maandag 10 december 2012

Elearning: de concurrentie komt eraan!

Elearning wordt steeds hipper. Elektronische leeromgevingen zijn er al een hele tijd maar worden tot dusver -wat positieve uitzonderingen daargelaten- hooguit gebruikt als digitale boekenkast annex doorgeefluik van lesmateriaal. Langzaam maar zeker komt daar verandering in. Niet alleen omdat  steeds duidelijker wordt hoe elearning effectief kan worden ingezet. Zie onder andere Simons, Stiles maar ook Kennisnet en JISC. Het idee van 'flipping the classroom' neemt inmiddels ook een hoge vlucht (al is elearning daarbij helemaal niet noodzakelijk).

De noodzaak om er daadwerkelijk iets mee te doen, wordt steeds duidelijker. Krimpregio's, docententekort en financiële overwegingen spelen daarbij een rol. Daar kan een nieuw aspect aan worden toegevoegd: Elearning als concurrentiefactor. MIT en Harvard zijn twee Amerikaanse top-universiteiten die het initiatief genomen hebben tot EDx: les krijgen van de wereldtop. De cursussen bestaan uit lesmateriaal (dictaten of boeken), een college, bestaande uit stukjes video van 8 tot 12 minuten. Verder (vooral doe-hetzelf) opdrachten en examens!


 (bron)

Er zijn initiatieven die hier wel wat op lijken, al gaan die (veel) minder ver. Zo gaat komend jaar de Universiteit van Nederland van start. Een variant is de Wereld Leert Door van Matthijs van Nieuwkerk. Daarin interviewt hij dagelijks een wetenschapper. In twaalf minuten bouw je geen concurrentie op, lijkt me, al wordt 'uitzending gemist' wellicht een nieuwe bron van leermiddelen.

Een interessant thema is de begeleiding. De ambitie van EDx is om 1 miljard (1.000.000.000) mensen onderwijs te geven op deze manier. Hoe je daar een adequate begeleiding op zet, is me een raadsel. Op HBO- en universitair niveau lijkt me dat niet het grootste probleem. De vraag is wel of dat niet de echte  concurrende factor zal zijn. Een slimme universiteit zal profiteren van de mogelijkheden door het eigen begeleide onderwijs te 'blenden' met het aanbod van EDx
Of een dergelijke opzet ook concurrerend zal zijn voor het MBO en VO, is maar de vraag. Een goede begeleiding is naar mijn idee daar een cruciale factor. Maar toch, het lijkt me de moeite waard hier eens op door te filosoferen...

dinsdag 20 november 2012

Afstandsleren en onderwijstijd - belemmeringen zitten tussen je oren

Recent heb ik een leuk project gedaan waarbij een aantal scenario's rondom afstandsleren op een rijtje is  gezet. Bij die scenario's is ook met name gekeken hoe ICT kon worden ingezet om het afstandsleren zowel inhoudelijk als organisatorisch te ondersteunen. Een belangrijk vraagstuk daarbij , hoe de verschillende scenario's zich verhouden tot de (huidige) regels rondom onderwijstijd.
De scenario's zijn verwerkt in een  notitie. Ze dienden ook als basis voor een website die is opgezet door mensen van  SchoolMaster onder de naam 'digitaal verantwoord afstandsleren' (een naam die een beetje gekozen is op de afkorting 'DIVA').
Tijdens de laatste saMBO~ICT conferentie is het project gepresenteerd en op veel blogs aangehaald.

Ik heb mijn bevindingen ook verwerkt in een artikel voor het vakblad Profiel, Eerlijk gezegd dacht even van 'oei' toen ik het artikel drukklaar weer onder ogen kreeg. Lekker prikkelende titel en wat uitgelichte statements, die ietwat uit de context zijn gehaald en daardoor wat extra gewicht krijgen. Maar goed, als dat een bijdrage levert aan de discussie is het mij best.
Ik verdedig in het artikel de stelling dat de belemmeringen rond afstandsleren op basis van de regels voor onderwijstijd (voor een deel) tussen de oren zitten. Afstandsleren kun je grofweg om twee redenen willen inzetten: om het leren effectiever te maken en om het onderwijs efficiënter te maken. In het eerste geval gaat het om de kwaliteit van het onderwijs, in het tweede geval is het de bedoeling dat het bereik van een docent wordt vergroot, dat een docentuur productiever gemaakt kan worden.
Afstandsleren om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren kan zonder probleem ook plaatsvinden buiten de IIVO-uren (IIVO - 'in instellingstijd verzorgd onderwijs', kortweg contacttijd ofwel de verplichte 850 of 1000 klokuren per jaar in het dagonderwijs van het MBO). Scholen hebben de verplichting om 1600 uur per jaar aan onderwijs- en leeractiviteiten aan te bieden. Daarvan zijn dus 850 uur contacttijd. Die worden door de inspectie ook gecontroleerd. Daarbuiten kun je zonder probleem afstandsleren in de betekenis van tijd- én plaasonafhankelijk onderwijs aanbieden. Met ICT zijn die uren veel effectiever te maken. Op die manier is dus veel winst te halen.
Om het bereik van een docent te vergroten zijn wel vormen nodig die binnen de IIVO vallen. Anders heeft het voor het rendement geen zin. De Inspectie heeft er overigens helemaal geen probleem mee, als op die manier afstandsonderwijs wordt gerealiseerd. Zo kan een docent via een elektronische leeromgeving een groep studenten op afstand actief begeleiden. Het moet echter wel aantoonbaar zijn dat zowel docent als studenten aanwezig zijn, actief bezig zijn en ook nog zinvolle leeractiviteiten uitvoeren. En daar zit hem nu de kneep. Hoe maak je dat aantoonbaar? Daar zijn allerlei oplossingen voor te bedenken. Daarbij is het echt niet nodig dat een docent op alle schermen van studenten mee kan kijken. Door dergelijke afstandslessen slim in te richten en studenten aan het begin, halverwege en aan het einde van de les iets digitaal in te laten leveren of een activiteit te laten uitvoeren, heeft een docent zicht op wat studenten doen. Door daar op te reageren, laat ook de docent zijn actieve betrokkenheid zien.
Kortom, er is veel mogelijk, wellicht meer dan de meesten zich realiseren. Een aantal belemmeringen zitten inderdaad tussen de oren! Tegelijkertijd zou het mooi zijn als de verschillende vormen van afstandsleren niet alleen afhankelijk zijn van de registeerbaarheid er van. Kwaliteit moet ook een rol spelen. Daar mag nog wel wat inspectiewater in de onderwijswijn. Bijvoorbeeld in de vorm van een zeker aantal uren van de IIVO die via afstandsleren ingevuld mag worden. Het zou veel pijn bij de scholen weghalen.


donderdag 15 november 2012

Onderwijsdagen 2012 - Epiloog: tear down that wall


Het zit weer op, de Onderwijsdagen 2012. Nieuwe locatie (WTC Rotterdam), nieuwe formule (drie dagen, een waterscheiding tussen HO enerzijds en MBO, VO en PO anderzijds).

Ik kijk met wat gemengde gevoelens terug. Ik heb vast veel gemist tijdens de eerste dag maar ik vond de kwaliteit van de lezingen die ik tijdens de tweede dag heb gevolgd door de bank genomen beperkt. Ik heb een aantal blogposts dan ook niet afgemaakt, laat staan gepubliceerd. Dat ben ik op MBO conferenties beter gewend!
Dat werd tijdens de derde dag ook bewezen. Duidelijke inhoud die er toe deed, veel vaart. En presentaties over PO-situaties bleken ook relevant voor VO en MBO. Waar is zo'n waterscheiding dan voor nodig, zou je zeggen. Sterker nog. Het accent dat Frans van Kalmthout tijdens de opening van de tweede dag nog legde op de noodzaak van een omslag van onderwijzen naar leren, verbaasde me. Daar ging het in het MBO tien, vijftien jaar geleden al over. HO-presentaties van weblectures, activerende didactieken, toepassingen van ICT in het onderwijs, ik ken sterkere voorbeelden uit het MBO en VO. De aanduiding in het programma, dat de tweede dag 'ook onderwerpen bevatte die geschikt konden zijn voor het MBO' werd wat mij betreft niet waargemaakt.

Kortom: haal weg die waterscheiding en maak gebruik van de mogelijkheden om weer samen op te trekken vanuit een overtuiging dat er meer is dat de sectoren verbindt dan onderscheidt..

Hack de onderwijsdagen


Een hele groep mensen zit te wachten op Jaap Walhout om wijs te Googlen, blijkt de sessie vervallen te zijn. Karin Winters draait er haar hand niet voor om en hackt de sessie. Even een presentatie van SlideShare afhalen en hup, een prima presentatie over social media in het onderwijs!

In een sneltreinvaart komt een groot aantal toepassingen en aansprekende voorbeelden voorbij. Een aantal dingen moet ik nog nader bekijken, dat was ter plekke niet mogelijk...

  • Op Facebook is op de site 'socialmediainhetmbo' heel veel materiaal te vinden. Het aardige van het gebruik van Facebook in het onderwijs is dat je niet persé 'vriend' hieft te zijn van je leerlingen of studenten om met ze te kunnen werken.
  • Weblogs kunnen worden gebruikt om verslagen te maken over BPV, het geven van feedback, over ervaringen. Het kan een etalage zijn van resultaten of leerproducten en een blog is natuurlijk ook geschikt om kennis te delen.
    Het is uitermate simpel om een blog aan te maken in Blogger. Studenten vinden het bloggen niet altijd makkelijk, vinden het ook ouderwets. In verband met de bewaarplicht (examendossier)is het wel verstandig een pdf-export te maken.
    Het is ook leuk om eens te kijken bij blogs van studenten. Zo is Vera Camilla bekend geworden van haar blog, er is een Meidenblog en natuurlijk is er bij de Edubloggers ook heel wat te halen.
  • Social media kunnen veel betekenen voor mini-ondernemingen. Vaak blijven de speciaal gemaakte websites echter in de lucht nadat het project is gestopt. Er kan niets meer gekocht worden, het verhaal is niet meer actueel. Dat is jammer. Scholen waar die mini-ondernemingen worden georganiseerd, zouden zo'n onderneming moet (laten) voortzetten, de site uit de lucht halen of een verzameling sites aanleggen als historisch archief.
  • Karin liet nog allerlei voorbeelden voorbijkomen: Pinterest om foto's of afbeeldingen te verzamelen en te presenteren, PbWorks om een wiki te maken. Samen wiki's maken is erg leuk maar begint een beetje 'uit' te raken. Het is ook niet zo gebruiksvriendelijk maar biedt veel mogelijkheden om samenwerkend leren te stimuleren.
  • Ze gaf ook allerlei voorbeelden van het gebruik van video's in het onderwijs: van instructie, gefilmde praktijksituaties voor reflectie, tot producties van leerlingen zelf.
  • LinkedIn kwam uiteraard nog voorbij
  • Ook nog een aardige voor webconferentie of webinars: Anymeeting. Waarom moeilijk (of duur) doen als het makkelijk (en gratis) kan?
  • Als laatste werd het gebruik van badges genoemd. Bij bepaalde toepassingen kun je badges verdienen zoals je vroeger een sticker of stempel in je schrift kon verdienen. FourSquare en Facebook werken er mee. Dat kan in het onderwijs natuurlijk ook. Gebruik badges bij leerprestaties in plaats van een beoordeling. Een badge staat dan voor iets dat je weer of kunt. Badges sparen wordt dan een sport. In feite hebben we het dan over gamification.
Zo zie je maar. Je kunt nog zo'n goed programma in elkaar draaien. De leukste dingen gebeuren vanuit onverwachte situaties en spontane acties. 10 punten voor Karin Winters - of nee, een mooie badge!

Onderwijsdagen (6) - Krimpen met kansen

Teun Meijer van FIER onderwijsgroep vertelt samen met Sandra ter Horst van Kennisnet over de mogelijkheden van ICT in krimpsituaties.

Nederland kent krimpregios en anticipeerregios.
Het probleem is zeer manifest in het PO. In de helft van de gemeentes is die daling ongeveer 10%. Voor het VO en MBO zal dat in een wat latere fase ook gaan gebeuren.
Minder leerlingen en studenten betekent ook minder inkomsten. Dat heeft consequenties voor gebouwen, personeel en voorzieningen. Daarmee staat de kwaliteit van het onderwijs onder druk.
Overigens vangt het wel voor een deel het probleem van het lerarentekort op, maar dat loopt lang niet parallel.

Er zijn allerlei initiatieven om er iets aan te doen. Daarbij was het gebruik van ICT nogal onderbelicht.
Kennisnet wil meedenken om het onderwijs betaalbaar te houden en meer fleixibiliteit te realiseren.

Onderwijsgroep FIER heeft te maken met een terugloop van van 2200 naar 1700 leerlingen. Het aantal scholen wordt verminderd van 20 tot 12. In de praktijk betekent dat veel combinatieklassen: grote groepen met veel variatie. Lastig te organiseren. ICT is nodig om het binnen de klas te kunnen organiseren.

Met behulp van Live@edu worden agendas ingezet wat overzicht geeft aan leerkrachten. Binnen de klas wordt gewerkt met leerlijnen. Per leerling wordt bekeken of die voor of achter loopt en dat wordt vertaald naar een overzichtelijke individuele planning. ICT helpt hier dus om de voortgang van de leerlingen te kunnen plannen en te volgen.
In de opzet wordt uitgegaan van 10% instructie, 20% groepswerk en 70% zelfwerkzaamheid. Daarbij wordt veel gebruik gemaakt van de Khanacademie en andere bronnen. Sugata Mitri is hierbij ook een inspiratiebron geweest. Leerlingen kunnen voor een deel zelf kiezen wat voor leeractiviteiten worden gebruikt. Er is een portfolio aan gekoppeld. Er wordt gebruik gemaakt van een aangeschafte methode voor rekenen. Op dit moment zijn andere vakken in ontwikkeling.

Het stelt hoge eisen aan de leerkracht. Die moet goed inzicht hebben in de voortgang van de leerling. Het blijkt dat gemiddelde leerlingen ook gemiddeld vooruit gaan, maar dat goede leerlingen erg hard vooruit gaan.

Een aantal activiteiten zit nog in de planning. Dat is uitgewerkt in een plan van eisen. Denk aan een persoonlijk leerstofaanbod, filters voor het zoeken van leermiddelen op basis van leerstijl, het plannen van de leeractiviteiten in een agenda.
Een leerkracht moet kunnen zien war een leerling mee bezig is en een signaaltje krijgen als een leerling op een afwijkende manier bezig is.
Er vindt overleg plaats met MicroSoft om te kijken hoe Office 365 hier in een rol kan spelen.

Kennisnet heeft er een webdossier over: kansenbijkrimp.kennisnet.nl


Onderwijsdagen (5) - Steve Jobs School

Het valt inderdaad op: er lopen wel heel erg veel mensen rond met tablets. Wat kun je daar mee in het onderwijs?
Toine Maes interviewt Maurice de Hondt.
Toine: wat Maurice eigenlijk zegt: mijn kind is een individu dus het onderwijs moet daarop zijn afgestemd. Daarnaast groeien die kinderen op in deze tijd.
Maurice: klopt. Ik heb een zoon die door allerlei leerproblemen een vreselijke schooltijd heeft gehad maar nu prima terecht is gekomen. De school paste niet bij dat kind, of andersom. Nu heb ik een klein kind dat spelenderwijs met allerlei tools leert omgaan.

Het lijkt er op dat basisscholen kinderen opleiden voor de CITO-toets. Terwijl als je nu kijkt naar waar kinderen mee bezig zijn, veel er van hebben ze niet op school geleerd.
Met behulp van moderne technologie heb je heel veel mogelijkheden voor talentontwikkeling. Op verl scholen gebeurt al veel met name dank zij een innovatieve schoolleider. Maar wat als die weer vertrekt. Wanneer technologie goed is ingezet is er een fundament gelegd, dat mede door de standaardisatie niet meer zo
makkelijk los te laten is.
Het onderwijs moet gaan om het voorbereiden van kinderen op de toekomst en niet op de Citotoets.
Het onderwijs van nu is genormaliseerd naar oude maatstaven. Daar ontbreken de normen voor het voorbereiden op een toekomst. Een kind van 8 kan op een computer een cursus Italiaans doen maar op school ren onvoldoende haalt omdat hij slordig schrijft. Dat is niet meer van deze tijd. Een student definieert een tentamen als een periode van drie uur waarin je Google even moet vergeten.
De normen zijn bepaald op basis van het referentiekader van nu. Kerndoelen zijn prima zolang het geen keurslijf wordt. Er zijn veel onderwijsmensen die graag veranderingen in deze richting zouden willen. De kerndoelen, de Citotoetsen, de Inspectie, enzovoorts worden echter vaak gezien als belemmeringen. Toch zijn er ook veranderingen op til, ook in de politiek. We moeten af van de schijnzekerheden die ontstaan door kwaliteit te beschouwen als datgene wat meetbaar is en dus papieren zekerheden zijn. En voor een deel vallen die belemmeringen erg mee. De Inspectie is er op zich niet op tegen, dus zoek de dialoog.

Maurice zou Maurice niet zijn als hij er geen peiling op losgelaten zou hebben. Daaruit blijkt, dat 60% van de mensen het geen goed idee te vinden. Maar van de mensen, met kleine kinderen met een tablet in huis blijkt 80% het een goed idee te vinden.




Onderwijsdagen (4) - Toine Maes: het broeit in onderwijsland

Toine Maes - directeur Kennisnet

Onderwijs wordt, ondanks het feit sat het regelmatig negatief in het nieuws is, meer en meer gezien als een investering in plaats van een kostenpost. Daar hoort de vraag bij wat het rendement is van die investeringen.

Afgelopen jaar kwam het McKinsey-rapport: onderwijs zit in de watertrappelstand, hard werken maar het komt geen meter vooruit.
Er zijn landen die een enorme stap gezet, van good naar great of van great naar excellence. Kern van de aanpak die landen is focus op de docent.
De aanpak van dat rapport is gebeurt door veel mensen uit de sector en de politiek er bij te betrekken. Daardoor is het het een gedragen rapport wat er toe heeft geleid dat onderwijs gespaard wordt in de bezuinigingen.

Het derde punt van het afgelopen jaar zijn de financiële problemen van enkele instellingen duidelijk geworden. Het is dan makkelijk om op een negatieve stoel te gaan zitten, het is juist de kunst én noodzaak om toch positief te blijven.

Het onderwijs moet meer werk maken van massamaatwerk. Meer aandacht voor de individuele student op een efficiënte manier. Andere sectoren hebben dat almlang gedaan en daar de vruchten van te plukken. Daarvoor is de inmiddels ingezette professionaliseringsslag nodig. Dat vraagt ook om het terugdringen van de regeldruk zodat docenten hun tijd echt kunnen besteden aan waar voor ze aangesteld zijn.
Massamaatwerk kan niet gerealiseerd worden zoner ICT. Instellingen zijn zich aan het organiseren omdat voor elkaar te krijgen. Kijk naar saMBO~ICT, IPVO, SION, de manier waarop de onderwijsraden zich voorbereiden op een grotere inzet van ICT.

Alle sugnalen maken duidelijk dat het broeit in onderwijsland!