donderdag 22 december 2011

Bring your own device? Of toch niet?

De derde blogpost over Bring your own device was een zware bevalling. Dat had een paar redenen. De eerste reden was het gevoel dat het nog te weinig over BYOD ging. De meeste voorbeelden, die we  beschreven in het tweede bericht, gingen over door school aangeschafte iPads. Wilfed Rubens constateerde dat ook al in de reactie die hij gaf op zijn eigen blog. De  tweede reden was het grote aantal aspecten en randvoorwaarden die met het goed organiseren van BYOD gepaard gaat. Probeer dat maar eens samen te vatten zonder er een droge opsomming van te maken!

Over 'al dan niet BYOD' hebben we het achter de schermen ook gehad. Een aantal mensen, met wie ik in dit kader gesproken heb, vond de manier waarop een leerling over een educatief ondersteunend apparaat kan beschikken niet zo heel erg relevant. Het ging hen meer om wat ze er in het onderwijs mee kunnen doen. Bovendien: in het PO en VO hebben scholen nauwelijks mogelijkheden om leerlingen te verplichten een dergelijk apparaat aan te laten schaffen en mee te laten brengen. Daar speelt het daadwerkelijk zelf meebrengen van je eigen apparaat dus veel minder.

Naar mijn idee komt daar nog iets bij: voor een aantal van de randvoorwaarden maakt het niet zo gek veel uit of de apparaten worden meegebracht of door de school zijn aangeschaft. Neem nu de onderwijsvisie: het gaat er om wat je er mee wilt bereiken in je onderwijs in termen van de kwaliteit van het leren. Evenmin  maakt het voor de professionalisering iets uit of het gaat om een zelf aangeschaft of een gekregen apparaat. Ook de technische vraagstukken komen in beide situaties voor een belangrijk deel overeen. Een draadloos netwerk met een behoorlijke capaciteit zullen scholen in beide gevallen moeten hebben. En de beveiliging? Dit speelt voor de apparaten die door docenten gebruikt worden, minder voor de leerlingapparaten. Zie daarvoor een eerder bericht.
Op een aantal vlakken ontstaan verschillen en zullen er keuzes gemaakt moeten worden: op welke manier wil je er voor zorgen dat iedereen over de goede applicaties kan beschikken? Bij aangeschafte apparaten kun je dat op een standaardmanier regelen, bij BYOD ligt dat een stuk moeilijker. En bied je bij BYOD een bepaalde vorm van ondersteuning of laat je dat aan de gebruiker over? Dat soort zaken.

De essentie van BYOD voor bijvoorbeeld bedrijven is dat medewerkers zelf een keuze kunnen maken voor een apparaat en de programma's waarmee ze willen werken. De filosofie daarachter is, dat die medewerkers meer tevreden zijn over dat apparaat en de apps en daardoor wellicht productiever kunnen zijn (naar mijn idee nog niet aangetoond of onderzocht). Of het goedkoper wordt voor bedrijven is nog maar de vraag. Een bedrijfsapparaat voor een medewerker is een (fiscaal aftrekbare) kostenpost voor een bedrijf. Als die medewerker in plaats daarvan een vergoeding krijgt om daar zelf iets voor te kopen, moet die werknemer daar in veel gevallen belasting betalen over die vergoeding en moet dus een hogere brutovergoeding krijgen om het apparaat te kunnen aanschaffen.
In het onderwijs (voor de leerlingen) ligt dat anders. Zoals al gezegd, een verplichte aanschaf voor de leerlingen zit er niet zomaar in. Waar het in het onderwijs vooral om draait is het feit dat steeds meer leerlingen een mobieltje meebrengen. Als je er eenmaal van uit kunt gaan dat de meeste leerlingen wel zo'n apparaat hebben, kun je er in het onderwijs gebruik van gaan maken.
In de tussentijd zal het dus gaan om 'BYOD' tussen aanhalingstekens...

maandag 19 december 2011

Variant op 'Creatief met kurk': Kunst met schapen

'The dark side of social media'

Op FrankWatching.com een aankondiging van een nieuw trendrapport over social media. Ging het de vorige keer nog over 'We the Web', in het nieuwe trendrapport komen de negatieve effecten aan bod.: the dark side of social media.
Sander Duivestijn en Jaap Bloem gaan in op negatieve kanten van social media:
"...de verslaving aan social media op mobiele devices, en alle hypes, hopes, hints, hazards etcetera die we dagelijks delen, lijken zo erg de spuigaten uit te lopen, dat er op zijn minst sprake is van een onverant-woord tijdsbeslag. Daardoor wordt een juiste en heldere focus op wat er echt toe doet onmogelijk en krijgt het instinct helemaal de overhand. De volgende tien gitzwarte gevolgen van sociale media doen overal de ronde. We worden dom, asociaal, verblind en zelfs ziek. Ons geheugen takelt af en we vallen ten prooi aan manipulatie, monitoring, terreur en sensatiezucht. Privacy bestaat niet meer. Stuk voor stuk zijn dit beperkingen en afwijkingen: van tunnelvisie en gebrek aan eigenheid tot aan ziekte toe."
Zo, daar kun je het mee doen! Nu eens geen jubelverhaal over wat ons allemaal voor moois te wachten staat! Realistisch? Misschien wat overtrokken, maar dat geldt natuurlijk ook voor die jubelverhalen. Ik houdt wel van wat stellingname.

Ik realiseer me mijn eigen zoektocht naar de balans tussen de voor- en nadelen van social media en alles wat er bij hoort. Waar ik me gisteren nog een beetje geërgerd had aan de beetje kortzichtige tegenargumenten bij de discussie over ICT bij de Avond van het Onderwijs, kan ik me nu weer vinden in (enkele) van de negatieve effecten van social media of het gebruik van ICT.
Ooit ben ik gestopt met Twitter omdat ik niets zag in het gebabbel dat voortdurend voorbij kwam. Ook ben ik opnieuw begonnen maar gebruik ik het maar heel beperkt. Ik zie namelijk wel het voordeel van een uitgebreid twitternetwerk om nieuwe blogs en dergelijke aan te kondigen. Of ga ik hiermee een aantal volgers verliezen? ;-)

In een aantal berichten heb ik aandacht besteed aan het Google geheugen en Het Ondiepe (the Shallows) van Nicholas Carr waar met zorg naar de ontwikkeling van het gebruik van het internet op de hersenen wordt gekeken. Wim Veen liet zich daar tijdens Competent City wat laatdunkend (zie laatste alinea van dit bericht) over uit.
Kortom: social media bieden heel veel mogelijkheden voor heel veel dingen maar hebben ontegenzeggelijk een aantal van de nadelen die hierboven worden aangegeven. Dat vraagt om een verstandig gebruik, wellicht een nieuw hoofdstuk aan het thema Mediawijsheid. Hoe dan ook, het trendrapport zal de nodige discussie met zich meebrengen. Veel relativerende opmerkingen van de voorstanders, een 'zie je wel'-effect bij de tegenstanders (zie het antwoord van de Besturenraad op het bericht van Willem Karssenberg over hun modelprotocol social media). Het zou natuurlijk jammer zijn als de voordelen ondergesneeuwd raken in een dergelijke discussie. Het ontkennen van die problemen is naar mijn idee geen optie.

Niek zoekt verder naar Bring Your Own Device

Vandaag is de tweede post gepubliceerd over de zoektocht van schoolleider Niek naar de mogelijkheden van BYOD. Deze keer gaat vooral om het opdoen van inspiratie: wat zijn de mogelijkheden van het gebruik van verschillende devices in het onderwijs? Die inspiratie moet leiden tot een visie op het gebruik van BYOD.

We hebben er bewust voor gekozen in het verhaal geen visie te formuleren al is het nog niet zo simpel. In plaats daarvan hebben we zelf een definitie samengesteld, die een handreiking biedt om dat toch zelf te doen: een visie is een inspirerend, ambitieus en collectief gedragen beeld van de toekomst.

Een visie formuleren op onderwijs of op het gebruik van ICT in het onderwijs is iets dat elke school zelf moet doen. Het is immers belangrijk dat zoveel mogelijk betrokkenen daar een inbreng bij kunnen hebben. Bovendien hopen we op die manier op reacties van mensen in de vorm van een visie die zij zelf hebben of die door de school wordt gehanteerd.

In het bericht wordt heel even gesproken over een brainstorm. Dat hebben we ook niet verder uitgewerkt al zijn er heel veel verschillende manier om daar mee aan de slag te gaan. Ik heb zelf nog nagedacht over hoe ik dat in de praktijk zou hebben aangepakt.
Je kunt denken aan scenario's (een matrix met vier velden: wat als we wel of juist niet met BYOD aan de slag gaan, wat als we er echt van uitgaan dat ze het zelf meebrengen of wanneer de school voor de apparaten zorgt?).


Wel BYOD




Geen BYOD





School zorgt voor apparatuur
Leerling zorgt voor apparatuur


Of werken met 'backcasting', vanuit een zekere toekomst terugwerken om de stappen die gezet moeten worden in beeld te krijgen. Dat kan een uitwerking zijn van een visie naar een concreet plan.
Of ...

Wat me verder in onze eigen zoektocht steeds meer opvalt, is iets, dat je zou kunnen vatten onder technologisch optimisme. Er zijn veel dingen, waar aan gedacht moet worden, wat geregeld moet worden. Veel van de zaken, die nu nog als probleem worden gezien (bijvoorbeeld ontbreken van wifi, kosten van de devices, verschillende operating systems op de systemen, noem maar op), gaan opgelost worden. Sterker nog, veel van de oplossingen zijn er al, alleen nog niet breed beschikbaar. Het is dan ook belangrijk om je te realiseren dat het nu vaak om tussenoplossingen gaat. Gaan we nog een leuke post van maken...

Wanneer ben je effectief?

(bron)
Werkdruk staat hoog op het lijstje van stressbevorderende factoren bij veel mensen. Ik heb dat niet statistisch onderzocht, ik stel dat een beetje vast aan de hand van mijn eigen ervaring en op grond van de signalen bij mensen om mij heen.

Via de LinkedIn-blog kreeg ik een lijstje onder ogen: 7 things highly productive people do. Nu blijkt dat lijstje gebaseerd te zijn op één bron, ook niet bepaald een statistisch hoogstandje. Het komt neer op een paar tips:
  • Werk terug vanuit doelen naar mijlpalen naar activiteiten
  • Stop met multitasken, dat kun je gewoon niet.
  • Zorg, dat je tijdens het werk niet afgeleid kunt worden
  • Organiseer je email zodat dat je evenmin afleidt
  • Gebruik de telefoon voor conversaties, niet je email
  • Houd je eigen agenda bij, laat dat niet door een ander bepalen
  • Werk in intervals van 60-90 minuten
In eerste instantie dacht ik dat het ging over  'seven habits of highly effective people', het bekende boek van Steven Covey. Dat gaat voor een klein deel over dezelfde dingen, voor een groot deel over persoonlijke eigenschappen, waar je je zelf in kunt trainen. Het boek is bijzonder aan te raden!
(Een mindmap met een samenvatting vond ik op www.spagaat.com)
Het blijk echter beperkt te zijn tot wat tips over timemanagement. Eigenlijk gaat het om niet afgeleid te raken van je taken. Dat is 'nooit' verkeerd. Nou ja, zeg nooit nooit...

Voor je persoonlijke productiviteit is het goed om bijvoorbeeld je emails op te sparen tot het einde van een dag, of juist het begin van een nieuwe dag. Als je echter vanuit logistiek redeneert, moet je voorkomen dat ergens voorraden of wachttijden ontstaan. Als je een sleutelfiguur bent in een kritisch proces moet je er voor zorgen dat anderen niet op je hoeven te wachten. Denken in processen, heet dat. Daar ga ja dan met het opsparen van email en jezelf afzonderen! Het is natuurlijk een kwestie van een goede balans zoeken, afspraken maken wanneer men een antwoord kan verwachten of wanneer je gestoord kunt worden. Je kunt juist die belangrijke zaken ook tussendoor inplannen.

zondag 18 december 2011

ICT als sleutel voor beter onderwijs

Soms lijkt het alsof allerlei zaken in een keer op zijn plek vallen, als puzzelstukken in elkaar passen. Allemaal toeval, maar toch. Vorige week heb ik gewerkt aan enkele blogberichten over 'bring your own device'. Kern van de boodschap in die berichten is: het gebeurt hoe dan ook, zorg dat het je niet overkomt!
Maar even een goede visie formuleren valt niet mee. Als je eigen denken dan wordt ondersteund met een mooi artikel, lijkt dat toeval.

Een paar keer per jaar valt bij mij Onderwijsinnovatie op de mat, het gratis kwartaaltijdschrift van de Open Universiteit. Dit keer een artikel van Rob Martens waarin hij betoogt waarom ICT de sleutel is voor beter onderwijs. Het artikel is bedoeld als een aanvullende betoog opzijn bijdrage aan de 'Avond van het onderwijs' (zie Uitzending gemist, vanaf 32:00 minuten) van de NTR van een tijd geleden.

In hert artikel beschrijft Martens de huidige ICT-revolutie die er op neer komt dat binnenkort alle informatie beschikbaar is voor iedereen met kenmerkende ontwikkelingen als social media, 'prosuming', cloud computing, geavanceerde zoektechnologieën, mobiele technologie en gebaseerd op multimedia en hypertekst. Waar het een paar jaar geleden nog lastig was dit allemaal te laten zien, lukt dat nu eenvoudig met zoiets als een iPad.
Waar het onderwijs de afgelopen jaren nog behoorlijk conservatief was, zal het gebruik van tablets onontkoombaar zijn. (Wat dat betreft een behoorlijke ondersteuning voor 'de zoektocht van Niek').

Martens ziet door zijn oogharen drie revolutionaire veranderingen.

  1. Meer persoonlijke vrijheid bij het leren met nieuwsgierigheid als belangrijkste drijfveer. 
  2. Verbetering van samenwerking met anderen over de grenzen van de school heen
  3. Zelfsturend materiaal, ondersteund door een elo.
En natuurlijk, als ICT de sleutel is voor beter onderwijs, is de  docent degene die hem moet omdraaien.

De discussie op de Avond van het onderwijs laat duidelijk zien, dat er vorderingen worden gemaakt maar dat er ook nog een wereld te winnen is. In de discussie daar werden allerlei (naar mijn idee met name door de tegenstanders van de stelling) argumenten door elkaar gegooid of als veel te zwart-wit geponeerd.
Wat dat betreft kan ik het van harte eens zijn de roep om 'Lente in het onderwijs' van Marcel Kesselring! 

donderdag 15 december 2011

Bring your own device - de zoektocht van Niek

In de regel schrijf ik niet over de opdrachten die ik bij klanten uitvoer. Soms komt het echter goed uit dat ik er over schrijf en dan maak ik graag van de gelegenheid gebruik.
Twee weken geleden ben ik (naar aanleiding van een eerder bericht) benaderd door Kennisnet of ik er iets voelde mee te werken aan enkele blogberichten over Bring Your Own Device (BYOD) in het onderwijs. Nu vind ik mijn werk erg leuk, maar soms is het nog leuker. In een opdracht als dit ga je in gesprek met allerlei mensen, ga eens kijken op locatie en leer je ontzettend veel in een heel korte tijd. Samen met Erwin Bomas van Kennisnet ben ik aan de slag gegaan.

We hebben gekozen voor een vorm waarin we achtergrondinformatie koppelen aan de zoektocht van Niek, een schoolleider die geconfronteerd wordt met een situatie waarin een verbod op mobieltjes ineens niet zo vanzelfsprekend meer is. Het eerste bericht staat nu online: van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam.
We willen in een paar berichten aandacht besteden aan de visie, randvoorwaarden en de ontwikkelingen. Het is vooral bedoel om informatie op een rijtje te zetten die mensen aan het denken zet en wat handreikingen geeft. Wat we beslist niet willen is een kant en klare oplossing presenteren: die is er gewoon niet. Daarom nodigen we ook iedereen uit om te reageren, voorbeelden te geven waarin dingen werken en vooral ook, wat je niet moet doen!

Toen ik er mee aan de slag ging, was ik van plan om de berichten (met toestemming van Kennisnet, net zo netjes om het even te vragen) hier ook te plaatsen. Ik bedacht me vervolgens, dat dat weinig zin heeft. Maar de zoektocht van Niek heeft ook veel parallellen met de zoektocht die wij ook doormaken. Een paar leermomenten:

  • Veel voorbeelden van gebruik van BYOD heeft te maken met het gebruik van door de school aangeschafte iPads of zo. Dat is natuurlijk niet echt BYOD. We nemen dat maar mee omdat dat waarschijnlijk ook een overgangssituatie is. Uiteindelijk zullen de meeste leerlingen een apparaat hebben waarmee het onderwijs goed te ondersteunen is.
    We hebben vervolgens geprobeerd een 2x2-matrix te maken. Links zet je dan: Door school geregeld en daarboven BYOD, maar wat zet je nu onderaan? Geen visie, wel visie? Dat leek eerst aantrekkelijk, maar op een bepaald moment realiseerden we ons dat het expliciet verbieden van mobieltjes en dergelijke, best uit een duidelijke visie kan voortkomen.
    We hebben nog wat andere aspecten geprobeerd als 'reactief' en 'proactief', of 'uitgaan van belemmeringen' en 'uitgaan van kansen', maar daarmee kregen we de matrix niet goed gevuld. We hebben het vervolgens maar losgelaten. Als iemand een idee heeft?
  • Bring your own device lijkt heel nieuw. Maar de trend is al eerder in gang gezet (en dan bedoel ik niet het feit dat mensen koffieapparaten meebrengen naar school om de automatenkoffie te ontlopen). Het begon al met de komst van thuiscomputers en zeker toen er allerlei pc-privé projecten kwamen. In feite 'use your own device'. Door allerlei ontwikkelingen zijn die apparaten steeds kleiner en mobieler geworden en kon men ze mee gaan nemen. Niets nieuws onder de zon, dus.
  • Misschien nog even iets over protocollen rond internet- en mobieltjesgebruik. Ik zie en lees veel berichten van mensen, die er op zijn minst wat bedenkingen hebben bij de vorm. Bijvoorbeeld Karin Winters, die weer verwijst naar (een prima bericht van) Willem Karssenberg en Wilfred Rubens. Ook Frank van Hout geeft zijn beeld bij een protocol.
    Naar mijn idee is de essentie dat een dergelijk protocol niet moet zijn bedoeld als een inperking van de mogelijkheden maar vooral als een bewustwording van bepaalde risico's. Zeg maar: een hulpmiddel om mensen mediawijs te maken. Volgens mij past dat prima bij wat al die anderen daar over gezegd en geschreven hebben... 
Er is nog een hoop meer te vertellen, daar kom ik samen met Niek later nog wel op terug...

maandag 12 december 2011

Help, een virus!

Ik was op mijn laptop nog even lekker bezig aan een leuk blogverhaal over BYOD. Plotseling gebeurde er van alles op mijn scherm, er verschenen akelige meldingen over virussen en wormen op mijn computer, mijn firewall sprong op tilt en al mijn programma's werden keurig gesloten (zonder bestanden op te slaan, weg BYOD-verhaal).

Een kleurrijk console met een icoon dat lijkt op het Windows beveiligingsicoon met een scanner en daaronder een groeiende lijst van allerlei levensgevaarlijke digitale beesten: Privacy Protection.

Ondertussen kon ik geen enkel programma meer opstarten. Mijn virusscanner deed het niet meer, net zo min als mijn TaskManager. Ik kon ook niet op internet om naar een oplossing te zoeken. En voortdurend maar popup-berichtjes die me waarschuwden toch vooral de Privacy Protection aan te zetten. Privacy Protection? Dat heb ik nooit geïnstalleerd. Het zal toch niet...

Dus maar eens op de vaste pc gezocht naar een oplossing. Die was snel gevonden bij My Anti Spyware. Jawel, het bleek te gaan om een zeer robuust virus. Maar met wat hulp weer te verwijderen. Dus computer uit en opnieuw opstarten in de veilige modus. Hoewel...
Ik heb een (door mijn werkgever verplicht) beveiligingsprogramma SafeBoot op mijn laptop staan dat er voor zorgt dat je alleen maar kunt opstarten met een token én dat alle data op de harde schijf worden geëncrypt. Dat veilige programma zorgde er ook voor, dat ik dus niet in de veilige modus kon opstarten...

Dan moet je creatief wezen. Ik heb de computer opnieuw opgestart. Ik heb me niets aangetrokken van die hele kermis op het scherm en ben ik met de Windows zoekfunctie op zoek gegaan naar het programmaatje 'privacy.exe'. Volgens die anti spyware site was dat de boosdoener. Vinden is één, weggooien iets anders. Dat lukte niet. Waar die slimmeriken niet aan gedacht hadden: ik heb de naam van het programma aangepast door er een 'x' voor te zetten. Vervolgens weer opnieuw opgestart en jawel, het programmaatje startte niet meer op.
Vervolgens de handleiding gevolgd en mijn pc is weer schoon.

En dat BYOD-bericht? Dat moet nog even wachten...

zondag 11 december 2011

Information is beautiful

Alweer een paar maanden geleden schreef ik over de blog van Reinout van Brakel: Onderwijs in Grafieken. Reinout heeft inmiddels al heel wat grafieken over gepresenteerd en beschreven op zijn blog. Het mooie is, dat het steeds gaat over een visualisatie van informatie.

Recent heb ik een boek gekregen waarin David McCandless informatie, die op internet te vinden is, op een een of andere manier heeft gevisualiseerd: Information is Beautiful.
...Swamped by information, I was searching for a better way to see it all and understand it. Why not visually? 
Waar het vooral om gaat is het verhaal achter de plaatjes. Je kunt makkelijk praten over die miljarden, die er verdampen bij een beurskrach, die er in een Euro-reddingsfonds moeten worden gestopt of die uitgegeven zijn aan de oorlog in Irak. Maak er maar eens een plaatje van.

Wil je weten hoe het nu zit met de zeespiegelstijging als gevolg van het broeikaseffect? Wil je een idee hebben van de omvang van grote rampen? Dat en veel meer heeft McCandless uitgezocht en gevisualiseerd.

Het boek is net als de website prachtig prachtig om door te bladeren. Dat smaakt naar meer. Dat zou je in opdrachten kunnen verwerken. Dat is precies wat Katy Schrock doet op haar Googlesite Ínfographics as a creative assignment. Ze heeft daar een enorme lijst met bronnen en verwijzingen naar manieren waarop je met infographics in het onderwijs aan de slag kunt.

Toch wat anders dan infographics maken is gebruik maken van de enorme database aan gegevens die het internet biedt. Zo bewaart Google alle zoekopdrachten. Elke keer, dat je een zoekvraag op internet stelt, wordt die database weer wat groter. Dat betekent dat je met diverse tools kunt nagaan wat op een bepaald moment door veel mensen belangrijk gevonden werd. Google heeft daar inm,iddels verschillende tools voor gemaakt: Google Insight (om zoektermen met elkaar te kunnen vergelijken), Google Trends om zoekgedrag naar een bepaalde term over een bepaalde periode te zien. Er zijn dan ook weer allerlei sites, die informatie geven over hoe je die tools het beste kunt gebruiken.
Recent kwam ik ook Google NGram tegen. Daarmee wordt in Google books naar een bepaalde term gezocht.

Terecht: information is beautiful!

woensdag 7 december 2011

Socialicious - social media event bij de HAN


Soms gaan er blijkbaar wat dingen verkeerd met uitnodigingen. Ik kreeg een uitnodiging van de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) voor een pre-conference rondom Social Media. Ik bleek echter in een masterclass terecht gekomen te zijn met een paar docenten uit het HBO. Soms kun je gewoon geluk hebben  omdat er iets mis gaat.

Deny Smeets (directeur van de Informatie en Communicatie Academie van de HAN) laat in een kort bestek zien wat er veranderd is in ICT.
  • Eigenljk is er in de I inhoudelijk niet zo veel veranderd. Het gaat nog steeds om het schrijven, lezen, veranderen en verwijderen van records. Zowel het aantal records maar ook het aantal bewerkingen zijn echter exponentieel toegenomen. 
  • In de T  gaat het om de wet van Moore, steeds meer schakelingen op een processor, steeds snellere processoren, meer processoren. Ook hier een exponentiële groei. 
  • In de C gaat het om steeds meer verbindingen. Op de eerste plaats mensen die met elkaar verbonden zijn en via allerlei kanalen communiceren. Meer en meer apparaten worden verbonden met het internet en communiceren mee. Of het nu gaat om een koelkast die melk besteld, een auto die de garage laat weten dat er iets mis is of een product met een rfid-chip 'die bij de kassa laat weten: ík ben gekocht'.
Vermenigvuldig die drie exponentiële factoren met elkaar dan zal duidelijk zijn dat het gaat om een enorme groei van ICT.
De masterclass gaat over een onderdeel: het gebruik van social media. Lon Safko, Shaji Mathew en René Bakker geven hun visie op wat er gebeurt, maar vooral wat mogelijk is met social media.

Lon Safko (auteur van de Social Media Bible) ondersteunt veel bedrijven bij het gebruik van social media in hun marketing. Wat hij daar vooral mist is strategie. Met een een facebookaccount en wat getwitter kom je er nu eenmaal niet. Het gaat er om, dat je goed kijkt naar wat je wilt bereiken en de tools daarop afstemt.
Er is een enorme lijst aan tools is beschikbaar. Hij gaat vooral uit van wat hij noemt de 'Trinity': blogging, microblogging, social networks.
Er volgt een gepassioneerd verhaal dat duidelijk vanuit de Amerikaanse cultuur (competitie, geld verdienen) is vormgegeven. Maar een aantal dingen is wel interessant:
  • Bij twitter gaat het er vooral om belangrijke sleutelfiguren te volgen (bijvoorbeeld politici) zodat je onmiddellijk weet wat er besloten wordt over wat jou aangaat. Op die zelfde manier zouden studenten professoren gaan volgen zodat ze uiteindelijk bij de meest interessante professor zullen gaan studeren (lijkt me hier niet of nauwelijks van toepassing).. 
  • Hij haalt een uitspraak aan van een auteur van 100 jaar geleden (Mark Twain?): "als ik het meer tijd gehad was het korter geworden". Het kost meer tijd om de essentie van een verhaal compact weer te geven. Dat is eigenlijk een belangrijke kracht van Twitter (als je het loze geklets even buiten beschouwing laat). Safko verzamelt uitspraken bij bijvoorbeeld presentaties of uit artikelen en slaat die op in een database. Geheel geautomatiseerd laat hij een paar keer per dag een tweet uitgaan. Dat vergroot zijn zichtbaarheid op het net enorm.
  • Zet een Google Alert op tweets die kernwoorden bevatten die voor jouw business van belang zijn. Door daar slim op in te spelen (retweeten, reageren) kun je daar veel uithalen.  
  • Het is lastig om in contact te komen met mensen die je niet kent. Bij een afspraak met een nieuwe relatie moet er eerst aan de relatie worden gewerkt. Een praatje over het weer of de kinderen. LinkedIn is een zakelijk network dat veel achtergrondinformatie biedt die je kan helpen. Niet alleen om iemand te bereiken via een gemeenschappelijke kennis, het biedt ook de mogelijkheid om over iets te beginnen dan het weer of je kinderen bij een ontmoeting. LinkedIn biedt de mogelijkheid om te kijken naar overeenkomsten. Dat kan een zakelijk voordel bieden, omdat een gemeenschappelijkheid ook vertrouwen geeft. Het biedt mogelijkheden om door te dringen tot de top die anders wordt afgeschermd door secretaresses en zo. 
  • Second life komt nog een keer voorbij. Ik dacht dat dat al een beetje een gepasseerd station was, maar Safko is nog steeds erg enthousiast. Het is makkelijk om in een 'vertrouwde omgeving'  contact te leggen met potentiële klanten. Ik kan me er iets bij voorstellen.
    Volgens Safko is het geven van een college geven via Second Life heel makkelijk. Ik verwacht echter niet dat dat nog veel vanuit onderwijsinstellingen gebeurt. 
  • Safko laat nog een leuk gebruik van social media zien: een directeur van een blenderfabriek is een rubriek op YouTube gestart: Will it blend? Bijzonder effectief voor de verkoop van blenders...
Shaji Mathew, Lead Strategist at WebSickle Social Media Consulting social media meer vanuit een oorsters gezichtspunt: Er is een overdaad aan social media en dat maakt het moeilijk om daar een keus uit te maken. Het is beter om een stap terug te doen en vooral te kijken naar wat sleutelfiguren doen in plaats van zelf van alles uit te proberen.
Het probeert social media in een zeker perspectief te plaatsen:  Radio ontstond vooral vanuit het idee van  een geluidsweergave van theater in de vorm van hoorspelen. Televisie was in eerste instantie bedoeld als weergavemedium voor theater met een heel statisch beeld van wat zich op een podium afspeelde. Inmiddels hebben die media een enorme revolutie doorgemaakt. Social media bevinden zich nog in het stadium van een hoorspel...
Een paar elementen uit zijn (toch wel wat moeilijk te volgen) presentatie:

  • Het gaat er niet om wie je bent, het gaat er om wat anderen vinden wie je bent.
  • Social media hebben ook een grote impact op het onderwijs. Net zoals patiënten soms meer weten over hun ziekte dan de dokter, zo kunnen studenten meer weten dan de docent. Daar zul je mee om moeten gaan, daar moet je gebruik van maken.
    Aandachts daarbij is wel, dat studenten vaak niet uit de brei van informatie kunnen komen. Docenten moeten daar juist richting geven, studenten kritisch leren denken.
  • China lanceert eigen tools om grip te houden op de samenleving
  • In India helpen social media de urbanisatie omdat het helpt de mensen die naar de steden trekken in contact te blijven met de achterblijvers.
  • In de één-kindpolitiek helpen social media tegen de eenzaamheid van die kinderen omdat het hen een sociaal netwerk biedt.  

René Bakker, lector Netwerked Applications bij de HAN gaat meer in op social media in Europa. Hij laat een hoop statistieken passeren die terug te vinden zijn bij onder andere Eurostat en European Communication Monitor.

Hij constateert dat het gebuik van social media in bedrijven achterblijft. Als het al gebruikt wordt ('volg ons op Twitter') ontbreken richtlijnen voor het gebruik en wordt de communicatie van stakerholders niet gevolgd. Ook zijn er zelden trainingprogramma's voor social media en wordt het effect van social media activiteiten niet gemeten. Het incident waarbij een politiecommissaris werd ontslagen na een verkeerde tweet hangt samen met het ontbreken van een richtlijn over het gebruik van sm.

In relatie tot het onderwijs haalt Bakker Chickering aan met zijn 'Good practices in undergraduate education'

  • Encourage student faculty contact
  • Encourage cooperation among stusents
  • Encourage active learning
  • Gives promt feedback
  • Emphasizes time on task
  • Communicates high expectations
  • Respects diverse talents and ways of learning

De eerste vier hebben een duidelijke relatie met social media.

Het Socialicious-event was bedoeld als een voorbereiding op het NIOC-congres van 2013.

woensdag 30 november 2011

Onderwijs verliest het vertrouwen in de politiek

DUO-onderwijsonderzoek (niet te verwarren met een afdeling van DUO, de Dienst Uitvoering Onderwijs) heeft een onderzoek uitgevoerd naar de mate waarin leraren en directeuren van het basis - en voortgezet onderwijs vertrouwen hebben in regering, Minister en Staatssecretaris van Onderwijs en politieke partijen.



Eén ding is zeker: als het onderwijs het voor het zeggen had, zou er een politieke aardverschuiving plaatsvinden.  Het onderzoek is voor het eerst uitgevoerd in 2010, toen het kabinet Rutte net was aangetreden. Het tweede onderzoek dateert van september 2011, toen het kabinet het eerste jaar volgemaakt had.

Vrijwel zonder uitzondering is het vertrouwen in de regering, de minister en straatssecretaris voor Onderwijs fors gedaald. In 2010 had nog ongeveer 75% vertrouwen in de Minister van Onderwijs, dan wel gaf men haar het voordeel van de twijfel. Die score is gezakt tot ongeveer 40%. Op de stelling "dit kabinet helpt het basis/voortgezet onderwijs vooruit" is de score dramatisch gedaald.

Waar 50% in 2010 nog aangaf het niet met die stelling eens te zijn, is dat in 2011 opgelopen tot 75%. In het onderwijs zou men dit kabinet dus graag zien vertrekken. Helaas, waar men vorig jaar nog dacht dat het kabinet waarschijnlijk de rit niet zou uitzitten, is men inmiddels gaan inzien dat dat er toch wat beter (voor het kabinet) dan wel slechter (voor het onderwijs) uitziet.

Er is ook geïnformeerd naar het vertrouwen in de plannen van de politieke partijen. In het basisonderwijs scoren VVD en PVV verreweg het minst, de beste plannen voor het basisonderwijs komen van D66, PvdA en Groen Links. In het voortgezet onderwijs zijn de verschillen nog wat groter. Ook hier scoren VVD en PVV slecht, D66 steekt met kop en schouders boven de rest uit. SP, PvdA en Groen Links hebben nog een beetje krediet.

Hoe zou de Tweede Kamer er uit zien? Eerst het basisonderwijs...

Vervolgens het voortgezet onderwijs:

Leuk, goed dat we dit weten, toch?

Ik heb het onderzoek met veel belangstelling (en een beetje leedvermaak) gelezen. Toen ik het uithad, kwamen de echte vragen. Wat kunnen we hiermee? Wat is het verhaal achter de cijfers? Dat is in het onderzoek niet terug te vinden. Wie heeft eigenlijk de opdracht gegeven voor dat onderzoek? Ook dat is nergens terug te vinden. Wat maakt nu, dat men zo weinig vertrouwen heeft in de politiek? Daar kun je wel van alles bij bedenken, maar is dat wel zo? Dat is immers niet onderzocht. Wat dat betreft: leuk verhaal, maar erg dun en weinig toepasbaar. Eigenlijk een beetje zonde.

Dan toch maar zelf op een klein onderzoekje uitgegaan. Neem nu het succes van D66. Een hoge waardering van de D66-onderwijsplannen, resulterend in een hoge score bij de virtuele verkiezingen. Eens even kijken wat D66 dan te bieden heeft. Een klein citaat:
Bij D66 staat onderwijs op één. D66 investeert structureel €2,5 miljard extra in het onderwijs. Goed onderwijs is de basis voor de zelfontplooiing van ieder individu en voor de toekomstige welvaart en het welzijn van Nederland. D66 wil, juist in deze economisch moeilijke tijden, investeren in onderwijs en kennis, omdat dit de beste belegging is voor de toekomst. Investeren in het salaris, de opleiding en de arbeidsvoorwaarden van docenten, in voor- en vroegschoolse educatie, in vermindering van schooluitval en in kennis en innovatie. Zodat ieder individu de kans krijgt het beste uit zichzelf te halen. Een leven lang.
Dat klinkt goed, daar trek je duidelijk kiezers mee. In grote lijnen: ok. Ik zou wel wat concreets terug willen zien voor die salarisverbeteringen.
Maar toch, dit is wel weer weinig cijfers achter het verhaal. 2,5 miljard, onderwijs op één. Meer cijfers zijn er niet (nou ja 66 in D66). Laat men zich daardoor niet een beetje lijmen? Ik heb dan ook een donkergroen vermoeden dat de uitwerking van deze plannen ook wel eens wat deceptie in een politieke barometer zou kunnen laten zien...

dinsdag 29 november 2011

BYOD volgens het boekje

BYOD is een 'hot item'. Ik heb er al eerder aandacht aan besteed naar aanleiding van een (korte) presentatie op de Dag van de Verbindingen. Kern van dat betoog was, dat een onderwijsinstelling niet te vergelijken is met andere organisaties, zowel vanwege de omvang als vanwege de complexiteit.
Dat is geen pleidooi om BYOD in het onderwijs maar tegen te gaan. (Nog even los van het feit dat het een fenomeen is, dat zich niet laat tegenhouden. Docenten én studenten beschikken gewoon over allerlei apparaten en die willen ze graag gebruiken.)
Natuurlijk zijn er allerlei didactische en organisatorische beren op de weg te bedenken. Gelukkig zijn er ook mensen zoals Lisa Nielsen die die argumenten met prima tegenargumenten kunnen weerleggen. Lees vooral haar '7 myths about BYOD debunked' (via Anneth Smit).

Maar toch. Het invoeren van BYOD is nu ook weer niet iets, dat je als onderwijsorganisatie moet overkomen. Het is van belang om goed na te denken over de het aanschafbeleid, de ondersteuning die geboden wordt aan de gebruikers en met name aan de beveiliging! Tijdens een mini-symposium over BYOD werd daar uitvoerig bij stil gestaan. Onderstaand fimpje werd toen getoond als aansprekend voorbeeld hoe makkelijk het is om met een verloren apparaat in te breken in iemands accounts...


(Bron: M&I/Partners)

woensdag 23 november 2011

Open masterclass: breng leven in een leercommunity

Eerder schreef ik al over het fenomeen van de Open Masterclasses van de OpenU. Eén masterclass die ik graag gevolgd had, vond plaats op een tijdstip, dat ik niet kon: Hoe breng je leven in een online community? Maar ja, online is online en dus plaats- en tijdonafhankelijk. Op een moment dat ik voor mijn werk bezig was met het onderwerp kon ik mooi teruggrijpen op de opnamen van die masterclass.

Rob Koper en Jan van Bruggen gaan in op het thema Leernetwerken. Over dit onderwerp is in oktober ook een boek gepubliceerd door de OU.
Er zijn veel Communities of Practice: dat zijn communities met een gemeenschappelijk doel. De communities zijn georganiseerd via het internet. Samen leren kan ook zo'n doel zijn: leernetwerken. Voor het ondersteunen van die communities zijn er enorm veel tools beschikbaar. Bekend zijn blogs of discussiefora. Maar daarmee heb je nog geen community. Een community moet je zien als een sociaal netwerk. Daarvoor is het nodig dat mensen een bepaalde verbondenheid moeten voelen met die communitie.

Een leernetwerk is meer dan een klas: daar zitten leerlingen bij elkaar op één plaats, dat is een sociale groep maar nog geen leernetwerk. Naar de opvatting van van Bruggen is een leernetwerk:
Een online sociaal netwerk dat is ingericht voor informeel leren.
Hoe breng ik leven in een online community?
Er is afstemming nodig tussen individuen in een groep, de activiteiten die zij verrichten, de toiols die ze gebruiken en de context waarin dat gebeurt.

Volgens het model van Wenger  is er sprake van verschillende orientaties van een leernetwerk, zoals overleg, gesprekken, projecten, inhouden, toegang tot expertise, relaties, individuele deelname, bevorderen van communities, context steunen. Er zijn enorm veel tools, die die verschillende orientaties kunnen ondersteunen. Maar er is meer nodig.

Een leernetwerk doorloopt een aantal fasen waarin bepaalde activiteiten worden uitgevoerd, deels als groep, deels individueel. Er is sprake van zekere fase-overgangen, waar het in de praktijk vaak mis gaat. Daar moet je heel alert op zijn.
Het model van Stahl biedt daarvoor handreikingen.Het model bestaat uit twee domeinen, die met elkaar verbonden zijn: opbouw van gemeenschappelijke (groeps-)kennis en het opbouwen van individuele kennis. Tussen die twee domeinen zijn er relaties. Van Bruggen geeft een voorbeeld.

Een hobbyist schrijft iets over zijn hobby in een clubblaadje. Als het op een bepaald moment fout loopt omdat de muis het niet meer doet, ontstaat er een probleem. Voor het oplossen van dat probleem doorloopt de hobbyist een aantal stappen in een leercyclus. Er gebeurt immers iets, dat je niet had verwacht, dat niet past in het (impleciete) manier waarop hij 'de wereld kent en begrijpt'. Dat probleem krijgt op een bepaald moment de aandacht. Als het probleem wordt opgelost, ontstaat er een leercyclus, er wordt iets toegevoegd aan de kennis. 
Het probleem kan worden aangemeld op een forum. Het moet dan wel expliciet gemaakt worden. Als het eenmaal is aangemeld, is het de vraag wat er mee gaat gebeuren. Als er al snel een reactie komt, is de kans groot dat het wordt opgelost, als er niet binnen enkele uren een reactie is gekomen zakt de vraag weg in de vergetelheid. Het is ook zoiets als je in het water valt. Je moet niet 'help' roepen, je moet iemand adresseren: 'Hè jij daar, gooi eens een touw'. Als je in een forum iemand kunt aanspreken is de kans veel groter dat het vraagstuk wordt opgepakt.
Het is belangrijk, dat er in het forum iemand is, die de vraag toewijst aan een deskundige. Dat is een overgang in het leernetwerk. Vervolgens zal de groep er mee aan de slag moeten gaan. Ook dat is een overgang die niet vanzelfsprekend is. In dat proces moeten er een gedeeld begrip zijn van het probleem, daarna kan er groepskennis worden opgebouwd. Het is belangrijk, dat er sprake is van vertrouwen. Dat vertrouwen kan worden opgebouwd door bijvoorbeeld gebruik te maken van profielen.
In de laatste fase wordt een product opgeleverd (curtural artefact). In feite is dat het externaliseren (expliciet maken) van de groepskennis. Ook dat is weer een faseovergang.
(Model van Stahl, Bron: OU)
De groepskennis kan worden uitgewerkt tot bijvoorbeeld een FAQ. Maar je kunt er ook voor kiezen omdat niet te doen, omdat dan het groepsproces wordt bevorderd.


Hoe zorg je nu voor leven in de community? Van Bruggen geeft een aantal voorbeelden.
  • Articulatie: tools kunnen helpen om een bijdrage aan een forum te categoriseren en daardoor te articuleren. Is het een opinie? Is het om kennis op te bouwen? Daaronder kun je weer subcategorieën onderscheiden. Hier kan een tool dus helpen bij de discussies in een leernetwerk. Gevaar is wel, dat de discussie wordt overgestructureerd.
  • De omvang is belangrijk. Een community heeft een zekere kritische ondergrens van pakweg 50 tot 100 mensen om effectief te kunnen zijn en blijven. 
  • Dan is er nog de 90-9-1 regel: 90% bestaat uit lurkers, 9% doen wel wat, 1% is echt actief. Hoe krijg je een groter aantal actieve mensen. Dan moet er een zeker sociaal verband, een gemeenschappelijk doel zijn. De groep is verantwoordelijk voor het eindresultaat maar de individuen hebben daarin een eigen verantwoordelijkheid.
    In een heel actieve community zijn er voldoende antwoorden te vinden, zonder dat je daar zelf aan hoeft bij te dragen.
  • Zeker in het begin van een community heeft een moderator een belangrijke rol om vragen te kunnen koppelen aan zekere experts. Ook om niet-passende bijdragen te redigeren of te verwijderen. In een later stadium zou dat minder nodig moeten zijn.Een groepsblog kan ook een modererende rol krijgen.
  • Tooling is belangrijk. Niet een grote hoeveelheid van tools maar een beperkt aantal waarmee belangrijke aspecten in het leernetwerk vormgegeven kunnen worden (articulatie, profilering, moderatie). Wiki's kunnen ook belangrijk zijn om gemeenschappelijke kennis te maken.
  • Een leernetwerk heeft zekere gedragsregels. Maar een gedragscode is een emergente eigenschap van de community: het ontstaat geleidelijk.
Tijdens de masterclasses kwamen ook vragen binnen waarop antwoord gegeven werd:
  • Waarom werken veel communities niet die bijvoorbeeld op BlackBoard rondom cursussen worden ingericht? Simpel, mensen kennen elkaar en ontmoeten elkaar. Waarom dan moeilijk doen met zo'n forum? Hier is er geen meerwaarde.    
  • Vaak wordt Yammer gebruikt als tool. Wat je daarbij veel ziet, is dat de fragen die worden gesteld over de persoonlijke projecten. Er wordt niet echt kennis opgebouwd. 
  • LinkedIn zelf is geen community. Maar LinkedIn biedt wel een platform voor groepen. De tooling is wel erg beperkt om te spreken van leernetwerken. 
  • Kan Facebook of Hyves worden gebruikt voor leernetwerken met studenten. Studenten hebben vooral het gevoel, dat die tools van henzelf zijn, daar moet een school niet komen.


Belangrijkste conclusie om meer leven in een community te krijgen: structureer activiteiten, ga er niet vanuit dat het vanzelf gaat!

Meer informatie is te vinden op portal van de ou. Ook dat zijn leernetwerken!

maandag 21 november 2011

30 jaar laboratoriumonderwijs: een verhaal over fusies en onderwijsvernieuwing

Afgelopen vrijdag werd bij ROC Eindhoven een reünie georganiseerd van medewerkers van 'het MLO', (middelbaar laboratoriumonderwijs) in Eindhoven. Deze opleiding werd nieuw gestart in 1981. Zelf heb ik daar gewerkt tussen 1982 en 1997 of 1998 toen ik een definitieve overstap naar een ICT-functie maakte.

Natuurlijk is het leuk om een hele hoop oud-collega's weer eens terug te zien, maar ik zag het ook als een mooie gelegenheid om eens te kijken wat er in die dertig jaren is gebeurd en veranderd in de opleidingen.

Toen ik 1982 startte bij het toenmalig IHBO (Instituut voor Hoger Beroepsonderwijs) wist ik nog niet wat voor organisatorische perikelen ik allemaal mee zou maken. Het MLO was indertijd nog gekoppeld aan het HLO, omdat daar de kennis van laboratoriumonderwijs aanwezig was maar ook omdat het in verband met de dure laboratoria goedkoper was om HLO en MLO in één instelling onder te brengen.
Het begon allemaal met de STC-operatie: Schaalvergroting, Taakverdeling en Concentratie waarmee een enorme fusiegolf in het HBO losbarstte. Het (toch al niet zo kleine) IHBO werd toen de Hogeschool Eindhoven. Kort daarop kwam er een vergelijkbaar proces in het MBO op gang op basis van de Wet SVM: Sectorvorming en Vernieuwing in het Middelbaar beroepsonderwijs.
In het kader daarvan moest het MLO ondergebracht worden bij andere scholen voor middelbaar beroepsonderwijs. Het bestuur van de Hogeschool besloot om het MLO eerst af te splitsen van het HLO. Een zelfstandige MBO-school met een eigen bestuur zou immers een betere positie hebben in de fusiebesprekingen dan een MBO-opleiding, waar de Hogeschool 'nog iets mee moest'. Eind jaren '80 kwam er een zelfstandig MLO Eindhoven tot stand. Alweer twee jaar later ging die school op in het Technisch Lyceum Eindhoven, het resultaat van een fusie met enkele andere MTS-scholen. Daarna kwam er nog een fusie: vrijwel alle instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs in Eindhoven gingen in 1996 formeel en in 2000 daadwerkelijk op in ROC Eindhoven. Daarmee was het voor de laboratoriumopleidingen niet gedaan. De School voor Laboratoriumtechniek verhuisde naar het gebouw van Fontys, je weet wel, de opvolger van Hogeschool Eindhoven zodat de laboratoriumopleidingen weer samen met HLO-opleidingen gebruik konden maken van de laboratoria. Een cyclus van bijna 20 jaar die uiteindelijk uitmondde in het zelfde resultaat als waar het mee begon.

Wat onderwijs betreft, is er inmiddels veel veranderd. En dat is maar goed ook. Toen het MLO van start ging, zag het lesrooster er nog heel overzichtelijk uit. Keurige theorievakken naast een behoorlijk aantal praktika. Ook Nederlands en Engels stonden op het rooster. Ik kan me herinneren dat de inhoud van de vakken vaak niet aansloot bij wat er in de beroepspraktijk nodig was. Op basis van het lesprogramma werden onderwerpen behandeld waarvan je je achteraf kunt afvragen, welke hobbyist er voor gezorgd had dat die onderwerpen behandeld moesten worden.

Inmiddels ziet het lab-onderwijs er in Eindhoven heel wat anders uit. Het onderwijs is er georganiseerd in leerlijnen. De integrale leerlijn omvat de beroepsgerichte vakken en loopt vooral langs 'integrale beroepsopdrachten', pgo-opdrachten waar studenten in kleine groepen aan werken. De opdrachten zijn allemaal gedocumenteerd terug te vinden in de elo (Fronter).
Daarnaast zijn er workshops en ondersteunende lessen waar aan de theorie wordt gewerkt. In de ondersteunende leerlijn zitten vooral de algemene vakken. Met name wis- en natuurkunde worden heel flexibel aangepakt op basis van een methode, die door één van de docenten in de afgelopen jaren is uitgewerkt. In de loop van de opleiding wordt de zelfstandigheid van de studenten steeds groter en wordt de didactiek daar op afgestemd.
Is er naast een onderwijskundige vernieuwing ook nog een andere vernieuwing waar te nemen? In de praktijk is er immers in de afgelopen jaren veel vernieuwd, veel onderzoek is vrijwel helemaal geautomatiseerd. Dat heeft het beroep van laborant heel erg veranderd. Wat er in elk geval is bijgekomen is de DNA-techniek. Het analyseren van DNA-monsters is tegenwoordig een fluitje van een cent.
Hoewel de schoollaboratoria in Eindhoven behoorlijk wat nieuwe apparatuur lieten zien, waren aanblik en werkwijze nog goeddeels te vergelijken met de laboratoria van dertig jaar geleden. Voor een onderwijsinstelling is die moderne apparatuur nou eenmaal niet te betalen! Voor een deel wordt dat ook wel goedgepraat: je leert nu eenmaal niet zoveel van een onderzoek, als een monster aan de ene kant in een machine gaat en er wat getallen aan de andere kant uitkomen. Didactisch kan het waardevol zijn om ook nog wat ouderwets handwerk te kunnen verrichten en de verschijnselen te kunnen verklaren.

zaterdag 19 november 2011

Het web-log drama (epiloog)

Eigenlijk wilde ik er geen aandacht meer aan besteden. Al mijn ergenissen over het gedoe bij www.weblog.nl naar aanleiding van een volkomen mislukte conversie van TypePad naar WordPress. "Niet zeuren, gewoon opnieuw beginnen", dacht ik op een gegeven moment.

Toen mijn oude weblog eindelijk weer in de lucht was, heb ik met wat hulp de inhoud kunnen overzetten naar deze weblog. Maar nog steeds 182 berichten zoek!
Niet alleen kwamen er dagelijks meerdere spam-berichten binnen bij weblog.nl, toen eenmaal de verdwenen berichten weer beschikbaar waren was er  gewoon een nieuwe import gedaan van het complete bestand. Met als gevolg dat ik in plaats van 475 berichten er ineens ruim 750 had. Alle berichten van na mei 2008 stonden er gewoon twee keer in... Wat een service.

Dus heb ik een nieuwe export gemaakt en in WordPad alle berichten, die ik al had overgezet, weer verwijderd. Vervolgens heb ik op het overgebleven bestand de WordPress > Blogger conversietool nog even losgelaten en het bestand geïmporteerd in Blogger.

Met als resultaat een dubbel feestje: ik heb weer een complete blog én ik heb inmiddels de heugelijke grens van 500 berichten ongemerkt gepasseerd...
Nou ja, feestje. Ik heb nog wel wat wensen...

  • In mijn geïmporteerde berichten staan nog verwijzingen naar eerdere berichten met een weblog-link. En ook de plaatjes staan nog allemaal bij weblog. Als ik daar de stekker uittrek, kloppen de verwijzingen niet meer en zien veel van mijn oude berichten er ineens wat leger uit. 
  • De DNS-verwijzing naar www.onderwijsvanovermorgen.nl heb ik ook moeten terugdraaien omdat dat heel vreemde resultaten gaf. 
Maar goed, je moet nog wat te wensen overhouden, niet waar?

dinsdag 15 november 2011

De grote uittocht

Het is alweer anderhalf jaar geleden dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken (en nog wat andere partijen) een rapport presenteerden over 'de grote uittocht'. Wat staat de overheid in brede zin (dus inclusief de zorg en het onderwijs) de komende jaren te wachten op het gebied van de arbeidsmarkt?

Van de 1 miljoen mensen, die in 2010 bij de overheid werkten, zal 70% daar in 2020 niet meer werken. In die periode gaan er ongeveer 275.000 mensen met pensioen. Voor de rest zullen mensen om andere redenen vertrekken.
Er staat een foutje in het plaatje, bij de middelste rij gaat het waarschijnlijk om 2015.

Door de vergrijzing zal het moeilijk zijn om op een krappe arbeidsmarkt voldoende personeel te vinden. Dat niet alleen, de vergrijzing vereist juist een toenemend aantal mensen in de zorg. Juist door de krappe arbeidsmarkt zullen mensen eerder geneigd zijn een baan elders te nemen waardoor het effect van de vergrijzing wordt versterkt.

In het rapport wordt een aantal arbeidsmarkt gerelateerde trends genoemd:
  • De bevolking verandert van leeftijd en samenstelling
    We worden ouder, er komen minder jongeren en en ondanks immigratie neemt de beroepsbevolking af.
  • De arbeidsmarkt wordt flexibeler maar ook krapper
    Er is vooral behoefte aan hoogopgeleiden, mensen wisselen vaker van baan, de participatie stijgt. Er is eerder sprake van werkzekerheid dan van baanzekerheid
  • Krappe overheidsfinanciën
    Vergrijzing en de economische crisis eisen hun tol
  • Het werkende individu wil combineren
    Werknemers worden flexibeler, willen werk en thuis (zorg) combineren, employability is belangrijk
  • Organisaties veranderen
    Invloed van technologie op productiviteit, organisatiegrenzen vervagen, maar ook de verhouding privaat-publiek staat ter discussie. Wat als de markt goedkoper en beter onderwijs kan verzorgen?
  • Burgers zijn minder tevreden
    Burgers zijn als belastingbetaler, kiezer, onderdaan en klant kritisch op wat ze krijgen 
Naast deze trends zijn er enkele fundamentele onzekerheden die een rol spelen. De eerste onzekerheid is het economisch klimaat, de tweede onzekerheid heeft betrekking op hoe de burger aankijkt tegen de overheid, op solidariteit. Deze onzekerheden zijn in een viertal scenario's weergegeven waarbij 'groei' en 'stagnatie' op de ene as en 'zelf' en 'samen' op de andere as zijn uitgezet.
Elke kwadrant kent zijn eigen uitdagingen en aanpak.

De overheid heeft op basis van de trends en de mogelijke scenario's in elk geval een aantal uitdagingen:
  1. Wat je als overheid doet, doe je goed
  2. Inzet op sociale innovatie
  3. Vergroten van professionele ruimte en statusherstel van professionals
  4. Talenten van professionals beter benutten
  5. Verder verhogen van arbeidsdeelname
  6. Investeren in loopbaan en gezondheid
  7. Beter combineren van werk en privé
  8. Marktconforme loonontwikkeling
  9. Bevorderen van mobiliteit zowel binnen als buiten de overheid
Natuurlijk is het rapport gericht op de overheid, zowel in de rol van werkgever als in de rol van bestuur. Dat neemt niet weg, dat onderwijsinstellingen de komende jaren te maken krijgen met een grote uitdaging. Vergrijzing betekent zoveel meer dan dat een aantal oudere collega's gaan vertrekken. Het gaat niet alleen om het invullen van vrijkomende uren. Met hen vertrekt ook veel kennis en ervaring en verdwijnen relatienetwerken. Toenemende werkdruk voor diegenen die achterblijven zal er voor zorgen dat het imago van het docentschap verder onder druk komt te staan met als consequentie dat nog minder mensen voor het onderwijs kiezen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel die met krappe budgetten niet te doorbreken zal zijn.

Hoog tijd om eens door te denken over de mogelijkheden die er zijn om met minder geld en mensen toch kwalitatief goed onderwijs te blijven leveren! Dat vraagt om creativiteit en innovatie!

zondag 13 november 2011

Learning Analytics als nieuwe trend


In mijn gastblog voor de Onderwijsdagen schreef ik al over het rendement van conferenties. Je moet er herhaaldelijk bij zijn om trends en ontwikkelingen te zien en de waarde voor de eigen organisatie er van in te schatten. 
Voor mij was het thema 'Learning Analytics' wel een van die onderwerpen die tijdens de OWD daadwerkelijk als nieuwe trend is komen bovendrijven. Erik Duval ging er op in tijdens zijn keynote. Is het dan echt een nieuw thema? Welnee. Al veel eerder hebben we in allerlei projecten nagedacht over flexibel onderwijs. Eén van de punten waarover toen al werd gesproken over stuurinformatie in de individuele leerroutes. Maar toen konden we er nog nauwelijks handen en voeten aan geven. Inmiddels is het blijkbaar 'ineens' een hot topic

Begin 2011 heeft de eerste nationale conferentie over Learning Analytics & Knowledge (Lak 2011) plaatsgevonden. Daar werd als definitie gehanteerd:
Learning analytics is the measurement, collection, analysis and reporting of data about learners and their contexts, for purposes of understanding and optimising learning and the environments in which it occurs
Wilfred Rubens schreef onlangs een uitgebreide blogpost over Learning Analytics. Daarin verwees hij ook naar het Horizon Report 2011, waarin Learning Analytics wordt beschouwd als een trend, die over 4 of 5 jaar algemeen beschikbaar kan zijn. Ook het Trendrapport van Kennisnet besteedt aandacht aan dit onderwerp.


Inmiddels heeft Surf Foundation een programma opgesteld rond het thema om te zien of het in het Hoger Onderwijs een rol kan spelen. Daar wordt overigens nog iets aan de definitie toegevoegd ten opzichte van die van het LAK (automatisch geregistreerde gegevens):
Learning Analytics is gebaseerd op de analyse van automatisch gegenereerde gegevens van het online gedrag van student en docent binnen een digitale omgeving, zoals een Elektronische Leeromgeving of Digitale Leer- en Werkomgeving. De analyse van deze gegevens kan inzicht verschaffen in studiegedrag, de kwaliteit van het onderwijsmateriaal, het gebruik van de digitale leer- en werkomgeving, kwaliteit van toetsitems, studievoortgang, etc
Wat in elk geval interessant is, is dat Surf een innovatieregeling rondom dit thema heeft opgezet. Hogescholen en universiteiten kunnen voorstellen indien om met dit thema aan de slag te gaan. Hopelijk vindt dit ook navolging voor het MBO! 

woensdag 9 november 2011

Keynote van Russell Prue op #OWD11

Wie is Russell Prue? Dat is een vraag vanuit de wandelgangen bij de Onderwijsdagen. Wat doet een ICT Evangelist eigenlijk?

Je kunt de presentatie krijgen als je OWD smst naar +44 76249802272. Als je de goede telefoon hebt tenminste. Anders neem je die van je kind... Twitteren doet hij ook al @russellprue...

ICT verandert alles.
Rechter Lord Stevens gebruikte afgelopen april voor de eerste keer in de geschiedenis videoconferencing bij een rechtszitting. Stevens zelf zat lekker thuis in Spanje.
ICT brengt allerlei nieuwe mogelijkheden voor mensen die er een goed gebruik van weten te maken. Engeland kent al ruim 400.000 bloggers die bloggen voor hun beroep. Het 'enige' dat je hoeft te doen om $75.000 per jaar te verdienen is 100.000 mensen naar een website trekken.
Facebook is inmiddels een belangrijk kanaal voor meer dan alleen maar 'vrienden onderling'. De zakenwereld heeft Facebook ontdekt. Het kost dan ook niks om een Facebook pagina te maken om dicht bij je (potentiële) klanten te komen. Inmiddels doen zelfs ministers een cursus in het gebruik van social media.
YouTube heeft inmiddels een dergelijke omvang dat je het gerust kunt beschouwen als een disruptive technology. De meest simpele videootjes trekken miljoenen kijkers. Twee pubers playbacken "I'm an ugly girl" en krijgen een miljoen hits. Lauren Luke maakt filmpjes over hoe je je op kunt maken als jong meisje. Momenteel heeft ze een eigen merk makeup. Een knul maakt een remix als een mashup van een film met geluid en krijgt een contract van Disney.

Kinderen leren van jongs af aan met technologie om te gaan. Wat verwacht hij straks van de school? Hij zal niet vragen om een iPad, die brengt die mee. Hij vraagt om een goede verbinding. Hij vraagt niet om computers, laat staan een computerlokaal. (Dat is zoiets alsof je je pen alleen maar in een bepaald lokaal mag gebruiken.) Dat studenten meer kunnen dan de docent is iets waar docenten maar aan moeten wennen, die moet anders gaan lesgeven, meer faciliteren
(waar heb ik dat meer gehoord?).

If you still do what you ever did, you will get what you ever had.
Insanity is doing the same thing over and over and expecting different results.

Elke maand verschijnen er nieuwe telefoontjes. Jongeren zoeken steeds nieuwe modellen, die meer kunnen.
Maak geen reglementen, die het gebruik van mobieltjes in de les blokkeren! Inmiddels zijn er al mobieltjes met een beamer er in waarmee je het scherm kunnen projecteren. Daar kun je niet tegenop met oud spul.

Op dit moment is er in Engeland een wet in de maak dat scholen mobieltjes kunnen innemen en zelfs de data mogen wissen. Dat zijn de mensen die hun telefoontjes op een conferentie niet uit kunnen zetten. Studenten lossen dat wel op, die nemen gewoon twee telefoontjes mee...

Vervolgens toont Prue allerlei nieuwigheden, gadgets, slimme toepassingen voor het onderwijs, leuke websites waar van alles te halen is. Dat ging te snel om allemaal te bloggen, dat vind je terug in zijn presentatie...


Ict in de Sterrenschool op de #OWD11

Inmiddels is het concept van de Netwerkschool vrij breed bekend. De PO-tegenhanger, de Sterrenschool is veel minder bekend. Kees Kraaijenveld (Argumentenfabriek) en Michael van de Wetering (Kennisnet) geven een toelichting op het concept.

Hoe denk je na over innovatie in het onderwijs?
Stel dat je helemaal opnieuw kon beginnen met een nieuwe school. Gebaseerd op al beschikbare, moderne kennis van organisaties, leren, onderwijs, ICT, en dat alles mag niet duurder worden. Die werkwijze heeft in eerste instantie geleid tot de Netwerkschool, bedoeld voor de 12+ leerlingen.

Vijf sterren
De Sterrenschool is bedoeld voor 12-. De Sterrenschool is een 5-sterren kindcentrum voor kinderen van 0-12.

  • Kinderen leren in één klimaat. 
  • De school het hele jaar open. 
  • Er is een binding met de buurt. 
  • De nadruk op taal, rekenen en lezen. 
  • Maatwerk voor ieder kind, zodat die zoveel mogelijk uit het eigen talent kan halen.

Er zijn verschillende boekwerken verschenen. Sterrenschool 2.1 gaat in op het maatwerk. Dat leidde tot een vervolg over de digitale doorbraak: functionele eisen aan de Sterrenschool-ICT.

Maatwerk met ICT
Een kind individueel bedienen kan alleen maar met een goede inzet van ICT. De Cloud is een belangrijk uitgangspunt. Het materiaal en de noodzakelijke informatie is dus overal beschikbaar. Dus ook thuis, op school of op andere locaties. De cloud brengt ook een stuk ontzorging met zich mee, je neemt functionaliteiten af.
De digitale omgeving kent vier functionele componenten:

  • Digitale leeromgeving. Die serveert lesmateriaal uit langs de individuele leerlijn. Dat hoeft lang altijd te gaan om digitaal materiaal, een verwijzing naar een boek of een uurtje sport kan ook geserveerd worden..
  • De stille kracht zit in het Plannings- en boekingssysteem. Daaronder hangen allerlei 'registers' met gegevens die nodig zijn om inzicht te krijgen in de actuele situatie van alle leerlingen en om daarop te kunnen plannen (Learning Analytics!) 
  • Het Administratief systeem vult de registers en koppelt bepaalde gegevens aan andere gegevens, bijvoorbeeld de kosten van de geregistreerde uren afgenomen kinderopvang.
  • Het Informatieoverzicht is in feite een portaal dat de informatie biedt aan ouders en andere betrokkenen over het kind.

Het uitgewerkte concept vormt een functionele beschrijving dat scholen en andere partijen moet uitdagen om er mee aan de slag te gaan. Het belangrijkste element is de continue adaptatie van de individuele leerreis van de leerlingen. Dat omvat een schema met daarin zitten allerlei terugkoppellussen die de voortgang volgen en een passende ondersteuning bieden.

Inmiddels zijn er verschillende scholen die volgens het Sterrenschoolconcept aan de slag zijn gegaan onder andere in Zevenaar en Apeldoorn.









Toine Maes op de #OWD11: Inspiratie ligt aan je voeten

Vorig jaar had Toine Maes het tijdens de Onderwijsdagen over een noodzakelijke versnelling. Dat vraagt om doorbraken. Hij ziet in elk geval een aantal doorbraken in het afgelopen jaar, wat hem een stuk optimistischer maakt over die versnelling.

Op de eerste plaats is er de Educatieve Contentketen, deel 2. Een samenwerkingsverband tussen SLO, uitgevers en Kennisnet. Daar worden grote stappen voorwaarts gezet op het gebied van standaarden. VO-contant en Wikiwijs zijn voorbeelden waar de resultaten zichtbaar zijn.
Een 'pas op de plaats' in oktober heeft bij alle partijen de urgentie van samenwerking nog eens duidelijk gemaakt. Er volgt een actieplan op 1 december met een duidelijk resultaat op 1 september 2012.

Er wordt ook gewerkt aan een administratieve keten. Er is nu een samenwerkingsverband van de 6 onderwijsplatforms die samen ervoor zorgen dat in de informatieketen tussen instellingen van gegevens ook infomatie kan worden gemaakt. Zo worden allerlei resultaten beter zichtbaar.
'Vensters voor verantwoording' krijgt ook navolging in andere sectoren. Het gaat dan niet alleen om een verticale maar ook om horizontale verantwoording.
En ook de recente Vier in balans monitor van Kennisnet laat ook weer vooruitgang zien in het gebruik van ICT in hrt onderwijs.

Inspiratie ligt aan je voeten. Het onderwijs verdient wat wij hier al hebben. Elke docent en elke student een eigen device. Niet meer 5 studenten per computer, iedereen heeft dan toegang tot alle informatie.
Hij gunt het onderwijs ook een tweede professional. Hij vertelt een anekdote over een geschiedenisleraar die eerst had getwijfeld over een keus tussen tekenen en geschiedenis. Uiteindelijk koos die voor geschiedenis maar tekende hij de onderwerpen. Mooi maar niet elke les was effectief. Een andere docent verbond juist allerlei onderwerpen met elkaar, maar ja, die gaf les aan een andere klas. Hoe zorg je er voor dat het beste van alle docenten beschikbaar is voor alle studenten? De mogelijkheden daarvoor zijn er!
Verder maken we met zijn allen gewoon gebruik van internet. Zo moeten studenten ook kunnen beschikken over op zijn minst een goede combinatie van gesloten en open leermateriaal.

Het is allemaal mogelijk, het is te doen. Inspiratie ligt aan je voeten.

dinsdag 8 november 2011

Keynote van Bas Haring op 'Dé Onderwijsdagen' #OWD11

 Als 'volksfilosoof' weet Bas Haring niet zo veel van filosofie maar vindt hij het leuk om het te doen. Hij laat nog even in het midden waar hij het gaat hebben.

Vooraf deelt hij nog wat dingen met het publiek, zoals het feit dat hij is gepromoveerd op ICT om duidelijk te maken dat hij een relevante achtergrond heeft. In die context vertelt hij over een project in de beginjaren van internet rond online surveilleren. Met webcams in een studentenkamer kijken om te zien of er niet gespiekt wordt bij een online tentamen.
Dat ICT impact heeft maakt hij duidelijk met wat voorbeelden. Zo heeft hij concurrentie van bijvoorbeeld de TED-talks. Studenten vinden dat blijkbaar boeiender en blijven weg uit het college.
Verder vindt hij het eigenlijk niet leuk dat er getwitterd wordt. Hij heeft het verhaal voorbereid voor specifiek dit publiek. Door al dat getwitter moet hij in zijn verhaal rekening moet houden met de hele buitenwereld.
Hij heeft drie reflecties over ICT en onderwijs en wil die als ballonnetjes oplaten:

Eerste reflectie
Het start zijn eerste reflectie met een verhaal over een interview dat hem werd afgenomen bij het hiphop-programma Lijn 5. In eerste instantie vond hij dat een vreemde context voor een interview over filosofie. De interviewer liet weten dat hij het gedachtegoed in het boekje vergelijkbaar vond dat van auteurs als Daniël Denneth, Richard Dawkins en Susan Blackmore. Dat waren dan ook precies de drie inspiratiebronnen geweest voor Haring voor het desbetreffende boekje.
Achteraf bleek dat de interviewer de boeken helemaal niet gelezen had maar hier en daar wat flarden had gelezen en wat youtube-fimpjes had gezien. Blijkbaar had het leren van flarden voldoende basis geboden om een gefundeerde mening te hebben.
Sijmen Noorda vindt het helemaal niet vreemd dat studenten zo leren. In zijn studietijd moest hij dikke boeken lezen waarvan hij uiteindelijk maar een paar paragrafen heeft onthouden. Waarom niet meteen die paragrafen geleerd. Het leren in flarden zou wel eens het leren van de toekomst zou kunnen zijn, gefaciliteerd door ICT.

Tweede reflectie
Ook nu weer een introductieverhaaltje: Juf schrijft op het bord 'vakantiehuisje' met de opdracht om er zoveel mogelijk andere woorden mee te vormen. Haring had ontzettend zijn best gedaan om zo veel mogelijk woorden te maken.Achteraf bleek dat er alleen punten te verdienen waren voor woorden die niemand anders had. Ondanks zijn lange lijst van woorden was geen enkel woord uniek. Er was een leerling met slechts één woord, dat echter niemand anders had. Ondanks het beperkte resultaat won hij toch omdathij de enige was met een uniek woord.
Zou die leerling ook gewonnen hebben als hij had kunnen spieken? Waarschijnlijk niet. Als dat zo is, dan betekent dat dan  voor twitteren? Het alsmaar delen van ideeën leidt er toe dat dat er minder ideeën ontstaan. Men bedenkt ze niet maar twittert over andermans ideeën.
Eenzelfde fenomeen is ook zichtbaar uit de eilandenecologie. Op een afzonderlijk eiland (een afgezonderd gebied kan ook als eiland worden beschouwd) ontstaan door gebrek aan uitwisseling van genen met elders nieuwe soorten (ook wel aangeduid als 'genetic drift'). Doordat er steeds meer contacten zijn tussen verschillende eilanden neemt de soortenrijkdom af, treedt vervlakking op en sterven soorten uit door de concurrentie of jacht door nieuwe soorten.
Als iedereen in plaats van naar Bas Haring te luisteren voor zich zelf wat ideeën te formuleren zou dat meer ideeën opleveren. Delen van ideeën leidt dus tot verarming.

Derde reflectie
Jongeren worden gestimuleerd om zelf onderzoek te doen bijvoorbeeld in een profielwerkstuk. Eigenlijk zijn die jongeren daar maar heel beperkt toe in staat. Hijzelf  heeft hij een uitmuntend cijfer gehaald voor een eigen natuurkunde-experiment waarvan hij nu toegeeft dat hij het op de Diederik Stapel manier heeft gedaan: Hij bedacht een vraagstelling bij zelf bedachte resultaten...
Computers zouden een rol spelen bij het experimenteren. Als je studenten een programmeeropdracht geeft, zouden ze veel meer kunnen opsteken. Een computer is wat dat betreft een mini laboratorium waarin je je eigen onderzoek kunt opzetten. Van programmeren word je wijzer, het is inspirerend. Daar zou veel meer mee kunnen gebeuren.
Computers kunnen ook ingezet worden om reeds beschikbare gegevens te verzamelen en te analyseren.
  • Een voorbeeld: John Trinkhaus is een econoom die zich in zijn onderzoek laat inspireren door dingen die hij irritant vindt. Eén van de vragen die hij zich stelde was: "houden kinderen van de Kerstman?". Daar kun je achter komen door het ze te vragen al weet je niet hoe betrouwbaar dat is. Je kunt het gedrag observeren maar dat is een enorm tijdrovende klus.
    Trinkhaus zocht op Flickr naar foto's op basis van de zoekwoorden  'Santaclaus' en 'lap' (schoot) vond 700 foto's van kinderen bij Kerstman op schoot. Hij liet die foto's door een studentenpanel beoordelen. De meerderheid van de kinderen zat te huilen. Internet biedt ongelooflijk veel data die is te gebruiken voor allerlei onderzoeken.
  • Een ander voorbeeld: Drie jaar geleden was er een uitbraak van Legionella. Maar hoe vind je een bron als er een incubatietijd is van twee weken? Door de levensloop van de zieken van de afgelopen paar weken te reconstrueren, bleek dat de bron ergens in Amsterdam lag. Nu ontwikkelt Legionella zich vaak in grote airconditioningsystemen. Een slimme onderzoeker van het RIVM vroeg bij alle leveranciers onderhoudscontracten voor airco's op. Door de lijst met adressen op Google Earth op te zoeken (airconditioningsystemen zijn zichtbaar als installatie op het dak) werden plaatsen zichtbaar waar wel een airco stond  maar geen onderhoud werd gepleegd. Op die manier werd een locatie gevonden waar alle getroffen mensen in de buurt waren geweest. Onderzoek door een slim gebruik van gegevens op het internet.
Bas Haring sluit af met een stukje uit eigen werk over het onderwijs.
De Koningin kan wat zij kan, niet omdat ze koningsgenen heeft, maar door goed onderwijs. Goed onderwijs werkt!


Keynote Erik Duval op 'Dé Onderwijsdagen' #OWD11

De zaal loopt vol, de twitterwall ook, er is een livestream beschikbaar: iedereen zit klaar voor 'Dé Onderwijsdagen 2011'.

Erik Duval bespreekt in de eerste keynote het thema van  Learning Analitics. De presentatie komt hier op SlideShare.

Met een korte introductie over open standaarden (erg belangrijk, niet meer zo spannend) en open content (al 1 miljoen objecten op Ariadne) gaat Duval wat dieper in op Open Learning.

Onderwijs gaat momenteel een beetje langs de jongeren heen omdat het niet aansluit bij hun dagelijks leven. Duval werkt met blogs, wiki's en laat studenten op die manier elkaar becommentariëren. Op die manier moet een community of practice ontstaan. Omdat dat in verbinding met de wereld gebeurt komen er ook reacties van buitenaf op de blogs en wiki's. Als studenten tijdens het werk ook Twitteren, biedt de mogelijkheid om direct te reageren.

Inmiddels zijn er 'Massive open online courses' (MOOC) waar iedereen aan kan deelnemen. Er zijn cursussen waar 250.000 mensen op inschrijven. Dat wordt wel veel om allemaal bij te houden.
Dat vraagt om Learning Analytics. Dat biedt uitkomst bij grote groepen maar is ook nuttig bij kleine groepen.

Learning Analytics komt vanuit andere domeinen, zoals hardlopen. Met allerlei devices kunnen prestaties worden bijgehouden. Daar kunnen anderen weer op regeren. Door gegevens van meerdere lopers te analyseren kunnen er adviezen worden gegeven, alternatieve routes worden voorgesteld of maatjes worden gekoppeld.
Voor computergebruik zijn er tools die precies bijhouden wat je allemaal doet. Daar kun je weer allerlei doelen bij stellen: niet meer dan 1 uur per dag emailen. De tool geeft dan een signaal als er doelen al dan niet worden gehaald.
Er zijn gadgets in de vorm van een armband met sensores, die communiceren met je iPhone en op die manier alles registreren. Ook bloggers zijn ook bekend met allerlei analytics.
In hoeverre kunnen die technieken ook worden toegepast worden op het onderwijs?

Dat vraagt om een dashboard waarmee inzichtelijk wordt gemaakt in hoeverre bepaalde doelen worden bereikt. Dat kan in de vorm van allerlei widgets, waarmee je  in bijvoorbeeld in iGoogle je eigen dashboard samenstellen.
Duval bouwt dat soort tools en evalueert in hoeverre die daadwerkelijk helpen bij het volgen van studenten. Maar met analyseren alleen ben je er niet. Het is de bedoeling, dat er ook adviezen gegeven kunnen worden op basis van de trackingresultaten. Dan worden onderwijsresultaten inzichtelijk en kunnen allerlei uitspraken (in feite opinies) over het onderwijs worden getoetst.
Door datasets aan te leggen en te analyseren kunnen die opinies over onderwijs worden weerlegd of juist worden bevestigd.

Duval geeft aan het einde toch nog wat relativerende aandachtspunten:
Een gevaar van analytics is, dat de uitkomst ook bepalend is voor het vervolg: de uitkomsten van analyses kunnen op die manier zelfversterkend werken.
(Een mooi voorbeeld is het fenomeen dat wetenschappers steeds minder literatuur doorwerken omdat ze afgaan op de scores die bepaalde artikelen al hebben gekregen. Daarmee worden die artikelen steeds bekender maar verdwijnen andere artikelen naar de achtergrond. Serendipiteit neemt daardoor sterk af!)
Daarnaast dreigt ook het gevaar dat er een dwangmatigheid ontstaat door het gebruik van die tools: de tool geeft een waarschuwing dat je nog iets 'moet' doen.
Verder is er nog de vraag of datgene wat gemeten wordt wel echt relevant is. Welke metrieken zijn nu echt van belang om te meten, wat je wilt weten?.
En dan is er nog een privacy discussie. Wil je alles wel online zetten? De vraag is of privacy niet te ver doorgetrokken wordt. Wees in elk geval open over het wat en waarom van het registreren.

Duval houdt nog een klein pleidooi om te experimenteren, vooral spannende dingen te doen. Beter iets geprobeerd dat is mislukt dan helemaal niets gedaan.

Het geheugenpaleis

Dat kon natuurlijk niet uitblijven. Nadat ik al eerder aandacht besteedde aan Joshua Foer wilde ik zijn boek, het Geheugenpaleis ook wel eens lezen. Dat bleek nauwelijks een opgave. Lekker vlot geschreven en een boeiend verhaal.
Foer beschrijft hoe hij er toe komt om te gaan trainen voor het Amerikaans geheugen-kampioenschap en dat als nieuwkomer ook nog wint!
Het begint allemaal als hij op zoek gaat naar de slimste mens ter wereld. Die blijkt niet zo makkelijk te googlen als bijvoorbeeld de sterkste man ter wereld. Hij vindt wel iemand die zeer getalenteerd is in het memoriseren van allerlei zaken. Ben Pridmore was in staat om in 32 seconden de volgorde van een set speelkaarten van buiten te leren.
Foer vroeg zich af, of je een beter journalist, student of partner, kortom een beter mens kunt worden als je alles beter kunt onthouden. Hij bezoekt in 2005 de Amerikaanse geheugenkampioenschappen om dat uit te zoeken en maakt kennis met een aantal van de deelnemers. Daar ontdekt hij, dat die deelnemers geen 'savants' waren maar gewone mensen, die door middel van enkele trucs en heel veel oefenen in staat waren tot allerlei geheugenprestaties. Hij laat zich overhalen om ook te gaan trainen om het jaar daarop mee te doen met de geheugenkampioenschappen.

zaterdag 5 november 2011

Het rendement van 'Dé Onderwijsdagen'


Op de website van 'Dé Onderwijsdagen' kwam ik onder actueel wat berichten tegen van gastbloggers. "Da's leuk", dacht ik nog. Maar ja, moet je daarvoor worden uitgenodigd of mag je zelf ook initiatief nemen? Ik heb daarom eens geïnformeerd naar de criteria om tot dat illustere gezelschap te mogen behoren. "Je bijdrage is van harte welkom", was de reactie. En dus hierbij mijn bijdrage... 

Nog heel even en dan barsten 'Dé Onderwijsdagen 2011' weer los, één van de vele onderwijs (& ICT) beurzen en -conferenties die door het jaar heen worden georganiseerd. Een paar honderd tot meer dan duizend deelnemers komen er op af om ervaringen te presenteren of juist deze op te doen. Tussen de presentaties door zoeken bekenden elkaar op, wordt de laatste stand van zaken uitgewisseld of worden afspraken gemaakt. Bedrijven presenteren hun nieuwste (versies van) van producten en diensten en maken zo gebruik van de concentratie aan potentiële klanten.
Hoewel ik graag naar zo'n beurs of conferentie ga, vraag ik me ook wel eens af wat het rendement nu werkelijk is. Dat is een vraag die je vanuit verschillende invalshoeken kunt bekijken: je persoonlijk rendement, het rendement voor je instelling of voor het onderwijs als geheel.

Persoonlijk rendement
Ik verwacht, dat de meeste bezoekers op een een of andere manier duidelijk hebben moeten maken wat het bezoek aan OWD2011 gaat opleveren. Per slot van rekening ben je twee dagen niet op je werkplek en betaal je ook nog eens een behoorlijke toegangsprijs! Nu zal er voor de meeste bezoekers niet
zo heel veel overtuigingskracht nodig zijn geweest. Als je het al niet zelf kunt bepalen waar je wel of niet naar toe gaat, dan is het argument dat je je vak moet bijhouden vaak overtuigend genoeg.
Als je je hebt voorbereid, heb je een persoonlijk programma samengesteld op de OWD-site. Als je je heel goed hebt voorbereid, heb je zelfs een aantal vragen geformuleerd waar je een antwoord op wilt hebben. Vervolgens bezoek je een aantal presentaties, spreek je met leveranciers op de beurs en
ontmoet je bekende vakgenoten.
Maar waar ga je mee terug naar je werkplek? Een paar verhalen met wat nieuwe tips, een gevoel van opluchting omdat collega's of collega-instellingen blijkbaar met dezelfde problemen worstelen, een pakketje folders waarvan de meeste weer in de ongelezen in de papierbak belanden. Maar een echt
doorbraakresultaat, een oplossing voor dat ene enorme probleem?

Het rendement voor de instelling
Wat wordt de instelling er dan beter van? Regelmatig hoor je bezoekers verzuchten, "eigenlijk zou die directeur - dat collegelid hier bij moeten zijn". Het is blijkbaar moeilijk verworven inzichten te vertalen naar de eigen instelling. Weer eenmaal op de eigen werkplek verdampen veel van de opgedane ideeën langzaam maar zeker. Op de instelling bepaalt de dagelijkse routine al weer snel de agenda en de werkzaamheden. Veel verschil zal het niet maken, lijkt het wel.

Rendement voor de onderwijssector
Wordt het onderwijs er als geheel beter van? Al zolang ik me bezig houd met onderwijs & ICT is de boodschap, dat onderwijs 'als enige sector' er maar niet in slaagt om de productiviteit door de inzet van ICT te vergroten. Steeds maar weer het verhaal over hoe lastig het is, om docenten zo ver te krijgen dat ze ICT gebruiken in hun onderwijs. Natuurlijk stijgt het gebruik van ICT in het onderwijs, zoals de jaarlijkse Vier-in-balansmonitor van Kennisnet laat zien, en is er veel bereikt in vergelijking met een aantal jaar geleden, maar een echte doorbraak hebben we nog steeds niet gezien, laat staan dat een nieuwe editie van dé Onderwijsdagen of één van die vele andere beurzen en conferenties die doorbraak wel bewerkstelligt.

Het rendement zie je pas op de langere termijn
Als zo'n beurs maar een beperkt rendement heeft, waarom zou je er dan naar toe gaan? Stel jezelf een dergelijke vraag als je bij de lunch een snack hebt afgeslagen omdat je wilt afvallen. Aan de weegschaal zul je het niet zien.
Het rendement zit helemaal niet in die ene bijeenkomst, het gaat om een lange termijn rendement! De kracht van het herhaaldelijk delen van ideeën in een grote groep. In de interactie, die tijdens de presentaties en discussies plaatsvindt, worden ideeën bijgeschaafd, aangevuld, versterkt en vooral: verder verspreid.
Goede ideeën komen in de verschillende edities van de conferenties steeds opnieuw aan bod, waardoor de ontwikkeling zichtbaar wordt. Wat twee jaar terug nog een nieuw fenomeen was, kende vorig jaar al enkele toepassingen en blijkt dit jaar 'hot' te zijn.

Antwoord over toepasbaarheid?
Het is natuurlijk geweldig als je een nieuw idee, dat je meebrengt vanuit een conferentie, direct kunt vertalen naar je eigen praktijk. Maar als dat niet (meteen) lukt, is dat helemaal niet erg. Die nieuwe ideeën en ontwikkelingen verspreiden zich ook langs andere kanalen en komen hoe dan ook in je eigen
organisatie terecht. Dan worden er vragen gesteld over de toepasbaarheid, de mogelijkheden. Dan gaat het er vooral om, dat je een antwoord hebt of dat je weet waar antwoorden te halen zijn omdat de eigen organisatie er klaar voor is. En dan is het maar goed dat je er bij was, voor jezelf, voor je
organisatie en voor het onderwijs als geheel.