donderdag 3 mei 2007

Organiseren van flexibel leren

In het kader van het project ´Flexibel Leren´heeft Eric Verduyn van het NCOI een presentatie gegeven over de achtergronden en de werkwijze van het NCOI.
Een bijzonder boeiende presentatie voor mensen, die geïnteresseerd zijn in de manier waarop het onderwijs geflexibiliseerd.
(Op het moment dat dit bericht werd gepubliceerd was de presentatie nog niet beschikbaar, die volgt nog.)

Een paar kenmerken van de opleidingen bij het NCOI:

  1. Opleidingen zijn modulair ingericht. In een opleidingsprogramma worden per jaar 4 modules van 8 weken (1 avond of dag in de week) aangeboden. Daarnaast maken de studenten een integrale opdracht over de aangeboden modules heen. Zowel de modules als de integrale opdrachten moeten voldoende worden afgesloten.
  2. Modules worden zoveel mogelijk onafhankelijk van andere modules opgezet. Dat maakt het samenstellen van nieuwe opleidingstrajecten mogelijk door modules te stapelen. Van bepaalde modules worden eventueel verschillende varianten gemaakt. Deze zijn zo opgezet dat wijzigingen in de 'moeder'-module meteen doorwerken in de 'dochter'-modules.
  3. Iedereen kan instappen aan het begin van een nieuwe module. Als de hele cyclus van een jaar is afgerond (inclusief de integrale opdracht) kan men naar de volgende fase ('schooljaar'). Dit wordt intern de carousel genoemd.
  4. Het NCOI gaat ook uit van het sociaal-constructivisme en gebruikt Action Learning (werkend leren) als didactisch model: de modulen en de integrale opdrachten moeten aansluiten bij de praktijk van de student. Een opleiding is dus veel meer gebaseerd op de herkenbaarheid voor het werk dan op een bepaalde vakkencombinatie. In de opleidingen wordt echter wel aandacht besteed aan het conceptualiseren ('theorie met de grote T').
  5. Het NCOI heeft een uitgebreid EVC-programma. Het komt ook voor dat zij de EVC-procedure als dienst uitvoeren voor derden. Ook zijn er instellingen die de hele interne opleidingspoot uitbesteden aan het NCOI (outsourcing).

Nu is het NCOI niet zomaar te vergelijken met een 'normale' onderwijsinstelling. Een paar kenmerkende verschillen:

  1. Het NCOI is een commerciële instelling. Dat impliceert dat alleen arbeidsmarktrelevante opleidingen worden uitgevoerd. Waar geen vraag (meer) naar is, wordt niet (meer) ontwikkeld of aangeboden.
  2. Het NCOI kent geen extern opgelegde rendementscontrole. Wanneer cursisten uiteindelijk voldoen aan bepaalde criteria kunnen zij daarvoor een (erkend) diploma krijgen, terwijl bekostigde MBO-instellingen afgerekend worden op het aantal diploma's.
  3. Het NCOI heeft geen docenten of ontwikkelaars in dienst en heeft daardoor dus de inhoudelijk kennis niet in huis! Dit maakt de organisatie behoorlijk flexibel. Er is geen CAO, geen vaste contracten, er zijn geen werkplekken nodig, daarmee kunnen de kosten behoorlijk worden gedrukt. Docenten en ontwikkelaars worden wel gescreend op hun vakinhoudelijke kennis en didactische kwaliteiten.
  4. De kwaliteit wordt geborgd door een accreditatiesysteem.
  5. Waar de onderwijsinstellingen voor beroepsonderwijs vooral initiële opleidingen verzorgen staat het NCOI met twee benen in de markt voor het Leven Lang Leren.

Een paar logistieke aandachtspunten:

  1. Aan het begin van het jaar wordt een catalogus uitgebracht voor de opleidingen van het schooljaar daarop. Er wordt een overall planning gemaakt op basis van verwachte aanmeldingen. In mei en juni worden de daadwerkelijke aanmeldingen bekeken en verwerkt in meer gedetailleerde roosters. De aanpak kan worden mschreven als: 'Plannen van het aanbod, roosteren van de vraag'.
  2. De carousel maakt het mogelijk om het gehele jaar door met een opleiding te beginnen. Een ontwerpcriterium daarbij is de inhoudelijk onafhankelijkheid van de modules.
  3. Alle beschikbare resources (ook docenten) zijn onafhankelijk van elkaar te plannen. Docenten of opleidingen zitten niet vast aan een bepaalde plaats. Dat maakt het geheel flexibeler in te plannen. Overigens is dat voor technische opleidingen, waar ook praktijk aan vastzit, een stuk moeilijker, daar is wel een locatieafhankelijkheid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reacties zijn welkom