Posts tonen met het label Vergrijzing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vergrijzing. Alle posts tonen

zondag 29 januari 2012

Strategisch HR: noodzaak in het onderwijs

Elke onderwijsorganisatie heeft wel een afdeling, dienst of functionaris die zich met personeelszaken bezighoudt. Tegenwoordig is het modern om te spreken over HR: 'Human Resource'. Of het verengelsen van de term iets wezenlijks toevoegt, laat ik in het midden. Het belang om er strategisch mee om te gaan wordt wel steeds groter! Er is sprake van verschillende ontwikkelingen, die dat nodig maken.

Vergrijzing is zo'n thema dat langzaam maar zeker steeds nijpender wordt. Ik gaf in een vorig bericht al aan dat het een kwantiteitsprobleem is dat langzaam maar zeker een kwaliteitsprobleem wordt.
In een aantal gesprekken bij onder meer roc's blijkt, dat onderwijs- en HR-directeuren nauwelijks zicht hebben op het probleem, gewoonweg, omdat de informatie niet beschikbaar is. Dat maakt het dan ook onmogelijk om afgewogen strategische en tactische beslissingen te nemen.

Over wat voor informatie gaat het eigenlijk?
Een directeur wil weten welke veranderingen hij de komende jaren kan verwachten in de samenstelling van zijn teams. Voor een belangrijk deel gaat dat over een voorspelbare uitstroom:
  • Welke mensen zullen tussen 1 en 5 jaar het onderwijs gaan verlaten op basis van hun leeftijd?
  • Welke bevoegdheden (opleidingen, competenties) zijn daarbij betrokken?  
  • Welke functies/rollen zijn daar bij betrokken?
  • Om welke omvang in lesuren gaat het dan?
Als je je een beeld kunt vormen van die ontwikkelingen kun je je er ook op voorbereiden door al gericht in die richting te gaan werven, op scholingstrajecten gaan sturen, dat soort dingen.
In feite gaat dit nog over een 'eenvoudige' vervangingsvraag. Moet een directeur een goede docent vanwege krappe budgetten ontslaan of ziet hij mogelijkheden om hem nog even vast te houden omdat een oudere collega binnenkort gaat vertrekken?
Het blijkt op dit moment nauwelijks mogelijk te zijn die informatie boven water te krijgen, gewoonweg omdat het op veel scholen niet wordt geregistreerd. Hoog tijd, zou je zeggen.
Er zijn nog veel meer factoren, die een rol spelen. Hoe gaat het met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Zijn die te vertalen in belangstelling voor bepaalde opleidingen? Zijn er groeiende opleidingen (en zijn er in die richting dus meer mensen nodig?), gaan er nieuwe opleidingen gestart worden of zijn er juist opleidingen die afgebouwd zullen gaan worden?

Bij de te verwachten grote uitstroom gaat er meer verloren dan inzetbare docenturen. De specifieke kennis, die iemand heeft, of zijn relatienetwerk. Dat zijn persoonsgebonden factoren waar op dit moment nog helemaal niet zoveel aandacht voor is.


Een ander thema dat speelt, is de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Waar je in de zorg al steeds meer zorgverleners ziet, die als zzp aan de slag gaan, is dat in het primaire proces van het onderwijs nog nauwelijks het geval. De vraag is of dat zo blijft, of dat zo moet blijven.
Krapte in de budgetten wordt vaak vertaald in een ontslagronde voor een groep docenten. Stel je voor, dat je om een vaste basis een flexibele schil van mensen hebt waarmee je makkelijk kunt schuiven. In feite is dat in de praktijk al zo: veel docenten krijgen jaren achtereen een tijdelijk contract. Dat is echter flexibiliteit één kant op: er uit als er geen werk meer is.
Vanuit de maatschappelijke tendens van flexibilisering van de arbeidsmarkt lijkt het me zinvol eens te verkennen wat de mogelijkheden zijn van een pool van mensen die snel inzetbaar zijn voor een vervanging of vacature. Misschien hoeven dat niet eens primair docenten te zijn, mensen met een deeltijdbaan en een onderwijsbevoegdheid, waarom niet? Dan komt er echt een verbinding tot stand tussen school en praktijk.
Misschien een aardig thema om mee te nemen in de discussie over macrodoelmatigheid?

dinsdag 15 november 2011

De grote uittocht

Het is alweer anderhalf jaar geleden dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken (en nog wat andere partijen) een rapport presenteerden over 'de grote uittocht'. Wat staat de overheid in brede zin (dus inclusief de zorg en het onderwijs) de komende jaren te wachten op het gebied van de arbeidsmarkt?

Van de 1 miljoen mensen, die in 2010 bij de overheid werkten, zal 70% daar in 2020 niet meer werken. In die periode gaan er ongeveer 275.000 mensen met pensioen. Voor de rest zullen mensen om andere redenen vertrekken.
Er staat een foutje in het plaatje, bij de middelste rij gaat het waarschijnlijk om 2015.

Door de vergrijzing zal het moeilijk zijn om op een krappe arbeidsmarkt voldoende personeel te vinden. Dat niet alleen, de vergrijzing vereist juist een toenemend aantal mensen in de zorg. Juist door de krappe arbeidsmarkt zullen mensen eerder geneigd zijn een baan elders te nemen waardoor het effect van de vergrijzing wordt versterkt.

In het rapport wordt een aantal arbeidsmarkt gerelateerde trends genoemd:
  • De bevolking verandert van leeftijd en samenstelling
    We worden ouder, er komen minder jongeren en en ondanks immigratie neemt de beroepsbevolking af.
  • De arbeidsmarkt wordt flexibeler maar ook krapper
    Er is vooral behoefte aan hoogopgeleiden, mensen wisselen vaker van baan, de participatie stijgt. Er is eerder sprake van werkzekerheid dan van baanzekerheid
  • Krappe overheidsfinanciën
    Vergrijzing en de economische crisis eisen hun tol
  • Het werkende individu wil combineren
    Werknemers worden flexibeler, willen werk en thuis (zorg) combineren, employability is belangrijk
  • Organisaties veranderen
    Invloed van technologie op productiviteit, organisatiegrenzen vervagen, maar ook de verhouding privaat-publiek staat ter discussie. Wat als de markt goedkoper en beter onderwijs kan verzorgen?
  • Burgers zijn minder tevreden
    Burgers zijn als belastingbetaler, kiezer, onderdaan en klant kritisch op wat ze krijgen 
Naast deze trends zijn er enkele fundamentele onzekerheden die een rol spelen. De eerste onzekerheid is het economisch klimaat, de tweede onzekerheid heeft betrekking op hoe de burger aankijkt tegen de overheid, op solidariteit. Deze onzekerheden zijn in een viertal scenario's weergegeven waarbij 'groei' en 'stagnatie' op de ene as en 'zelf' en 'samen' op de andere as zijn uitgezet.
Elke kwadrant kent zijn eigen uitdagingen en aanpak.

De overheid heeft op basis van de trends en de mogelijke scenario's in elk geval een aantal uitdagingen:
  1. Wat je als overheid doet, doe je goed
  2. Inzet op sociale innovatie
  3. Vergroten van professionele ruimte en statusherstel van professionals
  4. Talenten van professionals beter benutten
  5. Verder verhogen van arbeidsdeelname
  6. Investeren in loopbaan en gezondheid
  7. Beter combineren van werk en privé
  8. Marktconforme loonontwikkeling
  9. Bevorderen van mobiliteit zowel binnen als buiten de overheid
Natuurlijk is het rapport gericht op de overheid, zowel in de rol van werkgever als in de rol van bestuur. Dat neemt niet weg, dat onderwijsinstellingen de komende jaren te maken krijgen met een grote uitdaging. Vergrijzing betekent zoveel meer dan dat een aantal oudere collega's gaan vertrekken. Het gaat niet alleen om het invullen van vrijkomende uren. Met hen vertrekt ook veel kennis en ervaring en verdwijnen relatienetwerken. Toenemende werkdruk voor diegenen die achterblijven zal er voor zorgen dat het imago van het docentschap verder onder druk komt te staan met als consequentie dat nog minder mensen voor het onderwijs kiezen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel die met krappe budgetten niet te doorbreken zal zijn.

Hoog tijd om eens door te denken over de mogelijkheden die er zijn om met minder geld en mensen toch kwalitatief goed onderwijs te blijven leveren! Dat vraagt om creativiteit en innovatie!