Posts tonen met het label onderwijslogistiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderwijslogistiek. Alle posts tonen

vrijdag 19 februari 2016

Onderwijslogistiek: meer dan plannen en roosteren alleen!

De MBO-academie verzorgt al jaar en dag allerlei scholingsprogramma's. Daarbij komt onderwijslogistiek steeds opnieuw terug op het programma onder de titel: Onderwijslogistiek, meer dan roosteren alleen!. De training wordt al even lang gegeven door Peter Verdaasdonk van Advitrae, geen onbekende op dit gebied.

Ik ben het volkomen eens met de stelling, nou ja, de titel: onderwijslogistiek gaat over veel meer dan roosteren alleen. Een goed rooster begint al in het onderwijsontwerp. Er zijn vervolgens enkele vertaalslagen nodig om dat onderwijsontwerp in een rooster te krijgen.



Je kunt de blokjes ook andere titels geven:
  • Onderwijsontwerp
  • Strategische planning (meerjarenplanning)
  • Tactische planning (jaarplanning)
  • Operationele planning (roosteren)
  • Onderhouden operationele planning (dagroosteren)
Er is veel te vertellen over het goed inrichten van deze keten om tijdig goede en stabiele roosters te krijgen. Maar behalve het goed inrichten van deze keten zijn er ook nog tal van andere processen en besluiten in de organisatie waar de onderwijslogistieke keten wel van afhankelijk is. Toch wordt er in de praktijk bij die processen en besluiten nauwelijks of geen rekening gehouden met de deadlines in de onderwijslogistieke keten. 
Waar merk je het aan, als dat niet goed loopt? Dan klopt het rooster niet en zijn er dus weer roosterwijzigingen nodig. Het aantal roosterwijzigingen is dus een maat voor de kwaliteit van het onderwijslogistieke proces. 

In de praktijk zie ik het regelmatig misgaan. Daarom zou ik de stelling uit de introductie willen uitbreiden: 
Onderwijslogistiek: meer dan plannen en roosteren alleen!
Een paar voorbeelden waar ik het fout zie gaan.
  • MBO-instellingen zijn druk bezig met het de Herziening Kwalificatie Structuur (HKS).
    Kort gezegd komt het er op neer, dat alle opleidingen opnieuw ontworpen en ingericht moeten worden. Vanaf 1 augustus 2016 moeten die opleidingen gaan draaien. Iedereen zal blij zijn als in juni het herontwerp klaar is. Vaak wordt er in het project helemaal geen rekening gehouden met het feit, dat die resultaten nog verwerkt moeten worden in een nieuw rooster, sterker nog, het roosterbureau of de onderwijslogistieke organisatie is helemaal niet betrokken bij de projectplanning. Het gevolg is, dat eind juni het resultaat bij het roosterbureau over de schutting zal worden gegooid. 
  • Het onderwijs verandert voortdurend. Steeds opnieuw zijn er allerlei projecten waar docenten bij ingezet worden. Hoewel de wat grotere projecten al ruim voor de zomervakantie bekend zijn, wordt de inzet van die docenten vaak pas na de zomervakantie bepaald. Met roosterwijzigingen tot gevolg. 
  • Een grote bron van onzekerheid zijn de aanmeldingen van nieuwe studenten en daarmee de formatie die daarmee gemoeid is. Vaak worden die formatiebesprekingen echter pas gepland op een moment, dat de jaarplanning eigenlijk al rond zou moeten zijn. 
In de workshops, die ik bij onderwijsinstellingen houdt rondom dit thema, komen deze problemen steeds weer boven tafel. Daarbij komt ook steeds weer naar boven, dat met een paar niet zo moeilijke maatregelen er veel winst te halen valt.

Kern van die oplossingen is steeds: niet wachten tot je vrijwel zeker bent van de planningsgegevens maar neem eerder in de keten bepaalde besluiten. Een paar eenvoudige voorbeelden:
  • Bij het herontwerp (HKS) hoef je helemaal niet tot eind juni te wachten om planningsgegevens aan te leveren. Op de eerste plaats heeft het herontwerp betrekking op de nieuwe opleidingen dus op de nieuwe eerste jaars. Alle gegevens van de hogere jaars zijn volgend jaar grotendeels nog geldig.
    Voor de nieuwe opleidingen gaat het dus om de alleen om de eerste jaars. In het proces van de jaarplanning gaat het in feite ook nog alleen maar om de planning en het rooster van de eerste jaars in de eerste periode. Neem daarom in april al een besluit over het lesprogramma van de van de eerste jaars in eerste periode. De rest in de periode tot de zomervakantie afgewerkt worden zonder dat het roosterproces daar hinder van ondervindt. Mocht later blijken, dat er in het programma nog iets wijzigt, kan dat vanaf de tweede periode worden meegenomen.
  • Maak een projectenkalender en deel die met het roosterbureau en de opleidingsmanagers!
  • Hetzelfde geldt in feite ook voor de formatie en werkverdeling. Neem tijdig besluiten over het (voorlopig) aantal groepen in de eerste periode en de formatie die daarbij hoort zodat ook de werving van docenten tijdig kan starten. 
Onderwijslogistiek is een vrij nieuwe tak van sport. Het onderwijslogistieke denken zijn we nog aan het leren...

vrijdag 12 februari 2016

Een onderwijslogistiek model dat alles oplost?

Gert Idema gaf tijdens de Sambo-ICT conferentie een interactieve presentatie over de Special Interest Group (SIG) Onderwijslogistiek van Surf.  De special interest group Onderwijslogistiek omschrijft onderwijslogistiek als...
...het geheel van processen, systemen en informatiestromen die het mogelijk maken dat het onderwijs op hogescholen en universiteiten gestroomlijnd verloopt.
Je zou zeggen dat het MBO niet in dit rijtje zou misstaan. Toch zie je regelmatig dat onderwijslogistiek in het MBO wat beperkter wordt geïnterpreteerd. Daar bestaat de onderwijslogistieke keten vooral uit de hele keten van onderwijsplanning: onderwijs ontwikkelen - meerjarenplanning - jaarplanning - operationele planning (roosteren). Binnen het HO omvat onderwijslogistiek ook de hele keten van onderwijsuitvoering (instroom - doorstroom - uitstroom). Het is belangrijk om je dat onderscheid te realiseren omdat dat ook consequenties heeft voor de inrichting van de organisatie.
Onderwijslogistiek heeft vooral betrekking op ketenprocessen. In elk proces levert een product dat weer de input vormt in één of meerdere andere processen. Als de samenhang tussen die processen niet goed geregeld is, gaan er dingen fout. Hoe zorg je voor die samenhang. Nou, op de eerste plaats door die inzichtelijk te maken.

Tijdens de presentatie kwam het onderwijslogistieke model aan bod dat door de SIG is gemaakt. Dat model wordt goed beschreven in een artikel in een nummer van OnderwijsInnovatie van de OU.
Het model moet vooral de samenhang tussen alle processen laten zien. Nu is een model altijd een benadering van de werkelijkheid (dat geldt zelfs voor een fotomodel). Dus wat is nu het waarheidsgehalte van dit model? Of de bruikbaarheid? Als je het bijgaande plaatje bekijkt, kun je je immers ook andere indelingen voorstellen.

En laat dat nu juist de kracht van dit model zijn!
De SIG heeft het model in de vorm van een puzzel uitgebracht. Een ondergrond met een honingraat en de
verschillende elementen als een los puzzelstukje daarbij. Door groepen van verschillende stakeholders met elkaar aan het puzzelen te zetten ontstaat inzicht in de samenhang en met name de afhankelijkheid tussen de verschillende processen, inzicht in de informatieketen en het belang van afstemming en samenwerking. Dat er uit de puzzel een ander plaatje uit komt dan wat hierboven is weergegeven, is dan ook helemaal niet erg.
Het is dus zeker geen onderwijslogistiek model dat alles oplost maar het kan wel het begrip in onderwijslogistiek vergroten.

Natuurlijk ben je er niet met het spelen van het puzzelspel. Met de resultaten van de puzzels en de discussies moet de organisatie verder aan de slag. Dat kan dan leiden tot een eigen onderwijslogistiek model.

woensdag 7 oktober 2015

Onderwijslogistiek van keuzedelen - deel 2

In mijn vorige blog schreef ik al over dit onderwerp naar aanleiding van de afgelopen Sambo-ICT conferentie.  Vanuit het oogpunt van onderwijslogistiek was het in elk geval een bijzonder interessante conferentie!
In een sessie gingen Elsa van Bruggen (Regie Herziening MBO) en Henk-Jan van Ginkel (saMBO-ICT) in op de bedrijfsvoering van de keuzedelen. Leuke workshop met een leuke werkvorm (een quiz in Socrative). De inhoud viel me een beetje tegen in die zin dat er maar weinig verteld werd over het 'Hoe' van de bedrijfsvoering rondom de HKS. Wat dat betreft is er ook nog wel te halen bij de website van Herziening MBO en een publicatie waarin veel zaken in perspectief worden geplaatst.



In een drukke workshop presenteerden Martijn Broekhuizen en ik vervolgens de Managementgame Keuzedelen. In deze game krijgen groepjes allerlei dilemma's voorgelegd waarin alleen met 'ja' of 'nee' op kan worden geantwoord. Allerlei adviseurs voorzien de spelers van adviezen, die zij in hun overweging kunnen betrekken.
Na afloop verschijnt er een ROC-bode waarin de verschillende betrokkenen uit de game aan het woord komen. Het verhaal, dat ze vertellen, is gebaseerd op de keuzen die tijdens de game worden gemaakt. In de rapportage staat ook een weergave van de resultaten. Daar moet niet zoveel waarde aangehecht worden, de game is eigenlijk best wel een beetje plat. dat is helemaal geen probleem omdat de werkelijk opbrengst van het spelen zit in de discussie tijdens en na afloop van het spelen. Een impressie van een dergelijke rapportage is hier te vinden.

Wil je meer weten over deze game? Stuur me dan een mailtje!



donderdag 1 oktober 2015

Onderwijslogistiek van keuzedelen

Bij de invoering van de herziene kwalificatiestructuur vormen de keuzedelen een apart verhaal. Hoewel de verplichte invoering per 1 augustus 2016 voor de deur staat, lijken de onderwijslogistiek
en informatievoorziening minder aandacht te krijgen dan nodig. Als dat gebeurt, komen belangrijke invoeringsproblemen pas tijdens de uitvoering aan het licht. In een artikel in Profiel van juni 2015 heb ik geschreven over een aantal belangrijke onderwijslogistieke aandachtspunten bij de invoering van die keuzedelen.

Maar ja, papier is geduldig. Hoe kun je er voor zorgen, dat organisaties zich bewust zijn van een aantal keuzes en met name van de consequenties van die keuzes? Samen met Martijn Broekhuizen van het Noorderpoort heb ik een managementgame opgezet, die een aantal van die keuzes presenteert. Bij elke casus presenteert een aantal betrokkenen zijn of haar visie op het vraagstuk. Als speler moet je een keus maken: ja of nee. Aan het einde van de game verschijnt er een artikel waarin de resultaten in verhaalvorm worden gepresenteerd op basis van de gemaakte keuzes.
De game zelf duurt maar een minuut of 20. De leerwinst zit hem in de groepsdiscussie na die game.

Op 2 oktober presenteren Martijn en ik de game op de Sambo-ICT conferentie bij het ID-college in Gouda. Daar komt nog een presentatie over de bedrijfsvoering rond keuzedelen, er begint dus (eindelijk) aandacht voor die onderwijslogistieke consequenties te komen. Dat is in elk geval al heel mooi! Ik kom er later dus nog een keer op terug!


maandag 20 januari 2014

Verbeteringen onderwijslogistiek bij het Drenthe College (#sambo-ict)

(bron: Volkskrant)
Jaap de Mare en Jacco Heikoop geven op de saMBO-ICT-conferentie een toelichting over het veranderingstraject Onderwijslogistiek bij het Drenthe College.
Het Drenthe College is op een aantal punten wat anders dan anderen. Zo is het een van de weinige roc's met Magister als studentadministratiesysteem. Verder kent het DC ook de functie van planner naast die van roostermaker. Het functioneel beheer is (weer) ondergebracht bij ICT in plaats van, zoals min of meer gebruikelijk, bij de functionele eenheden.

De aanleiding voor het onderwijslogistiek project was Focus op Vakmanschap. Met het verkorten van opleidingen en een toename van het aantal lessen zal er een grote druk op het rooster komen te staan.

Jaap de Mare hanteert voor het Drenthe College een vereenvoudigde definitie van onderwijslogistiek:
  1. Zo goed mogelijke roosters ...
    (Maar wat is een goed rooster? Dat is niet makkelijk in beeld te brengen.)
  2. ... waarin het volledige onderwijsprogramma wordt gerealiseerd ...
    (Veel keuzes worden al in het curriculum gemaakt. Het is een gegeven dat er weinig overleg is over de afstemming tussen teams / opleidingen.)
  3. ... voor alle studenten / groepen ...
    (Groepsgroottes zijn belangrijk. De norm is 1:22 (3.350 € / voltijdsstudent). Dat leidt tot een gemiddelde groepsgrootte van ongeveer 16 studenten.)
  4. ... gegeven de beschikbare ruimtes (lokalen) ...
    (Er is een trend naar minder maar beter bruikbare ruimtes.)
  5. ... en gegeven het beschikbare budget (docenten, instructeurs, materialen).
    (Hier zijn nog allerlei uitdagingen zoals een beperkt budget, uitstroom van docenten, noem maar op.)
Het project draait rond vijf thema's
  • Organisatie
    • Richt een functionele kolom onderwijslogistiek in met een coordinator aan het hoofd.
    • Organiseer planning en roostering per locatie. Dat brengt de onderwijslogistiek dicht bij de vloer in tegenstelling tot centrale roosterafdelingen. 
    • Perioderoosters worden door planners gemaakt. Week- en dagroosters worden gemaakt door administratieve medewerkers. 
    • Praat met studenten, niet alleen over studenten, met name voor wat betreft de vraag 'wat is een goed rooster?'
  • Proces
    • Bedrijfsregels afspreken
    • Afspraak is afspraak, geen vrijblijvende deadlines
    • Rol teammanagers is cruciaal: standvasting en beslisvaardig
    • Alle stakeholders betrekken
  • Meten is weten: rapportages over
    • inzet van docenten (gepland en gerealiseerd) 
    • groepsgroottes
    • uren onderwijs per docent / team
    • gebruik van lokalen (per type lokaal, zowel in uren als in stoelen)
    • aantal roosterwijzigingen
    • kwaliteit van het rooster (op korte termijn moeilijk vast te stellen).
      Een roosterautomaat optimaliseert het rooster op kwaliteit. Dat gaat over afspraken (aantal tussenuren, niet te veel moeilijke vakken achter elkaar, zelfs looprichting van studenten bij leswisselingen)
  • Applicaties
    Hierbij gaat het om input, processtappen en applicaties. Zo staan curricula in Word, de planning in Excel, roosters worden gemaakt in Untis, aan- en afwezigheid en formatief resultaatbeheer wordt bijgehouden in Magister.
    Op dit moment zijn er maar weining applicaties beschikbaar op markt voor de onderwijsplanning (plan van inzet)..
  • Kennis en scholing
    • Training onderwijslogistiek voor planners en roostermakers. 
    • Training onderwijslostiek voor onderwijsmanagers
    • Gluren bij de buren
Er volgde nog een discussie over de invloed van docenten persoonlijke met wensen op het rooster. Verschillende voorbeelden passeerden de revus:
Een docente wil niet werken op woensdagmiddag in verband met een kind op de basisschool. Na 12 jaar staat die afspraak er nog steeds. Een docent, die niet om half negen wil beginnen 'omdat het fietspad dan zo vol is'. Keuzevrijheid bij het invullen van de BAPO is ook een beruchte.
In de organisatie moet je er eigenlijk voor zorgen dat (alleen dringende) roosterwensen door een teammanager of directeur worden goedgekeurd. En verder geen rechtstreeks contact tussen docent en roostermaker.

woensdag 9 november 2011

Ict in de Sterrenschool op de #OWD11

Inmiddels is het concept van de Netwerkschool vrij breed bekend. De PO-tegenhanger, de Sterrenschool is veel minder bekend. Kees Kraaijenveld (Argumentenfabriek) en Michael van de Wetering (Kennisnet) geven een toelichting op het concept.

Hoe denk je na over innovatie in het onderwijs?
Stel dat je helemaal opnieuw kon beginnen met een nieuwe school. Gebaseerd op al beschikbare, moderne kennis van organisaties, leren, onderwijs, ICT, en dat alles mag niet duurder worden. Die werkwijze heeft in eerste instantie geleid tot de Netwerkschool, bedoeld voor de 12+ leerlingen.

Vijf sterren
De Sterrenschool is bedoeld voor 12-. De Sterrenschool is een 5-sterren kindcentrum voor kinderen van 0-12.

  • Kinderen leren in één klimaat. 
  • De school het hele jaar open. 
  • Er is een binding met de buurt. 
  • De nadruk op taal, rekenen en lezen. 
  • Maatwerk voor ieder kind, zodat die zoveel mogelijk uit het eigen talent kan halen.

Er zijn verschillende boekwerken verschenen. Sterrenschool 2.1 gaat in op het maatwerk. Dat leidde tot een vervolg over de digitale doorbraak: functionele eisen aan de Sterrenschool-ICT.

Maatwerk met ICT
Een kind individueel bedienen kan alleen maar met een goede inzet van ICT. De Cloud is een belangrijk uitgangspunt. Het materiaal en de noodzakelijke informatie is dus overal beschikbaar. Dus ook thuis, op school of op andere locaties. De cloud brengt ook een stuk ontzorging met zich mee, je neemt functionaliteiten af.
De digitale omgeving kent vier functionele componenten:

  • Digitale leeromgeving. Die serveert lesmateriaal uit langs de individuele leerlijn. Dat hoeft lang altijd te gaan om digitaal materiaal, een verwijzing naar een boek of een uurtje sport kan ook geserveerd worden..
  • De stille kracht zit in het Plannings- en boekingssysteem. Daaronder hangen allerlei 'registers' met gegevens die nodig zijn om inzicht te krijgen in de actuele situatie van alle leerlingen en om daarop te kunnen plannen (Learning Analytics!) 
  • Het Administratief systeem vult de registers en koppelt bepaalde gegevens aan andere gegevens, bijvoorbeeld de kosten van de geregistreerde uren afgenomen kinderopvang.
  • Het Informatieoverzicht is in feite een portaal dat de informatie biedt aan ouders en andere betrokkenen over het kind.

Het uitgewerkte concept vormt een functionele beschrijving dat scholen en andere partijen moet uitdagen om er mee aan de slag te gaan. Het belangrijkste element is de continue adaptatie van de individuele leerreis van de leerlingen. Dat omvat een schema met daarin zitten allerlei terugkoppellussen die de voortgang volgen en een passende ondersteuning bieden.

Inmiddels zijn er verschillende scholen die volgens het Sterrenschoolconcept aan de slag zijn gegaan onder andere in Zevenaar en Apeldoorn.









donderdag 3 november 2011

Meepraten en meedenken over flexibel onderwijs

Op dinsdag 29 november organiseert M&I/Partners een interactieve bijeenkomst over flexibel onderwijs  onder het motto 'van realisme naar realisatie'. Aanleiding voor deze bijeenkomst is het boek Beelden op Flexibel Onderwijs dat Kennisnet heeft uitgebracht. Als eindredacteur heb ik begin dit jaar alle ins en outs van het boekwerk meegemaakt.
Natuurlijk is het altijd de moeite waard om die artikelen te lezen maar misschien roepen die ook weer nieuwe vragen op of worden niet alle vragen beantwoord die je eigenlijk had. Of misschien heb je ervaringen die je juist delen met anderen! Het programma geeft je er alle gelegenheid toe.

De bijeenkomst heeft een ronde tafel opzet: in enkele ronden wordt aan de hand van een aantal stellingen een discussie gevoerd met de auteurs van de verschillende artikelen in het boek. Wil je meer weten over wat studenten nu eigenlijk wel of niet willen, wat er van docenten wordt verwacht, hoe het zit met standaardiseren of met de relatie tussen flexibiliseren en de 850-uren norm? Of wil je het nut van flexibiliseren nog eens tegen het licht houden? Meld je aan, er zijn geen kosten aan verbonden.
De bijeenkomst is van 15:30 tot 18:30 (lekker buiten de files om) bij het Hoornbeeck College in Amersfoort.

zondag 23 oktober 2011

Voorbereiden op de Onderwijsdagen


Over een week of twee is het alweer zover, dan barsten de Onderwijsdagen weer los. Een 'must' voor al diegenen die zich bezighouden met Onderwijs en ICT.
In antwoord op de vraag van Karin van alweer even geleden heb ik voor mezelf ook eens op een rijtje gezet, wat ik allemaal moet doen om goed voorbereid te zijn op alles wat er komen gaat. Een overzicht...

  • Eerst maar eens een idee aanleveren voor een presentatie.
    De meeste conferenties vragen al heel lang van te voren om presentatie-ideeën. Meestal moet dat zo lang van te voren worden aangemeld, dat je op dat moment nog helemaal geen idee hebt. En als je al een idee hebt, moet je nog maar afwachten of dat idee een half jaar later nog net zo goed is.
    Dit jaar deed zich een mooie gelegenheid voor: Het Hoornbeeck College gaat als eerste roc aan de slag met de onderwijslogistiek module van Eduarte. Dat is nog eens 'the proof of the pudding', zowel voor de instelling als voor de leverancier. Het voorstel is ingediend en gehonoreerd! 
  • Aanmelden en programma bekijken
    Ook dit jaar weer een hele uitdaging om uit de vele keynotes en presentaties de highlights er uit te halen. Gelukkig biedt de website de mogelijkheid je eigen programma samen te stellen.
  • De discussies op LinkedIn een beetje bijhouden
    Op LinkedIn is er een speciale groep 'dé Onderwijsdagen 2011' ingericht, waar je lid van kunt worden. Dat biedt al een aardig overzicht over relevante thema's. Ook een mooie plek voor presentatoren om de eigen presentatie al een beetje in te leiden. 
  • Technische voorbereiding
    Misschien niet het eerste waar de meesten aan denken. Voor een hoop mensen toch even de vraag of er draadloos internet is, en zo ja, hoe je daar gebruik van kunt maken. Anders valt er weinig te bloggen en te twitteren.
    Op de website is er in elk geval niets over te vinden. Wel is er een app beschikbaar die je kunt downloaden. Daar staat het hele programma in. Mooi. Maar wacht even, daar kan ik mijn eigen programma niet in aangeven. Da's niet handig.
    In de app staat vermeld, dat er Wifi is en dat je via EduRoam gebruik kunt maken van de toegang tot internet. Er zullen ook gastaccounts beschikbaar zijn voor mensen die niet over een EduRoam-account beschikken.
    Wat me leuk lijkt is de FriendFinder in de app. Nog wel even uitzoeken hoe dat werkt...
  • Presentatie maken
    Dat moet de komende dagen gaan gebeuren. De eerste ideeën zijn er al, in elk geval wordt het een interessant verhaal rondom de 'lessons learned'  voor alle gebruikers van Eduarte én iedereen die nadenkt over onderwijslogistiek in het MBO of HO!


donderdag 29 september 2011

Ook voor flexibel onderwijs geldt: de proof of the pudding...

Het is niet echt gebruikelijk dat ik berichten plaats over mijn werk bij klanten. Soms zijn er redenen om dat wel te doen: Onze inzending voor een presentatie op de Onderwijsdagen (nr 35) is gehonoreerd!

De presentatie zal gaan over een flexibiliseringsproject bij het Hoornbeeck College. Dat project  is gebaseerd op het idee om uit te gaan van de 80-20 regel als je maatwerk aan studenten wilt leveren. Daarbij wordt die regel zodanig uitgelegd, dat studenten voor pakweg 80% aan een zeker basisprofiel voldoen. Voor 20% hebben ze behoefte aan een persoonlijke invulling van het leertraject. Met dat uitgangspunt hoef je eigenlijk ook 'maar' 20% van je onderwijs te flexibiliseren. Maatwerk met mate, zou je kunnen zeggen. Natuurlijk hoeft die verhouding niet echt 80-20 hoeft te zijn, 90-10 of 95-5 mag ook. Het principe is dus schaalbaar!

In de voorbereidingsfase is alles uitgewerkt in afspraken, zijn de processen beschreven en zijn er leereenheden gemaakt als vulling voor een flexcatalogus.
En net op het moment dat ICT een onmisbare schakel begon te worden kwam de Eduartemodule OLS (Onderwijslogistiek) op de markt. Omdat het Hoornbeeck College al een groot deel van de Eduarte modules had geïmplementeerd of nog aan het implementeren is, was een keus snel gemaakt: de module bleek prima te passen op het programma van eisen dat vooraf was opgesteld.

Nu is de voorbereiding voor de implementatie in volle gang. Als eerste roc van Nederland gaat binnenkort  een eerste pilot van start op één Hoornbeecklocatie, daarna volgen pilots op de andere locaties.
'The proof of the pudding is in the eating'. Tijdens het inrichten, presenteren en uitproberen van de applicatie groeit het inzicht in de onderliggende processen, ontstaat inzicht in de mogelijkheden en worden oplossingen bedacht voor problemen die zich voordoen. Er wordt momenteel dan ook erg veel geleerd, zowel door het Hoornbeeck College als door de leverancier en niet in de laatste plaats door mij als adviseur.

En op 8 november delen we onze ervaringen op de Onderwijsdagen. Dan volgt hier wel weer een verhaal over de stand van zaken op dat moment.


woensdag 17 augustus 2011

Van optimisme naar realisme: Boekje Flexibel Onderwijs



Het heeft (eigenlijk te) lang geduurd maar nu is het er dan: het boekje Beelden op Flexibel Onderwijs, 4 jaar verder: van optimisme naar realisme. Het is een uitgave van Kennisnet met 9 artikelen over verschillende onderwerpen die met flexibel onderwijs te maken hebben. Als eindredacteur ben ik bij al die artikelen betrokken geweest. Grote klus, maar wel erg leuk om te doen en bijzonder leerzaam. De mooiste momenten vond ik nog de twee bijeenkomsten waarin de auteurs met elkaar in discussie gingen over verschillende aspecten van flexibel onderwijs.
Tijdens de bijeenkomsten, gesprekken en het schrijven aan de artikelen zijn bepaalde beelden ontstaan die in de loop van de tijd helderder zijn geworden en in een aantal van de artikelen ook een plek hebben gevonden. Een mooi voorbeeld is het onderscheid tussen flexibiliteit met een kleine f en Flexibiliteit met een grote F. Kleine flexibiliteit gaat vooral over de manier waarop een docent omgaat met de variatie in zijn groep, grote flexibiliteit gaat over de onderwijsorganisatie en onderwijslogistiek,  over het organiseren van onderwijs over groepen en opleidingen heen, wat de nodige standaardisatie vereist.

  • Dat beeld wordt opgeroepen in het eerste artikel, waarin de drie ‘kritische MBO2010-vrienden’ Iwan Basoski, Coen Massier en Leo van Hoek hun zorg uiten over het streven naar verregaande flexibilisering van het onderwijs (zie ook hier). ‘First things first’, zorg eerst voor een goede bedrijfsvoering, een goede begeleiding en een goede informatievoorziening naar de student, voordat er complexe organisatorische veranderingen worden doorgevoerd. En daarmee geven ze tussen de regels aan, dat er eerst aandacht moet zijn voor de kleine f voordat gestreefd wordt naar de grote F.
  • Erik Jongepier en Jacqueline van der Loo geven een uitgebreide toelichting op de scenario’s die in Triple A verband door een aantal roc’s verder zijn uitgewerkt. Aan dat thema is op verschillende plaatsen (hier en hier) al aandacht besteed maar het artikel geeft een prima overzicht.
  • Samen met Wim Matthijsse (Deltion College) en Nelie Groen (ROCvA) heb ik het idee van kleine en grote F verder uitgewerkt: eenvoud complexiteit.
  • Jonne van Diggele werkt de kleine f verder uit door te kijken naar de competenties die een flexibele docent zou moeten beheersen.
  • Samen met Luc Verburgh (Wellantcollege) heb ik het thema ‘Standaardiseren om te flexibiliseren’ verder uitgewerkt. Daarbij kijken we naar harde en de zachte standaarden.
  • Frans Thijssen (ROC de Leijgraaf) kijkt naar het applicatielandschap dat nodig is om flexibel onderwijs te kunnen ondersteunen. Dat doet vanuit een historisch persspectief.
  • Maaike van Kessel laat zien, hoe je naar de betaalbaarheid van flexibel onderwijs moet kijken. Zij maakt meteen al duidelijk dat het niet mogelijk is om antwoord te geven op de vraag, wat flebel onderwijs nu eigelijk kost. Het is een kwestie van keuzen maken.
  • Jaap de Mare gaat in op de relatie tussen de regelgeving en met name rondom de 850-klokuren norm. Hij laat zien dat flexibel onderwijs niet wordt belemmerd door die regels, als je de aanwezigheid van studenten én docenten maar goed registreert.
  • Tot slot leggen Patricia Gielen (IVA) en Jan-Kees Meindersma (Kennisnet) uit hoe flexibiliteit kan worden geïmplementeerd in een combinatie van topdown en bottomup aan de hand van een casus bij ROC ter Aa.

‘Wat in het vat zit, verzuurt niet’,  was de reactie die ik een paar keer terugkreeg als ik toch wel wat bezwaard de auteurs tussentijds informeerde over de stand van zaken en de onverhoopte vertragingen die af en toe weer opdoken. Ik vind het dan ook niet meer dan terecht dat ik vanaf deze plek al die auteurs oprecht bedank voor hun moeite, hun tijd, hun acceptatie van mijn kritische commentaren en uiteindelijk: hun geduld.
Benieuwd naar het boekje? Je kunt gratis een exemplaar bestellen als je een mailtje stuurt aan Wytske.van.hooijdonk@mxi.nl. Vermeld wel je adres! Je kunt de publicatie (binnenkort) ook downloaden van de Kennisnetwebsite. Ik hoor of lees wel wat je ervan vindt…

zondag 22 juni 2008

Toch een man...

Een tijdje terug kwamen er wat berichten bij Moniek Verhaaren en Wilfred Rubens over Gender Genie, een tooltje waarmee je via (Engelstalige) teksten kunt bepalen of je een meer mannelijke dan wel vrouwelijke manier van schrijven hebt. Nou had ik niet meteen een Engelstalige tekst bij dehand om mijn score eens te proberen. (Wanneer heb ik voor het laatst een uitgebreide Engelse tekst geschreven? Dat is zeker een jaar geleden geweest.)

GenderkleinMet wat meer onderbouwing kun je ook op een andere manier kijken naar het geslacht van je brein. Op de BBC-site staat een schat aan informatie over allerlei onderwerpen waaronder psychologie. En daar staat een test, waarmee je je mannelijke dan wel vrouwelijk mind kunt bepalen. Het is maar dat je het weet, ik ben toch een man...

woensdag 23 april 2008

Maatwerk en flexibilisering

Het thema flexibilisering begint langzaam maar zeker hoog op de agenda te komen van onderwijsinstellingen, met name in het MBO en HBO. Er zijn nu verschillende publicaties verschenen die inzicht moeten geven in de materie en de instellingen moeten helpen bij het maken van keuzen voor de inrichting van het onderwijs, met name in het MBO. Zo zijn er nu publicaties van Wim van Gelder, het boekje "Flexibiliteit als voorwaarde" van het project Flexibel Leren, het onderzoek van Sietske Waslander en Maaike van Kessel. Zelfs de oratie van Wim Veen maar ook het onderzoek van Ad Schellekens zijn wat meer historische voorbeelden hiervan voor het hoger onderwijs.

Inmiddels heeft ook het SLO in samenwerking met Cinop in opdracht van de MBO-raad een boekje uitgebracht onder de titel "Maatwerk en flexibilisering", met als subtitel "Handreikingen voor competentiegerichte opleidingen".
Laten we beginnen met het goede nieuws: het boekje leest lekker weg en en gaat uit van de aanleidingen voor flexibiliteit, namelijk de verschillen die er zijn tussen de studenten of deelnemers op het gebied van kennis, leerstijl, behoefte aan zorg, enzovoorts. Het boekje verkent de mogelijkheden van flexibilisering op basis van die verschillen en beschrijft daar praktijkvoorbeelden bij. Het biedt op die manier een uitgebreid overzicht van allerlei mogelijkheden om het onderwijs te flexibiliseren.

Toch wil ik wat kanttekeningen plaatsen. Er zitten naar mijn idee wat gaten in het verhaal. Een paar voorbeelden:

  1. De auteurs stellen dat om maatwerk te kunnen leveren een afdeling of sector zowel zal moeten kijken naar de inhoud (het 'wat') als de werkvormen (het 'hoe'). Het 'hoe' blijft op die manier eigenlijk beperkt tot de didactiek. Maar naast het 'hoe' van de didactiek (op welke manier zorg ik dat de student leert wat hij moet leren?) is er ook het hoe van de onderwijsorganisatie (organiseren we het modulair? werken we met opleidingsteams of juist expertiseteams over opleidingen heen? leggen we de verbanden tussen theorie en praktijk door middel van lintvakken, organiseren we workshops waarop studenten zelf moeten inschrijven? enzovoorts). Die organisatorische 'hoe'-vragen zijn van een andere orde dan de didactische.
  2. Veel van de geschetste oplossingsrichtingen vliegen wel heel hoog over. Natuurlijk, het gaat over oplossingsrichtingen. Maar met sommige van de voorgestelde oplossingsrichtingen worden mensen soms wel drie keer met een kluitje in het riet gestuurd.
    - Op de eerste plaats omdat wat in één alinea als oplossings(richting) wordt gepresenteerd in de praktijk niet zo eenvoudig te realiseren is. Bijvoorbeeld:
    "De mogelijkheid bieden om ‘breed’ in te schrijven en pas gaandeweg de opleiding een keus te maken voor een smallere uitstroom of voor een bepaald niveau. Deze brede instroom kan bijvoorbeeld vorm krijgen vanuit samenwerking tussen een aantal verwante opleidingen."
    Ga er maar aanstaan. En zo zijn er meer.
    - Op de tweede plaats hebben veel van de oplossingen een onderlinge relatie, die hier niet uit de verf komt. Werken met een opdrachtendatabase staat niet los van de intake (welke opdrachten zijn geschikt?), de begeleiding (waar sta je, waar ben je aan toe?) en de beoordeling (in welke vorm?).
    - En dan is er ten derde nog de schaalvergroting. Veel van deze oplossingen blijken wel te werken in een kleine setting. Uit de praktijk blijkt echter, dat bij het opschalen er allerlei schaalproblemen naar boven komen. Bij het verdubbelen van het aantal deelnemers en dus van het aantal docenten bij de overgang van een pilot naar de dagelijkse praktijk zijn er wel veel meer onderlinge relaties tussen die deelnemers en docenten waar rekening mee gehouden moet worden. Het is niet voor niets dat bij bijvoorbeeld veel roostermakers na een opschaling de rook uit de oren komt!
  3. De grote ontbrekende factor in het hele boekje is de informatievoorziening. Hoe meer van mensen een eigen inbreng, een eigen verantwoordelijkheid en dus eigen beslissingen worden verwacht, des te beter zullen ze op de hoogte moeten zijn van de actuele situatie. Alle betrokkenen zullen tijd- en plaatsonafhankelijk moeten kunnen beschikken over de noodzakelijke informatie. Dat varieert van lesinhouden tot afspraken, van roosterwijziging tot rendementscijfers. Zonder perfect op elkaar aansluitende en toegankelijke informatiesystemen wordt het risico op een chaos bij een dergelijk toenemende complexiteit enorm veel groter. Daar had best een apart hoofdstuk aan gewijd mogen worden.

Het boekje is bedoeld als inspiratiebron. Het feit, dat het ook mij weer een overzicht van oplossingsrichtingen geeft en aan het denken zet, bewijst dat het (ondanks de aandachtspunten) toch in die opzet is geslaagd. Van mij mogen er dus best nog wat meer van dit soort publicaties verschijnen. Uiteindelijk zullen we met zijn allen mede dankzij deze vorm van kennisdelen in staat zijn veel van de losse eindjes aan elkaar te knopen en meer maatwerk in het beroepsonderwijs te realiseren!