donderdag 22 december 2011

Bring your own device? Of toch niet?

De derde blogpost over Bring your own device was een zware bevalling. Dat had een paar redenen. De eerste reden was het gevoel dat het nog te weinig over BYOD ging. De meeste voorbeelden, die we  beschreven in het tweede bericht, gingen over door school aangeschafte iPads. Wilfed Rubens constateerde dat ook al in de reactie die hij gaf op zijn eigen blog. De  tweede reden was het grote aantal aspecten en randvoorwaarden die met het goed organiseren van BYOD gepaard gaat. Probeer dat maar eens samen te vatten zonder er een droge opsomming van te maken!

Over 'al dan niet BYOD' hebben we het achter de schermen ook gehad. Een aantal mensen, met wie ik in dit kader gesproken heb, vond de manier waarop een leerling over een educatief ondersteunend apparaat kan beschikken niet zo heel erg relevant. Het ging hen meer om wat ze er in het onderwijs mee kunnen doen. Bovendien: in het PO en VO hebben scholen nauwelijks mogelijkheden om leerlingen te verplichten een dergelijk apparaat aan te laten schaffen en mee te laten brengen. Daar speelt het daadwerkelijk zelf meebrengen van je eigen apparaat dus veel minder.

Naar mijn idee komt daar nog iets bij: voor een aantal van de randvoorwaarden maakt het niet zo gek veel uit of de apparaten worden meegebracht of door de school zijn aangeschaft. Neem nu de onderwijsvisie: het gaat er om wat je er mee wilt bereiken in je onderwijs in termen van de kwaliteit van het leren. Evenmin  maakt het voor de professionalisering iets uit of het gaat om een zelf aangeschaft of een gekregen apparaat. Ook de technische vraagstukken komen in beide situaties voor een belangrijk deel overeen. Een draadloos netwerk met een behoorlijke capaciteit zullen scholen in beide gevallen moeten hebben. En de beveiliging? Dit speelt voor de apparaten die door docenten gebruikt worden, minder voor de leerlingapparaten. Zie daarvoor een eerder bericht.
Op een aantal vlakken ontstaan verschillen en zullen er keuzes gemaakt moeten worden: op welke manier wil je er voor zorgen dat iedereen over de goede applicaties kan beschikken? Bij aangeschafte apparaten kun je dat op een standaardmanier regelen, bij BYOD ligt dat een stuk moeilijker. En bied je bij BYOD een bepaalde vorm van ondersteuning of laat je dat aan de gebruiker over? Dat soort zaken.

De essentie van BYOD voor bijvoorbeeld bedrijven is dat medewerkers zelf een keuze kunnen maken voor een apparaat en de programma's waarmee ze willen werken. De filosofie daarachter is, dat die medewerkers meer tevreden zijn over dat apparaat en de apps en daardoor wellicht productiever kunnen zijn (naar mijn idee nog niet aangetoond of onderzocht). Of het goedkoper wordt voor bedrijven is nog maar de vraag. Een bedrijfsapparaat voor een medewerker is een (fiscaal aftrekbare) kostenpost voor een bedrijf. Als die medewerker in plaats daarvan een vergoeding krijgt om daar zelf iets voor te kopen, moet die werknemer daar in veel gevallen belasting betalen over die vergoeding en moet dus een hogere brutovergoeding krijgen om het apparaat te kunnen aanschaffen.
In het onderwijs (voor de leerlingen) ligt dat anders. Zoals al gezegd, een verplichte aanschaf voor de leerlingen zit er niet zomaar in. Waar het in het onderwijs vooral om draait is het feit dat steeds meer leerlingen een mobieltje meebrengen. Als je er eenmaal van uit kunt gaan dat de meeste leerlingen wel zo'n apparaat hebben, kun je er in het onderwijs gebruik van gaan maken.
In de tussentijd zal het dus gaan om 'BYOD' tussen aanhalingstekens...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reacties zijn welkom