woensdag 26 december 2007

Ben ik dat?


Mark Mieras schreef een boek onder de titel 'Ben ik dat' waarin in 35 korte hoofdstukken de stand van zaken in het hersenonderzoek uit de doeken wordt gedaan. Het boek is een aanrader voor iedereen, die net als ik, geinteresseerd is in waarneming, leren, intelligentie, bewustzijn, kortom, in de werking van de hersenen.
Allerlei onderwerpen passeren de revue. Een paar (combinaties van) hoofdstukken geven een fascinerende kijk op 'wie ik ben'.
  1. Verschillende delen van de hersenen werken met elkaar samen om tot komen tot een totaalbeeld van wat we waarnemen. Vorm en kleur, zien en horen, ergens worden allerlei verschillende aspecten van alle waarnemingen samengevoegd tot één beleving.
    (Dat dat kan leiden tot allerlei vormen van gezichtsbedrog is al langer bekend, het feit dat dat ook geldt voor het gehoor vond ik heel frappant: zie het McGurk-effect, hier waar te nemen op YouTube - start het filmpje, doe je ogen dicht, herhaal met je ogen open!)
    Zo corrigeren de hersenen ook waarnemingen, die verminkt zijn. Het geluid uit een telefoon laat eigenlijk helemaal niet toe, dat we alles goed kunnen verstaan of dat we de persoon aan de andere kant herkennen. Doordat de hersenen bepaalde golflengten aanvullen, die door de telefoon eigenlijk zijn weggefilterd, wordt het gesprek toch weer compleet.
  2. Spiegelneuronen zijn neuronen die op allerlei plaatsen in de hersenen voorkomen. Die neuronen zijn actief bij het uitvoeren van bepaalde handelingen. Het blijkt, dat diezelfde neuronen ook actief zijn bij het waarnemen van diezelfde handelingen bij een ander. Dat maakt, dat we ons kunnen voorstellen, hoe anderen iets voelen: we beleven het zelf ook. Hier ligt een basis voor empathie.
  3. Jelle Jolles zei het al: hersenen zijn pas rijp als iemand een jaar of twintig is. Pas dan kan iemand weloverwogen keuzen maken omdat ook lange-termijnconsequenties kunnen worden overzien. Dat hangt niet alleen samen met het ontstaan van allerlei nieuwe verbindingen in de hersenen maar ook met het 'rijpen' van de isolerende myelinelaag om de zenuwuiteinden. Dat 'rijpen' gaat echter nog langer door. Ook door het slijten van bepaalde structuren gaan we anders denken, beleven we zaken anders dan wanneer we jong zijn. Dat verklaart bepaalde kenmerkende eigenschappen in ons denken en gedrag, gekoppeld aan bepaalde levensfasen. Puberaal gedrag blijkt veel minder uit hormonen voort te komen dan wel uit een verminderde activiteit van een centrum dat motivatie aanstuurt...
  4. Het boek leverde mij een nieuw inzicht in het bewustzijn. Het blijkt, dat het bewustzijn veel minder het sturende geheel is van onze persoonlijkheid, het is veel meer de waarnemer van ons gedrag. Als we een gesprek voeren, 'horen' we onszelf praten. Als we ons gezichtsveld richten op iets wat we in onze ooghoeken zien, is het aantoonbaar dat de hersenen de beweging allang in gang hebben gezet voor we ons bewust zijn van het verschijnsel in onze ooghoeken. Keuzen maken we veel beter als we dat buiten het bewustzijn om doen ('er een nachtje over slapen'), enzovoorts.
Fascinerend is de invloed van bepaalde stoffen op de hersenen, de manier waarop we keuzen maken, de rol van bepaalde hersendelen in onze persoonlijkheid.
Veel van wat we nu weten, is mogelijk gemaakt door het moderne hersenonderzoek. Door allerlei technieken zijn we nu immers in staat de hersenen aan het werk te zien. En toch is er nog een vrijwel onontgonnen interne wereld, die de komende jaren, decennia verder in kaart wordt gebracht. Ik ben benieuwd, wie ik over een paar jaar ben...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reacties zijn welkom