donderdag 26 maart 2015

Zicht op de docent - Inspiratiesessie met UP op #CVImc

UP learning komt in veel onderwijsinstellingen. Daarbij komen ze ze allerlei vraagstukken tegen op het gebied van de informatievoorziening. Het gaat daarbij natuurlijk om het verhaal achter de cijfers.

In een inspiratiesessie discussieert een groepje mensen over het zicht dat je als teammanager / -leider hebt / wilt hebben / kunt hebben op je docenten.

Voor een teamleider is het moeilijk om een beeld te krijgen op een aantal belangrijke zaken. Wat mag je van een docent, een team verwachten en hoe krijg je dat inzichtelijk?
Die vragen kun je stellen over een aantal thema's:

  • Zicht op de docent
  • Zicht op het curriculum
  • Zicht op het rendement
  • Zicht op student.
In een videofilmpje (nog niet online!) komt een aantal onderwijsmensne aan het woord over de manier waarop docenten functioneren. Dat kan via gesprekken met docenten of studenten of klassenbezoek. Dat geeft veel informatie maar dat zijn momentopnames. Vaak wordt daarover buiten wat gespreksverslagen niets vastgelegd. 
Hoe kun je dan docenten met elkaar vergelijken?
De vraag is of je daadwerkelijk moet willen vergelijken. Kijk naar de mogelijkheden die LeerKRACHT biedt, eventueel gecombineerd met een enquete onder studenten.
Je kunt werken met competentieprofielen gekoppeld aan gedragspatronen (sie ik die competentie in het gedrag terug?) en een 360' feedback. Maar het blijft lastig om een goed beeld te krijgen en dus lastig om daar sturing aan te geven. Lesgeven is per slot van rekening een deel van de taak van een docent. 

In de discussie gaat het erom of je alles moet willen weten. je wilt niet alles controleren als teamleider. daar staat tegenover dat scholen goed zijn in het Plan en Do van de PDCA cyclus maar minder goed in Check en Act. Waar het natuurlijk om gaat is, dat je in staat bent om bij te sturen om de kwaliteit van het onderwijs te kunnen verbeteren.

In feite is er wel veel informatie: VSV, rendementen, BPV, JOB-enquete, noem maar op. Dat geeft echter nog geen zicht op individuele docenten. Heb je dan bijvoorbeeld zicht op de struikelvakken? Er is natuurlijk wel een beeld als je bijvoorbeeld kijkt naar herkansingen. Maar dat zegt niet alles.
Het is lastig om te sturen op studierendement. Waar zit de stuurknuppel om te kunnen sturen?
Sturen op studiererendement is eigenlijk ook een beetje onzinnig. Als je de cijfers krijgt kun je er niets meer aan veranderen. Daarnaast zijn de definities van rendement heel dubieus. Een overstapper die met een diploma de school verlaat, is voor de eerste opleiding een VSV'er. Sturen op cohortrendement levert wat dat betreft meer op. Sturen op rendement zegt bovendien niets over de prestatie van het onderwijs. 

Moeten docenten zich wel bezig houden met rendementen? Het gaat om de specifieke kenmerken die bepalen waarom een student al dan niet bsuccesvol is. Die informatie moet docenten helpen de goede dingen te doen, je moet de docenten niet belasten met rendementscijfers. 

Het gaat dan om de instrumenten die je beschikbaar hebt en de parameters die je daarmee kunt vastleggen om zicht te krijgen op de huidige situatie om vervolgens te kunnen verbeteren. 

De tijd was te kort om alles te bespreken. Wil je hier toch over meedenken, neem dan contact op met Theo Osse

woensdag 25 maart 2015

LeerKRACHT - #CVImc


Bij LeerKRACHT gaat het er om dat een team gezamenlijke acties ondernemen om het onderwijs te verbeteren. Het is geen trucje maar een methode. Het is een methodiek waarbij je gedurende 8 weken 2 uur met elkaar traint. Het is de bedoeling dat het in de teamcultuur wordt ingebed. Het werkt goed bij teams die goed functioneren en die naar excellent willen. Teams die niet goed functioneren moeten nog een aantal stappen doormaken.

Een aantal kerninterventies zijn:

  • Bordsessie
  • Samen lessen voorbereiden
  • Lesbezoeken
Eigenlijk zie je hier het Waarom, het Wat en het Hoe naar voren.

De kerninterventies staan met elkaar in verband. In een bordsessie worden problemen en meetbare doelen geformuleerd (ik wil de motivatie van mijn leerlingen vergroten) en een aanpak bedacht. Door samen lessen voor te bereiden voorkom je dat je in je eigen repertoire blijft hangen. Vervolgens pas je de ideeen toe in je lessen, waarbij een collega komt kijken. Als dingen niet lukken, wordt dat bij de volgende bordsessie besproken en wordt er gewerkt aan bijgestelde of nieuwe doelen (eerst de sfeer in de klas verbeteren).

Een bordsessie is gebaseerd op een bepaalde indeling van het bord. 
Een team staat bij het bord. (Door het staan, schiet het meestal beter op!) Op het bord staat een planning, staan de doelen, activiteiten en successen. Ook wordt geinventariseerd hoe iedereen zich voelt aan de hand van een aantal smileys. 
Elke week wordt bekeken wat er gerealiseerd is. Het komt vaak voor dat afspraken niet nagekomen worden (onderwijscultuur). Als een paar weken achter elkaar iemand niet gedaan heeft wat is afgesproken, dan gaat dat voor diegene wel wat ongemakkelijk voelen. Daar kunnen ook teaminterventies op plaatsvinden (heb je hulp nodig?).

LeerKRACHT richt zich vooral op de kwaliteit van het onderwijs, niet zo zeer op verandertrajecten als onderwijsvernieuwingen, hoewel dat wel kan. de methodiek werkt prima in het PO en VO, in het MBO is het soms wel zoeken om het goed passend te maken. 
Het is in elk geval heel belangrijk om de structuur en het ritme van de wekelijkse sessies vast te houden. Het gaat er daarbij om bestaande patronen (eigen koninkrijkjes in de klas) te doorbreken waarbij iedereen zich kwetsbaar durft op te stellen. 

In de discussie in groepjes komen ook wat andere geluiden naar boven. In de praktijk blijkt het lastig vast te houden als er geen groter kader, een groter teamdoel aan vast zit. Ook op dat niveau kan de methodiek worden toegepast.

Strategie Diner U - #CVImc

Een cryptische omschrijving voor een workshop op de CVI Managementconferentie 2015. Alweer een hele tijd geleden kwam ik in aanraking met Theory U van Oscar Scharmer op de IT-conferentie van 2012. Mark Vlasblom gaf indertijd een workshop onder de naam van Route 66.

De workshop wordt gegeven door Sarien Shkolnik en ... van het Graafschap College. Het gaat over het traject om te komen tot een nieuw strategisch beleidsplan. Aanleiding  hebben ze een Diner Pensant georganiseerd met vertegenwoordigers uit de regio over een strategisch plan voor de Achterhoek. Vanuit de 3 O's (overheid, ondernemeingen en maatschappelijke organisaties) is daasr vervolgens invulling aan gegeven.

Het boek van Scharmer vormde voor het Graafschap College een inspiratiebron voor een methodiek.
stappen volgens Scharmer bij elk vraagstuk.

  • Bewustworden en opschorten van je oordeel, opnieuw kijken met open blik
  • Opnieuw richten, aanvoelen van het veld, laten gaan
  • verbinen met wat er is
  • Laten ontstaan 
  • Aan de slag, uitkristalliseren van visie en intentie
  • Prototypes bouwen en inbouwen in het bestaande proces., uitvoeren
Het vergt een open mind, aanvoelen met open hart, wil en openstaan voor actie.
De eerste verkenning leverde een aantal strategische lijnen op, die later weer aangepast zijn.
  • school voor vakmanschap en ondernemendheid
  • school voor iedereen en altijd
  • school in een netwerk
  • school voor innovatie
  • school voor de euregio
Het bleek toen moeilijk om respons te krijgen uit de organisatie. Er is toen een nieuwe insteek gezocht, waarbij de U van Scharmer platgeslagen werd. Uit de organisatie zijn de koplopers gehaald waarbij medewerkers ideeen aanleverden op basis van de strategische lijnen. Die ideeen worden nu vorm gegeven. In een video-impressie preenteren medewerkers een aantal van de ideeen en hoe die in de praktijk worden gevraagd.
Studenten kregen ook de gelegenheid om op kosten van de school te gaan eten met mensen om ideeen op te gaan halen. Dat heeft heel veel opgeleverd. 

Om het publiek een idee te geven van de gebruikte werkvormen tijdens een diner pensant zijn we met een aantal vragen in groepen aan de slag gegaan volgens het placemat model: wat doe je vandaag, volgende maand, volgend jaar en over vijf jaar bijvoorbeeld op het gebied van 'onderwijs in de euregio'. Dat levert allerlei ideeen en kanttekeningen op, die meegenomen kunnen worden in het plan. 

Het proces is nog bezig en heeft al veel inzichten opgeleverd.

vrijdag 13 maart 2015

De waarheid van Google

Laatst kwam ik een leuk artikel tegen op WebWereld over Google die met een nieuw zoekalgoritme de waarheid op het internet gaat bepalen. Niets mis mee, zou je zeggen. Inmiddels heb ik geleerd dat er altijd een andere kant aan een dergelijk verhaal zit. 'Elk foordeel hep sun nadeel', aldus onze nationale filosoof.

Kern van het idee is een systematiek, die vergelijkbaar is met de pagerank. De positie van een website in het zoekresultaat wordt normaal gesproken (vooral) bepaald door het aantal verwijzingen naar die site. In het nieuwe systeem gaat de ranking om het aantal verifieerbare feiten. Naarmate er meer ware feiten staan, komt de website hoger in de ranking.
Ik heb er toch wel twijfels bij, nog los van het feit dat waarheid niet alleen wordt bepaald door feiten (zoals Wittgenstein al zei: waarheid is iets dat niet los van de mens en zijn cultuur bepaald kan worden, maar er juist afhankelijk van is (bron)).

Het is alweer een hele tijd geleden dat ik schreef over het boek van Nicolas Carr (Het ondiepe), waarin hij aangeeft dat met elk stuk gereedschap je zelf iets van het vermogen inlevert. Bedenk wat een rekenapparaat doet met het vermogen tot hoofdrekenen, wat een tomtom doet met je oriëntatievermogen, enzovoorts.
In geloof dat dat boek beschreef dat juist door het systeem van zoekmachines wetenschappers steeds vaker bij dezelfde artikelen uitkwamen. Logisch: hoe vaker een artikel wordt gevonden en geciteerd, hoe hoger het in de ranking komt, hoe vaker het gevonden wordt. Daarmee versterken zoekmachines een vernauwing van de wetenschap. Dat is niet met een vooropgezet plan, het is een emergent effect van de manier waarop zoekmachines werken.

Kun je nu iets vergelijkbaars verwachten als er een waarheidsranking komt? Gaan mensen bronnen beoordelen op basis wat Google er van vindt? Ik wil liever zelf kritisch blijven denken.
Natuurlijk, veel websites verkopen klinkklare nonsens als waarheid. Ik ben stiekum dan toch wel benieuwd wat ze er bij Prive, Homeopatie.nl of de Astrologische Vakvereniging van zullen vinden...


dinsdag 3 maart 2015

Nederland kantelt, nu het onderwijs nog?

In een uitzending van Tegenlicht vertelt Jan Rotmans over de noodzaak voor Nederland om het anders te doen om de samenleving duurzamer te maken. In allerlei voorbeelden laat de documentaire zien hoe Nederland kantelt. De bijbehorende website laat meer voorbeelden zien.

Enerzijds zijn er genoeg redenen, anderzijds genoeg kansen om Nederland te laten kantelen. Ontwikkelingen als globalisering, technologische en maatschappelijke veranderingen maakt dat we goed moeten nadenken over de manier waarop we als Nederland ons geld willen verdienen. Voor Nederland liggen er kansen in de landbouw, waterbeheer, energie, technologie en nog wat onderwerpen meer. Vergelijk het met de 10 topsectoren waar de overheid in wil investeren.

Als Nederland kantelt, is het kantelen van het onderwijs een randvoorwaarde. Kantelt het onderwijs nu mee?
Op de website staat een aantal initiatieven rondom kantelend onderwijs. Een paar dingen vallen daarbij op. (Vrijwel) alle initiatiefnemers hebben het over het verstarde onderwijssysteem dat het leren belemmert, het kind / de student centraal en vooral activerende lesvormen. Jammer dat de verhalen vooral vertellen over de buitenkant ("een visie is belangrijk", "er is 3 jaar nagedacht over een visie", maar geen beschrijving van wat die visie nu precies inhoudt).
Na alle onderwijsvernieuwingen van de afgelopen decennia heb ik eerlijk gezegd nog niet het gevoel dat deze met verhalen een vernieuwingsbeweging in gang wordt gezet, het oogt nog teveel als los zand.

Als verbindende schakel staat daar echter United4Education tussen met een eigen website met nog veel meer voorbeelden dat dient als platform voor een community. Heel inspirerend voor mensen die vernieuwend bezig willen zijn, veel activiteiten waar je aan mee kunt doen.

Het doel van U4E is om 1000 dagen een voldoende kritische massa te bereiken waarmee het onderwijs daadwerkelijk gekanteld kan worden. Een paar dingen, die volgens mij daarbij zouden helpen:

  • Een koers waarmee de verschillende initiatieven aan elkaar verbonden worden, waarmee het streven herkenbaar wordt voor mensen die op zoek zijn naar het hoe van het kantelen.
  • verbinding met soortgelijke / vergelijkbare initiatieven. Een mooi voorbeeld van kantelend onderwijs vind ik zelf Leerkracht. Die mis ik eigenlijk in het overzicht van zowel Nederland kantelt als U4E.
  • Een minder sexy onderwerp maar wel een randvoorwaarde: hoe organiseer je dat als school allemaal? Dat gaat over zowel de verandering (welke veranderstrategie hang je aan, wanneer is het omslagpunt van vernieuwen naar breed implementeren en consolideren?) als over het regelen van de alledaagse dingen in de nieuwe situatie: de bedrijfsvoering.
Er zijn nog een paar honderd dagen te gaan...

woensdag 4 februari 2015

Leren in de 21ste eeuw, how do you MOOC it?

In het platform LRN21 werken onderwijs en bedrijfsleven samen aan 21st Century Skills. Het gaat daarbij om adoptie en implementatie van 21ste eeuwse vaardigheden in scholen en opleidingen.

Tijdens de platformbijeenkomst van 3 februari stonden MOOC's centraal.
John May gaf daarbij een inleiding. Daarin kwam een aantal begrippen en statistieken voorbij.

MOOC staat voor Massive Open Online Course.
Massive duidt in feite op een omvang, die een 1 op 1 interactie tussen onderwijsgevende en lerende niet meer mogelijk is. Met wat discussie in de zaal kwam dat op een bepaald moment uit op een grens van ongeveer 150 en meer deelnemers. Natuurlijk zijn er collegezalen met 300 studenten, die naar een docent luisteren, maar echt interactief kan je dat toch ook niet meer noemen.
Open betekent dat het voor iedereen toegankelijk is. De discussie ging daarbij ook over gratis toegankelijk. Er zijn bedrijven die betaalde MOOC's in de markt zetten. Omdat het gaat om massive kun je met een laag bedrag toch een behoorlijke omzet halen!
Naast MOOC's bestaan er ook SPOC's: Small private online course. Hierbij gaat het vaak om bedrijfscursussen (small en private).  
De site Elearninginfographics.com biedt een grote hoeveelheid grafische gegevens over MOOC's. (Overigens een irritante site met allerlei popups en reclames.)
  • MOOC's worden daadwerkelijk massaal afgenomen, met een gemiddelde van 33.000 deelnemers (oplopend tot 150.000) per cursus. Gemiddeld haalt slechts 5% van de deelnemers de eindstreep. De vraag is overigens of dat erg is. 
  • Een belangrijk argument voor MOOC's is, dat ze de toegankelijk voor hoger onderwijs vergroten voor mensen die moeilijk toegang hebben tot hoger onderwijs. In de praktijk blijken vrijwel de meeste deelnemers al een hogere opleiding te hebben gevolgd!
  • Er zijn maar heel weinig MOOC's die echt geaccrediteerd worden, waarbij je een formeel certificaat kunt krijgen. Dat hangt samen met de moeilijkheid van het vaststellen van de identiteit van de lerende.
    Er zijn systemen, die op willekeurige momenten van je vragen om via de webcam een foto te maken van jou met een ID-kaart in je hand. Speciale software checkt dan of degene achter de pc daadwerkelijk degene is, die de cursus doet. 
Janine Kiers is productmanager MOOC's bij de TU Delft.
De TU Delft maakt deel uit van het EdX-netwerk met daarin namen van de grote universiteiten als Harvard, Berkeley en Stanford.  

De doelen die TU Delft nastrreeft met het ontwikkelen en aanbieden van MOOC's zijn
  • Kennis delen met de wereld
    Dit voortgekomen uit een nieuwe visie en een nieuw business model voor hoger onderwijs. De meerwaarde zit niet de kennis maar in het onderwijsproces. 
  • Verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs
    Het ontwikkelen van MOOC's dwingt de makers om nog eens goed na te denken over inhoud en didactiek van de cursus. Door de MOOC in de vorm van flipping the classroom aan te bieden, gaan ook de resultaten van studenten omhoog, zowel in cijfers als in slagingspercentage. 
  • Maar eigenlijk ook het promoten van TU Delft
    Je zet een aantal onderwerpen waar je goed in bent in de etalage. De onderwijsinstelling maakt deel uit van een groep van excellente instellingen. Dat alles is goed voor je brand en dus voor nieuwe studenten. 
Het achterliggende businessmodel is wel toe te lichten maar moeilijk tastbaar te maken. Het maken van MOOC's is kostbaar, het (financieel) rendement kan eigenlijk niet worden aangetoond. De deelnemers aan de cursus betalen met informatie. Hun klikgedrag biedt inzicht in de manier van studeren. Hier gaat het echt om big data!

Nieuwe MOOC's worden gefinancierd als het voorstel aan allerlei voorwaarden voldoet. Zo moeten indieners niet alleen inhoud en didactische aanpak beschrijven maar ook de manier waarop men de marketing vormgeeft. Ook moet de indiener onderbouwen op welke manier de MOOC bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs.

François Walgering is oprichter van de MOOC-factory. Dit bedrijf maakt MOOC's en SPOC's.
De MOOC-factory hanteert een boeiende filosofie bij het samenstellen van hun MOOC's. Bij de 'universitaire' MOOC's draait het om het didactisch aanbieden van kennis. Deze MOOC's gaan meer uit van het idee van de prosumers en wisdom of the crowd. Deelnemers maken opdrachten en voegen content toe. Met likes en peerreviews ontstaat dan nieuwe inhoud. 

Interessant onderdeel is de 'learning locker',  Hierbij worden leeractiviteiten opgeslagen. Een leeractiviteit wordt in deze context opgevat als een persoon + werkwoord + object. ("Ik" + "lees" + "deze blog"). Ik heb nog niet helemaal een beeld van het wat en hoe hiervan. Het geeft me in elk geval wel een beeld van het monitoren van leergedrag, wat weer allerlei mogelijkheden biedt voor het bijsturen ervan!

Kijk vooral op de website van LRN21, daar verschijnen de presentaties snel online.

zondag 1 februari 2015

#Sambo-ICT bestaat alweer 5 jaar en werkt als nooit tevoren!

Het is inmiddels 5 jaar geleden dat ROC-i-Partners overging in Sambo-ICT. Een mijlpaal om bij stil te staan tijdens de 31ste conferentie bij het Horizoncollege. Inmiddels is ook die conferentie alweer verleden tijd. Een paar impressies...

Toine Maes neemt in een keynote de afgelopen 25 jaar ICT door. In zijn powerpoint kan hij dat veel mooier op een tijdlijn weergeven. Hier een overzicht:
1989: NL.net biedt de eerste particuliere internetaansluitingen aan.
1995: Negroponte schrijft zijn boek Being Digital
1998: Google start als zoekmachine
1999: BOL.com, booking.com, de eerste webwinkels
2001: iTunes, waarom een cd kopen als je een single wilt?
2004: Start van de social media. linkedIn, facebook, twitter,
2006: Spotify, van bezit naar toegang
2007-2010: Mobile devices, smartfones, 2010 iPad
2008: Prosumers, verdwijnen van onderscheid tusen consument en producent
2008-2011: Delen van voorzieningen als airBNB, Uber, van onbenutte naar benutte capaciteit
2009: Informatie als betaalmiddel, Freemiummodel
ICT houdt een belofte in van Vraagsturing = Massa = Samenwerking met mogelijkheden voor massamaatwerk, ook in het onderwijs. Dat geeft ook uitdagingen op gebied van logistiek, beveiliging, nieuwe businessmodellen.
In het MBO-veld speelt Sambo-ICT een rol in de balans tussen vraagmacht en marktkracht. Daarmee kantelt het model van het bepalen van de leveringsvoorwaarden van "u mag ons product gebruiken op onze voorwaarden" naar "u mag uw product leveren tegen onze voorwaarden".

Toine gaat nog in op de thema's waar Sambo-ICT en Kennisnet samen aan werken. In hun half-jaarlijks 'bijpraatuurtje' gaan Jan Bartling en Leo Bakker daar nog verder op in.
  • Leermiddelen
    In de afgelopen jaren maken steeds meer studenten en docenten gebruik van digitale leermiddelen via de educatieve contentketen. Het gaat inmiddels om meer dan 300.000 MBO-studenten.
    Een aantal punten is voor verbeteriing vatbaar. Met name organisatie, communicatie en identity management. Daar komen verbetertrajecten uit voort, die de komende jaren worden opgepakt.
    Twee belangrijke aandachtspunten:
    • De catalogusservice is de functie van de digitale boekenlijst. Die wordt momenteel ontwikkeld. 
    • Daarnaast is er de licentieservcie. Die moet inzicht geven in de individuele rechten van studenten op leermiddelen. Dat geeft inzicht in oorzaken van problemen als 'ik kan er niet in'.
  • De MBO-cloud
    De MBO-cloud is een basisvoorziening voor leermiddelen in de cloud in een plateauplanning.
    Op dit moment wordt er gewerkt aan Plateau 1: de basisvoorziening dat instellingen gebruik kunnen maken van leermiddelen. Er is een 'demonstrator' beschikbaar waarmee duidelijk gemaakt kan worden hoe studenten leermiddelen kunnen bestellen.
    Het tweede plateau gaat het onder meer om de catalogusservice, het derde plateau omvat onder andere de licentieservice.
    Daarmee vermengen de MBO-cloud en de educatieve contectketen steeds meer tot één geheel. De MBO cloud ontwikkelt zich in de praktijk als een marktplaats waar studenten kunnen bestellen bij verschillende uitgevers of boekenhuis of zelfs tweede hands aanbieders.
  • Online leren in balans.
    Hoe kun je online leren inbouwen in het nieuwe curriculum? Er is een toolkit ontwikkeld waarmee oplossingen kunnen worden doorgerekend. Daarnaast is er een netwerk opgericht om kennis en ervaringen te kunnen uitwisselen in relatie met het Adviespunt Onderwijstijd.
  • Herziening kwalificatiedossiers
    Binnenkort zal de nieuwe kwalificatiestructuur ingaan. Frustrerend in het traject is het achterlopen van de wetgeving. Een definitieve regelgeving wordt pas in 2016 verwacht. Leveranciers zijn afhankelijk van de informatie om hun systemen te kunnen inrichten, Sambo heeft hier een schakelfunctie.Alles bij elkaar brengt het veel consequenties met zich mee op het gebied van de informatievoorziening.  
    • Administratief: keuzedelen op diploma, cijferlijsten, etc
    • Onderwijslogistiek: Keuzedelen spelen ook een rol bij de onderwijstijd. De vorm waarin keuzedelen worden aangeboden heeft consequenties voor de voorliggende delen van het curriculum.Rondom onderwijstijd is inmiddels een tweede versie van een programma van eisen verschenen. In dit traject wordt met vier lijnen samengewerkt. Sbb, opzetten van kwalifiatie dossiers. 
  • BPV
    Er ligt een probleem in de BPV keten. 3% van de opleidingen registreren geen BPV, 9% levert met een verkeerde en dus niet-geldige BPV. Ruim 10% van de diploma's zijn daardoor eigenlijk niet geldig!
    Instellingen hebben het idee dat stagebedrijven uniek zijn. In de praktijk zijn 61% van de stagebedrijven gedeeld met meerdere instellingen. In de afgelopen jaren is er een heel ingewikkelde BPV keten ingericht op basis van point to point verbindingen. Dat maakt het complex, er gaat veel informatie verloren. Daarnaast is er een synchronisatieprobleem. Er zitten tijdsverschillen tussen de momenten van gegevensverwerking. Dat betekent dat er op veel verschillende plaatsen verschillende gegevens worden geregistreerd.
    Er wordt gewerkt aan een uitwisselingsplatform waarin alle gegevens uitgewisseld worden. Het is geen database waar alle gegevens worden opgeslagen! Alle betrokken partijen kunnen dan op basis van hun rechten tegelijkertijd gebruik maken van de beschikbare informatie.
  • iAgenda
    Momenteel zijn er 90 beleidspunten met consequenties voor de informatievoorziening. Dat zijn er te veel. De iAgenda moet leiden tot een iStrategie waarin keuzen worden gemaakt en prioriteiten worden gesteld. De drie hoofdpunten op dit moment zijn BPV, HKS en de bekostigingsketen.
  • MBO Transparant
    Het platform MBO-Transparant laat van alle instellingen een aantal gegevens zien. Instellingen kunnen de gegevens zelf toelichten.
  • Actieplan Informatiebeveiliging
    Informatiebeveiliging is in zeer korte tijd prominent op een hoge plaats terecht gekomen. Inmiddels is het thema Privacy ook opgenomen in het programma. Ook examinering heeft raakvlakken vandaar dat voor examinering er ook een toetsingskader op het gebied van informatiebeveiliging komt. Van de masterclasses, die in het kader van het programma worden georganiseerd zitten al er al 2 lichtingen helemaal vol!
  • De ICT monitor 2014
    De nieuwe ICT-monitor wordt tijdens de conferentie gepresenteerd. Binnenkort verschijnen de resultaten op de website. Op vallend was, dat van de deelnemernde instellingen van vorig jaar er maar betrekkelijk weinig dit jaar opnieuw meededen.