Big Data, Business Intelligence, Learning Analytics, Machine Learning, Internet Intelligence. Steeds meer bedrijven, instellingen en overheden zien de mogelijkheden van slimme algoritmes die data analyseren om er informatie uit te halen. Dat biedt ongelooflijk veel mogelijkheden, waarschijnlijk meer dan waar we (allemaal) blij van worden.
Het fenomeen van lerende machines fascineert me al een hele tijd. Daarom heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben me er met enkele MOOC's in gaan verdiepen. Inmiddels heb ik een officieel certificaat Machine Learning van Stanford te pakken. Volgens Andrew Ng mag ik me zelf nu een machine learning expert noemen. Zelf denk ik daar toch wel iets anders over, al heb ik wel een hele hoop geleerd. Via video lectures, documentatie en een hoop opdrachten weet ik nu (veel) meer over allerlei toepassingen om informatie uit data te halen en computers op basis daarvan beslissingen te kunnen laten nemen. Linear of Logistic Regression, Neural Networks, Support Vector Machines, Anomaly Detection, K-Means Clustering, noem maar op.
Waar ik met name verbaasd over ben is de relatieve eenvoud waarop al die algoritmes gebaseerd zijn. En de slimheid van die wiskundigen en informatici die in staat zijn geweest leerprocessen in formules en algoritmes te vatten. Om een programma handschriften te leren herkennen of een auto te leren besturen kun je met een zeer beperkt aantal programmeerregels toe. Weliswaar in programma's die in staat zijn grote hoeveelheden data in één keer te kunnen verwerken. Daarvoor is het matrixrekenen uitgevonden. Met één simpele regel kunnen duizenden gegevens worden bewerkt.
Het grootste probleem voor mij waren de programmeeropdrachten. Een formule kan dan wel betrekkelijk eenvoudig zijn, dat heb je nog niet zo snel vertaald in een stukje programma in bijvoorbeeld MatLab of Octave, twee programmeertalen waarmee die grote, complexe berekeningen kunnen worden gemaakt. Het probleem was, dat ik onvoldoende wist van die programmeertalen.Als ik dan na flink wat geworstel de juiste programmaregels vond, dacht vaak: 'ach ja, natuurlijk'. Maar wel achteraf en met hulp van zoon Job die als neurowetenschapper kan lezen en schrijven met MatLab of dochter Mijke, die als datascientist de wiskunde erachter helemaal uit het hoofd kent.
De grootste opbrengst van deze cursus is, dat ik nu snap hoe een computer kan leren teksten herkennen, foto's kan categoriseren en de juiste aanbevelingen doen als ik op internet iets aan het zoeken ben.
Tegelijkertijd maak ik me zorgen over de manier waarop het volstrekt verkeerd gebruikt kan worden, zoals een krantenartikel in de Volkskrant beschreef. In China wil men op basis van data-analyse studenten beoordelen, zogenaamd om hen te helpen. Zolang mensen handelen en zich uiten in lijn met de partijdoctrine kunnen kredietpunten worden verdiend. Laat je wat te kritisch uit op internetfora, kan je dat punten kosten, waarmee het bijvoorbeeld moeilijker wordt een lening aan te gaan. Big Brother is learning...
Het onderwijs is voortdurend in verandering, ingegeven door de maatschappelijke en technologische veranderingen. Heel veel mensen werken op hun manier aan een beter onderwijs voor morgen op basis van de inzichten van vandaag. Maar tegelijkertijd kijken we verder, over de grenzen van morgen heen. Werken aan het onderwijs van overmorgen!
woensdag 11 mei 2016
vrijdag 8 april 2016
CVI 2016 - epiloog #cviov
De afgelopen dagen heb ik rondgelopen op de CVI conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT. Een korte reflectie.
Een conferentie is zoveel meer dan een reeks verhalen van enthousiaste onderwijsmensen over nieuwigheden, ervaringen, lessons learned en hun persoonlijke inspiratie. Juist de veelheid aan verhalen gecombineerd met de mogelijkheid daar met bekenden en (nog) onbekenden over van gedachten te wisselen geeft een zeker emergent effect aan het evenement. Nog los van de gezelligheid en de bijpraatgelegenheden die zo'n conferentie biedt.
Met een 'emergent effect' bedoel ik, dat het geheel meer is dan de som van de delen. Door meerdere verhalen met elkaar te combineren ontstaat een beeld van wat er gaande is in het onderwijs. Ik probeer daar door mijn oogharen een paar beelden van te schetsen:
Een conferentie is zoveel meer dan een reeks verhalen van enthousiaste onderwijsmensen over nieuwigheden, ervaringen, lessons learned en hun persoonlijke inspiratie. Juist de veelheid aan verhalen gecombineerd met de mogelijkheid daar met bekenden en (nog) onbekenden over van gedachten te wisselen geeft een zeker emergent effect aan het evenement. Nog los van de gezelligheid en de bijpraatgelegenheden die zo'n conferentie biedt.
Met een 'emergent effect' bedoel ik, dat het geheel meer is dan de som van de delen. Door meerdere verhalen met elkaar te combineren ontstaat een beeld van wat er gaande is in het onderwijs. Ik probeer daar door mijn oogharen een paar beelden van te schetsen:
- Gepersonaliseerd leren wordt een serieuze ambitie
Niets nieuws onder de zon. Maar na de piek van verwachtingen een paar jaar terug (flexibel onderwijs) lijkt het nu het dal van desillusie voorbij te zijn. Veel, zo niet de meeste scholen schrijven deze ambitie in strategische of onderwijsplannen. Wellicht nog even te vroeg!
Er liggen hier nog grote uitdagingen voor het onderwijs, zoals Michael van de Wetering van Kennis in zijn presentatie over het Trendrapport 2016-2017 liet zien in een Strategic Technology Map (STM) (zie pagina 75 van het rapport). De meeste benodigde technologieën zijn gewoonweg nog niet beschikbaar.
Het rapport is overigens een absolute aanrader! - Elektronische leeromgevingen zijn weer in.
Veel instellingen beschikken wel over een elo al is de implementatie bij veel instellingen blijven hangen in goede bedoelingen.
Tijdens de conferentie waren er meerdere verhalen over selectie- en implementatietrajecten binnen de onderwijsinstellingen. Vanuit de ambitie naar meer gepersonaliseerd leren biedt een elo blijkbaar houvast om daar handen en voeten aan te geven. Visie op de rol van een elo in het onderwijs, standaardiseren en beperkt beginnen en vooral niet teveel vrijheden bij docenten en teams leggen lijken randvoorwaarden voor een succesvolle invoering. - Big Data
Gartner gaf het al aan: "It's not about Big Data, it's about Big Questions". Business Intelligence (BI), student analytics, learning analytics. Er wordt al lang van gedroomd maar het lijkt er op dat de eerste stappen in die richting nu daadwerkelijk worden gezet. Het zal nog wel een tijd duren voor op basis van slimme algoritmes het personaliseerde leerplan wordt ondersteund en bijgestuurd. Hier zullen we nog wel over de piek van de verwachtingen en het dal van desillusie door moeten. - Professionalisering
Ook al zo'n langlopend thema. In verschillende presentaties komt steeds weer terug dat het zo moeilijk is om docenten te laten professionaliseren op gebied van ICT in het onderwijs. Een aanpak bij ROC de Leijgraaf vind ik dan een prachtig voorbeeld hoe je daar roc-breed vorm aan kunt geven. Ondersteund door het Ixperium Expertisecentrum Leren met ICT van Marijke Kral (HAN) is ook in Oss een Ixperium geopend en zijn designteams aan de slag gegaan om het gebruik van ICT in het onderwijs vorm te geven. Learning by doing, zowel voor de docenten in de designteams als voor de organisatie zelf.
Als je deze thema's naast elkaar zet, zit daar ook weer een samenhang in. Mooi dat bijna 1000 mensen in vanuit die samenhang weer stappen kunnen zetten in hun eigen organisatie.
donderdag 7 april 2016
Student Analytics bij het Albeda College op de #cviov
Veel instellingen zijn momenteel bezig om op basis van 'business intelligence' of 'big data' de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding te verbeteren. Wat zou het mooi zijn als je op basis van een intake al kunt voorspellen dat een student in het tweede jaar extra wiskunde nodig zal hebben om de kans op een diploma aanzienlijk te vergroten. Zo ver is het nog (lang) niet.
Het Albeda College is met dat doel in samenwerking met Deloitte een project gestart om op basis van bepaalde kenmerken van studenten het studiesucces te bepalen. Het gaat om kenmerken die bekend zijn bij de start van de opleiding. Daarbij worden geslacht, leeftijd, vooropleiding, taal die thuis gesproken wordt, beschikbaarheid van een computer thuis en dergelijke betrokken maar ook de resultaten van de intake inclusief een intaketoets. Dat levert een berg aan data op die je kunt analyseren. Daarbij kun je proberen een correlatie te vinden tussen bepaalde kenmerken of een combinatie aan kenmerken en het behalen van een diploma.
Op basis van historische data zijn studenten in categorieën onderverdeeld. Elke cel in de honingraat bevat een aantal studenten met dezelfde kenmerken.
Vervolgens is gekeken naar de correlatie tussen de categorie waar de studenten ingedeeld waren en bepaalde kenmerken, zoals studiesucces. In onderstaand schema is met retentie weergegeven welk deel van de studenten in de desbetreffende cel na één jaar nog bij het Albeda studeerden (0.8 = 80%). Op basis van dergelijke visualisaties zou je conclusies kunnen trekken over de mate waarin bepaalde bepaalde kenmerken bijdragen aan studiesucces.
Het verhaal laat zien, dat er voortgang wordt geboekt bij het analyseren van studentgegevens om de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding te verbeteren. Ik heb nog wel een paar kanttekeningen / aandachtspunten
Het Albeda College is met dat doel in samenwerking met Deloitte een project gestart om op basis van bepaalde kenmerken van studenten het studiesucces te bepalen. Het gaat om kenmerken die bekend zijn bij de start van de opleiding. Daarbij worden geslacht, leeftijd, vooropleiding, taal die thuis gesproken wordt, beschikbaarheid van een computer thuis en dergelijke betrokken maar ook de resultaten van de intake inclusief een intaketoets. Dat levert een berg aan data op die je kunt analyseren. Daarbij kun je proberen een correlatie te vinden tussen bepaalde kenmerken of een combinatie aan kenmerken en het behalen van een diploma.
Op basis van historische data zijn studenten in categorieën onderverdeeld. Elke cel in de honingraat bevat een aantal studenten met dezelfde kenmerken.
Vervolgens is gekeken naar de correlatie tussen de categorie waar de studenten ingedeeld waren en bepaalde kenmerken, zoals studiesucces. In onderstaand schema is met retentie weergegeven welk deel van de studenten in de desbetreffende cel na één jaar nog bij het Albeda studeerden (0.8 = 80%). Op basis van dergelijke visualisaties zou je conclusies kunnen trekken over de mate waarin bepaalde bepaalde kenmerken bijdragen aan studiesucces.
- De ambities van het Albedacollege zijn erg hoog. Om vanuit een correlatie zoals weergegeven in bovenstaand schema te komen tot een gericht studieadvies aan een specifieke student is er nog wel een weg te gaan. Dat is een boeiend leertraject wat wel een lange termijn inspanning en daarmee commitment van de hele organisatie vraagt.
- Het onderzoek is gebaseerd op historische data. Dat is op zichzelf geen probleem. De gegevens kun je beschouwen als een 'trainingset'. Dat wil zeggen: een set gegevens die je gebruikt om het algoritme de correlatie tussen verschillende grootheden te laten bepalen. Nu is het niet zo moeilijk om het algoritme een perfecte correlatie te laten vinden. Als je de formule maar ingewikkeld genoeg maakt.
Het algoritme moet je dus nog een keertje loslaten op een testset. Dat is een andere hoeveel bekende gegevens waarmee je kunt toetsen of het algoritme goed is afgestemd. Vaak zie je daar dan veel grotere afwijkingen dan bij de trainingset. Het is mij niet helemaal duidelijk hoe de validiteit hier is getoetst. - Er zijn meer roc's bezig met vergelijkbare onderzoeken. Ik merk eigenlijk nog niets van een samenwerking of afstemming. Het wiel wordt dus weer op veel plekken uitgevonden!
Die aparte initiatieven moeten niet gaan leiden tot een wedstrijdje, wie de hoogste nauwkeurigheid haalt (in dit onderzoek 72%, bij andere instellingen heb ik getallen boven de ruim boven de 80% gehoord). Een zekere nauwkeurig is nodig (anders heb je er niks aan), het nastreven van een te grote nauwkeurigheid is zonde van de moeite in het kader van de 80-20 regel. (80% van het resultaat haal je in 20% van de tijd, het een beetje verder opkrikken van de nauwkeurigheid levert geen beter onderwijs op maar kost wel veel extra tijd).
Alles bij elkaar een boeiend initiatief om te volgen!
vrijdag 1 april 2016
Big data voor duurzame visserij
Een tijd geleden organiseerden een aantal collega's een hackaton om een nieuwe app te maken, die het werken in projecten makkelijker maakt. Nieuwsgierig naar het fenomeen en hoe de ontwikkeling van een app in een scrum-ontwikkelproces verloopt, sloot ik me bij het illustere gezelschap aan. Ik heb er veel van geleerd. Onder andere dat ik nog heel wat moet leren om te kunnen programmeren op het niveau van mijn collega's!
Datathon
Inmiddels heb ik alweer een nieuwe ervaring opgedaan: een datathon. Hoewel een datathon vaak wordt aangekondigd als een hackathon is er genoeg reden om deze twee fenomenen van elkaar te onderscheiden. Je zou kunnen zeggen, dat het bij een hackaton vooral gaat om het maken van tools of apps terwijl het bij een datathon vooral gaat om het analyseren van gegevens. Vaak is de vraag bij een datathon nogal vaag: "Kun je uit deze berg gegevens iets zinvols halen?" Ga er maar aan staan. Op het laatste Gartner-symposium werd dan ook al gezegd: 'It's not about Big Data, it's about Big Questions'. Eigenlijk is een hackathon een logisch vervolg op een datathon. Eerst in een datathon maar eens aan de slag met gegevens die er al dan niet zijn. Vervolgens tools bedenken om nieuwe gegevens te kunnen genereren, te ordenen te bewerken of te verwerken.
In vergelijking met een hackathon is een datathon nu een nog onbekend verschijnsel. Vergelijk de twee termen maar eens met behulp van Google Trend. Dan lijkt het alsof een datathon nog helemaal niet bestaat.
Dat is maar schijn, als je de Google Trend alleen op 'datathon' loslaat, zie je dat er sinds 2005 een klein beetje belangstelling voor is.
Waarschijnlijk komt dat alleen maar doordat de naam en niet zozeer het event nieuw is. Veel hackatons zou je nu waarschijnlijk eerder een datathon noemen. What's in a name?
Duurzame visserij
Xomnia is een klein bedrijf, dat is gespecialiseerd in Big Data-vraagstukken. Het bedrijf is voortdurend op zoek is naar nieuw talent. Het organiseren van een datathon is een manier om naamsbekendheid te krijgen bij met name AI-studenten (AI: artificial intelligence), die snappen hoe je met dit soort dingen moet omgaan.
Ik kreeg een uitnodiging om een (kleine) rol te spelen in een datathon over duurzame visserij.
Vijf teams gingen 24 uur onafgebroken aan de slag met een groot aantal databestanden met als vraag of ze beleidsmakers aan inzichten konden helpen waarmee de visserij duurzamer gemaakt konden worden. Tegen het einde heb ik met een select gezelschap van deze brains een workshop 'pitching' gedaan: hoe breng je je resultaat in een paar minuten goed over het voetlicht?
Twee teams analyseerden bestanden met gegevens van de maaginhoud van vissen. Dan weet je wat ze eten en kun je een voedselketen samenstellen. Vergelijk dat met vangstgegevens en je kunt een advies geven over vangstquota. Een ander team bestudeerde een Filipijns rapport dat de effecten beschreef van het instellen van beschermde gebieden als kraamkamer voor de aanwas van populaties. Door de kenmerken van dat onderzoeksgebied te projecteren op andere delen van de wereld waren ze in staat om kansrijke gebieden aan te wijzen waar het instellen van dergelijke beschermingszones een goede kans maken. Weer een ander team benaderde het vraagstukken vanuit economische prikkels bij consumenten. Uit de gegevens bleek namelijk een afnemende vangst tonijn bij een hogere prijs. Jammer dat zij pas op het laatste moment doorkregen dat correlatie nog niet hetzelfde is als een causaliteit. De vangst nam waarschijnlijk niet af door een stijgende prijs, het is waarschijnlijker dat de prijs omhoog gaat doordat tonijn zeldzamer wordt...
Alles bij elkaar waren het geen wereldschokkende resultaten. Het zou teveel zijn om dat van een event als dit te verwachten. Maar elke stap is er weer één. Ook het inzicht, dat er op een bepaald gebied nog data ontbreken om verder te komen, kan leiden tot een stap waarbij die data verzameld en geregistreerd gaan worden.
Hackathons en datathons bieden veel kansen. Het is een combinatie van crowdsourcing en wisdom of the crowd. Het gebeurt tegenwoordig voor tal van thema's: MS, terrorismebeschrijding, gezondheid, milieu, klimaat, noem maar op. Misschien eens een hackdatathon organiseren over learning analytics!
Datathon
Inmiddels heb ik alweer een nieuwe ervaring opgedaan: een datathon. Hoewel een datathon vaak wordt aangekondigd als een hackathon is er genoeg reden om deze twee fenomenen van elkaar te onderscheiden. Je zou kunnen zeggen, dat het bij een hackaton vooral gaat om het maken van tools of apps terwijl het bij een datathon vooral gaat om het analyseren van gegevens. Vaak is de vraag bij een datathon nogal vaag: "Kun je uit deze berg gegevens iets zinvols halen?" Ga er maar aan staan. Op het laatste Gartner-symposium werd dan ook al gezegd: 'It's not about Big Data, it's about Big Questions'. Eigenlijk is een hackathon een logisch vervolg op een datathon. Eerst in een datathon maar eens aan de slag met gegevens die er al dan niet zijn. Vervolgens tools bedenken om nieuwe gegevens te kunnen genereren, te ordenen te bewerken of te verwerken.
In vergelijking met een hackathon is een datathon nu een nog onbekend verschijnsel. Vergelijk de twee termen maar eens met behulp van Google Trend. Dan lijkt het alsof een datathon nog helemaal niet bestaat.
Dat is maar schijn, als je de Google Trend alleen op 'datathon' loslaat, zie je dat er sinds 2005 een klein beetje belangstelling voor is.
Waarschijnlijk komt dat alleen maar doordat de naam en niet zozeer het event nieuw is. Veel hackatons zou je nu waarschijnlijk eerder een datathon noemen. What's in a name?
Duurzame visserij
Ik kreeg een uitnodiging om een (kleine) rol te spelen in een datathon over duurzame visserij.
Vijf teams gingen 24 uur onafgebroken aan de slag met een groot aantal databestanden met als vraag of ze beleidsmakers aan inzichten konden helpen waarmee de visserij duurzamer gemaakt konden worden. Tegen het einde heb ik met een select gezelschap van deze brains een workshop 'pitching' gedaan: hoe breng je je resultaat in een paar minuten goed over het voetlicht?
Twee teams analyseerden bestanden met gegevens van de maaginhoud van vissen. Dan weet je wat ze eten en kun je een voedselketen samenstellen. Vergelijk dat met vangstgegevens en je kunt een advies geven over vangstquota. Een ander team bestudeerde een Filipijns rapport dat de effecten beschreef van het instellen van beschermde gebieden als kraamkamer voor de aanwas van populaties. Door de kenmerken van dat onderzoeksgebied te projecteren op andere delen van de wereld waren ze in staat om kansrijke gebieden aan te wijzen waar het instellen van dergelijke beschermingszones een goede kans maken. Weer een ander team benaderde het vraagstukken vanuit economische prikkels bij consumenten. Uit de gegevens bleek namelijk een afnemende vangst tonijn bij een hogere prijs. Jammer dat zij pas op het laatste moment doorkregen dat correlatie nog niet hetzelfde is als een causaliteit. De vangst nam waarschijnlijk niet af door een stijgende prijs, het is waarschijnlijker dat de prijs omhoog gaat doordat tonijn zeldzamer wordt...
Alles bij elkaar waren het geen wereldschokkende resultaten. Het zou teveel zijn om dat van een event als dit te verwachten. Maar elke stap is er weer één. Ook het inzicht, dat er op een bepaald gebied nog data ontbreken om verder te komen, kan leiden tot een stap waarbij die data verzameld en geregistreerd gaan worden.
Hackathons en datathons bieden veel kansen. Het is een combinatie van crowdsourcing en wisdom of the crowd. Het gebeurt tegenwoordig voor tal van thema's: MS, terrorismebeschrijding, gezondheid, milieu, klimaat, noem maar op. Misschien eens een hackdatathon organiseren over learning analytics!
maandag 7 maart 2016
Informatiebeveiliging is belangrijk, maar laten we niet overdrijven!
Onderwijsinstellingen besteden de laatste jaren in opdracht van het Ministerie van OC&W meer aandacht aan het thema Informatiebeveiliging. Dat is helemaal niet verkeerd als je er van uit gaat dat er steeds meer met ICT gewerkt wordt en er ook steeds meer ICT buiten de deur wordt gezet. In dat kader heeft Sambo-ICT voor het MBO in samenwerking met Kennisnet en Surf een framework rondom Informatiebeveiliging en Privacy (IBP) opgezet dat instellingen kunnen gebruiken bij het inrichten van hun eigen informatieveiligheid. Het framework is gebaseerd op ISO 27001 en ISO 27002. Naast dat framework organiseert Sambo-ICT masterclasses georganiseerd voor mensen, die binnen de onderwijsinstellingen met dit thema aan de slag willen. Kennisnet wil het framework nog vertalen naar het voortgezet en primair onderwijs.Er speelt van alles. Examenfraude, DDoS-aanvallen, cijfers, die aangepast worden, dossiers op straat. Met als consequentie imago-schade of zelfs een behoorlijke boete. Je zou er als bestuurder van wakker moeten liggen. Toch?
Wat is nu wijsheid?
Wanneer je het ISO-normenkader erbij pakt, dan kom je zo'n 114 aandachtspunten tegen, verdeeld over 14 aandachtsgebieden (bron: wikipedia). Het IBP Framework heeft dit teruggebracht tot zo'n 85 aandachtspunten, waarbij je er bij een eerste check zo'n 30 moet nalopen om een beetje beeld te krijgen van waar je staat. De echte vraag ontstaat na zo'n eerste check: wat ga je er aan doen?
De neiging bestaat om beleid te gaan formuleren voor alle 30 (of 85) aandachtspunten. En dat is jammer. Gewoon, omdat dat ook helemaal niet nodig is. Laten we het even op een rijtje zetten:
Alles even belangrijk?
Niet alle aandachtspunten zijn even belangrijk. Surf heeft in een Cyberdreigingsbeeld de belangrijkste risico's voor het HO op een rijtje gezet. Haal daar de onderzoekskolom (de middelste) uit en je hebt een aardig beeld van de cyberdreiging voor het MBO en VO. De belangrijkste dreigingen zijn dan Identiteitsfraude (iemand anders maakt jouw examen) en Manipulatie van data (ongeoorloofd inloggen en cijfers aanpassen).
Alles even zwaar?
Moet je voor de verschillende aspecten een zo hoog mogelijk maurityniveau nastreven (bronnen: Hoezo p27, Kuiper p8) ? We kennen er 5 (6, als je 0 ook meetelt).
- Ad hoc (informal): alleen achteraf iets repareren als er iets misgegaan is.
- Herhaalbaar (repeatable): er liggen duidelijke afspraken over hoe om te gaan met bepaalde risico's. Gebaseerd op de kennis van de mensen.
- Gedefinieerd (defined): maatregelen zijn ingebed in processen en niet meer persoonsafhankelijk.
- Gecontrole erd (managed): er zijn doelstellingen die gemeten worden en waarop bijgestuurd wordt.
- Geoptimaliseerd (optimised): zeg maar volledig in control.
Laten we nu eens als uitgangspunt nemen, dat de lage risico's alleen op niveau 1 of hooguit 2 worden aangepakt. Vervelend als het zich voordoet, maar dat valt wel te overleven.
Middelmatige risico's worden in elk geval op niveau 2 en eventueel niveau 3 aangepakt.
Hoge risico's moeten minimaal op niveau 3 worden aangepakt waarbij gestreefd wordt naar niveau 4. Daar ga je als instelling niet mee sollen.
Wat betekent dat voor een aanpak?
Zeker voor kleinere instelling betekent het oppakken van informatiebeveiliging een flinke kluif. Het is dan lastig om iemand voldoende te faciliteren met opleiding en uren om het IBP handen en voeten te geven. Een pragmatische aanpak in 5 stappen.
- Begin met een quickscan om de bestaande risico's en actuele stand van zaken in kaart te brengen. Projecteer dat op de belangrijkste (primaire, secundaire én tertiaire) processen van de organisatie, zodat je weet waar en bij wie de belangrijkste risico's voorkomen.
- Ga aan de slag met een awareness campagne. Zo'n campagne vroeg in het traject heeft meerdere voordelen. Mensen vormen immers de zwakste schakel (zie bijvoorbeeld dit filmpje). Bovendien worden andere maatregelen, die wellicht minder prettig zijn alvast in een zekere context geplaatst. Bedenkwel, dat awareness iets is dat permanent aandacht vergt totdat men onbewust bekwaam is!
- Neem de nodige maatregelen die uit de quickscan naar voren kwamen. Waar je met techniek bepaalde dingen kunt afdwingen, moet je dat zeker niet laten, ook al vinden mensen dat lastig.
- Ga daarna pas aan de slag met de langere termijn zaken als het borgen van maatregelen en informatiebeveiligingsbeleid en dan ook alleen nog maar op die onderdelen waar de instelling serieus risico loopt.
- Denk na over het borgen van maatregelen door middel van peerreviews, audits en de pdca-cyclus.
Kortom, laat je vooral niet onnodig bang maken en accepteer een zeker restrisico.
Met dank aan Jaap de Mare voor de inspiratie!
vrijdag 19 februari 2016
Onderwijslogistiek: meer dan plannen en roosteren alleen!
De MBO-academie verzorgt al jaar en dag allerlei scholingsprogramma's. Daarbij komt onderwijslogistiek steeds opnieuw terug op het programma onder de titel: Onderwijslogistiek, meer dan roosteren alleen!. De training wordt al even lang gegeven door Peter Verdaasdonk van Advitrae, geen onbekende op dit gebied.
Ik ben het volkomen eens met de stelling, nou ja, de titel: onderwijslogistiek gaat over veel meer dan roosteren alleen. Een goed rooster begint al in het onderwijsontwerp. Er zijn vervolgens enkele vertaalslagen nodig om dat onderwijsontwerp in een rooster te krijgen.

Je kunt de blokjes ook andere titels geven:
Kern van die oplossingen is steeds: niet wachten tot je vrijwel zeker bent van de planningsgegevens maar neem eerder in de keten bepaalde besluiten. Een paar eenvoudige voorbeelden:
Ik ben het volkomen eens met de stelling, nou ja, de titel: onderwijslogistiek gaat over veel meer dan roosteren alleen. Een goed rooster begint al in het onderwijsontwerp. Er zijn vervolgens enkele vertaalslagen nodig om dat onderwijsontwerp in een rooster te krijgen.

Je kunt de blokjes ook andere titels geven:
- Onderwijsontwerp
- Strategische planning (meerjarenplanning)
- Tactische planning (jaarplanning)
- Operationele planning (roosteren)
- Onderhouden operationele planning (dagroosteren)
Er is veel te vertellen over het goed inrichten van deze keten om tijdig goede en stabiele roosters te krijgen. Maar behalve het goed inrichten van deze keten zijn er ook nog tal van andere processen en besluiten in de organisatie waar de onderwijslogistieke keten wel van afhankelijk is. Toch wordt er in de praktijk bij die processen en besluiten nauwelijks of geen rekening gehouden met de deadlines in de onderwijslogistieke keten.
Waar merk je het aan, als dat niet goed loopt? Dan klopt het rooster niet en zijn er dus weer roosterwijzigingen nodig. Het aantal roosterwijzigingen is dus een maat voor de kwaliteit van het onderwijslogistieke proces.
In de praktijk zie ik het regelmatig misgaan. Daarom zou ik de stelling uit de introductie willen uitbreiden:
Onderwijslogistiek: meer dan plannen en roosteren alleen!Een paar voorbeelden waar ik het fout zie gaan.
- MBO-instellingen zijn druk bezig met het de Herziening Kwalificatie Structuur (HKS).
Kort gezegd komt het er op neer, dat alle opleidingen opnieuw ontworpen en ingericht moeten worden. Vanaf 1 augustus 2016 moeten die opleidingen gaan draaien. Iedereen zal blij zijn als in juni het herontwerp klaar is. Vaak wordt er in het project helemaal geen rekening gehouden met het feit, dat die resultaten nog verwerkt moeten worden in een nieuw rooster, sterker nog, het roosterbureau of de onderwijslogistieke organisatie is helemaal niet betrokken bij de projectplanning. Het gevolg is, dat eind juni het resultaat bij het roosterbureau over de schutting zal worden gegooid. - Het onderwijs verandert voortdurend. Steeds opnieuw zijn er allerlei projecten waar docenten bij ingezet worden. Hoewel de wat grotere projecten al ruim voor de zomervakantie bekend zijn, wordt de inzet van die docenten vaak pas na de zomervakantie bepaald. Met roosterwijzigingen tot gevolg.
- Een grote bron van onzekerheid zijn de aanmeldingen van nieuwe studenten en daarmee de formatie die daarmee gemoeid is. Vaak worden die formatiebesprekingen echter pas gepland op een moment, dat de jaarplanning eigenlijk al rond zou moeten zijn.
In de workshops, die ik bij onderwijsinstellingen houdt rondom dit thema, komen deze problemen steeds weer boven tafel. Daarbij komt ook steeds weer naar boven, dat met een paar niet zo moeilijke maatregelen er veel winst te halen valt.

Kern van die oplossingen is steeds: niet wachten tot je vrijwel zeker bent van de planningsgegevens maar neem eerder in de keten bepaalde besluiten. Een paar eenvoudige voorbeelden:
- Bij het herontwerp (HKS) hoef je helemaal niet tot eind juni te wachten om planningsgegevens aan te leveren. Op de eerste plaats heeft het herontwerp betrekking op de nieuwe opleidingen dus op de nieuwe eerste jaars. Alle gegevens van de hogere jaars zijn volgend jaar grotendeels nog geldig.
Voor de nieuwe opleidingen gaat het dus om de alleen om de eerste jaars. In het proces van de jaarplanning gaat het in feite ook nog alleen maar om de planning en het rooster van de eerste jaars in de eerste periode. Neem daarom in april al een besluit over het lesprogramma van de van de eerste jaars in eerste periode. De rest in de periode tot de zomervakantie afgewerkt worden zonder dat het roosterproces daar hinder van ondervindt. Mocht later blijken, dat er in het programma nog iets wijzigt, kan dat vanaf de tweede periode worden meegenomen. - Maak een projectenkalender en deel die met het roosterbureau en de opleidingsmanagers!
- Hetzelfde geldt in feite ook voor de formatie en werkverdeling. Neem tijdig besluiten over het (voorlopig) aantal groepen in de eerste periode en de formatie die daarbij hoort zodat ook de werving van docenten tijdig kan starten.
Onderwijslogistiek is een vrij nieuwe tak van sport. Het onderwijslogistieke denken zijn we nog aan het leren...
vrijdag 12 februari 2016
Een onderwijslogistiek model dat alles oplost?
Gert Idema gaf tijdens de Sambo-ICT conferentie een interactieve presentatie over de Special Interest Group (SIG) Onderwijslogistiek van Surf. De
special interest group Onderwijslogistiek
omschrijft onderwijslogistiek als...
Onderwijslogistiek heeft vooral betrekking op ketenprocessen. In elk proces levert een product dat weer de input vormt in één of meerdere andere processen. Als de samenhang tussen die processen niet goed geregeld is, gaan er dingen fout. Hoe zorg je voor die samenhang. Nou, op de eerste plaats door die inzichtelijk te maken.

Tijdens de presentatie kwam het onderwijslogistieke model aan bod dat door de SIG is gemaakt. Dat model wordt goed beschreven in een artikel in een nummer van OnderwijsInnovatie van de OU.
Het model moet vooral de samenhang tussen alle processen laten zien. Nu is een model altijd een benadering van de werkelijkheid (dat geldt zelfs voor een fotomodel). Dus wat is nu het waarheidsgehalte van dit model? Of de bruikbaarheid? Als je het bijgaande plaatje bekijkt, kun je je immers ook andere indelingen voorstellen.
En laat dat nu juist de kracht van dit model zijn!
De SIG heeft het model in de vorm van een puzzel uitgebracht. Een ondergrond met een honingraat en de
verschillende elementen als een los puzzelstukje daarbij. Door groepen van verschillende stakeholders met elkaar aan het puzzelen te zetten ontstaat inzicht in de samenhang en met name de afhankelijkheid tussen de verschillende processen, inzicht in de informatieketen en het belang van afstemming en samenwerking. Dat er uit de puzzel een ander plaatje uit komt dan wat hierboven is weergegeven, is dan ook helemaal niet erg.
Het is dus zeker geen onderwijslogistiek model dat alles oplost maar het kan wel het begrip in onderwijslogistiek vergroten.
Natuurlijk ben je er niet met het spelen van het puzzelspel. Met de resultaten van de puzzels en de discussies moet de organisatie verder aan de slag. Dat kan dan leiden tot een eigen onderwijslogistiek model.
...het geheel van processen, systemen en informatiestromen die het mogelijk maken dat het onderwijs op hogescholen en universiteiten gestroomlijnd verloopt.Je zou zeggen dat het MBO niet in dit rijtje zou misstaan. Toch zie je regelmatig dat onderwijslogistiek in het MBO wat beperkter wordt geïnterpreteerd. Daar bestaat de onderwijslogistieke keten vooral uit de hele keten van onderwijsplanning: onderwijs ontwikkelen - meerjarenplanning - jaarplanning - operationele planning (roosteren). Binnen het HO omvat onderwijslogistiek ook de hele keten van onderwijsuitvoering (instroom - doorstroom - uitstroom). Het is belangrijk om je dat onderscheid te realiseren omdat dat ook consequenties heeft voor de inrichting van de organisatie.
Onderwijslogistiek heeft vooral betrekking op ketenprocessen. In elk proces levert een product dat weer de input vormt in één of meerdere andere processen. Als de samenhang tussen die processen niet goed geregeld is, gaan er dingen fout. Hoe zorg je voor die samenhang. Nou, op de eerste plaats door die inzichtelijk te maken.
Tijdens de presentatie kwam het onderwijslogistieke model aan bod dat door de SIG is gemaakt. Dat model wordt goed beschreven in een artikel in een nummer van OnderwijsInnovatie van de OU.
Het model moet vooral de samenhang tussen alle processen laten zien. Nu is een model altijd een benadering van de werkelijkheid (dat geldt zelfs voor een fotomodel). Dus wat is nu het waarheidsgehalte van dit model? Of de bruikbaarheid? Als je het bijgaande plaatje bekijkt, kun je je immers ook andere indelingen voorstellen.
En laat dat nu juist de kracht van dit model zijn!
De SIG heeft het model in de vorm van een puzzel uitgebracht. Een ondergrond met een honingraat en de
verschillende elementen als een los puzzelstukje daarbij. Door groepen van verschillende stakeholders met elkaar aan het puzzelen te zetten ontstaat inzicht in de samenhang en met name de afhankelijkheid tussen de verschillende processen, inzicht in de informatieketen en het belang van afstemming en samenwerking. Dat er uit de puzzel een ander plaatje uit komt dan wat hierboven is weergegeven, is dan ook helemaal niet erg.
Het is dus zeker geen onderwijslogistiek model dat alles oplost maar het kan wel het begrip in onderwijslogistiek vergroten.
Natuurlijk ben je er niet met het spelen van het puzzelspel. Met de resultaten van de puzzels en de discussies moet de organisatie verder aan de slag. Dat kan dan leiden tot een eigen onderwijslogistiek model.
vrijdag 5 februari 2016
Ontschapen - Jef Staes over disruptieve innovatie bij #samboict
Staes pleit voor een organisatie- en cultuurinnovatie. In de praktijk is het nieuwe uitdagend maar men durft het oude niet te verlaten. Hij vindt dat op zich niet vreemd, want 'hoe moet je veranderen als je eigenlijk niet weet wat er aan de hand is?'
Er is (dus nog steeds) sprake van 2D-organisaties (als in een kanaal, je kunt voor- en achteruit) terwijl de ontwikkelingen 3D zijn (we zitten op een golvende zee waar je alle kanten op kunt, zelfs omhoog de golven op).
2D-onderwijs en 2D-organisaties worden gekenmerkt door rechtlijnig denken. Het huidige onderwijs zou gebaseerd moeten zijn op passie en talent maar het wordt in feite beoordeeld op discipline in vakken waar je helemaal geen passie voor hebt. Als je dan met een diploma een bedrijf in komt krijg je een nauwgezette taakomschrijving. In een functiegesprek krijg je te horen wat je niet zo goed doet en krijg je scholing om die dingen waar je eigenlijk geen passie voor hebt nog beter te doen. "Als je een hek om mensen zet, krijg je schapen. En die mekkeren".
Hij onderstreept het verhaal op een hilarische manier aan de hand van allerlei schaapachtige foto's.
Op dit moment is er sprake van allerlei disruptieve innovaties die de bestaande orde overhoop halen. Denk aan Uber, BnB, en vele andere. Die innovaties komen niet van 2D-mensen maar van 3D-smarters. Mensen die begrijpen hoe een informatieschappij werkt.
3D-smarting gaat uit van connected zijn, de crowd, give away, take away (GATA). Het gaat om mensen met passie en talent voor evolutie en social learning.
Binnen bedrijven moet je daar op een slimme manier mee omgaan. Staes herhaalt het verhaal van de rode apen in het oerwoud nog eens. Evolutie vindt niet plaats in het midden van het oerwoud maar op de grens met het open veld, met het water. Geef die mensen ruimte maar zet ze niet in het oerwoud wantr daar worden ze afgeschoten door de 'red monkey hunters', de 20% van de mensen die elke vernieuwing torpederen en daar de 60% twijfelaars in betrekken. Kijk voor het verhaal naar deze TEDx-presentatie.
Wat is er nodig is is het heruitvinden van onderwijs, organisaties en werken op basis van disruptieve veranderingen. We moeten 'ontschapen'.
Een goede start? Koop een T-shirt met je eigen organisatielogo met de tekst: "Never underestimate the influence of stupid people in big groups".
zaterdag 23 januari 2016
Het onderwijs in 2032
Het Platform Ons Onderwijs 2032 biedt vandaag haar rapport aan aan staatssecretaris Dekker, die de nationale discussie in november 2014 startte. Het rapport beschrijft hoe het onderwijs er uit zou moeten zien in 2032. Interessante materie. Volgens het rapport moet het onderwijs op 4 punten vernieuwd worden.
De Volkskrant laat een aantal mensen een reactie geven. Helaas laten ze een didactische nitwit als Maurice de Hond ook aan het woord. Zijn reacties geven aan dat hij werkelijk niet snapt wat de essentie van onderwijs is.
Het duurt nog 16 jaar voor het 2032 is. Toch interessant om eens te kijken hoe men 16 geleden over het onderwijs dacht en wat daar van terecht is gekomen. Van onderwijzen naar leren, flexibel onderwijs, competentiegericht leren, het studiehuis, digital natives, iederwijs, om er een paar te noemen. Men had nog torenhoge verwachtingen van ICT in het onderwijs. In 2000 hadden we werkelijk geen benul van wat de digitalisering zou meebrengen aan mogelijkheden én consequenties. De wereld van morgen kan er zomaar ineens heel anders uitzien. Misschien toch alvast wat vaardigheden als drinkbaar water vinden, overleven bij 50'C en dergelijk in het curriculum opnemen?
- Er moet meer aandacht komen voor de praktijk: niet meer zozeer het droge taal en rekenen maar vooral praktische toepassingen.
- Klassieke vakken (biologie, aardrijkskunde, natuurkunde) worden vervangen door drie domeinen: natuur & technologie, mens & maatschappij, taal & cultuur.
- Digitale vaardigheden en mediawijsheid: deze vaardigheden zijn nodig om kinderen beter voor te bereiden op deelname aan de maatschappij.
- Burgerschap moet een prominentere positie in het onderwijs krijgen: weten hoe de rechtsstaat werkt en op de hoogte zijn van de democratische waarden en de mensenrechten die in Nederland gemeengoed zijn.
De Volkskrant laat een aantal mensen een reactie geven. Helaas laten ze een didactische nitwit als Maurice de Hond ook aan het woord. Zijn reacties geven aan dat hij werkelijk niet snapt wat de essentie van onderwijs is.
"Een deel van het rekenonderwijs is bijvoorbeeld nog ingericht op een wereld zonder rekenmachines. Dat is achterhaald. Ze leren nu een truc die ze na school nooit meer hoeven te gebruiken."
(Lijkt me toch triest als je in de winkel een rekenapparaat nodig hebt om te berekenen wat 3 mango's kosten, als 1 mango €1,49 kost.)Of:
"...ik hoop wel dat dat ook betekent dat er minder nadruk komt te liggen op het memoriseren van kennis. Wat is de relevantie van parate kennis als je alles binnen vijf seconden op je smartphone ter beschikking hebt?"
(John Locke snapte in 1695 in zijn ´Essays on Human Understanding´ al dat je kennis construeert aan de hand van de reeds aanwezige kennis. Dan is het toch jammer dat je die noodzakelijke parate kennis eerst moet opzoeken.)Ik heb eerder op de Hond gereageerd. Dat hij 'The Shallows' van Nicholas Carr maar eens leest.
Het duurt nog 16 jaar voor het 2032 is. Toch interessant om eens te kijken hoe men 16 geleden over het onderwijs dacht en wat daar van terecht is gekomen. Van onderwijzen naar leren, flexibel onderwijs, competentiegericht leren, het studiehuis, digital natives, iederwijs, om er een paar te noemen. Men had nog torenhoge verwachtingen van ICT in het onderwijs. In 2000 hadden we werkelijk geen benul van wat de digitalisering zou meebrengen aan mogelijkheden én consequenties. De wereld van morgen kan er zomaar ineens heel anders uitzien. Misschien toch alvast wat vaardigheden als drinkbaar water vinden, overleven bij 50'C en dergelijk in het curriculum opnemen?
woensdag 7 oktober 2015
Onderwijslogistiek van keuzedelen - deel 2
In mijn vorige blog schreef ik al over dit onderwerp naar aanleiding van de afgelopen Sambo-ICT conferentie. Vanuit het oogpunt van onderwijslogistiek was het in elk geval een bijzonder interessante conferentie!
In een sessie gingen Elsa van Bruggen (Regie Herziening MBO) en Henk-Jan van Ginkel (saMBO-ICT) in op de bedrijfsvoering van de keuzedelen. Leuke workshop met een leuke werkvorm (een quiz in Socrative). De inhoud viel me een beetje tegen in die zin dat er maar weinig verteld werd over het 'Hoe' van de bedrijfsvoering rondom de HKS. Wat dat betreft is er ook nog wel te halen bij de website van Herziening MBO en een publicatie waarin veel zaken in perspectief worden geplaatst.

In een drukke workshop presenteerden Martijn Broekhuizen en ik vervolgens de Managementgame Keuzedelen. In deze game krijgen groepjes allerlei dilemma's voorgelegd waarin alleen met 'ja' of 'nee' op kan worden geantwoord. Allerlei adviseurs voorzien de spelers van adviezen, die zij in hun overweging kunnen betrekken.
Na afloop verschijnt er een ROC-bode waarin de verschillende betrokkenen uit de game aan het woord komen. Het verhaal, dat ze vertellen, is gebaseerd op de keuzen die tijdens de game worden gemaakt. In de rapportage staat ook een weergave van de resultaten. Daar moet niet zoveel waarde aangehecht worden, de game is eigenlijk best wel een beetje plat. dat is helemaal geen probleem omdat de werkelijk opbrengst van het spelen zit in de discussie tijdens en na afloop van het spelen. Een impressie van een dergelijke rapportage is hier te vinden.
Wil je meer weten over deze game? Stuur me dan een mailtje!
In een sessie gingen Elsa van Bruggen (Regie Herziening MBO) en Henk-Jan van Ginkel (saMBO-ICT) in op de bedrijfsvoering van de keuzedelen. Leuke workshop met een leuke werkvorm (een quiz in Socrative). De inhoud viel me een beetje tegen in die zin dat er maar weinig verteld werd over het 'Hoe' van de bedrijfsvoering rondom de HKS. Wat dat betreft is er ook nog wel te halen bij de website van Herziening MBO en een publicatie waarin veel zaken in perspectief worden geplaatst.

In een drukke workshop presenteerden Martijn Broekhuizen en ik vervolgens de Managementgame Keuzedelen. In deze game krijgen groepjes allerlei dilemma's voorgelegd waarin alleen met 'ja' of 'nee' op kan worden geantwoord. Allerlei adviseurs voorzien de spelers van adviezen, die zij in hun overweging kunnen betrekken.
Na afloop verschijnt er een ROC-bode waarin de verschillende betrokkenen uit de game aan het woord komen. Het verhaal, dat ze vertellen, is gebaseerd op de keuzen die tijdens de game worden gemaakt. In de rapportage staat ook een weergave van de resultaten. Daar moet niet zoveel waarde aangehecht worden, de game is eigenlijk best wel een beetje plat. dat is helemaal geen probleem omdat de werkelijk opbrengst van het spelen zit in de discussie tijdens en na afloop van het spelen. Een impressie van een dergelijke rapportage is hier te vinden.Wil je meer weten over deze game? Stuur me dan een mailtje!
donderdag 1 oktober 2015
Onderwijslogistiek van keuzedelen
Bij de invoering van de herziene kwalificatiestructuur vormen de keuzedelen een apart verhaal. Hoewel de verplichte invoering per 1 augustus 2016 voor de deur staat, lijken de onderwijslogistiek
en informatievoorziening minder aandacht te krijgen dan nodig. Als dat gebeurt, komen belangrijke invoeringsproblemen pas tijdens de uitvoering aan het licht. In een artikel in Profiel van juni 2015 heb ik geschreven over een aantal belangrijke onderwijslogistieke aandachtspunten bij de invoering van die keuzedelen.
Maar ja, papier is geduldig. Hoe kun je er voor zorgen, dat organisaties zich bewust zijn van een aantal keuzes en met name van de consequenties van die keuzes? Samen met Martijn Broekhuizen van het Noorderpoort heb ik een managementgame opgezet, die een aantal van die keuzes presenteert. Bij elke casus presenteert een aantal betrokkenen zijn of haar visie op het vraagstuk. Als speler moet je een keus maken: ja of nee. Aan het einde van de game verschijnt er een artikel waarin de resultaten in verhaalvorm worden gepresenteerd op basis van de gemaakte keuzes.
De game zelf duurt maar een minuut of 20. De leerwinst zit hem in de groepsdiscussie na die game.
en informatievoorziening minder aandacht te krijgen dan nodig. Als dat gebeurt, komen belangrijke invoeringsproblemen pas tijdens de uitvoering aan het licht. In een artikel in Profiel van juni 2015 heb ik geschreven over een aantal belangrijke onderwijslogistieke aandachtspunten bij de invoering van die keuzedelen.
Maar ja, papier is geduldig. Hoe kun je er voor zorgen, dat organisaties zich bewust zijn van een aantal keuzes en met name van de consequenties van die keuzes? Samen met Martijn Broekhuizen van het Noorderpoort heb ik een managementgame opgezet, die een aantal van die keuzes presenteert. Bij elke casus presenteert een aantal betrokkenen zijn of haar visie op het vraagstuk. Als speler moet je een keus maken: ja of nee. Aan het einde van de game verschijnt er een artikel waarin de resultaten in verhaalvorm worden gepresenteerd op basis van de gemaakte keuzes.
De game zelf duurt maar een minuut of 20. De leerwinst zit hem in de groepsdiscussie na die game.
Op 2 oktober presenteren Martijn en ik de game op de Sambo-ICT conferentie bij het ID-college in Gouda. Daar komt nog een presentatie over de bedrijfsvoering rond keuzedelen, er begint dus (eindelijk) aandacht voor die onderwijslogistieke consequenties te komen. Dat is in elk geval al heel mooi! Ik kom er later dus nog een keer op terug!
maandag 4 mei 2015
Krijgen we een monopoliepositie van EduArte in het MBO?
- Op één plek gebruikte ik Osiris in plaats van Icarus. Osiris is een student informatiesysteem dat in het HO wordt gebruikt.
- In het artikel vermeldde ik dat UP is overgenomen door Iddink. Dat moet ik wat nuanceren: de overname is jarenlang geblokkeerd door van Dijk's boekhuis. Iddink en UP praten nu over een overname.
Voor de rest, benieuwd naar reacties op mijn observatie...
Elke onderwijsinstelling maakt gebruik van een informatiesysteem om gegevens van leerlingen, deelnemers of studenten te registreren en het onderwijs te verantwoorden. In de afgelopen twintig jaar bleek, met name in het MBO, deze markt voor Kernregistratiesystemen Deelnemers (KRD's) behoorlijk dynamisch. Na twee grote vernieuwingsgolven staat alweer een derde voor de deur. En die derde golf vormt een uitdaging voor de MBO-sector omdat die kan leiden tot een absolute monopoliepositie voor EduArte.
Hoe het allemaal begon
Bij de roc-vorming in 1996 realiseerden de kersverse Colleges van Bestuur zich dat het samengaan van meerdere instellingen een uitdaging vormde voor de informatievoorziening binnen de nieuw te vormen instellingen. De keuze in die tijd was beperkt; je had het nieuw ontwikkelde Noise. Dit was de opvolger van SchoolFact, een administratiesysteem, dat op de meeste MBO-scholen werd gebruikt. Daarnaast had je het Amerikaanse PeopleSoft (later overgenomen door Oracle). Deze twee systemen hadden binnen afzienbare tijd elk net iets minder dan de helft van de grotere MBO-instellingen als klant. Enkele instellingen maakten gebruik van Icarus of Probol.
Met frisse moed gingen de regionale en agrarische opleidingscentra (ROC en AOC) van start met hun implementatietrajecten. Het werd een deceptie: de kosten rezen de pan uit, de applicaties maakten hun beloften niet waar en de onvolwassenheid van de sector in de vorm van veel maatwerk vergelden zich.
De tweede golf van aanbestedingen
Ongeveer tien jaar later was het duidelijk; Noise was end-of-life. Het bleek domweg niet meer mogelijk om alle nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs te verwerken in het systeem. Op initiatief van ROC Aventus, Albeda College en Amarantis ontstond het Triple A consortium. Zij werkten, samen met nog een aantal andere roc's, een architectuur uit die inmiddels als referentie dient voor de informatievoorziening van de primaire processen in het MBO. Uit de daaruit volgende aanbesteding van zeven roc’s, kwam EduArte als winnaar uit de bus. EduArte was een product van Educus, een joint venture van Stoas (enige tijd geleden omgedoopt tot UP Learning) en softwarebouwer Topicus.
Niet alleen Noise-gebruikers stapten over. Voor de KRD’s was het blijkbaar ook het moment om het roer om te gooien. PeopleSoft- en
Het ging er soms hard aan toe, verschillende malen kwam de rechter er aan te pas om een oordeel te vellen over een aanbestedingstraject.
Het perspectief
Wie denkt, dat de markt na de tweede golf in rustiger vaarwater is gekomen, ziet een paar dingen over het hoofd. SchoolMaster is overgenomen door Iddink, leverancier van leermiddelen in het voortgezet onderwijs en het MBO. Met deze overname probeert Iddink via Magister een doorgeefluik voor digitale leermiddelen te realiseren. Iddink zette de doorontwikkeling van Magister voor het MBO daardoor op een wat lager pitje, een zorg voor de betrokken MBO-instellingen.
Met ongeveer een marktaandeel van 75% lijkt de lucratieve implementatiemarkt voor EduArte op te drogen. Educus verschuift daarom haar strategie en breidt de applicatie in de breedte uit: van een puur administratief systeem naar een systeem dat ook de onderwijsprocessen ondersteunt met ELO-functionaliteiten. Daarmee willen ze de concurrentie aangaan met onder meer het leerplatform 'N@Tschool' van ThreeShips en 'Its Learning'.
Net als PeopleSoft indertijd blijkt Edicitis voor een aantal van de betrokken MBO-instellingen een molensteen. De eerste spijtoptant heeft de stekker er uitgetrokken en gekozen voor EduArte. Voor SAP is het onmogelijk de markt te blijven bedienen. Het marktaandeel wordt te klein om de noodzakelijke vernieuwingen te blijven doorvoeren.
Inmiddels is het waarschijnlijk dat 'Up Learning', en daarmee een belang in Educus, zal worden overgenomen. Door ... Iddink! Je hoeft geen helderziende te zijn om te bepalen wat dat betekent voor de strategie van Magister en EduArte. Binnen één bedrijf laat je niet twee met elkaar concurrerende producten dezelfde markt bedienen.
De keuze in de markt wordt nu wel heel beperkt. Natuurlijk is er naast EduArte nog PeopleSoft. Maar dat is een duur systeem met een slecht imago dat bovendien een probleem heeft met aanbestedingen. Er gloort echter ook licht aan de horizon. Vier van de vijf roc's, die PeopleSoft gebruiken, hebben zich (al enige jaren geleden) verenigd in een Shared Service Centrum (SSC) PeopleSoft. Daar zit veel kennis waardoor PeopleSoft, voor die vier roc's, op dit moment naar tevredenheid werkt. Dit biedt wellicht ook perspectief voor de aanbestedingsproblemen van PeopleSoft. Het SSC is inmiddels opgenomen in een vereniging met de participerende instellingen als lid. Andere MBO-instellingen kunnen lid worden van de vereniging en gebruik maken van PeopleSoft. In dat geval is er geen aanbesteding nodig. Maar of dat andere instellingen overtuigt?
Wat veel mensen niet weten, is dat TrajectPlanner ook een KRD-module heeft. In de afgelopen jaren is TrajectPlanner er echter niet in geslaagd grotere instellingen aan het eigen KRD te binden. Door de eisen die instellingen stelden aan het aantal studenten die het systeem moest bedienen (proven technology) waren het alleen wat kleinere vakscholen die dit KRD gingen gebruiken.
Voor de huidige Magister- en Edictisgebruikers vormt EduArte dan ook een logische keus bij een eventuele overstap. Dit leidt tot een (bijna-) monopoliepositie van EduArte. Dat hoeft geen probleem te zijn als de leverancier voldoende middelen heeft om de applicatie te blijven ontwikkelen. Maar daar hangt wel een prijskaartje aan. In een markt waar de concurrentie ontbreekt zijn de instellingen vrijwel geheel afhankelijk van EduArte. Dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Het zou goed zijn als de instellingen, die er gebruik van maken, ook kunnen meepraten over de koers van de applicatie op strategisch niveau.
vrijdag 17 april 2015
Tablets in de klas, is dat nu goed of niet?
Ik ben geen Metrolezer. Die korte berichtjes zonder duiding en achtergronden die boeien me niet zo. Tot ik deze week een kop zag: Tablets in de klas maken verwachtingen niet waar. Daar heb ik eerder over geschreven en me er ook dingen bij afgevraagd.
Als je wat verder rondneust, kom je verschillende berichten tegen over datzelfde onderwerp. Nieuws.nl komt met een vergelijkbaar bericht over de Steve Jobs scholen al lijkt de inhoud toch minder negatief te zijn dan de kop doet vermoeden. En dat de inspectie kritisch is, heeft meer te maken met het feit dat leerlingen ook thuis mogen blijven.
Kennisnet houdt een pleidooi voor de tablets in een artikel over Zin en onzin over tablets op school. Die kop komt niet terug in het artikel, het gaat eigenlijk alleen over de zin van tablets, mits je het op de goede manier inzet.
Nog een aardige, ook uit de Metro, gaat over het Handschrift in een digitaal tijdperk. Het Platform Handschriftontwikkeling luidt de noodklok omdat jonge kinderen steeds minder schrijven. Dat zou de ontwikkeling kunnen belemmeren. Nu kun je van alles denken over zo'n platform, maar de argumenten snijden wel hout! Dat Maurice de Hond dat afdoet als een soort 'romantisch nostalgie' maakt mij dan best wel nijdig!
'Use it or lose it' is een adagium uit de neurologie dat aangeeft dat hersenen zich vormen naar het gebruik. Leren betekent dat er bepaalde paden in de hersenen worden aangelegd die breder of weer smaller worden al naargelang er meer of minder gebruik van gemaakt wordt. Leren gebeurt vaak in bepaalde fasen. Spreken, talen, een muziekinstrument bespelen, allemaal zaken die je beter leert als je jong bent.
De impact van dat aanleggen van die paden is breder dan alleen het geleerde. Zo hebben kinderen die meer gekropen, gelopen en gerekend hebben een beter ruimtelijk inzicht en kunnen beter rekenen. Natuurlijk kunnen tablets een verbetering van het onderwijs betekenen. Daar wordt veel onderzoek naar gedaan. Het is inmiddels veel duidelijker onder welke omstandigheden welke aanpak meerwaarde oplevert. Wat echter niet onderzocht wordt is het effect van wat er niet meer geleerd wordt, zoals in dit geval het gebonden handschrift. Nicholas Carr besteed in zijn boek 'the Shallows' veel aandacht aan wat je aan vaardigheden kwijtraakt als je je voortdurend laat ondersteunen door allerlei hulpmiddelen zoals tablets en allerlei tools.
Als je wat verder rondneust, kom je verschillende berichten tegen over datzelfde onderwerp. Nieuws.nl komt met een vergelijkbaar bericht over de Steve Jobs scholen al lijkt de inhoud toch minder negatief te zijn dan de kop doet vermoeden. En dat de inspectie kritisch is, heeft meer te maken met het feit dat leerlingen ook thuis mogen blijven.
Kennisnet houdt een pleidooi voor de tablets in een artikel over Zin en onzin over tablets op school. Die kop komt niet terug in het artikel, het gaat eigenlijk alleen over de zin van tablets, mits je het op de goede manier inzet.
Nog een aardige, ook uit de Metro, gaat over het Handschrift in een digitaal tijdperk. Het Platform Handschriftontwikkeling luidt de noodklok omdat jonge kinderen steeds minder schrijven. Dat zou de ontwikkeling kunnen belemmeren. Nu kun je van alles denken over zo'n platform, maar de argumenten snijden wel hout! Dat Maurice de Hond dat afdoet als een soort 'romantisch nostalgie' maakt mij dan best wel nijdig!
'Use it or lose it' is een adagium uit de neurologie dat aangeeft dat hersenen zich vormen naar het gebruik. Leren betekent dat er bepaalde paden in de hersenen worden aangelegd die breder of weer smaller worden al naargelang er meer of minder gebruik van gemaakt wordt. Leren gebeurt vaak in bepaalde fasen. Spreken, talen, een muziekinstrument bespelen, allemaal zaken die je beter leert als je jong bent.
De impact van dat aanleggen van die paden is breder dan alleen het geleerde. Zo hebben kinderen die meer gekropen, gelopen en gerekend hebben een beter ruimtelijk inzicht en kunnen beter rekenen. Natuurlijk kunnen tablets een verbetering van het onderwijs betekenen. Daar wordt veel onderzoek naar gedaan. Het is inmiddels veel duidelijker onder welke omstandigheden welke aanpak meerwaarde oplevert. Wat echter niet onderzocht wordt is het effect van wat er niet meer geleerd wordt, zoals in dit geval het gebonden handschrift. Nicholas Carr besteed in zijn boek 'the Shallows' veel aandacht aan wat je aan vaardigheden kwijtraakt als je je voortdurend laat ondersteunen door allerlei hulpmiddelen zoals tablets en allerlei tools.
Maurice, wees een vent en onderzoek dat nou eens echt in plaats van die ongenuanceerde en vooral ongefundeerde uitspraken op basis van een nostalgisch toekomstbeeld...
donderdag 26 maart 2015
Epiloog - terugblik op de CVI Managementconferentie #CVImc
Het is alweer verleden tijd, de CVI Managementconferentie 2015.
Ik had eigenlijk nog een blog willen schrijven over de sessie van de MBO-raad over de keuzedelen. Maar eigenlijk heb ik daar op dit moment de puf niet meer voor, Ik heb alleen wat aantekeningen en foto's op mijn iPhone kunnen maken omdat ik de lading van mijn iPad-batterij wat te optimistisch had ingeschat. Dat betekent dat ik nog heel wat uitwerkwerk heb om daar een mooi verhaal van te maken. Misschien binnenkort alsnog. Het onderwerp is zeker de moeite waard, want er komt met die keuzedelen nogal wat op het MBO af, zoals Martijn Broekhuizen in een andere sessie al besprak. Het zaaltje zat in elk geval afgeladen vol.
Alles bij elkaar was het een goede conferentie. Niet zo heel veel innovatieve dingen voor een conferentie met Innovatief Vakwerk als werktitel, maar toch. Wat er aan innovatieve onderwerpen voorbij kwam, is door Wilfred Rubens beschrijven in zijn blog. Misschien doe ik nu veel mensen te kort, er gebeuren namelijk wel veel nieuwe dingen. Maar nieuw is nog niet innovatief.
Een paar dingen vielen op:
- Theory U komt in veel presentaties terug (waaronder deze).
- Natuurlijk heel veel over professionalisering en dan met name veel LeerKRACHT.
- Opvallend is de aandacht voor projectmanagement en projectmatig werken. Heel belangrijk natuurlijk, en eerlijk gezegd is het onderwijs daar niet zo heel erg goed in (anders zou je er in een onderwijsconferentie anno 2015 geen presentaties over hoeven te geven). Dus misschien toch goed om er aandacht aan te besteden.
- Natuurlijk komen er allerlei presentaties over de nieuwe kwalificatiestructuur voorbij.
- Slechts enkele voorbeelden van innovatieve onderwijsvormen
- Weinig onderwijslogistiek (hoewel dat toch behoorlijk hot is in het MBO momenteel)
- En (voor zover ik kan overzien) helemaal niets over afstandsleren, e-learning, zelfstandig leren met ICT. Dat verbaast me.
Verder leuke gesprekken, nieuwe inzichten en inspiratie voor nieuwe blogs of artikelen. Ik ben tevreden!
Samenwerking op het gebied van informatiemanagement - Noorderpoort en Alfa College op #CVImc
Marcel van Doren (Alfa College) en Martijn Broekhuizen Noorderpoort gaan in op hun samenwerking op het gebied van informatiemanagement.
Waarom is informatiemanagement nodig?
Martijn geeft een aantal voorbeelden waarom informatiemanagement belangrijk is.
- Keuzedelen: impact is veel groter dan je denkt.
- Een student heeft zich ingeschreven maar komt niet opdagen. Als dat niet wordt doorgegeven loopt er aan de achterkant heel veel mis.
- Hacka: een youtube kanaal waarin studenten best practices uitwisselen over de manier waarop je de informatiesystemen gehackt kunnen worden.
Daar uit volgt dat de hoeveelheid informatie, die wordt gevraagd, neemt almaar toeneemt, dat de kwaliteit van informatie steeds belangrijker wordt. Daarbij komen vraagstukken op het gebied van nformatieveiligheid, informatieketens. Belangrijk is ook dat verwachtingen van gebruikers op basis van hun ervaringen thuis veel hoger zijn dan het onderwijs kan waarmaken.
Informatiemanagement
gaat om het het optimaal aansluiten van informatievoorziening op de
bedrijfsvoering (processen). Het is een balans tussen vraag en aanbod. Het wordt goed
weergegeven in het negenvlaks model van Rick Maes.
Het inrichten van
informatiemanagement verloopt in een aantal fasen. In eerste instantie gaat het
om het aanschaffen en implementeren van systemen. Daarna gaat het om het
verbinden van de mensen en het integraal maken van de informatievoorziening.
Als dat op orde is kom je op het niveau van innovatie.
Waarom samenwerken?
Instellingen hebben
vaak dezelfde vraagstukken. Ook intern spelen dezelfde processen en
vernieuwingen. Instellingen hebben ook dezlefde uitgangspunten. Denk aan
architectuur, informatiebeleid en informatieveiligheid.
De beschikbare
kennis binnen de roc's is beperkt, delen van kennis levert veel op.
Het bedenken van
oplossingen en het aanpssen van systemen is complex, tijdrovend en kostbaar.
Aan de groep wordt
gevraagd op welke gebieden je kunt samenwerken ten aanzien van
informatiemanagement. Met name bestuurlijke processen, management informatie,
en logistiek komen daar uit naar voren. Maar eigenlijk zou je op alle geieden
wel kunnen samenwerken. Belangrijk daarbij is, dat deelnemende instellingen in
een samenwerkingsverband niet overal
even ver in zijn.
Welke samenwerking
tussen Np en Alfa?
- Bestuurlijk - macrodoelmatigheid in Qlikview.
- Primair proces: Aan en afwezigheid, verkenning van keuzedelen bij elkaar
- Secundair proces: Shared service centrum PeopleSoft (kernregistratie)
- Logistiek: Planning en roostering (Xedule)
- Tertiaire processen: kennisdeling informatiemanagement en niet-gezamenlijke systemen
- Managementinformatie: gezamenlijk bouwen van rapportages in Qlikview.
Waarom samenwerking
op deze gebieden:
- Geen concurrentie op deze gebieden
- Vraagstukken identiek
- Systemen het zelfde
- Krachten bundelen en kennis delen
- Meer efficiency, effectiviteit en kwaliteit
Op welke gebieden
werken de instellingen niet samen?
- Werving
- Primair proces
- Alumni
- Communicatie
- Informatieplanning
Waarom niet?
Onderscheidend
vermogen!
Er zijn veel
successen gehaald op gebied van managementinformatie, koppelingen, informatie-
en datamodellering, reductie administratieve capaciteit met 40%, digitaal
aanmelden, digitaal archief.
Een project om een
gemeenschappelijk app te laten bouwen door studenten is niet gelukt.
Wat zijn de
valkuilen?
- Onevenwichtige vedeling en inbreng van capaciteit en kennis in de samenwerking
- Onvoldoende mandaat en draagvlak
- Samenwerken op een gebied waar je verschillende systemen hebt
Zou het mogelijk
zijn om ook een soort shared service centrum op het gebied van
informatiemanagement in te richten? Dat zou op veel gebieden veel voordelen
opleveren maar vergt op meerdere niveaus een heel goede afstemming.
Zicht op de docent - Inspiratiesessie met UP op #CVImc
UP learning komt in veel onderwijsinstellingen. Daarbij komen ze ze allerlei vraagstukken tegen op het gebied van de informatievoorziening. Het gaat daarbij natuurlijk om het verhaal achter de cijfers.
In een inspiratiesessie discussieert een groepje mensen over het zicht dat je als teammanager / -leider hebt / wilt hebben / kunt hebben op je docenten.
Voor een teamleider is het moeilijk om een beeld te krijgen op een aantal belangrijke zaken. Wat mag je van een docent, een team verwachten en hoe krijg je dat inzichtelijk?
Die vragen kun je stellen over een aantal thema's:
In een inspiratiesessie discussieert een groepje mensen over het zicht dat je als teammanager / -leider hebt / wilt hebben / kunt hebben op je docenten.
Voor een teamleider is het moeilijk om een beeld te krijgen op een aantal belangrijke zaken. Wat mag je van een docent, een team verwachten en hoe krijg je dat inzichtelijk?
Die vragen kun je stellen over een aantal thema's:
- Zicht op de docent
- Zicht op het curriculum
- Zicht op het rendement
- Zicht op student.
In een videofilmpje (nog niet online!) komt een aantal onderwijsmensne aan het woord over de manier waarop docenten functioneren. Dat kan via gesprekken met docenten of studenten of klassenbezoek. Dat geeft veel informatie maar dat zijn momentopnames. Vaak wordt daarover buiten wat gespreksverslagen niets vastgelegd.
Hoe kun je dan docenten met elkaar vergelijken?
De vraag is of je daadwerkelijk moet willen vergelijken. Kijk naar de mogelijkheden die LeerKRACHT biedt, eventueel gecombineerd met een enquete onder studenten.
Je kunt werken met competentieprofielen gekoppeld aan gedragspatronen (sie ik die competentie in het gedrag terug?) en een 360' feedback. Maar het blijft lastig om een goed beeld te krijgen en dus lastig om daar sturing aan te geven. Lesgeven is per slot van rekening een deel van de taak van een docent.
In de discussie gaat het erom of je alles moet willen weten. je wilt niet alles controleren als teamleider. daar staat tegenover dat scholen goed zijn in het Plan en Do van de PDCA cyclus maar minder goed in Check en Act. Waar het natuurlijk om gaat is, dat je in staat bent om bij te sturen om de kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren.
In feite is er wel veel informatie: VSV, rendementen, BPV, JOB-enquete, noem maar op. Dat geeft echter nog geen zicht op individuele docenten. Heb je dan bijvoorbeeld zicht op de struikelvakken? Er is natuurlijk wel een beeld als je bijvoorbeeld kijkt naar herkansingen. Maar dat zegt niet alles.
Het is lastig om te sturen op studierendement. Waar zit de stuurknuppel om te kunnen sturen?
Sturen op studiererendement is eigenlijk ook een beetje onzinnig. Als je de cijfers krijgt kun je er niets meer aan veranderen. Daarnaast zijn de definities van rendement heel dubieus. Een overstapper die met een diploma de school verlaat, is voor de eerste opleiding een VSV'er. Sturen op cohortrendement levert wat dat betreft meer op. Sturen op rendement zegt bovendien niets over de prestatie van het onderwijs.
Moeten docenten zich wel bezig houden met rendementen? Het gaat om de specifieke kenmerken die bepalen waarom een student al dan niet bsuccesvol is. Die informatie moet docenten helpen de goede dingen te doen, je moet de docenten niet belasten met rendementscijfers.
Het gaat dan om de instrumenten die je beschikbaar hebt en de parameters die je daarmee kunt vastleggen om zicht te krijgen op de huidige situatie om vervolgens te kunnen verbeteren.
De tijd was te kort om alles te bespreken. Wil je hier toch over meedenken, neem dan contact op met Theo Osse
woensdag 25 maart 2015
LeerKRACHT - #CVImc
Bij LeerKRACHT gaat het er om dat een team gezamenlijke acties ondernemen om het onderwijs te verbeteren. Het is geen trucje maar een methode. Het is een methodiek waarbij je gedurende 8 weken 2 uur met elkaar traint. Het is de bedoeling dat het in de teamcultuur wordt ingebed. Het werkt goed bij teams die goed functioneren en die naar excellent willen. Teams die niet goed functioneren moeten nog een aantal stappen doormaken.
Een aantal kerninterventies zijn:
- Bordsessie
- Samen lessen voorbereiden
- Lesbezoeken
Eigenlijk zie je hier het Waarom, het Wat en het Hoe naar voren.
De kerninterventies staan met elkaar in verband. In een bordsessie worden problemen en meetbare doelen geformuleerd (ik wil de motivatie van mijn leerlingen vergroten) en een aanpak bedacht. Door samen lessen voor te bereiden voorkom je dat je in je eigen repertoire blijft hangen. Vervolgens pas je de ideeen toe in je lessen, waarbij een collega komt kijken. Als dingen niet lukken, wordt dat bij de volgende bordsessie besproken en wordt er gewerkt aan bijgestelde of nieuwe doelen (eerst de sfeer in de klas verbeteren).
Een bordsessie is gebaseerd op een bepaalde indeling van het bord.
Een team staat bij het bord. (Door het staan, schiet het meestal beter op!) Op het bord staat een planning, staan de doelen, activiteiten en successen. Ook wordt geinventariseerd hoe iedereen zich voelt aan de hand van een aantal smileys.
Elke week wordt bekeken wat er gerealiseerd is. Het komt vaak voor dat afspraken niet nagekomen worden (onderwijscultuur). Als een paar weken achter elkaar iemand niet gedaan heeft wat is afgesproken, dan gaat dat voor diegene wel wat ongemakkelijk voelen. Daar kunnen ook teaminterventies op plaatsvinden (heb je hulp nodig?).
LeerKRACHT richt zich vooral op de kwaliteit van het onderwijs, niet zo zeer op verandertrajecten als onderwijsvernieuwingen, hoewel dat wel kan. de methodiek werkt prima in het PO en VO, in het MBO is het soms wel zoeken om het goed passend te maken.
Het is in elk geval heel belangrijk om de structuur en het ritme van de wekelijkse sessies vast te houden. Het gaat er daarbij om bestaande patronen (eigen koninkrijkjes in de klas) te doorbreken waarbij iedereen zich kwetsbaar durft op te stellen.
In de discussie in groepjes komen ook wat andere geluiden naar boven. In de praktijk blijkt het lastig vast te houden als er geen groter kader, een groter teamdoel aan vast zit. Ook op dat niveau kan de methodiek worden toegepast.
Strategie Diner U - #CVImc
Een cryptische omschrijving voor een workshop op de CVI Managementconferentie 2015. Alweer een hele tijd geleden kwam ik in aanraking met Theory U van Oscar Scharmer op de IT-conferentie van 2012. Mark Vlasblom gaf indertijd een workshop onder de naam van Route 66.
De workshop wordt gegeven door Sarien Shkolnik en ... van het Graafschap College. Het gaat over het traject om te komen tot een nieuw strategisch beleidsplan. Aanleiding hebben ze een Diner Pensant georganiseerd met vertegenwoordigers uit de regio over een strategisch plan voor de Achterhoek. Vanuit de 3 O's (overheid, ondernemeingen en maatschappelijke organisaties) is daasr vervolgens invulling aan gegeven.
Het boek van Scharmer vormde voor het Graafschap College een inspiratiebron voor een methodiek.
stappen volgens Scharmer bij elk vraagstuk.
De workshop wordt gegeven door Sarien Shkolnik en ... van het Graafschap College. Het gaat over het traject om te komen tot een nieuw strategisch beleidsplan. Aanleiding hebben ze een Diner Pensant georganiseerd met vertegenwoordigers uit de regio over een strategisch plan voor de Achterhoek. Vanuit de 3 O's (overheid, ondernemeingen en maatschappelijke organisaties) is daasr vervolgens invulling aan gegeven.
Het boek van Scharmer vormde voor het Graafschap College een inspiratiebron voor een methodiek.
stappen volgens Scharmer bij elk vraagstuk.
- Bewustworden en opschorten van je oordeel, opnieuw kijken met open blik
- Opnieuw richten, aanvoelen van het veld, laten gaan
- verbinen met wat er is
- Laten ontstaan
- Aan de slag, uitkristalliseren van visie en intentie
- Prototypes bouwen en inbouwen in het bestaande proces., uitvoeren
Het vergt een open mind, aanvoelen met open hart, wil en openstaan voor actie.
De eerste verkenning leverde een aantal strategische lijnen op, die later weer aangepast zijn.
- school voor vakmanschap en ondernemendheid
- school voor iedereen en altijd
- school in een netwerk
- school voor innovatie
- school voor de euregio
Het bleek toen moeilijk om respons te krijgen uit de organisatie. Er is toen een nieuwe insteek gezocht, waarbij de U van Scharmer platgeslagen werd. Uit de organisatie zijn de koplopers gehaald waarbij medewerkers ideeen aanleverden op basis van de strategische lijnen. Die ideeen worden nu vorm gegeven. In een video-impressie preenteren medewerkers een aantal van de ideeen en hoe die in de praktijk worden gevraagd.
Studenten kregen ook de gelegenheid om op kosten van de school te gaan eten met mensen om ideeen op te gaan halen. Dat heeft heel veel opgeleverd.
Om het publiek een idee te geven van de gebruikte werkvormen tijdens een diner pensant zijn we met een aantal vragen in groepen aan de slag gegaan volgens het placemat model: wat doe je vandaag, volgende maand, volgend jaar en over vijf jaar bijvoorbeeld op het gebied van 'onderwijs in de euregio'. Dat levert allerlei ideeen en kanttekeningen op, die meegenomen kunnen worden in het plan.
Het proces is nog bezig en heeft al veel inzichten opgeleverd.
vrijdag 13 maart 2015
De waarheid van Google
Laatst kwam ik een leuk artikel tegen op WebWereld over Google die met een nieuw zoekalgoritme de waarheid op het internet gaat bepalen. Niets mis mee, zou je zeggen. Inmiddels heb ik geleerd dat er altijd een andere kant aan een dergelijk verhaal zit. 'Elk foordeel hep sun nadeel', aldus onze nationale filosoof.
Kern van het idee is een systematiek, die vergelijkbaar is met de pagerank. De positie van een website in het zoekresultaat wordt normaal gesproken (vooral) bepaald door het aantal verwijzingen naar die site. In het nieuwe systeem gaat de ranking om het aantal verifieerbare feiten. Naarmate er meer ware feiten staan, komt de website hoger in de ranking.
Ik heb er toch wel twijfels bij, nog los van het feit dat waarheid niet alleen wordt bepaald door feiten (zoals Wittgenstein al zei: waarheid is iets dat niet los van de mens en zijn cultuur bepaald kan worden, maar er juist afhankelijk van is (bron)).
Het is alweer een hele tijd geleden dat ik schreef over het boek van Nicolas Carr (Het ondiepe), waarin hij aangeeft dat met elk stuk gereedschap je zelf iets van het vermogen inlevert. Bedenk wat een rekenapparaat doet met het vermogen tot hoofdrekenen, wat een tomtom doet met je oriëntatievermogen, enzovoorts.
In geloof dat dat boek beschreef dat juist door het systeem van zoekmachines wetenschappers steeds vaker bij dezelfde artikelen uitkwamen. Logisch: hoe vaker een artikel wordt gevonden en geciteerd, hoe hoger het in de ranking komt, hoe vaker het gevonden wordt. Daarmee versterken zoekmachines een vernauwing van de wetenschap. Dat is niet met een vooropgezet plan, het is een emergent effect van de manier waarop zoekmachines werken.
Kun je nu iets vergelijkbaars verwachten als er een waarheidsranking komt? Gaan mensen bronnen beoordelen op basis wat Google er van vindt? Ik wil liever zelf kritisch blijven denken.
Natuurlijk, veel websites verkopen klinkklare nonsens als waarheid. Ik ben stiekum dan toch wel benieuwd wat ze er bij Prive, Homeopatie.nl of de Astrologische Vakvereniging van zullen vinden...
Kern van het idee is een systematiek, die vergelijkbaar is met de pagerank. De positie van een website in het zoekresultaat wordt normaal gesproken (vooral) bepaald door het aantal verwijzingen naar die site. In het nieuwe systeem gaat de ranking om het aantal verifieerbare feiten. Naarmate er meer ware feiten staan, komt de website hoger in de ranking.
Ik heb er toch wel twijfels bij, nog los van het feit dat waarheid niet alleen wordt bepaald door feiten (zoals Wittgenstein al zei: waarheid is iets dat niet los van de mens en zijn cultuur bepaald kan worden, maar er juist afhankelijk van is (bron)).
Het is alweer een hele tijd geleden dat ik schreef over het boek van Nicolas Carr (Het ondiepe), waarin hij aangeeft dat met elk stuk gereedschap je zelf iets van het vermogen inlevert. Bedenk wat een rekenapparaat doet met het vermogen tot hoofdrekenen, wat een tomtom doet met je oriëntatievermogen, enzovoorts.
In geloof dat dat boek beschreef dat juist door het systeem van zoekmachines wetenschappers steeds vaker bij dezelfde artikelen uitkwamen. Logisch: hoe vaker een artikel wordt gevonden en geciteerd, hoe hoger het in de ranking komt, hoe vaker het gevonden wordt. Daarmee versterken zoekmachines een vernauwing van de wetenschap. Dat is niet met een vooropgezet plan, het is een emergent effect van de manier waarop zoekmachines werken.
Kun je nu iets vergelijkbaars verwachten als er een waarheidsranking komt? Gaan mensen bronnen beoordelen op basis wat Google er van vindt? Ik wil liever zelf kritisch blijven denken.
Natuurlijk, veel websites verkopen klinkklare nonsens als waarheid. Ik ben stiekum dan toch wel benieuwd wat ze er bij Prive, Homeopatie.nl of de Astrologische Vakvereniging van zullen vinden...
dinsdag 3 maart 2015
Nederland kantelt, nu het onderwijs nog?
In een uitzending van Tegenlicht vertelt Jan Rotmans over de noodzaak voor Nederland om het anders te doen om de samenleving duurzamer te maken. In allerlei voorbeelden laat de documentaire zien hoe Nederland kantelt. De bijbehorende website laat meer voorbeelden zien.
Enerzijds zijn er genoeg redenen, anderzijds genoeg kansen om Nederland te laten kantelen. Ontwikkelingen als globalisering, technologische en maatschappelijke veranderingen maakt dat we goed moeten nadenken over de manier waarop we als Nederland ons geld willen verdienen. Voor Nederland liggen er kansen in de landbouw, waterbeheer, energie, technologie en nog wat onderwerpen meer. Vergelijk het met de 10 topsectoren waar de overheid in wil investeren.
Als Nederland kantelt, is het kantelen van het onderwijs een randvoorwaarde. Kantelt het onderwijs nu mee?
Op de website staat een aantal initiatieven rondom kantelend onderwijs. Een paar dingen vallen daarbij op. (Vrijwel) alle initiatiefnemers hebben het over het verstarde onderwijssysteem dat het leren belemmert, het kind / de student centraal en vooral activerende lesvormen. Jammer dat de verhalen vooral vertellen over de buitenkant ("een visie is belangrijk", "er is 3 jaar nagedacht over een visie", maar geen beschrijving van wat die visie nu precies inhoudt).
Na alle onderwijsvernieuwingen van de afgelopen decennia heb ik eerlijk gezegd nog niet het gevoel dat deze met verhalen een vernieuwingsbeweging in gang wordt gezet, het oogt nog teveel als los zand.
Als verbindende schakel staat daar echter United4Education tussen met een eigen website met nog veel meer voorbeelden dat dient als platform voor een community. Heel inspirerend voor mensen die vernieuwend bezig willen zijn, veel activiteiten waar je aan mee kunt doen.
Het doel van U4E is om 1000 dagen een voldoende kritische massa te bereiken waarmee het onderwijs daadwerkelijk gekanteld kan worden. Een paar dingen, die volgens mij daarbij zouden helpen:
Enerzijds zijn er genoeg redenen, anderzijds genoeg kansen om Nederland te laten kantelen. Ontwikkelingen als globalisering, technologische en maatschappelijke veranderingen maakt dat we goed moeten nadenken over de manier waarop we als Nederland ons geld willen verdienen. Voor Nederland liggen er kansen in de landbouw, waterbeheer, energie, technologie en nog wat onderwerpen meer. Vergelijk het met de 10 topsectoren waar de overheid in wil investeren.
Als Nederland kantelt, is het kantelen van het onderwijs een randvoorwaarde. Kantelt het onderwijs nu mee?
Op de website staat een aantal initiatieven rondom kantelend onderwijs. Een paar dingen vallen daarbij op. (Vrijwel) alle initiatiefnemers hebben het over het verstarde onderwijssysteem dat het leren belemmert, het kind / de student centraal en vooral activerende lesvormen. Jammer dat de verhalen vooral vertellen over de buitenkant ("een visie is belangrijk", "er is 3 jaar nagedacht over een visie", maar geen beschrijving van wat die visie nu precies inhoudt).
Na alle onderwijsvernieuwingen van de afgelopen decennia heb ik eerlijk gezegd nog niet het gevoel dat deze met verhalen een vernieuwingsbeweging in gang wordt gezet, het oogt nog teveel als los zand.
Als verbindende schakel staat daar echter United4Education tussen met een eigen website met nog veel meer voorbeelden dat dient als platform voor een community. Heel inspirerend voor mensen die vernieuwend bezig willen zijn, veel activiteiten waar je aan mee kunt doen.
Het doel van U4E is om 1000 dagen een voldoende kritische massa te bereiken waarmee het onderwijs daadwerkelijk gekanteld kan worden. Een paar dingen, die volgens mij daarbij zouden helpen:
- Een koers waarmee de verschillende initiatieven aan elkaar verbonden worden, waarmee het streven herkenbaar wordt voor mensen die op zoek zijn naar het hoe van het kantelen.
- verbinding met soortgelijke / vergelijkbare initiatieven. Een mooi voorbeeld van kantelend onderwijs vind ik zelf Leerkracht. Die mis ik eigenlijk in het overzicht van zowel Nederland kantelt als U4E.
- Een minder sexy onderwerp maar wel een randvoorwaarde: hoe organiseer je dat als school allemaal? Dat gaat over zowel de verandering (welke veranderstrategie hang je aan, wanneer is het omslagpunt van vernieuwen naar breed implementeren en consolideren?) als over het regelen van de alledaagse dingen in de nieuwe situatie: de bedrijfsvoering.
Er zijn nog een paar honderd dagen te gaan...
Abonneren op:
Posts (Atom)



