donderdag 5 april 2007

Verborgen curriculum

Tijdens een bijeenkomst waar ook Marc Vermeulen aan deelnam zei hij daar iets over wat hij noemde een 'hidden curriculum', een verborgen curriculum naast het gewone bestaande lesprogramma. "De school had in het industriële tijdperk ook nog een andere functie dan kennis overdragen. Zo had de bel, die het begin van de les aangaf ook een zeker disciplinerend effect, zorgen dat de leerlingen op tijd kwamen." Wat Marc eigenlijk wilde zeggen is, dat het idee van het logistiek benaderen van het onderwijs ook makkelijk kan doorschieten in de zin dat je juist het verborgen curriculum voor een belangrijk deel kan kwijtraken.
Je kunt het vergelijken met het gewicht dat aan de sleutel van een hotelkamer hing. Lastig om zo'n ding mee te zeulen. Door de vorm wordt een bepaald gdrag gestimuleerd, namelijk inleveren van dat ding als je het hotel verlaat. (Overigens, tegenwoordig hebben ze van die moderne chipkaartjes. Eerlijk gezegd heb ik er inmiddels al een aantal weggegooid omdat ik die per ongeluk meegenomen heb.)

Tijdens een andere bijeenkomst hebben we met een aantal mensen gesproken over de Leer-, Loopbaan- en Burgerschapscompetenties. Een heel interessante bijeenkomst (verslag je publiceer ik wel als het klaar is). We hebben daar het verborgen curriculum ook bijgehaald. In de school, het gebouw, in de opdrachten of de manier waarop men met elkaar omgaat, het is allemaal van invloed op het gedrag van iedereen. Zo zal een schoon gebouw zonder al te veel moeite schoon blijven. Zo worden op de School voor Uiterlijke Verzorging van ROC Eindhoven de studenten 's morgens allemaal begroet door de docenten: "Goedemorgen, fijn dat je er weer bent".
We zijn allemaal aan het nadenken over het nieuwe leren, over onderwijsmodellen, architecturen en logistiek. Ik zou er voor willen pleiten om in al dat denk-, ontwerp- en ontwikkelwerk nou eens heel expliciet na te denken hoe we bepaald gedrag kunnen stimuleren door het in te bouwen in het onderwijs. En omdat het nou eenmaal moet, we kunnen dan proberen dat gedrag expliciet te maken (lees: te toetsen) aan de hand van de Leer-, Loopbaan- en Burgerschapscompetenties. Hoewel 'omdat het moet'? Studiepunten krijgen omdat je aardig bent voor elkaar, lijkt me niks mis mee.

zaterdag 31 maart 2007

Innoveren, kun je dat leren?

De MBO-raad heeft een tijd geleden een project Innovatieregisseur gestart om de kennis binnen MBO-instellingen rondom innoveren te verbeteren. Daarvoor worden masterclasses georganiseerd.
Ik had er zelf nog nooit van gehoord. De aankondiging van een masterclass kwam ik bij toeval tegen. Op donderdag 29 maart ben ik samen met een collega naar Den Haag getogen om de masterclass van Joseph Kessels onder de titel ‘Innoveren, kun je dat leren?’ te volgen. Deze masterclass heeft mij toch wel een aantal nieuwe inzichten (maar ook wat dilemma’s) opgeleverd.

In een toelichting ging Kessels in op het resultaat van een onderzoek waarbij bij 14 innovatieprojecten gekeken werd naar de succesfactoren. Daarbij kwam naar voren dat factoren als ´creatieve onrust´, (ontwikkelen van nieuwe) materiedeskundigheid, autonomie en verantwoordelijkheid, (tijd nemen voor) reflectie, multifunctionele samenwerking, persoonlijke passie, commitment, (maar geen sturing) vanuit het management een belangrijke rol spelen. In een vervolgonderzoek werden 9 projecten nog anderhalf jaar zijn gevolgd. Uiteindelijk resulteerde dat in 11 innovatieprincipes, die in een artikel verder zijn uitgewerkt. (Het uitgereikte artikel 'Leren en innoveren' uit Opleiding & Ontwikkeling van Keursten en Verdonschot kon ik op internet niet terug vinden, wel een vergelijkbaar Engelstalig artikel.)
Het gaat daarbij om:

  1. Formuleren van een urgent en intrigerend vraagstuk.
  2. Vormgeven van een vernieuwend proces
  3. Werken vanuit individuele drijfveren
  4. Ongewone combinaties van materiedeskundigheid
  5. Werken vanuit wederzijdse aantrekkelijkheid
  6. Werken vanuit kracht (niet vanuit problemen, ‘het glas is halfvol’)
  7. Creërend leren, samen iets maken
  8. Gevoel ontwikkelen voor signalen en nieuwe betekenissen
  9. Verbinden van interne en externe contexten
  10. Werken aan een sociaal-communicatief proces
  11. Werken aan competentie-ontwikkeling

Tijdens de masterclass werd een aantal projecten vanuit deze factoren bekeken. Welke factoren hebben bijgedragen aan het resultaat van het project. Een snelle blik bij de verschillende groepen liet zien dat vooral het eerste, het derde, het vierde en het zevende principe een rol spelen bij innovatieprojecten. In een vervolgronde werd onderzocht met wat voor interventies (niet: managen of sturen) gebruikt zouden kunnen worden om de andere principes binnen het traject een groter accent te geven. Die principes dragen immers ook bij aan het welslagen van een innovatie. Tijdens de masterclass kwam daar eerlijk gezegd niet zoveel uit, ik ben daar dus nog wel nieuwsgierig naar.

In de discussies kwamen die middag wel enkele interessante thema’s aan bod.

  • Het verschil tussen verbeteren en innoveren, bijvoorbeeld. Als je een gewenste situatie definieert en een pad uitstippelt van hier naar de gewenste eindsituatie ben je niet aan het innoveren, dan ben je aan het verbeteren. Voor innovatie is het namelijk belangrijk dat er sprake is van nieuwe producten en processen, nieuwe manieren van denken. Het eindproduct van een innovatie is tijdens het innovatieproces nog helemaal niet bekend. Bij dit alles realiseerde ik me, dat de invoering van CGO volgens deze benadering eigenlijk helemaal geen innovatie is. Je bent bezig met het uitrollen van een nieuwe (nogal voorgedefinieerde) vorm van onderwijs. De echte innovatie zit hem veel meer in het bedenken van de oplossingen om het CGO goed uitgevoerd te krijgen.
  • Een andere discussie ging over de manier waarop je een innovatie kunt ‘uitrollen’? Kessels gaf aan, dat je dat eigenlijk niet moet doen, dat op andere plaatsen in de organisatie mensen ook in de gelegenheid moeten worden gesteld om te leren. Op dat moment ontstonden er toch twijfels in het publiek: dat betekent dus dat het wiel op meerdere plaatsen moet worden uitgevonden? Na even doorpraten bleek dat de essentie van die discussie vooral te maken met het innovatief karakter van de (lerende!) organisatie. Als een innovatieve organisatie het doel is, is het een goede manier van doen. Als het echter gaat om het ‘uitrollen’ van de producten van de innovatie is het een ander verhaal. Een roc moet natuurlijk tot een zekere hoogte innovatief zijn om in te kunnen spelen op veranderingen. Dat betekent echter niet dat overal op het roc voortdurend door iedereen geïnnoveerd moet worden!
  • Nog een andere discussie ging over de rol van het management. ‘De’ manager is in de regel meer gericht op het beheersen van de processen en de organisatie. Planning & Control, afrekenen, sturen. Allemaal slecht voor innovaties. Managers moeten er voor zorgen dat (bepaalde) mensen de ruimte krijgen om innovatief bezig te zijn maar er zich verder vooral niet mee moet bemoeien.

Een mooi voorbeeld dat naar voren kwam, was dat van een oogkliniek. Vanuit het idee dat mensen vaak veel stress hebben als ze aan hun oog moeten worden geopereerd en dat dat een risico vormt voor complicaties en infecties zijn ze daar op het idee gekomen om de kliniek helemaal vorm te geven van een vakantiereis. De intake vindt plaats in een ‘reisbureau’, een touroperator begeleidt de cliënten, er wordt een tasje met wat folders en een sleutelhanger uitgereikt en er wordt een foto gemaakt samen met de chirurg als afsluiter. Vanuit het publiek kwam de opmerking dat het hierbij ging om een éénmalige verandering, dat dat nog niet betekende dat de kliniek innovatief moest blijven zoals bij een bedrijf dat het moet hebben van steeds weer nieuwe producten (denk aan een Senseo of Beertender). ‘Mis’, aldus Kessels, ‘dit is één manier om het aantal infecties terug te dringen door stress tegen te gaan, maar het aantal complicaties is nog steeds niet gelijk aan nul, er zijn dus nog meer dingen te bedenken om nog beter te gaan presteren.’

donderdag 29 maart 2007

Managementconferentie (dl4)

Nagekomen bericht: Naar aanleiding van mijn bericht over de Managementconferentie, Marc Veldhoven zou zijn presentatie op de website van de Leijgraaf zetten. Dat is inmiddels gebeurd, de presentie vind je hier. Op de site staan ook de overige presentaties van de Leijgraaf, o.a. over de Kenniskring Stealth Education.

Web 2.0

Even tijd voor reflectie. Als blogger ben ik nu een paar maandjes actief. Af en toe vraag ik me af: en waar doe ik het eigenlijk voor. Je hoort inderdaad via via wel eens dat er iemand je weblog een keer gezien heeft. Maar dat het nou veel reacties oproept...
Eigenlijk vind ik dat niet zo erg (al hoop je er stiekum altijd wel op!), het punt is, dat ik er zelf een hele hoop van leer. Niet van het bloggen zelf, dat is een kwestie van typen. Sterker nog, dat hoef je niet eens op een pc te doen, dat kan in een schriftje ook. Het is echter het feit dat je weet dat er (wellicht) mensen meekijken. Dat maakt je al een beetje kritischer in wat en vooral hoe je het opschrijft. Tegelijkertijd ontstaat er een beetje een druk om af en toe wat te publiceren. En juist daarvoor zul je je op de hoogte moeten houden van allerlei zaken die er spelen. Kortom, het dwingt je om je vak bij te houden!

En daar zit hem nou de kneep. Er gebeurt zo ontzettend veel. Om dat allemaal bij te houden. Zo las ik al een 'noodkreet' bij Willem Karssenberg. Vooral de reactie van 'Marc' die aangeeft zo'n 200 feeds bij te houden. Ik moet er niet aan denken.
Ik heb dan ook voor mijzelf het besluit genomen me niet meer zo actief bezig te houden met het proberen bij te blijven met Web 2.0. Er zijn heel wat weblogs, die dat al doen (Willem Karssenberg, Wilfred Rubens, Pierre Gorissen en natuurlijk het ICT-café, en dan nog vele anderen). En al zou ik het wel willen, ik houd het toch niet bij met twitters, backchannels en mediacoders. En ik houd het dan ook bij een paar berichten per week, mooi genoeg!

Maar dan nog wel even het programma 'Verbonden met ICT' dat door Kennisnet in samenwerking met ROC-i-Partners wordt uitgevoerd. Een van de projecten gaat over toepassingen met web 2.0 tools in het onderwijs. En dat is natuurlijk altijd leuk! Er wordt gewerkt aan wiki's met tips en trucs en ervaringen.
Ook bij ons op ROC Eindhoven worden in het kader van het programma enkele projecten uitgevoerd. Zo worden weblogs ingezet bij deelnemeractiviteiten bij de School voor Handel en Marketing (kies op de links voor basis, kern en afstuderen) waarbij het didactisch uitgangspunt is, dat je door te bloggen je zelf talig moet uitdrukken (heeft alles te maken met internaliseren en reflecteren!).
Bij de School voor Uiterlijke Verzorging wordt een videoproject gedaan. Daar gaat het er juist om dat deelnemers in staat worden gesteld te reflecteren op hun eigen activiteiten op basis van videobeelden, die door andere deelnemers worden gemaakt. En die leren weer observeren doodat ze van een heel uur video een compilatie van een paar minuten moeten maken die vervolgens door de groep wordt besproken.

Met een beetje creativiteit kun je dus didactisch heel leuke dingen doen. Dus bij deze een oproep om in de geest van Web 2.0 de ervaringen te delen!

dinsdag 27 maart 2007

Nog beter onderwijs

Voortdurend verschijnen allerlei berichten in de krant, op websites en andere media waarin de stand van het onderwijs wordt betreurd en er verbeteringen worden voorgesteld. Een kort overzicht van de laatste paar dagen.
Coen Free, voorzitter van het College van Bestuur van het Koning Willem I College in den Bosch heeft zin oude vak van literatuurhistoricus nog eens beoefend en een boekje laten verschijnen onder de titel 'de boom der kennis'. Op de website van Loket MBO ICT besteed men er ook aandacht aan.

Coen Free heeft waardering voor het initiatief van de Vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON), die de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs hoog op de politieke agenda gekregen heeft. Ook is hij het eens met haar pleidooi voor een centrale plaats van ‘kennis’ in het onderwijs. Maar na een grondige analyse van de ideologie van deze vereniging en haar voorzitter, dr. Ad Verbrugge, concludeert hij dat hun neoklassieke ideeën voor beter onderwijs in de 21e eeuw zich vooral richten op een kleine elite en zullen leiden tot sociale uitsluiting van grote groepen jongeren.

(En dat laatste zit ze bij BON niet bepaald lekker, zie ook de reactie van Presley Bergen in het Brabants Dagblad). Free is inmiddels gestart met zijn eigen beweging voor Nog Beter Onderwijs waar hij een aantal zaken op de agenda zet. Hij pleit met name voor een effectieve benutting van het schooljaar, een verlenging van de basisschool en verkorting van het voortgezet onderwijs met één jaar. Verder competentiegericht onderwijs op basis van fundamentele, domeinspecifieke en werkplekkennis. Ook de kwaliteit van docenten moet worden verbeterd met een programma van 5 p's: praktijk- en vakkennis, professionaliteit, performance, persoonlijkheid en passie.

In de Volkskrant van 24 maart schrijft Frits van Oostrom in een artikel ´Zo maken we het onderwijs beter´over het probleem van de dikke boeken en de docenten die te weinig weten. Het artikel is een bewerking van de Kohnstamlezing die Oostrom verzorgde op 23 maart. Hij pleit voor dunnere boeken, ´dikkere´ docenten en vooral voor een herstel van een herwaardering van de algemene ontwikkeling.

Hester Macrander geeft namens de actiegroep ´de Groene Golf´ook al een aantal suggesties voor het onderwijs: maak tijd vrij voor deskundigheidsbevordering, zorg voor een financiële prikkel na een aantal jaren en creëer echte banen waarmee kan worden voorkomen dat starters van school naar school moeten hobbelen om de restantjes in te vullen. Maar ook zij pleit vooral voor het teruggeven van de creativiteit van de leraar. Het artikel is een inleiding voor een discussie in de Rode Hoed in Amsterdam.
(Nabrander een dag later: het blijkt te hebben geholpen, zoals een bericht in de Volkskrant laat zien).

Nog even als afsluiter: op de site van Beter Onderwijs Nederland wordt een catalogus van drogredenen aangelegd om op die manier de argumenten tegen het nieuwe leren in discussies onderuit te kunnen halen. Zo mag je blijkbaar 'de wereld verandert' niet als argument gebruiken want de vergelijking 'de wereld verruwt, dus het onderwijs moet ook verruwen' klopt niet. Het kan aan mij liggen, maar veel van de BON-argumenten die hier gebruikt worden, lijken wel aannemelijk terwijl de redenering toch lang niet altijd klopt. Waar doet me dat toch aan denken?

maandag 26 maart 2007

Managementconferentie (dl3)

Tijdens de managementconferentie ben ik veel opgetrokken met René Montenarie, projectmanager bij Kennisnet ICT op School en momenteel betrokken bij het project Flexibel Leren. Ook René heeft een verslag gemaakt en aangegeven dat ik delen ervan best voor mijn weblog zou mogen gebruiken. Wat onderdeeltjes er uit halen zou naar mijn idee alleen maar afbreuk doen aan een prima verslag. Compliment aan René!

zondag 25 maart 2007

Managementconferentie (dl 2)

We zijn alweer een tijdje bezig met het project Flexibel Leren over onderwijslogistiek. En eerlijk gezegd, het duizelt me een beetje van de inzichten, concepten en modellen die inmiddels heel langzaam maar zeker vorm beginnen te krijgen. Het doet me denken aan de uitspraak van Piet Korevaar: ‘In mist ontdek je wereld meter voor meter’. Als ik het beeld van het project vanuit dat beeld projecteer dan zie ik een landschap met nog flinke mistflarden, waar de boomtoppen uitsteken. Een prachtig plaatje: het is dan ook een uitermate boeiend terrein waar nog veel te leren en te beleven valt.

Op de Managementconferentie voor de BVE-sector (inmiddels wellicht de MBO-sector) hebben we vanuit het project een presentatie  gegeven over de tussenstand van het project. Frida Hengeveld gaf de aftrap, René Montenarie ging nader in op het project en het onderwerp architectuur als middel. Vervolgens ben ik inhoudelijk nader ingegaan op de inhoudelijke aspecten van onderwijslogistiek.

Terugkijkend op de presentatie kunnen we gerust aangeven dat de boodschap best lastig is om over te brengen. Dat werd duidelijk uit een reactie waarin iemand aan Frida vroeg ´of zij nou warm werd van zo´n verhaal´. Je kunt zo´n reactie het natuurlijk van twee kanten bekijken: ‘die heeft het nog niet helemaal gesnapt’. Maar ook: ‘we hebben het nog niet op de goede manier over het voetlicht kunnen brengen, met name een abstract thema als architectuur.’ We zullen het verhaal moeten aanscherpen, communicatiever moeten maken. Toch hebben we het blijkbaar nog niet zo slecht gedaan. Achteraf zijn nog veel mensen even komen vertellen dat ze het een goed verhaal vonden, het leverde voor veel mensen een punt van herkenning op. We zitten op de goede weg…

Marc Veldhoven gaf ook een uitstekende presentatie over de tussenresultaten van de kenniskring. Daar moeten de beelden ontstaan over het onderwijs en de onderwijsorganisatie van overmorgen. Hij ging vanuit de filosofie dat we ook moeten werken aan het onderwijs van morgen ook in op het model waar binnen de Leijgraaf nu aan gewerkt wordt: de ballenbak. Er is vanuit het idee van een flexibele organisatie best wat af te dingen op het concept van de ballenbak. Zo zijn perioden van 13 weken en normen die worden gehanteerd voor de inrichting van een ´bal´ niet bevorderend voor de flexibiliteit. Ook het feit, dat het model niet geschikt is voor BBL-deelnemers. Dat geeft te denken. De meeste roc’s geven invulling aan de organisatie waarbij de sector of branche het indelingscriterium vormt. We zullen blijkbaar ook de leerweg dan wel de manier van leren (voltijds, deeltijds, leren en werken) ook als een organisatiecriterium moeten gaan beschouwen. (Bij het Koning Willem I College is dat overigens inmiddels gerealiseerd.)

Vanuit het uitgangspunt dat de ballenbak als een ‘voorlopige voorziening’ moet worden beschouwd, heb ik toch bewondering voor de uitwerking van het geheel. Vooral het idee van een leermarkt waar op één dagdeel een groot aantal workshops wordt georganiseerd waar deelnemers en keuze uit kunnen maken. Als er 6 aanmeldingen zijn, gaat de workshop door. Vanuit het idee van stoplicht versus rotonde is dit een oplossing naar het rotonde concept: vraag en aanbod bij elkaar brengen en het op basis van een zeer beperkt aantal spelregels overlaten aan het zelforganiserend vermogen van het geheel. Nemen we zeker mee!

Een ander interessant item is het feit dat de suggestie werd gedaan om het kapitaal dat in de gebouwen zit om te zetten in kapitaal ‘dat in de mensen zit’. Ik ben geen econoom en kan de consequenties dan ook niet goed overzien. Het alternatief, wachten op de pot met geld van de overheid, lijkt me in elk geval ook niet de aangewezen weg. Zeker gezien de verhalen van o.a. Frank Kalshoven en Marc Vermeulen, die aangeven dat de stijgende kosten van het onderwijs niet worden opgevangen door een stijging van de productiviteit. De ingeslagen weg van onderwijsinnovatie zal niet alleen beter onderwijs moeten voortbrengen, het zal uiteindelijk ook goedkoper moeten.