Posts tonen met het label Kennisnet. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kennisnet. Alle posts tonen

vrijdag 8 april 2016

CVI 2016 - epiloog #cviov

De afgelopen dagen heb ik rondgelopen op de CVI conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT. Een korte reflectie.

Een conferentie is zoveel meer dan een reeks verhalen van enthousiaste onderwijsmensen over nieuwigheden, ervaringen, lessons learned en hun persoonlijke inspiratie. Juist de veelheid aan verhalen gecombineerd met de mogelijkheid daar met bekenden en (nog) onbekenden over van gedachten te wisselen geeft een zeker emergent effect aan het evenement. Nog los van de gezelligheid en de bijpraatgelegenheden die zo'n conferentie biedt.

Met een 'emergent effect' bedoel ik, dat het geheel meer is dan de som van de delen. Door meerdere verhalen met elkaar te combineren ontstaat een beeld van wat er gaande is in het onderwijs. Ik probeer daar door mijn oogharen een paar beelden van te schetsen:

  • Gepersonaliseerd leren wordt een serieuze ambitie
    Niets nieuws onder de zon. Maar na de piek van verwachtingen een paar jaar terug (flexibel onderwijs) lijkt het nu het dal van desillusie voorbij te zijn. Veel, zo niet de meeste scholen schrijven deze ambitie in strategische of onderwijsplannen. Wellicht nog even te vroeg!
    Er liggen hier nog grote uitdagingen voor het onderwijs, zoals Michael van de Wetering van Kennis in zijn presentatie over het Trendrapport 2016-2017 liet zien in een Strategic Technology Map (STM) (zie pagina 75 van het rapport). De meeste benodigde technologieën zijn gewoonweg nog niet beschikbaar.
    Het rapport is overigens een absolute aanrader!
  • Elektronische leeromgevingen zijn weer in.
    Veel instellingen beschikken wel over een elo al is de implementatie bij veel instellingen blijven hangen in goede bedoelingen.
    Tijdens de conferentie waren er meerdere verhalen over selectie- en implementatietrajecten binnen de onderwijsinstellingen. Vanuit de ambitie naar meer gepersonaliseerd leren biedt een elo blijkbaar houvast om daar handen en voeten aan te geven. Visie op de rol van een elo in het onderwijs, standaardiseren en beperkt beginnen en vooral niet teveel vrijheden bij docenten en teams leggen lijken randvoorwaarden voor een succesvolle invoering. 
  • Big Data
    Gartner gaf het al aan: "It's not about Big Data, it's about Big Questions". Business Intelligence (BI), student analytics, learning analytics. Er wordt al lang van gedroomd maar het lijkt er op dat de eerste stappen in die richting nu daadwerkelijk worden gezet. Het zal nog wel een tijd duren voor op basis van slimme algoritmes het personaliseerde leerplan wordt ondersteund en bijgestuurd. Hier zullen we nog wel over de piek van de verwachtingen en het dal van desillusie door moeten. 
  • Professionalisering
    Ook al zo'n langlopend thema. In verschillende presentaties komt steeds weer terug dat het zo moeilijk is om docenten te laten professionaliseren op gebied van ICT in het onderwijs. Een aanpak bij ROC de Leijgraaf vind ik dan een prachtig voorbeeld hoe je daar roc-breed vorm aan kunt geven. Ondersteund door het Ixperium Expertisecentrum Leren met ICT van Marijke Kral (HAN) is ook in Oss een Ixperium geopend en zijn designteams aan de slag gegaan om het gebruik van ICT in het onderwijs vorm te geven. Learning by doing, zowel voor de docenten in de designteams als voor de organisatie zelf. 


Als je deze thema's naast elkaar zet, zit daar ook weer een samenhang in. Mooi dat bijna 1000 mensen in vanuit die samenhang weer stappen kunnen zetten in hun eigen organisatie. 

dinsdag 22 januari 2013

Hoezo sturen op ict-projecten?

In de reeks Hoe? Zo! publiceert Kennisnet regelmatig nieuwe boekjes over relevante, ict-gerelateerde onderwerpen. Recent is in dat kader een publicatie 'Sturen op ict-projecten' uitgebracht. Voor dat boekje is een aantal mensen uit het onderwijs geïnterviewd en is een aantal belangrijke aspecten beschreven.
Eerlijk is eerlijk, over het algemeen zijn onderwijsinstellingen niet erg goed in het managen van projecten. Het is dan ook bijzonder nuttig om daar een publicatie over uit te brengen. In een aantal hoofdstukken komen achtereenvolgens de belangrijkste vraagstukken aan bod:

  • Hoe relevant zijn ict-projecten voor het management?
  • Hoe zorgen we voor betrokkenheid van het management bij ict?
  • Hoe nemen we goede besluiten over ict-investeringen?
  • Hoe zorgen we dat ict-projecten aansluiten bij onze strategie?
  • Hoe kunnen we het succes van ict-projecten vergroten?
  • Hoe krijgen we grip op ict in onze organisatie?
  • Wat zijn de valkuilen? 
Het boekje leest makkelijk weg en de belangrijkste aspecten komen allemaal wel een keer aan bod in een beetje Jip- en Janneke taal. Maar daarmee is het goede nieuws wel op. Ik houd er niet van andermans werk een beetje als een stuurman aan de wal te becommentariëren. Af en toe ontkom ik er niet aan en dit is zo'n geval. 'Sturen op ict-projecten' is nu eenmaal niet meer dan een open-deurenboekje. Het blijft allemaal een beetje steken in wolligheid.
'Om een zinnig besluit te kunnen nemen over wel of niet investeren in een project, is het goed om expliciet in kaart te brengen wat het project oplevert. Het is gebruikelijk om deze informatie vast te leggen in een businesscase. In de businesscase staat wat het project oplevert in kwalitatieve zin en – waar mogelijk – in financiële zin. Hierdoor wordt duidelijk wat de baten zijn van het project voor de instelling. In de businesscase staat ook wat het project kost. Daarbij gaat het niet alleen om de kostprijs van het systeem maar ook om bijkomende kosten en terugkerende kosten voor zaken als licenties en beheer. Ook de benodigde inspanningen – al dan niet omgerekend naar geld – vormen een onderdeel van de kosten. Tot slot wordt in de businesscase meestal ook aangegeven wat de risico’s zijn. De risico’s maken inzichtelijk hoe groot de kans is dat het project slaagt en dat het ook daadwerkelijk de beoogde resultaten gaat opleveren.'
Alles wat er staat klopt. Omschrijvingen als 'het is gebruikelijk', 'waar mogelijk', 'meestal' halen het belang van een essentieel element als een businesscase onderuit. Het bepalen van de baten wordt even aangehaald,  
in amper twee regels komt het onderwerp risico's voorbij. Nergens in het hele boekje wordt aandacht besteed aan communicatie: misschien wel het meest cruciale aspect om verwachtingen te managen en draagvlak te creëren en een project te laten slagen.
Voor een beetje projectmanager staat er helemaal niets nieuws in het boekje. Voor iemand, die echt zijn licht op wil steken over het succesvol sturen op ict-projecten wellicht wel maar op een zo'n compacte, versimpelde manier, dat die er niets mee opschiet. 

Het is natuurlijk makkelijk om op deze manier commentaar te leveren op een boekje als dit. Wat zou dan beter zijn geweest? Naar mijn idee: schrijf een herkenbaar verhaal over een projectmanager die een concreet project gaat uitvoeren. Beschrijf de problemen die hij tegenkomt en al dan niet oplost. De manier waarop er in het project gestuurd wordt, wat er mis gaat, als een opdrachtgever zijn rol niet pakt. Beschrijf in kaders de achterliggende theorie. Gebruik de Kennisnet-website om uitgewerkte voorbeelden van de bijbehorende businesscase, het projectplan, een organisatieplaatje, een risico- en een issuelog te laten zien. 

Hoezo helpt 'Sturen op ict-projecten' MBO-instellingen om beter te sturen op projecten?  

donderdag 15 november 2012

Onderwijsdagen (4) - Toine Maes: het broeit in onderwijsland

Toine Maes - directeur Kennisnet

Onderwijs wordt, ondanks het feit sat het regelmatig negatief in het nieuws is, meer en meer gezien als een investering in plaats van een kostenpost. Daar hoort de vraag bij wat het rendement is van die investeringen.

Afgelopen jaar kwam het McKinsey-rapport: onderwijs zit in de watertrappelstand, hard werken maar het komt geen meter vooruit.
Er zijn landen die een enorme stap gezet, van good naar great of van great naar excellence. Kern van de aanpak die landen is focus op de docent.
De aanpak van dat rapport is gebeurt door veel mensen uit de sector en de politiek er bij te betrekken. Daardoor is het het een gedragen rapport wat er toe heeft geleid dat onderwijs gespaard wordt in de bezuinigingen.

Het derde punt van het afgelopen jaar zijn de financiële problemen van enkele instellingen duidelijk geworden. Het is dan makkelijk om op een negatieve stoel te gaan zitten, het is juist de kunst én noodzaak om toch positief te blijven.

Het onderwijs moet meer werk maken van massamaatwerk. Meer aandacht voor de individuele student op een efficiënte manier. Andere sectoren hebben dat almlang gedaan en daar de vruchten van te plukken. Daarvoor is de inmiddels ingezette professionaliseringsslag nodig. Dat vraagt ook om het terugdringen van de regeldruk zodat docenten hun tijd echt kunnen besteden aan waar voor ze aangesteld zijn.
Massamaatwerk kan niet gerealiseerd worden zoner ICT. Instellingen zijn zich aan het organiseren omdat voor elkaar te krijgen. Kijk naar saMBO~ICT, IPVO, SION, de manier waarop de onderwijsraden zich voorbereiden op een grotere inzet van ICT.

Alle sugnalen maken duidelijk dat het broeit in onderwijsland!

donderdag 3 november 2011

Meepraten en meedenken over flexibel onderwijs

Op dinsdag 29 november organiseert M&I/Partners een interactieve bijeenkomst over flexibel onderwijs  onder het motto 'van realisme naar realisatie'. Aanleiding voor deze bijeenkomst is het boek Beelden op Flexibel Onderwijs dat Kennisnet heeft uitgebracht. Als eindredacteur heb ik begin dit jaar alle ins en outs van het boekwerk meegemaakt.
Natuurlijk is het altijd de moeite waard om die artikelen te lezen maar misschien roepen die ook weer nieuwe vragen op of worden niet alle vragen beantwoord die je eigenlijk had. Of misschien heb je ervaringen die je juist delen met anderen! Het programma geeft je er alle gelegenheid toe.

De bijeenkomst heeft een ronde tafel opzet: in enkele ronden wordt aan de hand van een aantal stellingen een discussie gevoerd met de auteurs van de verschillende artikelen in het boek. Wil je meer weten over wat studenten nu eigenlijk wel of niet willen, wat er van docenten wordt verwacht, hoe het zit met standaardiseren of met de relatie tussen flexibiliseren en de 850-uren norm? Of wil je het nut van flexibiliseren nog eens tegen het licht houden? Meld je aan, er zijn geen kosten aan verbonden.
De bijeenkomst is van 15:30 tot 18:30 (lekker buiten de files om) bij het Hoornbeeck College in Amersfoort.

dinsdag 4 oktober 2011

Trendrapport MBO

De werkgoep Innovatie van saMBO~ICT heeft in samenwerking met Kennisnet een Trendrapport MBO uitgebracht. Daarin worden trends die van invloed kunnen zijn op het MBO in kaart gebracht. Het boekje werd gepresenteerd tijdens de saMBO~ICT conferentie van enkele weken geleden, ik had tot nu toe geen kans gezien er een bericht over te schrijven.

De auteurs, Pieter Vorstenbosch, Wilfred Rubens en Stephanie Ottenheim beschrijven de voor het MBO meest relevante technologieën vanuit twee invalshoeken: de maatschappelijke ontwikkelingen en de uitdagingen voor het MBO.

Als belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen onderscheiden zij een aantal verschuivingen op het gebied van:

  • Het ontstaan van de netwerksamenleving waar iedereen met iedereen continu in contaxt kan staan
  • De omschakeling van aanbod- naar vraaggerichte productie en dienstverlening waarin consumenten meer en meer op maat worden bediend
  • De ontwikkeling van nieuwe organisatie- en verdienmodellen waarbij geld op een andere manier wordt verdiend dan met traditionele productie en dienstverlening
  • De technologisering van het leven houdt in dat informatietechnologie ver is doorgedrongen in allerlei apperaten en processen


Het MBO staat voor een aantal uitdagingen:

  • Het organiseerbaar houden van het onderwijs is met name voor het MBO een grote uitdaging omdat het een grotere diversiteit kent dan welke andere onderwijssoort dan ook.
  • De samenwerking tussen MBO-instellingen en het bedrijfsleven moet geoptimaliseerd worden.
  • Studenten moeten worden beschouwd als volwassen internetconsumenten die hun eigen apparaten meebrengen en eisen stellen aan de internetverbinding.
  • En ook het MBO zal meer voor elkaar moeten krijgen met minder middelen.

Op welke manier kunnen technologische ontwikkelingen een meerwaarde bieden voor het onderwijs? Het rapport onderscheidt er zes. Daarbij wordt de technologie omschreven en wordt aangegeven wat de impact op het MBO kan zijn. Vervolgens beschrijven de auteurs de (mogelijke) toepassingen, enkele aandachtspunten en voorbeelden.

  1. Cloudcomputing. Kort gezegd komt het neer op het aanbieden van informatie en applicaties via het internet (in plaatjes altijd weergegeven als een wolkje). Dat gebeurt natuurlijk al lang maar zal alleen nog maar toenemen. 
  2. Social media bieden allerlei mogelijkheden om mensen met elkaar in contact te komen. Dat kan zowel in het primaire als in de ondersteunende processen worden ingezet.
  3. Verrijkte content biedt een student zoveel meer dan alleen maar tekst met wat statische plaatjes. 
  4. Augmented reality biedt een extra informatielaag over (een representatie van) de wereld om ons heen. Kijk door een speciale bril, venster of camera naar je omgeving en er wordt allerlei informatie gepresenteerd over die omgeving. Dit zit nog in het stadium 'leuk', echte (onderwijs)toepassingen zijn echter snel te verwachten.
  5. Het sematisch web heeft betrekking op het zoeken en presenteren van informatie. Het gaat een stap verder dan zoeken op basis van trefwoorden. Als je wilt weten of van Gogh ooit in Nice heeft gewerkt krijgt ook commentaren van mensen, die zijn werk 'very nice' vinden. In het semantisch web wordt ook de context meegenomen. Dan 'snapt' een computer op basis van andere gegevens beter welke informatie nu eigenlijk gezocht wordt. Dit kan van grote invloed zijn op leermateriaal!
  6. Met learning analitics wordt het mogelijk voorspellingen te doen over bijvoorbeeld het leertraject van een student.
In de praktijk zal het boekje terecht vooral terecht komen bij mensen die er al het een en ander van weten.Voor hen biedt het een 'wel aardig maar bekend' helder overzicht over de ontwikkelingen, die op de stoep staan. Voor de mensen die met dit boekje in de hand denken 'dat stuur ik even door naar Frits, die is met dit soort dingen bezig': Niet doen, Frits weet het allemaal wel, heeft dit boekje waarschijnlijk zelf al ergens vandaan gehaald. Sla open en lees het zelf!
Mocht je vervolgens nog vragen of ideeën hebben, meld je dan aan bij LinkedIn voor de groep 'De Onderwijsdagen en neem deel aan de discussie 'Welke technologie heeft de meeste impact op het onderwijs de komende jaren?'  

maandag 12 september 2011

Help, we hebben (g)een informatiemanager

Kennisnet brengt regelmatig tal van publicaties uit. Deze week worden meerdere publicaties gepresenteerd op de saMBO~ICT-conferentie, waaronder een uitgave over informatiemanagement en de rol van een informatiemanager in (MBO-) onderwijsinstellingen. Dit is een publicatie in de Hoe? Zo! reeks, die Kennisnet samen met saMBO~ICT uitbrengt.

Het boekje is een leuke uitgave geworden die duidelijk maakt wat informatiemanagent inhoudt en wat de rol van een informatiemanager daarin is (of zou moeten zijn). dat gebeurt op zijn 'Jip-en-Jannekes' maar zonder storende versimpelingen.
Er worden drie situaties onderscheiden, die ook in een zekere volgorde zijn gezet:
  • Het huis moet op orde
    Veel ICT-problemen, die opgelost moeten worden, perfomance moet beter.
  • Verbinden
    ICT-problemen zijn opgelost, nu moeten doelen en ambities enerzijds verbonden worden met de systemen anderzijds. 
  • Innovatie
    Verbeteren van processen met behulp van ICT om effectiever en efficiënter te kunnen werken, ook experimenteren 
De drie situaties vormen achtereenvolgens een opgaande lijn waarbij onderwijsambities in lijn zijn gebracht met de stand van de informatievoorzieningen: ambities kunnen hoger worden naarmate de ICT beter op orde is. Het zal duidelijk zijn: Een hoge ambitie met een slecht werkende ICT is een zeer ongewenste situatie.

Voor elk van de drie situaties is het speelveld van de informatiemanager in beeld gebracht: van een worsteling om het huis op orde te krijgen, via een opgave om te verbinden naar een uitdaging om te innoveren. De voorbeelden van situaties die hij tegen kan komen, spreken voor zich en worden goed in verband gebracht . met de kennis en competenties waarover de informatiemanager moet beschikken
Een informatiemanager speelt een cruciale rol tussen de 'vraagkant', de interne klanten, en de aanbodkant, de interne (of externe) leveranciers, zoals de dienst ICT. In veel instellingen maakt de informatiemanager deel uit van die dienst ICT, wat hem soms in een onmogelijke positie brengt.

Op een paar punten blijft het boekje wat vaag. Als je naar de definitie van het NGHI kijkt, dan is een informatiemanager eindverantwoordelijk voor de informatievoorziening binnen de organisatie. Daar zou je bijna uit afleiden dat hij dus ook voor de kwaliteit van die informatie verantwoordelijk zou zijn. Nog even los daarvan staat er heel regelmatig (en ook wel terecht) dat hij zaken in concept uitwerkt, voorlegt en laat goedkeuren door het management, de directie of de CIO. Dat is niet helemaal te rijmen met die eindverantwoordelijkheid. Daar gaat het boekje verder niet op in.
Het negenvlak van Rik Maes wordt aangehaald maar moet het verder doen met een verwijzing naar diens website. Jammer, want juist dat negenvlak is heel verhelderend voor de rol van een informatiemanager. Lees eens een artikel van hem en ervaar hoe inspirerend het negenvlak kan zijn.

Dat neemt niet weg, dat het een bijzonder leesbaar en waardevol boekje is geworden (lees even over nog wat opmaakfoutjes heen, waaronder het begrip 'Ínvoeren' in het plaatje op blz 5 waar eigenlijk 'Innoveren' had moeten staan...

woensdag 17 augustus 2011

Van optimisme naar realisme: Boekje Flexibel Onderwijs



Het heeft (eigenlijk te) lang geduurd maar nu is het er dan: het boekje Beelden op Flexibel Onderwijs, 4 jaar verder: van optimisme naar realisme. Het is een uitgave van Kennisnet met 9 artikelen over verschillende onderwerpen die met flexibel onderwijs te maken hebben. Als eindredacteur ben ik bij al die artikelen betrokken geweest. Grote klus, maar wel erg leuk om te doen en bijzonder leerzaam. De mooiste momenten vond ik nog de twee bijeenkomsten waarin de auteurs met elkaar in discussie gingen over verschillende aspecten van flexibel onderwijs.
Tijdens de bijeenkomsten, gesprekken en het schrijven aan de artikelen zijn bepaalde beelden ontstaan die in de loop van de tijd helderder zijn geworden en in een aantal van de artikelen ook een plek hebben gevonden. Een mooi voorbeeld is het onderscheid tussen flexibiliteit met een kleine f en Flexibiliteit met een grote F. Kleine flexibiliteit gaat vooral over de manier waarop een docent omgaat met de variatie in zijn groep, grote flexibiliteit gaat over de onderwijsorganisatie en onderwijslogistiek,  over het organiseren van onderwijs over groepen en opleidingen heen, wat de nodige standaardisatie vereist.

  • Dat beeld wordt opgeroepen in het eerste artikel, waarin de drie ‘kritische MBO2010-vrienden’ Iwan Basoski, Coen Massier en Leo van Hoek hun zorg uiten over het streven naar verregaande flexibilisering van het onderwijs (zie ook hier). ‘First things first’, zorg eerst voor een goede bedrijfsvoering, een goede begeleiding en een goede informatievoorziening naar de student, voordat er complexe organisatorische veranderingen worden doorgevoerd. En daarmee geven ze tussen de regels aan, dat er eerst aandacht moet zijn voor de kleine f voordat gestreefd wordt naar de grote F.
  • Erik Jongepier en Jacqueline van der Loo geven een uitgebreide toelichting op de scenario’s die in Triple A verband door een aantal roc’s verder zijn uitgewerkt. Aan dat thema is op verschillende plaatsen (hier en hier) al aandacht besteed maar het artikel geeft een prima overzicht.
  • Samen met Wim Matthijsse (Deltion College) en Nelie Groen (ROCvA) heb ik het idee van kleine en grote F verder uitgewerkt: eenvoud complexiteit.
  • Jonne van Diggele werkt de kleine f verder uit door te kijken naar de competenties die een flexibele docent zou moeten beheersen.
  • Samen met Luc Verburgh (Wellantcollege) heb ik het thema ‘Standaardiseren om te flexibiliseren’ verder uitgewerkt. Daarbij kijken we naar harde en de zachte standaarden.
  • Frans Thijssen (ROC de Leijgraaf) kijkt naar het applicatielandschap dat nodig is om flexibel onderwijs te kunnen ondersteunen. Dat doet vanuit een historisch persspectief.
  • Maaike van Kessel laat zien, hoe je naar de betaalbaarheid van flexibel onderwijs moet kijken. Zij maakt meteen al duidelijk dat het niet mogelijk is om antwoord te geven op de vraag, wat flebel onderwijs nu eigelijk kost. Het is een kwestie van keuzen maken.
  • Jaap de Mare gaat in op de relatie tussen de regelgeving en met name rondom de 850-klokuren norm. Hij laat zien dat flexibel onderwijs niet wordt belemmerd door die regels, als je de aanwezigheid van studenten én docenten maar goed registreert.
  • Tot slot leggen Patricia Gielen (IVA) en Jan-Kees Meindersma (Kennisnet) uit hoe flexibiliteit kan worden geïmplementeerd in een combinatie van topdown en bottomup aan de hand van een casus bij ROC ter Aa.

‘Wat in het vat zit, verzuurt niet’,  was de reactie die ik een paar keer terugkreeg als ik toch wel wat bezwaard de auteurs tussentijds informeerde over de stand van zaken en de onverhoopte vertragingen die af en toe weer opdoken. Ik vind het dan ook niet meer dan terecht dat ik vanaf deze plek al die auteurs oprecht bedank voor hun moeite, hun tijd, hun acceptatie van mijn kritische commentaren en uiteindelijk: hun geduld.
Benieuwd naar het boekje? Je kunt gratis een exemplaar bestellen als je een mailtje stuurt aan Wytske.van.hooijdonk@mxi.nl. Vermeld wel je adres! Je kunt de publicatie (binnenkort) ook downloaden van de Kennisnetwebsite. Ik hoor of lees wel wat je ervan vindt…

vrijdag 13 mei 2011

Kennisnet geeft handvatten voor leren op afstand ... zonder handvatten

Een bericht op Kennisnet maakte me attent op een publicatie waarin wat handvatten gegeven worden voor instellingen die nadenken over een digitale leeromgeving. De publicatie is opgezet met ROC Mondriaan.
In de publicatie worden scenario's geschetst waarin leren op afstand vormgegeven kan worden. Per scenario gaat de publicatie in op een aantal kenmerken:
  • Beschrijving van het scenario
  • Betekenis voor studenten
  • Het type content dat nodig is
  • Wat betekent het scenario voor de didactiek
  • Consequenties voor de organisatie
  • Financiële consequenties
Deze kenmerken worden uitgewerkt voor vijf scenario's:
  1. Klassiek model
    De docent stelt lesmateriaal digitaal beschikbaar, opdrachten worden digitaal ingeleverd
  2. Klassiek model op afstand
    De helft van de lessen wordt via video online gegeven
  3. Leerarrangementen
    Op basis van diagnostische toetsen wordt een deel van het lesmateriaal klaargezet op basis van leerbehoefte
  4. Zelfstandig leren
    Het onderwijs wordt helemaal op afstand verzorgd
  5. Community leren
    Onderwijs op afstand, studenten worden ingedeeld in groepen met dezelfde leervragen
Ik ben warm voorstander van het gebruik van ICT in het onderwijs. Zowel van ICT waarmee het leren effectiever wordt als van ICT waarmee het onderwijs efficiënter wordt. Er is een groot verschil tussen deze twee al is er sprake van een overlap. In deze publicatie ligt het accent wat meer op het organisatorische aspect.
Een publicatie als dit zou een bijdrage kunnen leveren aan meer ICT in het onderwijs. Maar daar heb je dan toch wel wat meer voor nodig...
Op een aantal punten gaan de auteurs (wie dat zijn???) wel heel erg kort door de bocht. Alsof docenten vanzelf het accent kunnen verleggen van lesgeven naar arrangeren van leermiddelen. Of alsof weblessen via een videoconferencingsysteem hetzelfde zijn als gewone lessen. Alsof de overheid geen eisen stelt aan 'In Instelling Verzord Onderwijs' (de 850-klokuren norm).
Er worden allerlei conclusies getrokken die veel weg hebben van 'wishful thinking'. Kostenbesparing door het delen van lesmateriaal, minder uren nodig voor begeleiding, dat soort dingen. Helaas, de werkelijkheid is vrijwel altijd anders.
Er ontbreken enkele bijzonder wezenlijke elementen aan het hele verhaal. Om er een paar te noemen:
Waarom zou je?
De inleiding op de website biedt geen helderheid:
"Veel mbo-instellingen houden zich bezig met de opzet van een digitale leeromgeving. Hierbij hebben zij echter nog weinig handvatten die hen helpen bij het maken van een keuze hierin."
Waarom een digitale leeromgeving, waarom 'leren op afstand'? Wat moet het opleveren? Die vraag wordt helemaal niet beantwoord. Ik zou het graag willen omdraaien. Het onderwijs moet efficiënter, er moet meer rendement uit een onderwijsuur gehaald worden. Op welke manier kan leren op afstand (naast andere zaken) daar een bijdrage aan leveren? Dan wordt het een middel in plaats van een doel!
Wat kost het, wat levert het op?De publicatie suggereert per scenario dat het om een dure of minder dure oplossing gaat. De onderbouwing ontbreekt. Wat er daadwerkelijk nodig is, is een uitgewerkte business case. Wat investeer je, wat moet het opleveren?
Van Kennisnet zou je mogen verwachten dat ze hun eigen Vier-in-Balans wat stringenter zouden hanteren voor publicaties als dit. Als instellingen daadwerkelijk nadenken over een digitale leeromgeving zullen ze zich dit soort vragen moeten stellen, moet er een visie onder liggen, een gefaseerd plan uitgewerkt worden, uitgangspunten worden benoemd, onderwijskundige en organisatorische keuzen worden gemaakt. Daarna kan een publicatie als dit wat inspiratie bieden. Vervolgens komt het nadenken over een digitale leeromgeving op basis van een uitgewerkt programma van eisen.
Jammer, dat de handvatten daarvoor niet wat verder uitgewerkt zijn.

vrijdag 29 april 2011

Flexibel onderwijs voor topsportleerlingen (2)

Even geleden besteedde ik al aandacht aan het project 'Ruimte voor Talent' waaraan ik heb meegewerkt. Het gaat daarbij over flexibel onderwijs voor leerlingen van een Centrum voor topsport en onderwijs (CTO). Inmiddels is ook het rapport, dat daarbij is opgesteld op innovatie.kennisnet.nl te vinden.
Overigens reageerde Paul Aerssens op het vorige bericht:
Het lijkt erop alsof Kennisnet alle credits toekomen voor de opzet van het project. Bekeken vanuit de werkvloer heeft de inbreng van Kennisnet in het CTO-project zich uitsluitend beperkt tot het opstellen van een onderwijskundig concept en niet het uitwerken daarvan. De uitwerking op het Sint-Joriscollege in Eindhoven vindt plaats op school samen met Threeships (N@tschool).
Nog even los of het hier gaat om een semantische discussie (het verschil tussen 'opstellen' en 'uitwerken'): De opmerking van Paul is terecht voor wat betreft het echte werk: die uitdaging ligt bij de scholen zelf! Ik hoop er af en toe wat te horen over de vorderingen...

vrijdag 15 april 2011

Flexibel onderwijs voor topsportleerlingen

De Metro kopte het al op de voorkant: Digitaal les voor topsporters. Gisteren organiseerden Kennisnet en het NOC*NSF een persbijeenkomst rondom de uitkomsten van het project 'Ruimte voor talent' in het kader van het Kennisnet/Surfnet Innovatieprogramma. Twee centra voor Topsportonderwijs (CTO) uit Heerenveen en Eindhoven krgen het onderwijs aan de topsportleerlingen niet meer georganiseerd rondom de sportagenda van de leerling. De situatie vroeg om een ander, veel flexibeler onderwijsconcept.
De oplossing werd gevonden door het grootste deel van onderwijs vorm te geven door middel van  e-learning. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Dat stelt immers eisen aan de leeromgeving, de digitale leermiddelen, de plannen van individuele leeroutes enzovoorts. Daarbij komt dan nog de vraag of de benodigde digitale systemen al beschikbaar zijn of dat er nog specifiek iets ontwikkeld moet worden. Kennisnet heeft daarom ondersteuning gezocht bij een aantal partijen bij het uitwerken van het oorspronkelijke onderwijsconcept.
Samen met een onderwijskundige van TriamFloat heb ik een bijdrage mogen leveren bij het uitwerken van het digitale onderwijsconcept. Wat voor eisen stel je aan de leermiddelen en aan de begeleiding?Hoe werkt een onderwijscatalogus (waarin het onderwijsaanbod is beschreven) idealiter samen met een onderwijsmagazijn (zeg maar: elektronische leeromgeving waarin de digitale leermiddelen zijn opgenomen)? Met collega's van Twynstra Gudde en Kennisnet zelf hebben we ook een marktscan gehouden waaruit duidelijk werd dat wat je nodig hebt voor een onderwijsconcept als dit al voor een belangrijk deel beschikbaar is op de markt! Ook veel van het benodigd lesmateriaal blijkt al beschikbaar te zijn. Mooie voorbeelden die prima in het onderwijsconcept passen bij o.a. Malmberg (Of Course), bij StudioVO, Math4All, Les2.0, enzovoorts. Meer over dit project is te vinden op innovatie.kennisnet.nl.
Het lijkt een beetje 'overdone' om voor twee scholen een dergelijk project op poten te zetten. Het punt is vooral dat hier een duidelijke noodzaak ligt om het onderwijs te innoveren omdat het bestaande concept niet meer voldoet. Dat geldt op veel meer plaatsen. In een dergelijke praktijksituatie wordt veel ervaring opgedaan voor andere scholen met andere situaties maar in wezen de zelfde problemen.
In situaties als dit, speelt geld altijd een cruciale rol. Dan is het toch zuur om te moeten constateren dat de overheid het allemaal welletjes vindt en de stekker trekt uit het Kennisnet/Surfnet Innovatieprogramma...
Het was geen makkelijk project maar dat geeft alleen des te meer voldoening als je er achteraf op terug kijkt. Met name de relatie tussen onderwijscatalogus en onderwijsmagazijn blijkt in de praktijk nog heel complexe materie te zijn. Zo'n legosteentjes metafoor zoals die bij Triple A wordt gebruikt, geeft veel inzicht maar blijkt in de praktijk toch wat lastiger te realiseren, zeker als de twee onderdelen niet in dezelfde applicatie zijn opgenomen. Hier is nog wel wat werk te verrichten.