zondag 21 december 2008

Onderwijs in de Economische Agenda

In 2005 organiseerde de Volkskrant (in samenwerking met de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling en het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken) de Sociale Agenda. Er werden 39 vraagstukken geformuleerd, die op allerlei manier werden beschreven, bediscussieerd en besproken. Uiteindelijk leidde dat tot het boek '30 plannen voor een beter Nederland', waarin ook het onderwijs aan bod kwam.

Inmiddels is de Volkskrant gestart met een nieuwe agenda. In een artikel wordt ingegaan op 'vragen die om een antwoord schreeuwen'. Het gaat om de Economisch Agenda dit keer, waarbij zes kernvragen zijn geformuleerd en waar iedereen mee kan praten over de vraagstukken. Ook ditmaal ontbreekt het onderwijs niet:

Hoe krijgen we de schooluitval in het beroepsonderwijs naar nul?
De economische schade die de samenleving zichzelf toebrengt door hoge schooluitval toe te staan is enorm. Hoe voorkomen we dat er een hele generatie verloren gaat?

Enerzijds is het vanzelfsprekend dat dit onderwerp op deze agenda staat. De economisch impact van het probleem is enorm. Van andere kant wordt er weinig recht gedaan aan het feit dat er natuurlijk al een hele hoop gebeurt. Zie bijvoorbeeld de website van het Ministerie van OCW op dit gebied: www.voortijdigschoolverlaten.nl. En ook de Volkskrant heeft de vraag eerder in de 'Etalage van goede idee├źn' ook al gesteld.

De meeste problemen moet je bij de oorzaak aanpakken. Dat heeft er toe geleid dat het Ministerie het onderzoeksbureau Oberon heeft gevraagd categorie├źn van schoolverlaters in kaart te brengen. Het is immers typisch dat  de ene jongere wel en de andere niet uit valt onder vergelijkbare omstandigheden. Inzicht in het type jongere kan helpen bij het tijdig signaleren van problemen. De resultaten van dit onderzoek zijn te vinden op de website. Daarin ook een aantal aanbevelingen, die naar mijn zin nog veel te wollig zijn:

1.       Tijdig signaleren. Versterking van het signalerend vermogen binnen het onderwijs, de zorgstructuur en de overgang tussen onderwijssectoren;

2.       Aandacht voor de “geruislozen”. Jongeren met problemen die ze internaliseren geven geen overlast, maar kunnen gemakkelijk uit het onderwijs “verdwijnen”;

3.       Meer aandacht voor de behoefte aan hechting en gekend worden van jongeren. Dit begint binnen het reguliere onderwijs, maar geldt ook voor de zorg en de opvangstructuren.

Natuurlijk, als je gevraagd wordt schoolverlaters te typeren dan is dat niet hetzelfde als het formuleren van oplossingen voor dat schooluitval. Het risico is alleen dat op basis van dit soort zeer algemene uitspraken allerlei deeloplossingen worden bedacht.

Naar mijn idee speelt er meer. Maatschapelijke ontwikkelingen als individualisering, informalisering, intensivering (zie de vijf i's in Trends, dilemma's en beleid van het SCP, p 22-25) zijn mede bepalend voor de de manier waarop leerlingen in het onderwijs staan, het onderwijs moet concurreren met vrije tijd en ouders die niet meer vanzelfsprekend op een lijn staan met de school maar eerder opkomen voor hun kind. Ook het doel van een hoger aandeel van leerlingen en studenten in het hoger onderwijs (de Lissabon-doelstelling) maakt het natuurlijk niet makkelijker. En het onderwijs is in al die jaren niet echt meegegroeid.

Overigens zijn er meer die er over nadenken, zoals de club 'Zapgeneratie'.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reacties zijn welkom