zondag 15 juni 2008

Dijsselbloem: even relativeren

Het rapport Dijsselbloem wordt over het al gemeen door 'vriend en vijand' omarmd als een goede weergave van de problematiek rondom de grootschalige onderwijsvernieuwingen in (in elk geval) het voortgezet onderwijs. Het is nu meteen een toetssteen voor allerlei nieuwe onderwijsvernieuwingen, zoals de invoering van CGO in het MBO.
Toch valt er wel wat op af te dingen, als je het interview met Ria Bronneman leest in NRC. Of de titel ('Leraren moeten niet zeuren') nou helemaal de lading dekt, in elk geval bestaat er ook een verhaal achter het rapport. Bronneman heeft in het kader van het Parlementair Onderzoek een studie gedaan naar "Vijftien jaar onderwijsvernieuwingen in Nederland". Bronneman is van mening dat Dijsselbloem best meer aandacht had kunnen besteden aan de maatschappelijke en politieke context waarin die vernieuwingen plaatsvonden:

„Er is bijvoorbeeld amper aandacht voor het feit dat de economische omstandigheden begin jaren negentig slecht waren en er bezuinigd moest worden. Dat de motivatieproblemen onder scholieren toenamen, en er dus een andere didactische aanpak noodzakelijk was. Dat het opleidingsniveau van ouders steeg, waarmee ook de kritiek op het onderwijs toenam. Dat door de toegenomen immigratie een nieuwe en moeilijke doelgroep bediend moest worden. Kortom: dat onderwijsvernieuwingen noodzakelijk waren.”

Bronneman geeft aan, dat het accent nu gelegd wordt op het 'teruggeven van het onderwijs aan de docent'.

... „Dat gebeurt echter niet vanzelf. Leraren moeten niet zeuren, maar zichzelf organiseren. Ze hebben nooit een eigen beroepsvereniging opgericht. Dat zou je ze kwalijk kunnen nemen. Bestuurders, schoolleiders, leraren, leerlingen en ouders zouden meer met elkaar in gesprek moeten gaan. Al was het maar om te voorkomen dat er situaties ontstaan waarin ze als het ware tegen elkaar worden uitgespeeld, denk aan de ‘gratis schoolboeken’ en de ‘urennorm’.”

In het interview geeft Bronneman aan, dat het opnieuw mis kan gaan, als geen rekening wordt gehouden met de achterliggende oorzaken.

„De opdracht aan de commissie was misschien te beperkt. Ik vraag me dan ook af of de aanbevelingen van de commissie wel tot beter beleid zullen leiden, indien er niet tegelijkertijd iets wordt gedaan aan de dieper liggende oorzaken die ik net heb geschetst. Als dat niet gebeurt, kunnen dezelfde fouten opnieuw gemaakt worden.”

Er zijn er natuurlijk altijd wel, die een dergelijk bericht weer naar zichzelf toe nuanceren...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reacties zijn welkom