zondag 28 januari 2007

Standaardiseren in het onderwijs

Ik heb elders ook al een keer geroepen: Standaardiseren in het onderwijs, dat is als vloeken in de kerk. Toch is standaardiseren een randvoorwaarde om te kunnen flexibiliseren. Als de stopcontacten niet waren gestandaardiseerd waren we niet zo flexibel met onze apparaten, als de rails niet waren gestandaardiseerd zouden we bij elke grensovergang moeten overstappen.
Standaarden maken het in het onderwijs dus ook mogelijk om flexibel onderwijs te realiseren. ROC-i-Partners is een samenwerkingsverband van roc's, aoc's en andere onderwijsorganisaties in de MBO-sector die allerlei doelen nastreven. Het ondersteunen en uitwerken van allerlei standaarden is er eentje van. Nou ja, eentje? De Educatieve Contentketen, waarin de metadateringsstandaard is opgenomen, de e-Portfolio standaard, de werkgroep 'Stekkers', allemaal initiatieven waarin ROC-i-Partners een prominente rol in speelt.

Als vertegenwoordiger van ROC-i-Partners maak ik inmiddels ook deel uit van de Adviesraad ELDvo (Electronisch Leerdossier Voortgezet Onderwijs). De adviesraad adviseert de Stuurgroep ELDvo over de ontwikkelingen en de koers. Het kostte flink wat inlezen en een aantal gesprekken (waarvoor dank aan Marten Ris) maar inmiddels heb ik een goede indruk van het hele project. Even een paar essenties:

  1. Het project richt zich op het ontwikkelen van een standaard voor het uitwisselen van gegevens tussen scholen in het kader van de doorlopende leerlijnen (oorspronkelijk bedoeld voor de overdracht tussen vo-scholen, vandaar de toevoeging 'vo', inmiddels worden meer schakelpunten onder de loep genomen). De standaard omvat vooral de beschrijving van de velden waarin de gegevens kunnen worden opgenomen die moeten worden overgedragen.
  2. Het leerdossier zelf omvat de informatie over de leerling zelf. De inhoud is ook van de leerling (of diens ouders), er is dan ook toestemming vereist om die informatie over te dragen naar een andere school.
  3. Het leerdossier is niet hetzelfde als een portfolio. In essentie is het portfolio van de leerling, hij is daar zelf verantwoordelijk voor. Het leerdossier is ook 'van' de leerling maar de school is er verantwoordelijk voor.
  4. Bij de overdracht is het erg moeilijk tal van verbindingen te leggen van x scholen, waar de leerlingen vandaan komen naar y scholen waar al die leerlingen naar toe gaan. Er wordt dan ook gewerkt aan een schakelpunt waar de leerdossiers worden verzameld en op basis van een bepaald bericht door de ontvangende school kan worden opgehaald. Dat bericht bevat het onderwijsnummer van de leerling (in de regel het burgerservicenummer).
    Leuke anekdote: niet-bekostigde onderwijsinstellingen mogen voor dit soort doeleinden geen gebruik maken van het onderwijsnummer. Dat moet nog worden opgelost.
  5. De grote bottleneck van het project is natuurlijk de administratie op de scholen. Het afspreken van een standaard is leuk, maar dan zal er eerst een leerdossier samengesteld moeten kunnen worden op basis van de standaard. Die gegevens komen uit de administratieve systemen. Die moeten daarvoor ingericht zijn (dat is niet zo'n punt, daarmee wordt inmiddels overlegd), maar met name de onderliggende administratie moet op orde zijn. En daar ontbreekt het op menig school nog aan.

Momenteel wordt een communicatieplan uitgewerkt waarmee scholen van de voordelen moeten worden overtuigd. Laat dit dan één van die communicatiemedia zijn: in het belang van goede doorlopende leerlijnen is het toepassen van de standaard essentieel. De standaard is de stekker die het de leerling mogelijk maakt om (administratief althans) overal makkelijk aansluiting te vinden! Dat er in de eigen administratie orde op zaken moet worden gesteld kan alleen worden opgevat als een bijkomend voordeel!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reacties zijn welkom