donderdag 19 januari 2012

Doelmatigheid in het MBO

(Zie ook het bericht van Joël de Bruijn)
Het thema van de conferentie is 'doelmatigheid versus onderwijskwaliteit'. Paula Sukel (CvB ROC Tilburg) gaat daar aan het begin van de conferentie op in.

Onderwijskwaliteit wordt vaak uitgedrukt in termen van rendement, aantallen diploma's en dan vooral ten opzichte van andere instellingen. Voor de Tweede Kamer is het ook een klas met een docent ervoor. Dat geeft spanningen voor de organisatie maar ook voor de docenten.
Opleiden omvat eveneens de persoonlijke ontwikkeling en dat gaat niet altijd samen met een 'kwaliteitsdoelstelling' als het toewerken naar het diploma. Kwaliteit gaat ook over bedrijfsvoering, de onderwijslogistiek. ICT speelt daarin een belangrijke rol. De effectiviteit van het onderwijs kan met behulp van ICT nog een stuk verbeteren. Met name als straks opleidingen moeten worden ingekort waarbij ook meer onderwijsuren binnen de instelling moet en worden gegeven. Tel daarbij op het verplichte taal en rekenen. ICT zal op verschillende manieren het onderwijs moeten ondersteunen.
Alles bij elkaar moet er nog veel gebeuren om uiteindelijk uit te kunnen komen bij any time, any place, any device.

Rob Vink (onderzoeker bij het IVA) geeft een keynote over doelmatigheid in het MBO: Optimaliseren op het kruispunt van belangen.

Het MBO dient verschillende belanghebbenden, elk met bepaalde doelen, eisen en verwachtingen bij het MBO: studenten, bedrijfsleven, overheid (met belangen vanuit zowel arbeidsmarkt, burgerschap als veiligheid), medewerkers.
Doelmatigheid gaat dan over de manier waarop alle doelen bereikt kunnen worden. Die doelen zijn vaak tegenstrijdig. Zo staat toegankelijkheid tegenover onderwijskwaliteit en staat individualisering tegenover doelmatigheid (waarvoor eigenlijk massa nodig is).
Verder moet onderscheid gemaakt worden tussen verschillende niveaus van doelmatigheid. Een vraagstuk op het terrein van macrodoelmatigheid is natuurlijk: worden studenten arbeidsmarktrelevant opgeleid?
Alle instellingen maken daarbij een microrationele afweging. De som van alle microrationele beslissingen samen maken dat er geen macrodoelmatigheid wordt bereikt: versnippering van opleidingen en er worden teveel studenten opgeleid voor een beroep waar maar beperkt behoefte aan is.

De relatie tussen doelmatigheid en kwaliteit is afhankelijk van de context van waaruit het vraagstuk wordt benaderd. Wat is dan doelmatig?
Hoewel de keus vaak valt op het maximaliseren op één deelbelang moet het eigenlijk gaan om het optimaliseren van de verschillende deelbelangen. Je hebt dan goed contact nodig met de omgeving, de verschillende belanghebbenden. Daar ligt meteen een relatie met informatiemanagement: het afleggen van verantwoording aan alle stakeholders.
Instellingen hebben er alle belang bij om naar de stakeholders duidelijk te maken dat het complex is om alle verschillende deelbelangen goed te behartigen.
Daarbij komt dat de omgeving ook nog eens voortdurend verandert. Dat maakt het zoeken naar een balans tussen de deelbelangen nog wat moeilijker, het gaat om schuivende panelen waarop je je voortdurend moet richten.

Relevante trends worden ingedeeld naar DEPEST: demografisch, economisch, politiek, ecologisch, sociologisch/cultureel en technologisch.
In een matrix kunnen ontwikkelingen worden weergegeven waarbij op de ene as de impact is weergegeven (grote impact / kleine impact) en en op de andere as de onzekerheid (hoge onzekerheid / lage onzekerheid). Met ontwikkelingen die een grote impact zullen hebben, zul je zeker iets moeten, als het ook nog eens gaat om een grote onzekerheid weet je eigenlijk niet wat je dan moet doen.

Belangrijke trends, waarmee je als onderwijsinstelling rekening mee moet houden kunnen worden aangeduid als versnelling, verdichting en versnippering. Onder versnelling vallen zaken als de afnemende halfwaardetijd van informatie en kennis, technologische ontwikkelingen maar ook de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Onder versnippering vallen zaken als individualisering, leveren van maatwerk en de behoefte aan kleinschalig onderwijs. verdichting heeft betrekking op de netwerk- en systeemintegratie, complexiteit, de behoefte aan 'just in time'.

Om de complexiteit samen te vatten:
Leveren van meer en beter onderwijs met minder middelen in een omgeving die steeds verandert en complexer wordt.
Daarbij is het een organisatorische opgave om de balans te vinden tussen

  • Flexibilisering versus standaardisering (met een persoonlijke noot: hoewel?)
  • Massaproductie versus maatwerk
  • Leren voor vandaag versus leren voor de toekomst
  • Een zelfstandige uitvoering versus uitvoeren in coproductie.

Het kruispunt, waar de verschillende belangen bij elkaar komen, is vooral op het niveau van een unit, misschien zelfs een team. Dat levert meteen het bestuurlijk dilemma op van bestuurlijke eenheid versus organisatorische verscheidenheid: op welk niveau moeten doelmatigheidskeuzen worden gemaakt?

Informatiemanagement speelt een belangrijke rol in de doelmatigheid, zoals Paula Sukel ook al aangaf.:

  • Het toenemend belang om de buitenwereld naar binnen te brengen. Informatiemanament moet zorgen voor het beheersbaar maken van diversiteit.
  • Informatiemanagement sppelt een belangrijke rol om de complexe onderwijslogistieke processen goed te laten verlopen.
  • Tot slot moet informatiemanagement een brug slaan tussen bestuurlijke eenheid en organisatorische diversiteit: verantwoording versus sturing.

Vink sluit af met nog wat aanvullende v's voor de student: verbinding, vertraging, verwondering.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reacties zijn welkom