeling zoals een lms dat doet.

Er zijn allerlei sites, waar bruikbare leercontent te halen is. Denk aan Wikiwijs, 123 Lesidee, Khanacademy. Daarnaast zijn er veel websites waar vragen gesteld kunnen worden: Innocentive, Aardvark. Hierbij worden trefwoorden uit de vragen gematched met het profiel van (online) beantwoorders.
Natuurlijk is er altijd de vraag hoe betrouwbaar en didactisch verantwoord de informatie is, die je van internet haalt. Daar komen de zelforganiserende leersystemen om de hoek kijken. Het gaat dan om communities waar beantwoorders van vragen een bepaald profiel krijgen op basis van de antwoorden die gegeven worden. Hun reputatie bestaat dan uit de beoordeling die de vragers geven aan de antwoorden. Naarmate iemand meer antwoorden geeft, die bovendien goed scoren stijgt diens reputatie. Een mooi voorbeeld is Slashdot.Org. Er zijn echter veel meer van die sites waarop dat gebeurt. Het zal duidelijk zijn dat een reputatie op zo'n site meer mogelijkheden biedt dan een diploma...
Maar een reputatie is dynamisch en heeft een zekere context. Een reputatie kun je snel weer verliezen en is nauwelijks te managen. Kenmerkend is echter het zelforganiserende vermogen van zo'n community. .

Wim Veen is ook een groot voorstander van de toepassing van het leren via serious games.Onderzoek wijst uit, dat games draaien om 'in control' te zijn, het is een sociale activiteit. Competitie speelt een stuk minder dan vooraf was gedacht. Die kenmerken moeten worden vertaald naar serious games omdat die anders te saai worden om mee te werken.

Aan het einde van de presentatie werden nog wat vragen gesteld. Daarbij kwam een korte discussie over het Google-geheugen en de stelling van Nicholas Carr, dat internet 'iets doet met het brein'. Wim Veen maakte zich daar naar mijn gevoel net iets te makkelijk van af door op te merken, dat Nicholas Carr ook goed wist, dat hersenen tot op hogere leeftijd plastisch zijn. Dat klopt, maar hij gaat wat makkelijk voorbij aan het feit dat mensen bij elk hulpmiddel, dat ze gebruiken ook iets kwijtraken. Denk maar aan het orientatievermogen dat minder wordt door altijd een tomtom te gebruiken. Dat geldt ook voor het onthouden van informatie. En juist die basiskennis is nodig om verbindingen te kunnen leggen met nieuwe kennis, om nieuwe dingen te leren. Zie ook Joshua Foer!







zondag 25 september 2011

Liever het eigen dan het Google-geheugen

Joshua Foer is een Amerikaans wetenschapsjournalist die in 2006 the USA Memory Test won nadat hij een jaar eerder zijn geheugen was gaan trainen. Hij schreef er sindadien verschillende boeken over waaronder recent het Geheugenpaleis. Op 28 oktober houdt Four de van der Leeuw-lezing in Groningen onder de titel: 'Onderwijs: Internet of geheugen?'.
Het zal niet verrassend zijn hoer daar over denkt. In een recent artikel in de Volkskrant zegt hij:
'In de laatste eeuw is het idee van stampen, van feiten leren, bijna een vies woord geworden in het onderwijs. Het argument is: we vergeten die feiten toch, waarom zou je ze dan leren? Maar leerlingen vergeten die feiten vanwege de manier waarop het onderwijs is ingericht. Een van de best bewezen principes van de cognitieve wetenschap is spaced learning. Als je wilt dat mensen informatie onthouden, moet je die informatie geven, een tijdje met rust laten, ernaar terugkeren, weer een tijdje met rust laten, enzovoorts. In het onderwijs zie je juist het tegenovergestelde: we proppen informatie in één blok, we blokken voor een examen, en de volgende dag wordt gezegd: oké, je hoeft het niet meer te weten. Tweederde van de Amerikaanse 17-jarigen kan niet bij benadering zeggen wanneer de Amerikaanse Burgeroorlog werd uitgevochten. Dat komt niet omdat het ze nooit verteld is'.
Op de vraag of we terug moeten naar het traditionele onderwijs in plaats van het bevorderen van creativiteit, sociaal gedrag en zelfwerkzaamheid zegt hij vervolgens:
'Dat is een heel oud debat. Als puntje bij paaltje komt, wil je toch dat leerlingen een zekere basiskennis hebben. Het is prachtig om iets te leren door een toneelstuk op te voeren, maar je kunt niet om de tafels van vermenigvuldiging heen. Maar natuurlijk is het ook goed als leren leuk en stimulerend is. We hoeven echt niet terug naar de drill and kill-methoden van vroeger.'
Feitenkennis is belangrijk als de basis voor de algehele, toepasbare kennis. Het is niet voldoende als je weet waar iets is opgeslagen (zie : het Googlegeheugen), dan heb je het niet paraat. Het is juist de parate kennis, die je nodig hebt om nieuwe kennis een plek te geven (constructivisme). Creativiteit bestaat voor een belangrijk deel natuurlijk uit het op verrassende, nieuwe manieren met elkaar te combineren van verschillende feiten.
Foer ziet ook het gevaar voor een het devalueren van het geheugen omdat het toch op internet is opgeslagen. In die zin onderschrijft hij de zorgen die Nicholas Carr beschrijft in zijn boek 'Het ondiepe'.

Ik ben in elk geval benieuwd naar de van der Leeuw-lezing dit jaar.