zaterdag 10 september 2011

Bring your own device op de dag van de verbindingen

Op 9 september werd op het Drijvend Paviljoen in Rotterdam de Dag van de Verbindingen georganiseerd door Connect-it Telecom.
Natuurlijk moet je als organisator de kans krijgen jezelf en je product te promoten, maar eerlijk gezegd waren die productpresentaties toch wat minder interessant dan de verhalen van Frank Thuss (HAN) en Fons 'See_Genius' van den Berg. Frank ging vooral in op allerlei praktijkvoorbeelden hoe allerlei devices kunnen bijdragen aan mobile learning. Fons ging vooral in op de noodzaak om onderwijs te laten aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen van nu. 'Onderwijs is de enige bedrijfstak waar de inzet van technologie ter discussie wordt gesteld'!
De presentaties staan binnenkort op de website.

 Ik was gevraagd om wat te vertellen over BYOD in het onderwijs. Ik had me niet zozeer op de inhoud gericht, daarvoor waren Frank en Fons gevraagd. Opvallend was wel dat op een inspiratiedag voor BYOD ik met mijn eigen iPad aankwam, die vervolgens niet aangesloten kon worden om de presentatie te geven. Nu betekent BYOD ook BYOA (Bring your own applications): ik was er op voorbereid dat het bestand op een laptop moest worden geïnstalleerd en had de Prezi, die ik had  gemaakt al gedownload en op een stick gezet. De technicus trok wit weg om de neus toen ik aangaf dat ik iets anders had dan een PowerPoint. Uiteindelijk bleek het allemaal wel te werken, met dank aan al die standaarden die het uitwisselen van bestanden op verschillende devices mogelijk maken...



woensdag 17 augustus 2011

Van optimisme naar realisme: Boekje Flexibel Onderwijs



Het heeft (eigenlijk te) lang geduurd maar nu is het er dan: het boekje Beelden op Flexibel Onderwijs, 4 jaar verder: van optimisme naar realisme. Het is een uitgave van Kennisnet met 9 artikelen over verschillende onderwerpen die met flexibel onderwijs te maken hebben. Als eindredacteur ben ik bij al die artikelen betrokken geweest. Grote klus, maar wel erg leuk om te doen en bijzonder leerzaam. De mooiste momenten vond ik nog de twee bijeenkomsten waarin de auteurs met elkaar in discussie gingen over verschillende aspecten van flexibel onderwijs.
Tijdens de bijeenkomsten, gesprekken en het schrijven aan de artikelen zijn bepaalde beelden ontstaan die in de loop van de tijd helderder zijn geworden en in een aantal van de artikelen ook een plek hebben gevonden. Een mooi voorbeeld is het onderscheid tussen flexibiliteit met een kleine f en Flexibiliteit met een grote F. Kleine flexibiliteit gaat vooral over de manier waarop een docent omgaat met de variatie in zijn groep, grote flexibiliteit gaat over de onderwijsorganisatie en onderwijslogistiek,  over het organiseren van onderwijs over groepen en opleidingen heen, wat de nodige standaardisatie vereist.

  • Dat beeld wordt opgeroepen in het eerste artikel, waarin de drie ‘kritische MBO2010-vrienden’ Iwan Basoski, Coen Massier en Leo van Hoek hun zorg uiten over het streven naar verregaande flexibilisering van het onderwijs (zie ook hier). ‘First things first’, zorg eerst voor een goede bedrijfsvoering, een goede begeleiding en een goede informatievoorziening naar de student, voordat er complexe organisatorische veranderingen worden doorgevoerd. En daarmee geven ze tussen de regels aan, dat er eerst aandacht moet zijn voor de kleine f voordat gestreefd wordt naar de grote F.
  • Erik Jongepier en Jacqueline van der Loo geven een uitgebreide toelichting op de scenario’s die in Triple A verband door een aantal roc’s verder zijn uitgewerkt. Aan dat thema is op verschillende plaatsen (hier en hier) al aandacht besteed maar het artikel geeft een prima overzicht.
  • Samen met Wim Matthijsse (Deltion College) en Nelie Groen (ROCvA) heb ik het idee van kleine en grote F verder uitgewerkt: eenvoud complexiteit.
  • Jonne van Diggele werkt de kleine f verder uit door te kijken naar de competenties die een flexibele docent zou moeten beheersen.
  • Samen met Luc Verburgh (Wellantcollege) heb ik het thema ‘Standaardiseren om te flexibiliseren’ verder uitgewerkt. Daarbij kijken we naar harde en de zachte standaarden.
  • Frans Thijssen (ROC de Leijgraaf) kijkt naar het applicatielandschap dat nodig is om flexibel onderwijs te kunnen ondersteunen. Dat doet vanuit een historisch persspectief.
  • Maaike van Kessel laat zien, hoe je naar de betaalbaarheid van flexibel onderwijs moet kijken. Zij maakt meteen al duidelijk dat het niet mogelijk is om antwoord te geven op de vraag, wat flebel onderwijs nu eigelijk kost. Het is een kwestie van keuzen maken.
  • Jaap de Mare gaat in op de relatie tussen de regelgeving en met name rondom de 850-klokuren norm. Hij laat zien dat flexibel onderwijs niet wordt belemmerd door die regels, als je de aanwezigheid van studenten én docenten maar goed registreert.
  • Tot slot leggen Patricia Gielen (IVA) en Jan-Kees Meindersma (Kennisnet) uit hoe flexibiliteit kan worden geïmplementeerd in een combinatie van topdown en bottomup aan de hand van een casus bij ROC ter Aa.

‘Wat in het vat zit, verzuurt niet’,  was de reactie die ik een paar keer terugkreeg als ik toch wel wat bezwaard de auteurs tussentijds informeerde over de stand van zaken en de onverhoopte vertragingen die af en toe weer opdoken. Ik vind het dan ook niet meer dan terecht dat ik vanaf deze plek al die auteurs oprecht bedank voor hun moeite, hun tijd, hun acceptatie van mijn kritische commentaren en uiteindelijk: hun geduld.
Benieuwd naar het boekje? Je kunt gratis een exemplaar bestellen als je een mailtje stuurt aan Wytske.van.hooijdonk@mxi.nl. Vermeld wel je adres! Je kunt de publicatie (binnenkort) ook downloaden van de Kennisnetwebsite. Ik hoor of lees wel wat je ervan vindt…

maandag 15 augustus 2011

Ik kom terug van vakantie en ik vind ...

Als variant op het spelletje: 'Ik ga op reis en ik neem mee...'  maar even een verzameling van wat losse eindjes, die opvallen zo na afloop van een vakantie.
  • Er is zo'n 5 biljoen euro verdampt tijdens mijn vakantie. Geloof me, er zijn vakanties waarin ik het niet uitgeef. Ik blijf het overigens altijd vreemd vinden dat men op die manier over geld praat. Geld verdampt niet, is niet eens vloeibaar. Wat er gebeurt, is dat mensen minder waarde toekennen aan allerlei zaken. Het probleem zit hem niet in het verdampen, het probleem zit hem in de situatie dat de vermeende waarde is gebruikt als onderpand (bijvoorbeeld overwaarde van je huis). Nu maar wachten tot het weer gaat regenen...
  • Een hoop postmaster-berichten dat mijn vakantiemelding niet bezorgd konden worden bij een paar spam adressen, met name bij die van 'Hi, my name is Michael'. Kan iemand eens een emailbombardement organiseren voor het domein advertise-bz.net?
  • Blijkbaar heeft LinkedIn de privacyregels wat aangepast. Als je dat niet expliciet aangeeft kunnen wat gegevens gebruikt worden in ad's. Het gaat niet om heel zware dingen, maar toch. Ik ben het eens met Richard van der Blom dat het beter was geweest als het een opt-in in plaats van opt-out zou zijn geweest. Als je het wil aanpassen: Settings > Account > Manage Social Advertising.
  • Web-log gaat verhuizen. Dat wist ik al langer maar nu is dan de datum bekend waarop het allemaal moet gaan gebeuren: 23 augustus. Ik ben benieuwd wat het allemaal voor consequenties gaat hebben voor deze blog, de vorige transfer ging in elk geval niet zonder problemen. Hopelijk is na de verhuizing het iPad-probleem opgelost (web-log werkt nu niet goed onder Safari).
  • Er is zowaar een hele discussie gaande over het al dan niet gescheiden lesgeven aan jongens en meisjes. Komt de genderdidactiek toch weer wat dichterbij, al heb ik wel wat bedenkingen tegen standaard gescheiden klassen zoals die in deze discussie naar voren komen. 
  • Nicholas Carr gaat inmiddels een stapje verder sinds zijn boek 'Het ondiepe', over de invloed van internet op de hersenen. Hier gaat hij in een uitgebreid artikel in op het gevaar van ereaders voor het onderwijs (via onderwijsnieuwsdienst en www.ereaders.nl).
  • En nog vele andere nuttige, interessante dingen die maar moeten wachten tot na mijn volgende vakantie...

zondag 14 augustus 2011

Vakantie zonder internet

Zo, het zit er weer op. Twee weken vakantie op Sicilië, geheel zonder internet. En nee, geen afkickverschijnselen. Tot dit jaar nam ik altijd mijn laptop mee, al was het maar omdat ik tot voor kort een digitale camera had met een beperkte geheugenkaart. Internet was dan altijd makkelijk om wat leuks op te zoeken in de omgeving en bij te blijven met het nieuws. En natuurlijk toch even mail checken, meer vanwege het gevoel dat ze me eigenlijk niet zouden kunnen missen dan dat ik hunker denaar zakelijke vragen of mededelingen.
Dit jaar de laptop thuisgelaten. Ik heb immers een iPad en mijn fototoestel is inmiddels voorzien van een geheugenkaart waar meer dan 1000 foto's groot formaat op kwijt kunnen en dat is zelfs voor een actieve fotovakantie wat veel van het goede!
De villa bleek niet over Wifi te beschikken en dus bleef het gebruik van de iPad beperkt tot een competitie wie de hoogste score van de app Seven kon halen. Ik heb het moeten afleggen tegen de jeugd...
Tot mijn eigen verbazing heb ik internet helemaal niet gemist. Het belangrijkste nieuws kwam via sms toch wel tot ons (drama in Noorwegen) of was in een krantenkiosk uit de Italiaanse headlines wel af te lezen (kredietcrisis). Pas achteraf blijkt internet handig om het thuispubliek toch even mee te laten genieten van de uitbarstingen van de Etna op 30 juli en 5 augustus. Of om wat foto's te laten zien van een excusie op de lavavlakte van de uitbarsting van 2002-2003. Met de beelden van de recente uitbarsting nog op het netvlies maakt dat nog meer indruk...

donderdag 14 juli 2011

Goedkoper en beter onderwijs door ICT!

Via een blogpost van Wilfred Rubens kwam ik bij het verhaal over Future Schools van Jonathan Schorr en Deborah McGriff. Wilfred beschrijft wat hem opviel in het artikel. Ik zou daar nog een paar dingen aan willen toevoegen.
De term 'hybride school' (of 'hybride onderwijs') onderscheidt zich van blended learning. Bij hybride onderwijs wordt een deel van het curriculum face-to-face aangeboden en een deel online achter de computer. Bij blended learning gaat het over een mengvorm tussen face-to-face en gebruik van ICT. Hybride onderwijs krijgt naar mijn gevoel een plek in een continuum:
Uitsluitend face-to-face onderwijs - F2F ondersteund met ICT (tekstverwerkers e.d., ICT als hulpmiddel bij het leren) - blended learning (F2F wordt gemengd met computergebruik tijdens de les) - hybride onderwijs (F2F afgewisseld met ICT-onderwijs) - online leren met begeleiding (e-coaching) of zonder begeleiding (uitsluitend leren met computers).
Elke vorm heeft zo zijn mogelijkheden en beperkingen. daar moet goed over nagedacht worden.
Het artikel gaat in op een aantallen rollen van ICT (vooral leren met ICT en volgen van studenten). Er wordt weinig aandacht besteed (en ook Wilfred gaat daar niet verder op in) aan wat er voor nodig is om dit systeem te laten werken. De beschikbaarheid van geschikte (adaptieve!) educatieve software is een randvoorwaarde. Hoe simpel het voorbeeld (Dreambox) lijkt, op de achtergrond gaat het om complexe programmatuur.
Het kunnen volgen van een leerling is betrekkelijk eenvoudig met goede programmatuur. Wat leerling in de software doen, kan worden gevolgd. Voor het F2F onderwijs zal ook een docent veel moeten registreren. In elk geval vraagt het om een gestandaardiseerd curriculum en gestandaardiseerde data.
Dat blijkt ook uit het artikel:
Part of the model involves providing teachers with a steady stream of data that will help them adjust instruction to kids’ specific needs, and to guide afterschool tutors. Today, those linkages between the computer lab and the classroom remain incomplete, in part because the data from various online systems aren’t sufficiently standardized; the many data points from different systems could be overwhelming to teachers.
In het artikel komt ook naar voren, wat de drijfveer is geweest om hiermee aan de slag te gaan: bezuinigingen! Het lijkt of Wilfred daar zijn twijfels over heeft:
Een dergelijk systeem heeft natuurlijk behoorlijk wat beperkingen (ook al wordt ICT hierbij ingezet). De manier waarop technologie wordt gebruikt om goedkoper en beter onderwijs te realiseren, doet me denken de traditionele manier van automatiseren.
Ik vraag me af waarom. Naar mijn idee staan veel scholen voor de uitdaging om het onderwijs slimmer, beter en efficiënter te maken. Als het niet gaat om een geldtekort dan is wel een docententekort of de behoefte aan maatwerk. Deze scholen hebben de uitdaging opgepakt. Dus waar Wilfred een vraagteken zet achter zijn titel (Goedkoper en beter onderwijs door ICT) zet ik een uitroepteken!

vrijdag 24 juni 2011

Social Media Maturity Model (S3M) maar dan voor onderwijs

Je kunt verrast worden door je eigen organisatie. Ineens kom je op een weblog een vermelding tegen van een nieuw model dat nota bene door je eigen collega’s is gemaakt. Nou ja, je kunt nou eenmaal niet overal bij zijn.
Het model is geen ‘rocket science’ maar geeft een mooi overzicht van de inzet van social media voor organisaties. Het beschrijft in een aantal fasen op welke manier en in hoeverre social media zijn ingebed in de organisatie. Zowel fasen als fase overgangen worden in het model getypeerd, zoals hiernaast is te zien.
Het kan aan mijn achtergrond liggen, maar wanneer ik zoiets tegenkom, probeer ik meteen de toepasbaarheid voor het onderwijs te toetsen. Daarbij moet je wel onderscheid maken tussen het gebruik van social media door een onderwijsinstelling in diens communicatie met de omgeving en de toepassing in het onderwijs zelf.
Om met het eerste te beginnen: De meeste onderwijsinstellingen doen ‘wel iets’ met social media. Je wordt door menig zichzelf respecterende onderwijsinstelling wel uitgenodigd: ‘volg ons op Twitter, Facebook, LinkedIn’. Je kunt zeggen dat die instellingen tussen de fasen Experimenteel en Functioneel inzitten. In beide lijstjes staan wel kenmerken genoemd die te herkennen zijn in deze onderwijsinstellingen. De transformatiefase ben ik nog bij geen enkele onderwijsinstelling tegen gekomen. Het model lijkt dus in elk geval toepasbaar te zijn voor onderwijsinstellingen als organisatie.
Naar mijn idee zou er wel wat aan het model gesleuteld moeten worden om het ook voor het onderwijs zelf toepasbaar te kunnen maken, zeker naarmate je hoger (verder?) komt in het model. Daarbij moet je je voor ogen houden dat het doel van de toepassing van social media in het onderwijs natuurlijk anders is dan het doel van social media in het ‘normale’ gebruik door een (al dan niet onderwijs-)organisatie. Bij 'normaal gebruik' gaat het vooral om communicatie naar en met klanten, in eerste instantie vanuit een marketinggedachte, later meer gericht op het ontwikkelproces van producten (co-creatie).
Hier een poging om het S3M model toepasbaar te maken voor het onderwijsproces zelf. Het wordt dan een S3MO-model:
Ad Hoc
  • Sommige medewerkers gebruiken social media, gewoon voor zichzelf
  • Er is geen beleid of plan om social media in te zetten in het onderwijs
Experimenteel
  • Individuele docenten gebruiken social media als communicatiemedium met hun studenten, met name buiten de lessen om
  • Er is behoefte aan uitwisseling van ‘good practices’ en afspraken over het gebruik van social media
  • Gebruik van social media door leerlingen onderling over de inhoud van lessen wordt nog niet gemonitord
Functioneel
  • Alle docenten van een opleiding zetten social media doelgericht in om het onderwijs interactiever te maken
  • Grenzen tussen vakken vervagen door gemeenschappelijk gebruik van social media
  • Social media worden ook ingezet in de communicatie tussen leerlingen of klas met een extern netwerk of experts in de buitenwereld
  • Samenwerking in projecten tussen leerlingen van verschillende scholen vindt plaats met inzet van social media
  • De opleiding heeft een duidelijke visie uitgewerkt hoe social media het onderwijs kunnen verrijken
  • Communicatie tussen leerlingen over bepaalde onderwerpen kunnen worden gemonitord (mits leerlingen dat willen en ze de berichten en dergelijke zelf metadateren met afgesproken hashtags) 
Transformatie
  • Een opleiding is niet meer strikt gebonden aan een bepaalde school, de inhoud is vormgegeven over instellingen heen met gebruikmaking van social media
  • Er worden nieuwe leervormen ontwikkeld op basis van de toepassing van social media
  • Leren gebeurt op basis van co-creatie met andere leerlingen en over opleidingen heen.
  • Nieuwe opleidingen worden vormgegeven door middel van co-creatie tussen verschillende instellingen
  • Inzet van social media in onderwijs is verankerd in de visie en het beleid van de onderwijsinstelling
Op deze manier een vertaalslag maken van een model naar een onderwijsvariant is natuurlijk een koud kunstje (dat lukt in een tijdsbestek van een klein uur in de trein tussen Utrecht en Eindhoven). Er zal best nog wel wat op aan te merken en bij te schaven zijn (bij deze ben je daartoe uitgenodigd!).
Het verder uitwerken van de consequenties van de verschillende niveaus zal echter wat meer tijd kosten, sterker nog, dat zal me in mijn eentje niet lukken.
Naarmate je verder komt in het model gaan immers hele elementaire vragen spelen: als een opleiding over scholen heen gaat, bij wie is die student dan ingeschreven? Wie betaalt de ontwikkeling van opleidingen die over instellingen heen gaan? Daarmee wordt tegelijkertijd een hele fundamentele vraag gesteld: moet je wel het hoogste niveau nastreven? En dat nog los van het feit, dat in de afgelopen tien of twintig jaar de ontwikkelingen op ICT-gebied nog niet tot drastische aanpassingen van het onderwijs hebben geleid...

donderdag 23 juni 2011

Slagen met een 9+

Alle ouders zijn trots op al hun kinderen. Bij sommige gelegenheden kun je het je veroorloven om extra trots te zijn op één van die kinderen. En daar je blog een beetje voor te misbruiken...
Vanmiddag studeerde zoon Daan af aan het Conservatorium van de HKU (Utrecht) voor zijn (bij zeer hoge uitzondering tweede) hoofdvak Klassiek Piano. Vorig jaar was hij al geslaagd voor zijn oorspronkelijke hoofdvak Lichte Muziek (zeg maar als jazzpianist).
Een eindconcert is eigenlijk een proeve van bekwaamheid, een meesterproef. Laat nu maar eens zien wat je echt kunt!
Hij startte met een klassiek jazzstuk, een etude van Kapustin, als een mooie brug tussen zijn twee richtingen (bij lichte muziek ligt het accent vooral op akkoorden en improvisaties, bij klassieke muziek op de techniek van het spelen).
in het echte klassieke deel passeerde Bach en zong Hans van Heijningen een aantal liederen.
Daarna weer een leuk experiment van Jacob te Veldhuis: Body of Your Dreams (hier op YouTube, wel met een andere pianist). Te Veldhuis maakt aparte composities waarbij hij video- of geluidsfragmenten monteert en daar een compositie bij maakt. In dit geval een Amerikaans 'tellsell-reclame' over een of ander fitnessapparaat.
En dan de finale met Sonata nr 7 van Prokofiev. Een stuk vol passie en emotie. De woede en frustratie van Prokofiev komt duidelijk over, zeker als je het verhaal achter de muziek kent.
En dan zit je daar in de zaal, terwijl je kind daar piano speelt, meer dan dat, één wordt met de muziek. Zijn eigen passie komt met de muziek mee de zaal in, de ene keer zacht dan weer rauw, de muziek wordt een belevenis. En ergens daaronder voel je die extra emotie die je alleen als ouder echt kunt voelen als je kind op de toppen van zijn kunnen bezig is...
De jury was er snel uit, mooie woorden en een dubbele beloning. Een beoordeling met een 9+ geeft hem nu de mogelijkheid een masteropleiding Klassiek Piano Solist te gaan volgen op een excellent niveau. Met recht een meesterproef.