vrijdag 31 oktober 2008

Discussiëren over flexibiliseren in Orlando

In verschillende settings is in Orlando gediscussieerd over flexibiliteit in het onderwijs. Het is onmogelijk om een gedetailleerde weergave te maken van al die discussies maar een paar thema's vond ik wel interessant.

  • Flexibiliteit is een containerbegrip. De vraag is, of je het begrip nader moet specificeren. Beter is om als instelling duidelijk te definiëren wat die verstaat onder flexibiliteit, wat doe je wel, wat doe je niet. Een visie formuleren op flexibiliteit, dus.
    Daarmee wordt het hanteren van het begrip 'flexibiliteit' flexibel op zich… :-)
  • Zou je niet veel meer met informatie kunnen doen? Door goed te analyseren wat voor verband er bestaat tussen oorzaak en gevolg ben je beter in staat de goede beslissingen te nemen of een goede ondersteuning te bieden. Stel je voor dat je intakegegevens van een grote groep deelnemers afzet tegen de studieresultaten. Dan kunnen verbanden duidelijk worden tussen bepaalde kenmerken van studenten en de effecten op de opleiding. De ondersteuning van een student kan daarop worden afgestemd. Er zijn nog vele andere voorbeelden te noemen. Daar worden wel wat bezwaren tegen geopperd, die een beetje variëren van 'big brother is watching you' tot blauwdrukdenken. Ik ben er in elk geval van overtuigd, dat hier nog grote kansen liggen voor kwalitatief goed onderwijs!
  • In hoeverre spelen bepaalde aannames een rol bij het ontwerpen van opleidingen? De aanname bijvoorbeeld, dat talen alleen maar in de context van het beroep gegeven kunnen worden. Of de aanname, dat studenten alleen maar in staat zijn om opdracht X uit te voeren als ze theorie Y hebben gehad. Die aannames werken beperkend op het ontwerp van de opleiding. Wanneer duidelijk is, dat bepaalde aannames niet kloppen, ontstaat er meer vrijheid om opleidingen anders vorm te geven.
  • Onderwijsvernieuwing moet intergaal worden aangepakt. Wanneer dat niet gebeurt, bestaat het risico dat bij het daadwerkelijk starten van de opleiding er allerlei problemen ontstaan. Er zijn niet voldoende lokalen, de begeleiding of administratie van de voortgang kost op de nieuwe manier te veel tijd, de opdrachten leken op papier wel leuk, maar vallen in de praktijk erg tegen of zijn niet uitvoerbaar, enzovoorts. Het is dus van groot belang dat bij het uitwerken van een opleiding eerst de uitgangspunten goed op papier worden gezet en dat doorgerekend wordt of alles wel haalbaar is.
  • Flexibiliteit kan ook gericht zijn op efficiënter werken. Daarbij kan als uitgangspunt dienen, dat 33% van de noodzakelijke kennis en vaardigheden bestempeld kan worden als basiskennis: voor iedereen het zelfde, eigenlijk onveranderbaar. Nog eens 33% is sectorbreed en verandert niet zo snel (bepaalde werkwijzen. De laatste 33% is beroepsspecifiek en is het meest veranderbaar. Voor de 3 keer 33% kunnen ook andere getallen gebruikt worden, dat is mede afhankelijk van het beroep. Deze verhoudingen kunnen natuurlijk een rol spelen bij het ontwerpen van opleidingen. Bepaalde delen kunnen roc-breed ingevuld worden, sommige delen sectorbreed en maar een beperkt deel moet beroepsspecifiek worden ingevuld.
    Bij dit alles komt de vraag bovendrijven of die basiskennis nou eigenlijk wel nodig is. Die verandert weliswaar niet zo snel, maar de techniek eromheen wel. Waarom zouden leerlingen nog moeten leren hoofdrekenen terwijl er rekenapparaten zijn? Waarom de hoofdsteden van Europa nog leren als je een TomTom hebt om er naar toe te rijden? Hiertegen kan worden ingebracht, dat het niet alleen om het product 'het kunnen hoofdrekenen' gaat maar ook om het leerproces dat er mee verbonden is. Dat leerproces zou wel eens voorwaardelijk kunnen zijn voor latere leerprocessen. (rekenvaardigheid als voorwaarde voor rekenen, taligheid als voorwaarde om opdrachten goed te kunnen begrijpen en goede antwoorden te kunnen formuleren).
  • De visie en onderwijsuitgangspunten van een onderwijsinstellingen moeten worden vertaald in een raamwerk, dat als kapstok kan dienen voor het ontwerpen en inrichten van opleidingen. Zo'n raamwerk (je zou ook kunnen spreken van een 'onderwijsarchitectuur') helpt bij het vormgeven van opleidingen in een onderlinge afstemming.
    Er zijn mensen die niet houden van een dergelijke 'blauwdrukbenadering'. Een dergelijk raamwerk is echter helemaal niet bedoeld als een algeheel ontwerp van opleidingen (dat is immers helemaal niet mogelijk). Maar dat je een hoeveelheid 'blauwdrukdenken' nodig hebt na een fase van 'witdrukdenken' (chaotisch, geen samenhang, 'duizend bloemetjes bloeien') lijkt me evident.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reacties zijn welkom